De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (19)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (19)

4 minuten leestijd

§ 5. KERK EN STAAT, (vervolg).

A. THEORIE .

„Geef dan de keizer wat des keizers is, en Gode wat Gods is". (Matth. 22 : 21).

2. De taak van de wereldlijke overheid.

Is aan de kerk de verkondiging van het Woord toevertrouwd, alsmede de bediening van de Sacramenten, op de staat rust tweeërlei last:

a. de handhaving van de vrede en de gerechtigheid en

b. de behartiging van het welzijn der burgers.

Met eerstgenoemde taak is de staat (te lezen eventueel, als zijnde meer exact: een overheid in het kader van de staat) altijd belast geweest; van oude tijden af was het de staat, die beschutting boot aan de gemeenschap, krachtens de uitdrukkelijke wil ook van die gemeenschap.

De staat is ons — wat dit aspect aangaat — gelaten na de zondeval; zij behoedt onze samenleving voor chaos. Daarom belijdt de kerk: „Wij geloven, dat onze goede God, uit oorzaak der verdorvenheid van het menselijk geslacht, koningen, prinsen en overheden verordend heeft; willende, dat de wereld geregeert worde door wetten en politiën, opdat de ongebondenheid der mensen bedwongen worde en het alles met goede ordinantie onder de rnensen toega". (N.G.B., aanhef art. 36). 

Luther — met zijn zwak voor het wereldlijke gezag — formuleerde dit als volgt: „Het wereldlijke bestuur is een heerlijke, goddelijke instelling en een voortreffelijke gave Gods, welke Hij gesticht en ingezet, en ook in stand wil houden, als iets, dat onontbeerlijk is. Als deze er niet ware, zou de ene mens den anderen niet met vrede kunnen laten, de een zou den ander verslinden, als de redeloze dieren elkander doen. Evenals het daarom het werk en de eere is van het predikambt, om van zondaars heiligen, van dooden levenden, van verdoemden zaligen, van kinderen des duivels kinderen Gods te maken, zoo is het het werk en de eer van het wereldlijk bestuur, om van wilde dieren mensen te maken, en mensen te behoeden, dat zij geene wilde dieren worden".

Zou de mens in de staat van de rechtheid zijn gebleven, dan konden in onze wereld stellig een groot aantal instellingen worden gemist: de militie, de politie, de justitie, de gevangenissen, de reclassering, enz.

Laatstgenoemde taak — de behartiging van het welzijn der gemeenschap — kan slechts ten dele uit voornoemde oorzaak ('s mensen afval van God) worden verklaard; de samenleving als zodanig werpt haar mede op.

Tot diep in de 19e eeuw kon dit tot op zekere hoogte nog een vraagpunt blijven, nu is het dat m.i. niet meer.

De moderne verzorgingsstaat — de term „welvaartsstaat" (welfare-state) mijd ik liever — is niets anders dan een steeds groter wordende kluit zelfbestuur van de samenleving. Het is immers met haar medeweten en goedvinden, dat in ons land b.v. de centrale overheid aldoor aan invloed wint.

Niemand, die dit proces tegenhoudt. De efficiency van de staatshuishouding schrijft dit soort van ontwikkelingen dikwijls imperatief voor!

In onze tijd immers is het niet meer denkbaar, dat het aan de eerste de beste stad - zou zijn om het recht van de vrije mimt te claimen; of aan de eerste de beste provincie om op eigen houtje PTTeetje te gaan spelen.... De tijd is ook voorbij, dat een lagere overheid een polderbestuur b.v.) zich bezig zou houden met een project als b.v. de Delta-werken. Zelfs in de Lauwerszee verandert de waterstaatkundige toestand als gevolg van wat er momenteel in Zuid-West Nederland gebeurt!

Het was met deze ontwikkelingen in het verschiet, dat dr. Kuyper ons voorhield:

„Er is leiding van autoriteit noodig met het oog op de gevolgen der zonde; maar er is ook zekere leiding van autoriteit noodig, met het oog op de menselijke saamleving als zoodanig".

„En het is eerst door deze onderscheiding, dat het ons mogelijk wordt de eer van het Overheidsgezag met de ordinantie Gods in het vijfde Gebod in overeenstemming te brengen".

Wij hebben dus redenen te over om het overheidsambt hoog te houden, en dat niet zozeer uit eigenbelang als wel omdat God dit van ons vraagt. (Rom. 13 : 1).

Het is immers krachtens haar hoge roeping (overheid = dienaresse Gods), dat een overheid gezag draagt.

De leer van de z.g. volkssouvereiniteit vindt geen steun in de Schrift.

Zo'n overheid moge onderworpen zijn aan de controle van een volksvertegenwoordiging, (alleszins wenselijk: geen cultuurmacht, die het stellen kan zonder „toom", evenmin als een vlieger...) haar gezag ontleent zij daaraan niet.

Terugkomende op het begrip „staat": er is onder ons verschil in waardering, als het gaat om de inhoud van het begrip „overheid" enerzijds (meer positief geladen) en de inhoud van het begrip „staat" anderzijds (meer negatief geladen).

Ik dacht, dat zulks op z'n zachtst gezegd vreemd moet heten: het is bij monde van de één, dat de ander spreekt en het is in het verband van de ander, dat de één recht van spreken heeft.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (19)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's