De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING

(22)

9 minuten leestijd

A. THEORIE „Geef dan de keizer wat des keizers is, en Gode wat Gods is". (Matth. 22 : 21).

§ 5. KERK EN STAAT, (vervolg).

A. THEORIE

„Geef dan de keizer wat des keizers is, en Gode wat Gods is". (Matth. 22 : 21).

4. Scheiding van kerk en staat.

Het raakvlak van kerk en staat is gegeven met de aanrakingspunten in dat vlak, t.w. de individuen, wier geweten ontvankelijk is voor elk beroep, van de zijde van de kerk zowel als van de zijde van de staat. Die individuen dus, die zich persoonlijk medeverantwoordelijk weten voor het welzijn en van de kerk en van de staat, en ... daarnaar handelen! De onverschilligen en zij, bij wie het aan pathetische liefdesverklaringen niet ontbreekt, doch aan offerbereidheid te meer, staan daar geheel buiten.  Al wat daarover heengrijpt - ik denk in dit verband aan wat er van „hogerhand" op organisatorische basis tot stand zou kunnen worden gebracht - is in het algemeen noch in het belang van de kerk, noch in het belang van de staat, tenzij zulks geschiedt krachtens de uitdrukkelijke wil van het overgrote deel dier medelevende individuen.

Waar die medelevendheid enz. ontbreekt, suggerere het officium nimmer het tegendeel!

En hier raken wij al dadelijk een uiterst gevoelig punt: het officium van de kerk is geenszins vergelijkbaar met dat van de staat.

Dit maakt ook de innerlijke zwakte uit van een kerkgenootschap op episcopale grondslag.

Zo'n kerkgenootschap toch staat, aldoor bloot aan het gevaar, dat zij overstag gaat door aan te pappen met de staat. Maar hoe zou de kerk ooit een gelijkwaardige partner kunnen zijn van de kerk (bijdrage XXI)?

Hoe leerzaam is wat dit betreft niet de praktijk!

Een „huwelijk" tussen kerk en staat kan er slechts toe leiden, dat de kerk al verder verwereldlijkt.

Het functioneren van die afzonderlijke schakels in dat raakvlak biedt ons de grootst mogelijke garantie, dat de kerk onafhankelijk blijft van de staat en de staat van de kerk, zonder dat de één de ander ooit loslaat. Hoe zou die medelevende enkeling zich ooit in twee losstaande helften kunnen delen ... ?

Het raakvlak verbindt dus (een persoonlijke zaak) en scheidt: dank zij dit vlak blijft de kerk de kerk en de staat de staat (een institutionele zaak).

Het belang van deze scheiding kan m.i. niet hoog genoeg worden aangeslagen:

1. Slechts een van de staat afhankelijke kerk is in staat de Wil van God het zuiverst te interpreteren.

2. De staat op zijn beurt kan er alleen maar bij zijn gebaat, dat de „kaars" van de kerk zo helder mogelijk schijnt in het duister van onze wereld. Over hetgeen er dan mogelijkerwijs gebeurt behoeft niemand onzer zich zorgen te maken; veldwerk onzerzijds komt daar in het geheel niet aan te pas. De Waarheid gaat Haar eigen Weg. (Jes. 55 : 11).

De Franse Revolutie bracht — zoals ons bekend is — in ons land de scheiding van kerk en staat .

Nu hoor ik een lezer al vragen: Hoe zou ons ooit de vrucht van een saeculaire „boom" kunnen smaken?

Ik dacht hierop te moeten antwoorden, dat de filosofie der Verlichting nooit zou zijn opgekomen, als niet de doorwerking van het Evangelie daaraan vooraf was gegaan, in het krachtveld van de Reformatie.

Franco gaf eens —het was ter gelegenheid van zijn promotie „honoris causa" aan de universiteit van Barcelona, nu ± 15 jaar geleden — als zijn mening weer, dat Luther en Calvijn de stoot zouden hebben gegeven tot het saecularisatieproces, pas goed op gang gekomen in de 18e eeuw; zij zouden dus ook de wegbereiders van het hedendaagse communisme zijn geweest.

Deze visie spreekt nog heel wat mensen (rooms-katholieke vooral) aan! 

Is dit nieuws onder de zon?

Welneen, joden en christenen werden oudtijds al van athëisme beschuldigd (Mauthner e.a.)...

God is vrij in de keus van Zijn wegen. Saeculaire bewegingen dragen er niet zelden toe bij, dat de kerk zichzelf hervindt...

Principieel onverenigbaar met de scheiding van kerk en staat zijn:

1. De pretenties van een kerkgenootschap op episcopale grondslag.

2. Totalitaire adspiraties van de zijde van de staat.

3. Gildevorming onder de officiële woordvoerders van de kerk.

Wij willen dit van dichterbij bezien.

ad 1.

Het kwalijke punt van een kerkgenootschap op episcopale grondslag is de gezagshiërarchie, die zich in onze wereld niet anders handhaven kan dan met behulp van machtsmiddelen, hetzij in hetzij ook achter de hand. Gezag zonder macht is op aarde nu eenmaal ondenkbaar.

Aan de ware kerk evenwel is zo'n gezagsapparaat annex machtsinstituut ten enenmale vreemd (2, Cor. 12 : 9, 10). Is dit ook niet het scharnierpunt in ons gesprek met Rome?

Het is met betrekking tot die machtspositie van de rooms-katholieke kerk. dat van onze kant de grootst mogelijke oplettendheid geboden blijft als ons pas nog door ds. Landsman - in het kader der ontwikkelingen rondom de verloving van Prinses Irene - op het hart gebonden.

Persoonlijk ben ik van gevoelen, dat de discussie tussen Rome en Geneve op niets uitloopt, zolang „Rome" dat dubbelgezicht niet aflegt.

Ik kan er dan ook niet over juichen, wanneer daar een staat is, die een concordaat aangaat met het Vaticaan. Zulk een „pact" acht ik volstrekt onverenigbaar met het begrip „kerk", resp. het begrip „staat".

Daarom ook kan er ten onzent niet genoeg voor worden gewaarschuwd, dat het in de protestantse sector diezelfde kant opgaat; de autonomie der plaatselijke gemeenten blijve onaangetast, hetgeen niet betekent, dat er nooit eens iets op „hoger" niveau zou kunnen worden bedisseld.

Wij komen daar in ander verband nog op terug.

ad 2.

Een staat met kerkelijke allures is een even groot kwaad als een kerk met wereldlijke adspiraties.

Dat leert ons ook weer de praktijk, niet slechts in een communistisch geregeerd land!

Kunnen wij, wat dit aangaat, volhouden, dat er in ons werelddeel geen vuiltje aan de lucht zit? Staat onze hooggeprezen „vrijheid" daarvoor soms borg?

Laten wij onszelf niet bedriegen. Een staat, die een verdraagzaamheid ten toon spreidt, waarbij het aan een ieder vrijstaat te doen en te laten wat hij zelf wil - zij het onder de restrictie, dat hij de ander gunt wat hij zichzelf gunt - maakt zich in feite aan hetzelfde kwaad schuldig: hij bevordert - bewust dan wel onbewust - het nihilisme en wat is dat nihilisme anders dan een loot van dezelfde stam, als waarop het communisme zich beroept („de mens zichzelf tot een kompas")?

De vraag, waar 't in dezen om draait, is enkel deze: Is God de bron en de maatstaf van alle waarden, of is dat de mens? Christus immers waarschuwde zijn jongeren: „Wie met Mij niet is, die is tegen Mij". (Matth. 12 : 30a).

Daarom kan het m.i. ook nooit juist zijn, dat de kerk een beweging als b.v. het Humanistisch Verhond de hand boven het hoofd houdt, als gold het een veredelde loot van die stam, goeddeels acceptabel....

Als wij eraan mee werken, dat de grenzen worden verdoezeld, kan het gevolg slechts zijn, dat er nog meer verwarring ontstaat dan er reeds is, al verheugt het ons te mogen vernemen- dat ook in humanistische kring het inzicht veld wint, dat het niet om het even is, hoe een mens zijn vrijheid besteedt.

Overigens heb ik de indruk, dat het nihilisme onder ons aan invloed voortdurend wint!

ad 3.

Een notoir kwaad is ook de gildevorming onder de officiële woordvoerders van de kerk, de goede niet te na gesproken.

Het kwaad zit 'm vooral hierin, dat menige woordvoerder zich gedraagt als stond hij op „hoger" leidinggevend niveau dan de schare „achter" hem.

Op grond waarvan verheft zo'n woordvoerder zich? Is hij niet de spreekbuis van die schare, de „primus "-inter-pares" zo men wil?

Hij is niet bevoegd zich op te werpen, als ware hij de tolk van het collectieve geweten.

Zulk een geweten bestaat n.l. niet. Uit het feit, dat twee of meer leden van eenzelfde gemeenschap op of omstreeks eenzelfde tijdstip eender reageren, mag m.i. nimmer worden afgeleid, dat die gemeenschap een „geweten" zou hebben, in de traditionele zin van het woord. Wat is zo'n gemeenschap anders dan een abstractie, als men de leden dier gemeenschap hoofd voor hoofd wegcijfert, d.w.z. van hun „Ik" berooft... .?

Dit toch is het geval, als er gildevorming intreedt en de enkeling het gevoel krijgt, dat hij niets meer in de melk te brokkelen heeft. Als er voor hem-uit wordt gedacht, dan wel overzijn hoofd heen....

Quasi-gemeenschappelijk gedrag kan doorgaans op het oog reeds worden herleid op het verschijnsel, dat de één de ander a.h.w. aansteekt. De snelheid waarmede zich dit proces voltrekt hangt af van de in- en uitwendige druk, waaraan de betrekkelijke gemeenschap bloot staat (spanningen zijn er in iedere gemeenschap, w.o. die tussen de polen en „gezag" en „vrijheid"). Ja, dan lijkt het er soms wel eens op, alsof het niet de enkeling is, die regeert, maar de gemeenschap, waarvan hij deel uitmaakt.

Toch is dit maar schijn: het is de individuele mens, die een geweten draagt (over zijn armen en benen oefent hij een zekere beschikkingsmacht uit, over zijn geweten niet; van bezit is dan ook geen sprake).

's Mensen „consciëntie" (dat woordje „con" wijst op de tegenwoordigheid van gezelschap!) blijkt dan ook appèllabel als zij aangesloten wordt door de Ander, en/of door ander(en)!

Het is ook aan het lichaam van de enkeling, dat zich het mechanisme van het blozen manifesteert; een organisatie bloost niet.... In het gunstigste geval reageert het lichaam ener organisatie met een ambtelijk gebaar (een telefoontje b.v.), doch nooit a-la-minute !

Nu beweer ik niet, dat dat geweten van ons altijd zuiver reageert. Gezien de vele verslavende factoren in ons midden - geen "gemeenschap, die daarvoor immuun blijkt - is zulk een reageren zelfs uitgesloten. Kleeft niet aan alles de zonde, dé verslavende factor bij uitstek. (1 Joh. 1:8)?

Werkt ook niet onze beschaving - karakteristiek voor het niveau dezer beschaving zijn ons stroom- en papierverbruik en hetgeen er in onze vuilnisemmers verdwijnt - die verslaving in de hand? En onze wooncultuur .... ?

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's