ARM VOLK! ARME MENS!
Meditatie
WIJ HEBBEN GEEN KONING DAN DE KEIZER!JOH. 19:15
Herodes stuurde Jezus naar Pilatus terug. Herodes spotte wel met de Heere Jezus, maar hij kon Hem niet ter dood veroordelen. Pilatus moest het maar met de joden afhandelen, maar Herodes hield zich buiten het vonnis. Zo werd de Heiland een speelbal, van rechter naar rechter verwezen en teruggewezen.
Wat moest Pilatus nu? Loslaten? Dat kon om het volk niet. Doden? Dat kon om het recht niet. De stadhouder probeerde toen te schipperen. Hij gaf iets toe aan het volk, hij liet Jezus geselen, maar daarna moest hij Hem loslaten. Maar die poging mislukte direct. Toen poogde Pilatus het medelijden bij het volk op te wekken. Met de doornenkroon op het hoofd en de soldatenmantel aan bracht hij Jezus uit tot het volk met de woorden: zie, de mens! Maar ook dat hielp niet. Het antwoord was fel en onbewogen: kruis hem, kruis hem!
Dat bracht Pilatus in de uiterste verlegenheid. Hij kon toch deze onschuldige niet zo maar laten doden! Ik vind geen schuld in deze mens.
Een geweldige uitspraak van deze hoogste, Romeinse Rechter. Geen schuld! Zo sprak Pilatus en zo was het ook en nog veel grootser en heerlijker dan Pilatus ooit begrepen en bedoeld heeft. Geen schuld!
Zie toch eens op dit Lam Gods, dat zo onschuldig is, zo rein en volmaakt in gehoorzaamheid. Hoe gewillig is Hij om het grootste offer te brengen. Zijn leven tot in de dood, in onderworpenheid aan de Vader! Dit reine en grote offer was de losprijs voor velen.
Hoe diep zijn wij toch gevallen, dat wij pas dooor het hoogste offer konden worden verlost. Zullen wij ooit die prijs kunnen opbrengen? Zullen wij onszelf verlossen? Ons offer is niets vergeleken bij het volmaakte offer van Christus. Laat op dit pxmt maar alle hope varen. Er is voor ons geen verwachting meer voor de zelf-verlossing. Er staat een doodsstreep door al ons doen en zijn. Geen zelfverlossing en daarom geen verwachting van u zelf! Vestigt toch al uw hoop op Hem, die alles heeft volbracht. Het offer van Christus is zo volmaakt dat het onze er niet eens aan toegevoegd behoeft te worden. Vernedert uzelf en verhoogt Christus. Hij wordt het meest verheerlijkt, als gij uw beide lege handen op Hem, het offerlam legt. Het geloof is een totalitaire daad. Het is alles van onszelf laten varen en alles van Christus alleen verwachten. Ongeloof is hinken op twee gedachten, maar het geloof is leven uit de Levende alleen. Hij is toch onschuldig! Zijn offer is, rein en maakt rein.
Ik vind geen schuld in deze mens. Pilatus' vonnis zij onze belijdenis. Hoe heerlijk wordt en is dan dit Lam, dat zich gewillig liet slachten. Laten wij in deze lijdensweken het meest letten op wat Jezus deed, ja, op hetgeen Hij is en blijft. Hij is de gewillige Borg, de reine Hogepriester, de liefhebbende Bruidegom.
Geen schuld in Hem? Maar dan staat er een streep door het doodsvonnis, dat de Joden van Pilatus probeerden af te dwingen. Daarom riepen zij nog meer: naar onze wet moet hij sterven, want hij heeft zichzelf Gods Zoon gemaakt. Door deze woorden werd Pilatus, de heiden, de humanist, nog meer bevreesd. Een goden-zoon, dacht hij, maar dan is een onrechtvaardig vonnis nog gevaarlijker. Maar het hielp al niet meer. Pilatus stond op het hellend vlak van toegeven en schipperen. De Joden hielden nog even vol en Pilatus gaf toe. Zou hij dan zijn goede positie moeten opofferen voor deze Jezus? De strijd was beslist. De Joden moesten hun zin maar hebben. Toen beklom Pilatus de rechterstoel om het vonnis officieel uit te spreken. Maar nog één keer zou hij de Joden krenken met de vraag: zal ik dan uw koning kruisen?
Wat een waarschuwing! Jezus is inderdaad, krachtens het verband Gods met Abraham en zijn zaad de koning der Joden. Uw koning. Dat blijft waar ondanks alle goddeloosheid. Laten wij toch het verbond Gods blijven bewaren. Gods aanspraken op ons blijven gelden, al vragen wij niet naar Hem. Uw koning? Buigt toch voor Hem neer, o Joden, o volk! Ik zeg het ook tegen mezelf. Hij is uw koning!
Wat een antwoord! Kruis hem, kruis hem! Maar dan nog eens de vraag van Pilatus; in dit moment moest het volk heel goed weten wat het deed, Pilatus vroeg: zal ik dan uw koning kruisigen? Bedenkt u toch voor het te laat is!
Maar dan horen we het geroep van het volk: wij hebben geen koning dan de keizer! En we zeggen: arm volk, arme mens! Hebt u alleen maar een Keizer? Ja, dat gold het Romeinse volk, een heidens volk. Wat arm! Moeten we niet haastig tot de heidenen uitgaan om hen te zeggen: er is een betere koning dan de keizer!! Ze weten het niet, omdat wij ze het niet, nog niet hebben laten weten.
Maar Israël! Hebt u geen andere koning dan de keizer? Hebt u dan God verlaten? Ja maar dan blijft er alleen een keizer over. Dat heeft Israël in 70 na Christus wel ondervonden, toen het ten gronde ging aan die keizer. Maar Israël poogde onder die keizer weg te komen. Het ging niet meer. Die den keizer dient, hem ook eeuwig dienen moet. Dat is Israels straf, terwijl over het Romeinse Rijk het licht van het Evangelie verspreid werd. De schending van het verbond geeft het grootste oordeel. Het bederf van het beste is het slechtste!
Wie is uw koning? Het is toch de Heere, Jezus? !!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's