De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EUTHANASIA DOOR JOHANNES HOORNBEEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EUTHANASIA DOOR JOHANNES HOORNBEEK

7 minuten leestijd

of Wel-Sterven, waarin vele voorbeelden der stervenden en hun laatste doodspreuken worden verhaald.

Voorwaar de overdenking van de dood heeft een koude bij zich, die het gemoed en het lichaam verandert en een koude huiver brengt, waardoor dan het gebrand zijn op de dingen der wereld verdooft en de lust tot het leven zeer bekoeld wordt. Men leert nergens beter de ijdelheid van de wereld dan in de spiegel des doods en er is zulk een tegenstelling tussen deze, dat het zelfs van de ijdelste mens geldt, dat zodra de gedachte aan de dood bij hen zal opgekomen zijn, zijn ijdelheid terstond teniet gaat. Het is door verscheidenen altijd gezegd: denkt om het laatste en gij zult niet zondigen. Zij hebben te verschillende karakter, dood en zonden, waar zij in des mensen gedachten zelfs niet kunnen samengaan, maar waar men denkt om dood, sterft de zonde. En daarom wordt dat in de Schrift met zulk een nadruk gezegd: zij heeft niet gedacht aan haar uiterste (Klaagl. 1:9). En daartegenover: Och, dat zij wijs waren, zij zouden op hun einde merken. (Deut. 32 : 29). In 2 Sam. 11 : 26 roept Abner tot Joab: weet gij niet, dat het in het laatste bitterheid zal zijn. Dit zei ook de oude leraar Ambrosius dapper tot de keizer Theodosius toen hij hem om een zware moordpartij in Thessalonika door zijn toedoen begaan, van de kerkelijke gemeenschap buitensloot: mogelijk verhindert het opperste gezag u de zonde te zien en stelt zich de macht tegenover de rede. Doch gij moet weten hoe onze natuur is, dat zij sterfelijk is en vergankelijk, dat ons beginsel uit stof is en wij weer tot stof zullen vergaan en het betaamt niet, dat gij door het schoon van het purper zoudt vergeten de zwakheid van het lichaam, dat daaronder schuilt. En Gregorius van Nazianze zegt in zijn toespraak tot de keizer Julianus: waarom zoudt gij deze dingen niet vrezen, o allerdapperste, daar gij sterfelijk zijt evenals een ander? Het was een krachig en verschrikkelijk woord dat Petrus tot de vrouw Saffira zeide, als zij met haar man van het heilige gestolen had en niettegenstaande de dood van haar man durfde te liegen tegen de Heilige Geest: zie de voeten dergenen, die uw man begraven hebben zijn voor de deur en zullen u uitdragen. (Hand. 5:9). Dit moest haar bewogen hebben, een tegenwoordige dood van haar man door zulk een bijzonder oordeel Gods en die nu ook tot haar als de naaste kwam.

Het gezicht op of de overdenking van de dood werkt in ons drieërlei: wat wij ter harte moeten nemen: ten eerste: ten opzichte van de zonde, om die behoorlijk te mijden. Zie toe, dat gij van elkaar niet verteerd wordt, zegt de apostel en zo houdt hij dat de Galatiërs voor om hen van het kwaad van de onderlinge ruzie en twist af te krijgen. Hierover spreekt een leek in zijn beschouwing van de dood in stille aanspraak tot God de Heere: de gedurige gedachte van de dood, aller goedertierendste Heere Jezus Christus helpt zeer tot de vernedering van de mens en daarom, wanneer de ouden zich wilden vernederen, legden zij stof op hun hoofd ter herinnering aan de dood en daaraan, dat zij stof zouden worden, zoals geschreven staat: gedenkt mens, dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren: wat verheft gij u, aarde en stof! Niets doet ons zozeer van de zonde vlieden als de voortdurende gedachtenis aan de dood.

In de tweede plaats leert de overdenking des doods ons onze tijd wel te besteden, zoals Salomo zegt: Al wat uw hand vindt om te doen, doet dat met uw macht want er is geen werk noch verzinning, noch wetenschap, noch wijsheid in het graf waar gij heen gaat. (Pred. 9 : 10). Dat is ook de bedoeling van het woord, dat Paulus soms gebruikt: terwijl wij tijd hebben (Gal. 6 : 10) en; zo lang als het heden genaamd wordt. (Hebr. 3 : 13).

Ten derde leert ons de overdenking van de dood een leven te leiden in alle deugd en ere, om altoos een goed getuigenis en naam te hebben onder de mensen en voor God. Die hand, die aan Belsasar zijn oordeel en einde voorschrijft, leert de mens op God en op zichzelf te letten. En daaruit dat verscheidenen van de Corinthiërs stierven wil de apostel, dat de anderen zouden leren hoe zij zich in de gemeente Gods moesten gedragen. Ook onder de heidenen was er één — Herodotus vertelt het — die op zijn graf liet schrijven: op mij ziende, word vroom. Zo vermaant de dood en het graf op bijzondere wijze tot vroomheid.

De gedachte aan de dood maakt, dat de mens zich daarop voorbereidt; en die wel bereid is om te sterven is nog beter bereid om wel te leven. Wat kan een mens begeren boven wel leven en wel sterven? Christus zegt: zo waakt dan, want gij weet de dag niet noch de ure in welke de Zoon des mensen komen zal. En: zo waakt dan, want gij weet niet, wanneer de Heer des huizes komen zal, laat of te middernacht of met het hanengekraai of in de morgenstond; opdat Hij niet onverwachts kome en u slapende vinde. En hetgeen ik u zeg, dat zeg ik allen: waakt. (Marcus 13 : 35, 36). 

Wij bereiden ons snel en dikwijls zo nauwgezet voor, als wij iets te doen hebben, dat van enige betekenis is of ook maar schijnt te zijn. Men gaat ternauwernood uit zijn huis, veel minder uit zijn stad of land zonder zich daarop te hebben voorbereid. Toen Israël over de Jordaan zou trekken, riep Jozua door het leger: Bereidt teerkost voor ulieden; want binnen nog drie dagen zult gij lieden over deze Jordaan gaan, dat gij ingaat om te erven het land, dat de Heere uw God geeft om te beërven. (Joz. 1 : 11). Welbereid op reis; dikwijls niet bereid voor de dood. Bereidt uw huis, zegt de profeet tot koning Hizkia. De mens weet best zijn huiselijke zaken te regelen. Deed hij het zo met zijn ziel! Hij laat dikwijls een goed huis na na zijn dood, maar brengt een kwade ziel tot de dood. Achitofel gaf eerst bevel aan zijn huis en daarna hing hij zich op. Welk een dwaasheid: een welgesteld huis en een misgestelde heer, die zijn huis acht boven zijn ziel.

Niemand, die weet, dat ieder uur de dood vrij is en hij altijd onzeker is moet vragen, wanneer hij zich op de dood moet voorbereiden. Augustinus zegt van het leven van een christenmens: hij houdt iedere dag voor de laatste. En van Marcella, een godvrezende weduwe getuigt Hieronymus dat zij zo leefde als in het geloof, dat zij altijd kon sterven. Van de landgraaf Willem van Hessen verhaalt de vermaarde geschiedschrijver Thuanus, dat hij zo tijdig en christelijk aaai zijn dood, dacht, dat hij zich tien jaar tevoren zo gedroeg, alsof hij die nacht zou sterven, met lezen en bidden voor zijn ganse gezin; voor iedere nacht als was het zijn laatste nam hij afscheid van hen, over en weer vergeving van zonde ontvangende en gevende. En dat is een ongewoon voorbeeld bij een prins doch daarom des te uitnemender. Toen Keizer Catel tot grote verwondering van de wereld door een ongehoord voorbeeld afstand deed van al zijn heerschappijen en regeringen en een stil en eenzaam leven ging leiden, gaf hij dikwijls als reden van zijn daad, wat hem eens geantwoord was door een zijner kolonels, die toen hij oud geworden was begeerde, dat de Keizer hem ontslaan zou, omdat het hem goed dacht — zeide hij — dat er tussen de bezigheden des levens en de dag des doods wat ruimte zou zijn. Zo is als deze soldaat zeide en de Keizer door zijn voorbeeld bevestigde; indien al niet doordat men zich vrijmaakt van zijn ambt, dat er toch altijd in het ontslaan en losmaken van het gemoed van het gewoel der wereldse dingen wat tijdruimte moet komen tussen die twee uitersten: het werk des levens en de rust des doods.

No. 3. Wordt vervolgd

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EUTHANASIA DOOR JOHANNES HOORNBEEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's