De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VAN ROME NAAR JERUZALEM

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VAN ROME NAAR JERUZALEM

(2)

11 minuten leestijd

Bethlehem.

Wij volgen nu de paus op zijn reis naar Bethlehem. Daar heeft hij in de kerk der geboorte een mis opgedragen en daarna een toespraak gehouden. Hij richtte zich daarin tot Christus, tot de kerk en tot de wereld. Aan Christus presenteert hij de kerk, die de apostolische opvolging van haar oorsprong af ononderbroken heeft bewaard. Verder wordt gesproken over de taak, waarvoor de kerk zich in deze tijd gesteld ziet. „Wij moeten het leven van de kerk een nieuwe wijze van voelen, van willen en van optreden verzekeren; haar een geestelijke schoonheid hergeven in alle opzichten". Het is niet moeilijk daarin de taak te herkennen, waarvoor het concilie werd bijeengeroepen. Het gaat om de ene kerk van Christus, de schaapstal van de Goede Herder. Alles wat mogelijk is moet ondernomen worden „om aan alle christenen de gelegenheid te geven deel te hebben aan de grote weldaad en de allerhoogste eer van de eenheid der kerk". Die eenheid is er reeds in de Rooms-Katholieke kerk. 't Hergeven van de „geestelijke schoonheid" aan die kerk is noodzakelijk om de andere christenbroeders in de gelegenheid te stellen aan deze eenheid deel te nemen. Over deze „oplossing" van het oecumenisch vraagstuk bij Rome behoeft geen twijfel te bestaan. Het hergeven van de „geestelijke schoonheid" betekent niet, dat de schaapstal ingrijpend zou moeten worden herbouwd. De paus zegt: „Een dergelijk resultaat kan niet worden bereikt ten koste van geloofswaarheden. Wij kunnen niet ontrouw worden aan het erfdeel van Christus". Wel is Rome bereid om elk redelijk middel in overweging te nemen, dat geschikt is om de weg te effenen voor de dialoog in eerbied en liefde". Een middel is dus alleen „redelijk" wanneer de geloofswaarheden van de roomse kerk daarbij niet worden aangetast. Er wordt dan verder gezegd: „De poort van de schaapstal staat open. De beschikbare plaats is ruim en behaaglijk. Wij verbeiden de stap, die de drempel overschrijdt met al onze liefde. Hij kan worden gezet in ere en in wederzijdse vreugde. Wij wachten op dat gelukkig uur. „De stap, die de drempel overschrijdt, moet door de gescheiden broeders worden gezet. Van Rome kunnen geen beslissende stappen worden verwacht. Rome wacht alleen maar op „dat gelukkige uur". Deze vermaning wordt door de paus uitgesproken als de meest dringende boodschap, die van Bethlehem uit in de wereld klinkt. De stap over deze drempel zou de enige werkelijke gehoorzaamheid zijn aan het mensgeworden Woord.

Tot de gehele wereld, gelovig en ongelovig, zegt de paus dan nog : „Wij zijn de voortzetters van Zijn zending, de verkondigers van Zijn boodschap, de bedienaren van Zijn religie, waarvan wij weten, dat zij al de Goddelijke waarborgen der waarheid bevat". Deze kerk staat open voor allen, die van goede wil zijn. „Zelfs naar de vervolgers van het katholicisme en naar hen, die God en Christus afwijzen, gaan onze droeve en smartelijke gedachten uit en in vreedzame kalmte vragen wij hen: waarom, waarom? " 

In dit alles beluisteren wij de identificatie tussen Christus en Rome, het wijzen van de weg naar de ene schaapsstal als de enige heilsweg voor de ganse wereld, 't Bezoek aan Bethlehem roept geen critisch zelfonderzoek op, maar dient om de ene ware kerk aan de wereld, aan christenen en heidenen van allerlei slag, onontkoombaar te presenteren.

Jeruzalem.

Natuurlijk heeft de paus Jeruzalem bezocht. Maar als wij gedacht hadden, dat dat bezoek zou leiden tot een ontmoeting tussen kerk en Israël, worden wij teleurgesteld. Israël is voor de paus een natie, evengoed als Jordanië en welk land dan ook. Tot presidente Sjazar spreekt de paus wel over Israël als over het volk van het verbond, maar dat houdt blijkbaar niet meer in dan dat dit volk een gewichtige rol gespeeld heeft in de godsdienstige geschiedenis der mensheid. Wie zou dat niet kunnen onderschrijven? De vraag waar het om gaat is wat Israël nu betekent in het handelen Gods en of dit volk nog een rol te spelen krijgt in de toekomst des Heeren. Op deze betekenis van Israël vinden wij in de pauselijke uitspraken zelfs geen zinspeling. En wij menen ons niet te vergissen, wanneer wij zeggen, dat naar het inzicht van de paus de kerk in de plaats van Israël getreden is en Israël dus heilshistorisch heeft afgedaan.

In zijn homilie te Nazareth heeft de paus even 't Oude Testament vermeld. Hij zegt dan dat de menselijke activiteit door verschillende motieven kan worden geleid. In het Oude Testament was daar de vrees, voor anderen het eigenbelang, maar voor Christus de liefde. Men moet wel elk orgaan missen voor de betekenis van het Oude Testament, als men in dit verband kan spreken over de vrees. Het Oude Testament is dan een soort voorportaal waar de Joden door moesten om tot Christus te komen, zoals andere volkeren door een ander voorportaal zijn heengetrokken. En in wezen kan het christendom het Oude Testament als het boek van de vrees wel missen, zoals voor andere volkeren hun voorportaal, wanneer zij tot Christus komen, heeft afgedaan.

Wie zo over 't Oude Testament denkt kan moeilijk oog hebben voor de bedoeling Gods met zijn volk Israël. Het komt mij voor, dat het de paus bij zijn reis naar het Heilige Land slechts zeer zijdelings om Israël ging. Het ging er, dacht ik, veel eerder om de onrust onder de Arabische volken na de indiening van het schema over de Joden in het concilie te overwinnen. De paus heeft zich immers zowel bij zijn aankomst als bij zijn vertrek door koning Hoessein laten begroeten. Of vermoeden wij soms ten onrechte politieke motieven bij de regie van deze „Bedevaart"?

Toen de paus het Israëlische gedeelte van Jeruzalem verliet, heeft hij een dankwoord gesproken tot de autoriteiten. Hij heeft die gelegenheid benut om de naam van Pius XII van smetten te zuiveren. De paus bedoelde de aanval van Hochhuth in zijn veelbesproken toneelstuk „Der Stellvertreter". Hochhuth heeft Pius XII verweten, dat hij in de oorlog geweigerd zou hebben openlijk partij te kiezen voor het joodse volk. Zijn diplomatieke instelling zou hem verhinderd hebben aan de kant te gaan staan van de slachtoffers van het nazi-bewind. Daardoor zou hij ongewild hebben meegewerkt aan hun vernietiging. Intussen heeft hij, en het wordt door Hochhuth niet ontkend, vele joden het leven gered door hen in de kloosters te doen onderduiken. In het verborgene heeft hij dus de joden geholpen, maar in het openbaar zijn neutraliteit gehandhaafd. En Hochhuth heeft gezegd, dat deze neutraliteit in die tijd gelijk stond met ernstige plichtsverzaking. Het zou een verademing zijn geweest als paus Paulus juist op deze plaats openlijk had uitgesproken, dat ook de roomse kerk in haar roeping tegenover de joden is tekortgeschoten. Zeker in Jeruzalem hadden wij van de paus een schuldbelijdenis verwacht. Maar voor een kerk, die niet dwalen kan en nooit wezenlijk heeft gedwaald, is er meer nodig om tot zo'n belijdenis te kunnen komen. Paus Paulus heeft zich tenminste zelfs in Jeruzalem tot dit bewijs van „zwakte" niet laten verleiden. Hij heeft het integendeel voor Pius XII opgenomen. Hij zegt: „De gehele wereld weet wat Pius XII heeft gedaan voor de verdediging en het heil van allen, zonder onderscheid, die werden beproefd. Men heeft de herinnering aan deze grote paus willen schenden door verdachtmakingen en zelfs beschuldigingen. Wij prijzen ons gelukkig vandaag en vanaf deze plaats gelegenheid te hebben om te bevestigen: niets is onrechtvaardiger dan deze aanval op een dusdanige eerbiedwaardige nagedachtenis". Weer staan wij voor de presentatie van de kerk in haar onfeilbaarheid en ongeschokte glorie. De paus is helemaal uit Rome naar Jeruzalem gereisd, maar zelfs een zweem van critisch zelfonderzoek heeft hem op deze tocht niet geplaagd. Na zoveel christelijke eeuwen met al hun schanddaden is „Petrus teruggekeerd naar het Heilige Land", maar deze christelijke eeuwen bezwaren hem in geen enkel opzicht. ledere jood met enig historisch besef moet dit toch wel een vreemde bedevaart gevonden hebben.

Athenagoras.

Groot gewicht moet worden gehecht aan de ontmoeting tussen paus Paulus en patriarch Athenagoras I. Inderdaad kan men dat een historische gebeurtenis noemen. Het was voor het eerst na ruim vijf eeuwen, dat een paus van Rome een persoonlijk gesprek voerde met een Ere-Primaat van de sinds 1054 van Rome gescheiden orthodoxe christenen. De ontmoeting blijkt een hartelijk karakter te hebben gehad en de berichtgeving erover getuigt van hoop en vreugde. Overigens krijgt men toch meer de indruk te doen te hebben met een symbolisch gebaar dan met een wezenlijke ontmoeting. Paulus en Athenagoras hebben twintig minuten met elkaar alleen gesproken. Als in een zo korte tijd een belangrijke mate van toenadering zou zijn bereikt na een conflict van eeuwen, zou men zich kunnen afvragen wat er gebeurd zou moeten zijn, wanneer men nog eens twintig minuten met elkaar had kunnen spreken. Na het gesprek heeft Athenagoras gezegd: „Wij hebben tezamen de Heer gevonden. Laten wij dus de geheiligde weg volgen, die zich voor ons uitstrekt. En Hij zal zich voegen bij onze tocht, zoals Hij zich eens voegde bij de twee leerlingen op hun gang naar Emmaus en Hij zal ons de weg wijzen, die wij moeten gaan en onze schreden verhaasten naar het doel waarnaar wij smachten".

Na het bezoek aan Bethlehem heeft de paus aan Athenagoras een tegenbezoek gebracht en daarbij gezegd: „Het was duidelijk, dat wij door een raadsbesluit van de Goddelijke voorzienigheid op deze plaats, op dit belangrijkste en voor altijd heilige en eerbiedwaardige deel van de wereld elkaar als pelgrims van Rome en Constantinopel zouden mogen ontmoeten en samen bidden". Wel erkent de paus, dat de wegen naar de eenheid van beide kanten lang kunnen zijn en dat nog vele moeilijkheden kunnen worden ontmoet. Maar in deze samenkomst begroet hij een „gunstig en gelukkig voorteken" van deze komende eenheid. Voor zijn vertrek heeft de paus aan Athenagoras een gouden kelk en pateen aangeboden waarmee de eucharistische eenheid werd gesymboliseerd, die tussen Rome en de Orthodoxie steeds heeft bestaan.

De paus ontving van de patriarch een ikoon, bezet met diamanten en robijnen, alsmede een gouden ketting met borstkruis. ln zijn apostolische vermaning „E Peregrinatione" van 25 januari j.l. geeft de paus een terugblik op zijn reis en zegt dan: „Wij wensen de ontmoeting met de leiders van de orthodoxe kerken te beschouwen als de eerste vruchten van de volmaakte eenheid in de ene Kerk van Christus, ofschoon het verkrijgen ervan nog ver verwijderd is". De paus voelt zich na zijn bedevaart gesterkt „om moedig nieuwe, vredelievende en grootse initiatieven te vormen voor de vestiging en de uitbreiding van het Rijk Gods vrijwel identiek is met de zichtbare kerk op aarde, dat wil zeggen met de Kerk van Rome.

Wij vergissen ons dacht ik niet, wanneer wij stellen, dat een van de voornaamste motieven van deze pelgrimstocht is geweest het zoeken van toenadering tot Orthodoxe kerken. Op deze toenadering richt zich de oecumenische arbeid van Rome. Het initiatief tot de ontmoeting te Jeruzalem is niet van de Orthodoxie uitgegaan, maar van Rome. En men kan moeilijk beweren, dat de Orthodoxie de uitnodiging niet met grote terughoudendheid en veel reserve heeft aanvaard. Het gevolg zal dan ook ongetwijfeld zijn, dat de spanningen binnen de Orthodoxe kerken zullen toenemen. Dat kan ook moeilijk anders, omdat sedert kort het Oosten tot de Wereldraad van Kerken is toegetreden. De spanning binnen de Orthodoxie is daarom die tussen Rome en Geneve, waar de Wereldraad immers zetelt. Er is Rome blijkbaar alles aan gelegen een distantie te bewerkstelligen tussen het Oosten en de Wereldraad. Vanuit haar leer over kerk en ambt is het Rome onmogelijk echte contacten met de Wereldraad te leggen. Zou het niet zo kunnen zijn, dat Rome tracht vat te krijgen op het oecumenisch streven langs de omweg van de Orthodoxie? Dat betekent, dat van de reformatorische christenen de uiterste behoedzaamheid en waakzaamheid mag worden verwacht. Uit de reis van de paus is duidelijk gebleken, dat de Reformatie bij Rome echt niet zo hoog genoteerd staat als wel eens wordt gedacht. Op de lijst van de prioriteit staan wij vrijwel onderaan. Het gesprek, dat door Rome wordt gezocht is allereerst dat met de Orthodoxie en niet dat met de Protestanten. Er is inderdaad iets in beweging. De paus ging van Rome naar Jeruzalem. Als men vraagt: en waar wil de paus nu vanuit Jeruzalem naar toe, dan zou ik antwoorden: naar het Oosten. Aan Geneve wordt zelfs nog niet gedacht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VAN ROME NAAR JERUZALEM

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's