KRONIEK
Noodvoorzieningen.
Op de pas gehouden vergadering van de generale synode werden wegen gezocht voor die gemeenten of liever voor de groepen in die gemeenten, die gebruik maken van de noodvoorzieningen. De regeling hiervoor loopt dit jaar af. Er moet dus wat gebeuren. Veel enthousiasme is er niet om deze regeling voort te zetten. Het betreft een 17 tal gemeenten in de provincies Zuid- Holland, Gelderland en Utrecht. De vergadering zou het liefst zien, dat deze „noodgemeenten" zouden worden opgenomen in de plaatselijke. Vele leden zagen echter wel grote moeilijkheden.
Immers, hoewel voorgeschreven, waren de contacten van de groepen met „hun" kerkeraden minimaal. De kerkeraden zouden dus wel bezwaren zien om de groepen op te nemen. Mogelijk ook zouden de minderheden hier of daar zelf weinig begeerte hebben om ingeschakeld te worden. De vergadering zag de meeste mogelijkheden in de figuur van een buitengewone wijkgemeente. Deze wijkgemeente zou dus binnen de grenzen van de gemeente niet geografisch te begrenzen zijn, maar bepaald worden door gezindheid.
Tal van jaren bestonden er diverse hervormd-gereformeerde evangelisaties Deze hebben de „oplosing" in de noodvoorzieningen gepresenteerd niet gretig aangegrepen. Veelal wordt er voor deze minderheden schoorvoetend ruimte gemaakt. Soms verlopen er jaren over en nog is men niet tot resultaat gekomen. Elders is nog van geen toenadering sprake. Waarom moet er voor eerstgenoemde noodvoorzieningen nu zo extra snel naar een bevredigender regeling gestreefd worden? Het ontgaat me waarom hier de urgentie sterker geldt.
Bovendien blijft de waarheidsvraag steeds nog actueel. Of liever waar loopt de grens in de prediking tussen evangelie en ander evangelie? Terwijl er geen ander is. Men spreekt in de kerk tegenwoordig van modaliteiten. Natuurlijk komen er „overgangen" voor van de ene modaliteit naar de andere. Het zou — dukt me — leerzaam en misschien onthullend zijn, wanneer we zulke overgangen zowel in de ene als in de andere richting eens vergeleken. Het wil me voorkomen dat niet in alle gevallen het woord bekering hiervoor op zijn plaats is.
Overgang.
De stap gedaan door H.K.H. Prinses Irene ontlokte uitspraken ook aan de woordvoerders in onze senaat. Niet zijn de besprekingen in de eerste kamer een duplicaat van die in de tweede. Soms wordt de discussie in de tweede ontketend voortgezet in de eerste. Door andere sprekers uiteraard, maar door dezelfde partijen.
Het debat in de tweede kamer door zovelen met aandacht beluisterd liet een gewichtige vraag onbeantwoord, die met name de rooms-katholieken hoog lag. Zou een eventuele rooms-katholiek aanvaardbaar zijn als drager van de kroon? Men vond elkaar in de bepaling van de Grondwet, die dit niet verhindert.
Voor allen, die zich gaarne stellen op de drie formulieren van enigheid blijft deze vraag echter klemmen. Met name het woord afgoderij komt hier en daar, in de catechismus en confessie wel eens aan de orde.
De vlucht van kardinaal Alfrink op de vragen gesteld door de synode van de Hervormde Kerk in zijn ambtsgeheim heeft velen allerminst bevredigd. We moeten feitelijk eerst weten wat ambt is voor we van ambtsgeheim kunnen spreken. In dit verband is erop gewezen dat de rooms-katholieke kerk toch ook nog iets is van „een vreemde grootheid, een staatachtig organisme". Is een ambtsdrager soms ook wel eens ambtenaar? Het is wel verbijsterend, wanneer ineens het „staatachtig" gelaat wordt toegekeerd.
Mutatie.
Bij predikanten kan de wenselijkheid zich voordoen niet om van kerk maar wel om van gemeente te veranderen. Ook dit vraagstuk kwam andermaal aan de orde ter synode. Men meent het beroepingswerk te intensiveren, wanneer niet slechts voor het eerste beroep, maar ook bij volgende beroepen na bedanken de commissie voor het beroepingswerk gevraagd moet worden om namen. Bovendien moeten een tweetal van de door de commissie genoemde predikanten worden gehoord. Als dit er maar niet toe leidt, dat een kerkeraad uitsluitend terwille van de bepaling een predikant gaat horen. Ook werd gesproken over ruimere mogelijkheid van ruiling en over het scheppen van de mogelijkheid om te solliciteren. De classicale vergaderingen zullen over deze vraagstukken hun oordeel moeten geven. Het begrip solliciteren wil er nog niet zo in, al geschiedde dit natuurlijk wel. Het moet niet in het beroepingswerk al te „staatachtig" toegaan. Een ambtenaar, die solliciteert mag de geroepen ambtsdrager toch niet zijn. Een beroep heeft toch ook iets in zich van 't „kom over en help ons". Een beroep noopt ons een weg te volgen, die we zelf niet begeren, terwijl bij een sollicitatie het vleselijke en begerenswaardige groter kansen krijgt.
Het ambt.
Want het blijft toch iets onvergelijkelijks Gods Woord te bedienen. De meeste lezers hebben wel kennis genomen van de processen, die in Duitsland plaats hebben. De verantwoordelijke uitvoerders van de uitroeiing van joden en onvolwaardigen staan voor hun rechters. Ze zijn er wel op uit om die verantwoordelijkheid zoveel mogelijk te beperken. Het is wel aangrijpend om te lezen hoe joodse kinderen in het besef van wat te wachten stond de vrachtauto's opklommen om de dood tegemoet te gaan. Dergelijke processen geven ons een flauw begrip van wat het betekent dat eens elkeen zal staan voor de rechterstoel van Christus. Ook degenen, die hier nimmer met de aardse rechter in aanraking kwamen. Voorts is het een gedachte, die je zo maar niet kwijt bent, dat de bedrijvers van deze massale moordpartijen mensen waren, die als kindertjes aan tafel hun boterhammetjes aten en mogelijk wel heel braaf versjes zongen onder de kerstboom. Tot alle boosheid geneigd. Dat betekent wat. Ik zou zoiets niet kunnen, zo zal toch wel onze gedachte zijn wanneer we behagelijk ons krantje lezen. Of is het uitsluitend Gods genade dat we voor zo velerlei kwaad werden bewaard? Het wil toch wel wat zeggen om zondaren Christus te prediken. Wonderlijk dat God juist de voornaamste der zondaren daarvoor gebruikt. Het ergste wat overkomen kan is wel de sleur. Werk aan de lopende band. Moet ik u morgenochtend nog roepen, vraagt dikwijls de gastheer bij wie we logeren. Ja, roept u me maar voor alle zekerheid. En dan ook dit gebed. Heere, roept U mij elke dag. Tot de arbeid. Want er is veel te doen in deze wereld van noodvoorzieningen, overgangen, allerhande mutaties.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's