De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EUTHANASIA DOOR JOHANNES HOORNBEEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EUTHANASIA DOOR JOHANNES HOORNBEEK

(4)

6 minuten leestijd

of Wei-Sterven, waarin vele voorbeelden der stervenden hun laatste doodspreuken worden verhaald. 

Daar gaapt een grote afstand tussen die twee; daarom is het het beste, dat men trapsgewijze gaat van het ene naar het andere en dat men zichzelf eerst een vrije avond (heiligavond) geeft voor de rustdag.

In dit zich vrijmaken en verlaten van 's werelds doen en omhaal bestaat een groot deel van die voorbereiding, die de dood van ons vraagt. Wij moeten in de dood toch alles achterlaten en nemen niets mee dan een hemd, zoals de grote Saladin van Azië te kennen gaf, als hij gebood, dat men na zijn dood zijn hemd door het leger zou ronddragen daarbij uitroepende dat hij niet meer van de wereld zou meenemen dan dit; en dan nog slechts tot in de kist. Hij doet derhalve voorzichtig en hij ziet vooruit, die zulk een meester is over de wereld en over zichzelf, dat hij van deze dingen en ja zelfs van zijn leven afstand kan doen als hij wil en dat hij zich weet rust te geven eer het hem van boven geboden wordt. En daarom kon Elia toen hij zich haastte naar de hemel niet gaan met zijn mantel, maar hij liet zijn kleding der wereld in de wereld, zegt Hieronymus; en een ander verhaalt: vlieg naakt en licht ten hemel. Bernardus zegt: Wie naar de hemelse dingen haakt, heeft geen smaak in de wereldse. Gij hebt de beroving uwer goederen met blijdschap aangenomen, wetende, dat gij hebt in u zelf een beter en blijvend goed (Hebr. 10 : 34).

Maar dit is niet genoeg, tenzij dat de mens eerst gezorgd heeft, dat hij is in de genade Gods, een bekeerde en gelovige ziel, in Gods koninkrijk, Gods kind en dus ook Gods erfgenaam. Dit is het, waartoe Christus ons vermaant. Zoek eerst het Koninkrijk Gods; in de eerste plaats en als het voornaamste, met de eerste en meeste lust en ijver. Eerst God en hetgeen Godes is, daarna hetgene voor ons is; niet eerst geld en dan deugd, maar in de eerste plaats deugd en God dienen Hij leeft niet wel, die niet in Gods genade leeft; hoe kan hij wel en bereid sterven, die kwalijk leeft? Ieder ogenblik is te kostbaar om voorbij te laten gaan en zich rust te geven zolang wij niet staan onder Gods genade in Christus en de toom Gods zo lang op ons blijft. Hoe wil hij sterven, die niet zoals het behoort geleefd heeft? Of wat beeldt hij zich in van zijn ziel of van God, voor wie zijn naakte ziel van stonde aan getrokken wordt, dat hij niet eerst gezorgd heeft zijn ziel met God in genade te brengen en vrede. Of menen wij, dat tevergeefs de apostel zo bewogen en met hartbrekende woorden gezegd heeft: alsof God door ons bade, wij bidden u van Christus wege: Laat u met God verzoenen?

Wie dan door de overdenking van de dood zich voorbereid heeft door afstand te doen van de wereldse dingen en leeft in Gods genade, een kind van God, hoe blijde ontvangt hij de dood als deze tot hem komt. Ik zie nu zulk een in doodsnood, die ik tevoren heb gekend in zijn leven en gezegd heb, wat hier nodig is en nu ga ik met hem naar zijn laatste uur. Daar zie ik hem na een oprechte en tere belijdenis van zijn zonde en verkwikking of versterking van zijn geloof en daarmede van alle andere deugden, nadat hij orde gesteld heeft op zijn huiselijke zaken lijdzaam het bestemde ogenblik voor zijn ontbinding afwachten en zich ondertussen gewillig overgeven in Gods hand, zowel voor zichzelf als voor al het zijne. Ik zing altijd graag met een bijzondere aandacht het laatste vers van de 27ste Psalm: Daarom lankmoediglijk den Heer verwacht, Zijt altijd wel getroost en onversaagd. God zal eindelijk U helpen, die nu klaagt. Verbeid den Heer, op Zijn toekomst hebt acht.

Het betaamt ons alleszins in de voorbereiding tot de dood in de eerste plaats onze zaak als het ware effen te maken met God; niet dat wij voldoen kunnen voor onze schulden, maar dat wij die altijd zoals God van ons eist oprecht voor Hem belijden. Daarop heeft een zeer vertroostend woord betrekking: Indien wij onze zonden belijden God is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonde vergeve en ons reinige van alle ongerechtigheid (1 Joh. 1:9). Wie zijn zonden voor God belijdt wordt van God gerechtvaardigd en ook geheiligd. Het bevrijdt de ziel geducht als hij in een ronde (ongeveinsde) belijdenis zijn overtredingen uitgesproken heeft en die als in de schoot van de Rechter heeft neergelegd, om daarvoor te ontvangen zijn genade en kwijt­ schelding. Het is hierin opmerkelijk wat men in de Kerkgeschiedenis leest van Usthazanes, die groot en gemeenzaam was met Sapor de koning der Perzen, toen deze zeer wreed de Christenen in zijn land vervolgde in het jaar 343. Hij had de koning opgevoed en grote diensten aan zijn vader bewezen. Toen hij nu oud was en de koning gebood om op straffe des doods de zon voor als God te aanbidden, viel deze Usthazanes af (van het geloof) terwijl hij een christen was niet uit genegenheid of liefde tot de zon, maar alleen in schijn om de Keizer te gelieven aanbad hij de zon. Van stonde aan kreeg hij daarover een zware wroeging in zijn consiëntie en hartelijk betoonde hij hierover zijn leedwezen en in tegenwoordigheid van de Keizer verfoeide hij zijn daad ten zeerste; waarop de Keizer naar zijn wet gebood hem te onthoofden. Usthazanes was daar geheel aan toe, maar hij begeerde alleen deze vergelding voor al zijn diensten aan de Keizer, dat een omroeper in het openbaar voor iedereen zijn belijdenis zou uitroepen, namelijk, dat hij niet gedood werd om enige ontrouw aan de koning of om enig ander schelmstuk maar omdat hij als Christen de zon niet wilde aanbidden zoals hij tevoren gedaan had noch zijn God verloochenen. Dit verlichtte zijn hart, dat hij zo zijn schuldbelijdenis niet alleen voor de keizer deed, maar voor alle mensen die hij tevoren bedroefd en geërgerd had en wat hij nu door zulk een heerlijke dood en martelaarschap herstelde.

Wordt vervolgd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EUTHANASIA DOOR JOHANNES HOORNBEEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's