De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

5 minuten leestijd

Geen blijvende schade.

De overgang van Prinses Irene naar de Rooms-Katholieke kerk heeft wat stof doen opwaaien. Ook wel stof dat jarenlang in vergeten hoeken lag opgehoopt. De opzienbarende stap heeft politieke aspecten. Het karakter van deze periodiek lokt niet uit om daar diep op in te gaan. De religieus-kerkelijke kant van de zaak vraagt veeleer onze aandacht. De beweging van toenadering voltrekt zich gestadig. In een week heeft men daarvan zo maar een heel lijstje bijeen gelezen.

Weliswaar lazen we in De Tijd/Maasbode, dat geen enkele kerk in haar huidige verschijningsvorm de pretentie mag hebben Christus' Kerk in haar volkomen zuivere, door God bedoelde gestalte uit te beelden. Dat klinkt wel aanmoedigend. Maar onmiddellijk ontbrandt de strijd over de vraag welke dan toch de meest zuivere gestalte uitbeeldt. Want we kunnen ons de weelde niet permitteren te wachten op de volkomen zuivere, door God bedoelde gestalte. De overgang van de Prinses heeft ons wel een antwoord gegeven hoe in Utrecht over de vraag wordt gedacht.

In Den Bosch regende het suggesties voor de oecumene in de praktijk. Er zijn wegen genoeg. Gemeenschappelijke studiekringen, gezamenlijke gespreksgroepen, gemeenschappelijke bezinningsavonden, gezamenlijke bestrijding van onkerkelijkheid. Samen actief voor militaire tehuizen. Samenwerking op sociaal en liefdadigheidsgebied, bedrijfsapostolaat en Kerk en Wereld werken samen. Zending neemt deel aan missie-tentoonstellingen, wederzijdse belangstelling van kerkenbouw, vorming van een gemeenschappelijke ereraad om aperte onoecumenische uitlatingen en handelwijzen aan de kaak te stellen, gezamenlijke beoordeling van schoolboeken op hun oecumenische merites. U ziet er is werk in overvloed.

Samen werd al een cursus gehouden over het Communisme. Is de vrees voor dit verschijnsel ook een reden voor samenwerking? Angst is nog altijd die slechte ad)^seur. Het vormingscentrum Oud-Poelgeest belegt een week-end onder het motto: „Wat is Rome? " Een kennismaking met de Rooms-katholieke kerk, haar kenmerken, spiritualiteit, vernieuwing.

Elders wordt als doel geproclameerd: Geen terugkeer naar de Rooms-katholieke kerk, maar een vereniging met haar. Praktisch zal dit wel niet veel verschil maken, maar het klinkt wat eervoller.

Ineens valt de steen in de vijver. H.K.H. Prinses Irene is reeds overgegaan. Lyrische ontboezemingen van diverse kant over een zuivere beslissing. Geen bij motieven waren in het spel. Het bericht dat zij zich verloofde met Prins Hugo, later Prins Carlos geheten. Vele lyrische schrijvers kunnen hun hooggestemde artikelen wel inslikken.

De synode van de Hervormde Kerk stelt vragen aan kardinaal Alfrink, die de Prinses in de kerk opnam vorig jaar. De kardinaal beroept zich op zijn ambtsgeheim, hij spreekt de hoop uit dat er geen blijvende schade is aangericht. De activiteit van oecumenische toenadering moet niet stokken.

Dit kwam wel even hard aan. De kardinaal erkent de schade die is aangericht. Als het maar geen blijvende schade is.

De overgang van Prinses Irene was een peildatum. Althans de publicatie van die overgang. We zien wat vele phrasen waard zijn. Maar ook blijkt de urgentie om ons te bezinnen op de belijdenis. Hoe vaak noemen we niet de Drie Formulieren van Enigheid? Maar wanneer we de leer daarin vervat ter harte nemen dan moeten we toch wel ziende blind zijn als we niet opmerken dat slag op slag de leer van de Reformatie botst met wat de Rooms-katholieke kerk leert. De belijdenis is een apologie, een verantwoording van de keuze van de Reformatie.

Hoe sterker we verwant zijn met de religie, die in de belijdenis vertolkt wordt, hoe minder we het kunnen vinden met de stellingen, de stijl en het klimaat van het hoogkerkelijke Rome. Staan we even stil op de brede, geplaveide weg van de oecumenische toenadering om straks weer gemoedereerd voort te wandelen of maken we halt en keren we om?

Overigens meen ik dat de politieke vraag of we een Roomse vorstin aanvaarden toch ook kerkelijke en godsdienstige bezinning vraagt.

Kerk en Staat.

Trouwens er is nog een kwestie, waarin de verhouding kerk en staat in geding wordt gebracht. De pers houdt zich er mee bezig of de vrijheid van verkondiging in geding is, wanneer de minister van defensie bezwaar maakt om legerpredikanten op te roepen voor herhalingsoefeningen, die zich stellen achter het rapport van de generale Synode inzake het gebruik van het kernwapen. In „Tijd en Taak" stond een artikel: De legerpredikant beknot? Denkt men rechtlijnig vanuit de roeping van de Evangelieprediker dan zegt men: Niets, niets mag de vrije verkondiging van het Evangelie in de weg staan. Stelt men zich op het standpunt van de minister, dan zegt men het is begrijpelijk dat deze niet tolereren kan dat iemand, die het kernwapen-rapport onderschrijft propagande maken kan onder de militairen, die aan zijn zorg zijn toebetrouwd.

Er moet allereerst bewezen worden, dat de opvattingen in het kernwapenrapport te maken hebben met het wezen van het Evangelie.

Voorts moeten we erkennen, vooral wanneer deze opvattingen op de spits worden gedreven, dat wat men Evangelieprediking noemt, dreigt te ontaarden in een krampachtige propagande-actie.

Ik kan me indenken, dat iemand zich volledig achter het kernwapen-rapport stelt en ook dat hij zich geroepen voelt om deze gevoelens ingang te doen vinden. Maar wanneer ik er zo over dacht zou ik toch niet als legerpredikant in het leger geïncorporeerd kunnen en willen zijn. In prediking, catechese en zielzorg, dit laatste speciaal ook aan zulken, die voor de dienst worden opgeroepen, heb ik gelegenheid om mijn overtuiging uit te dragen. Ik geloof dat het een soort onwaarachtigheid is, wanneer men op zulk een wijze legerpredikant is. Daarom geloof ik niet dat men zeggen kan dat de legerpredikant beknot wordt. Het woord zegt het immers: Men is legerpredikant. Of men is dit niet. Zo staan we telkens voor vragen. Het is goed, waneer men wijsheid begeert van Hem, die mildelijk geeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's