De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het nieuwe Testament

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het nieuwe Testament

OPENBARINGEN 20 HET DUIZENDJARIG RIJK

10 minuten leestijd

(57)

Ditmaal zouden wij eerst nog memoreren de bewijzen, welke men voor de eindhistorische, chiliastische opvatting meent te kunnen aanvoeren.

In de Openbaring vindt men wèl een chronologische volgorde. Het volgende bouwt steeds op het vorige. In hoofdstuk 20 vers 4 gaat het over mensen, die het beest en zijn beeld niet hebben aangebeden. Het is toch het meest voor de hand liggend, om hier te denken aan diegenen, die dat niet hebben gedaan in de tijd van de grote verdrukking, welke ons beschreven wordt in de hoofdstukken 13 tot 19. In die tijd zal de macht van het beest bijzonder groot zijn. Die macht is alle eeuwen door groot, doch in die tijd bijzonder groot! Maar dan is het toch niet aan te nemen, dat hoofdstuk 20 wil teruggrijpen in de geschiedenis, vóór de hoofdstukken 13 tot 19 !

Ook wat betreft die binding van de Satan bevredigt het niet, te veronderstellen, dat hier alleen maar een gebonden zijn van de Boze in bepaalde zin zou bedoeld zijn, n.l. dat hij de volkeren niet zou kunnen opzetten tot een georganiseerd verzet tegen de opmars van het Evangelie in deze wereld. Neen, die binding moet in veel volstrekter zin genomen worden. Er is in de Openbaring immers ook wat dit betreft, duidelijk sprake van een climax. Éérst wordt de duivel op de aarde geworpen (12 v. 9), dan in 20 v. 2 wordt hij gebonden, in 20 V. 12 wordt hij in de poel des vuurs geworpen. Er is een volgens het plan Gods in de geschiedenis verlopende binding van de Satan, die steeds volstrekter wordt. In het duizendjarig Rijk zal ze sterker zijn dan in de tijd daarvoor. Hoewel ze ook dan nog niet volkomen zal zijn; - dat blijkt uit wat aan het einde van dat Rijk nog gebeuren zal.

Een ander punt is, dat terwijl de aanhangers van de kerkhistorische opvatting het begin van het visioen in Openbaring 20 plaatsen in de hemel, zij, die de eindhistorische opvatting verdedigen, dit juist zien geconcretiseerd op de aarde. De binding van de Boze geschiedt op de aarde, worden dan ook de tronen niet op de aarde opgericht?

De uitdrukking „en zij werden levend" in vers 4, wordt hier dus in letterlijke zin genomen. Wel erkennen de verdedigers van deze opvatting dat deze uitdrukking in de Schrift ook wel in overdrachtelijke zin voorkomt, doch dan wordt nooit gesproken van een „eerste opstanding". Dat het zitten op de tronen een eerste opstanding wordt genoemd en dan daarmede zou worden aangeduid een onlichamelijk zijn van die zielen met Christus in de hemel, is toch wel een ongebruikelijke manier van zeggen! Bovendien, duidt de zegswijze „zielen" in de Schrift lang niet altijd lichaamloosheid aan.

En, terwijl de aanhangers van de kerkhistorische opvatting in vers 4 het woordje „en" vóór de zielen dergenen, die onthoofd waren, in verklarende zin opvatten, zodat volgens hen met degenen, die op de tronen zitten dezelfden bedoeld zouden zijn als degenen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en die het beest niet hadden aangebeden, nemen de verdedigers van de eindhistorische opvatting dit woordje „en" in letterlijke zin. Dus degenen, die op de troon zitten zijn anderen, dan die na dit woordje „en" worden genoemd. Het is een schare, aan wie een bijzondere heerlijkheid zal worden geschonken. Wie zijn zij? Staan wij hier voor het geheimenis van het herstelde Israël?

Prof. Berkouwer merkt op, dat inderdaad het argument van hen, die de kerkhistorische opvatting voorstaan, dat wij n.l. in vers 4 met een lichaamloos bestaan te maken zouden hebben, zwak is. Ook hij meent dat de tegenstelling ziel èn ziel en lichaam buiten het visioen valt. Het perspectief is hier, dat de martelaren weer levend worden, dat dus Johannes getoond wordt, hoe het leven voluit triumpheert over de dood, het recht over de rechteloosheid. De tegenstelling tussen een bestaan met ziel en lichaam en een bestaan zónder lichaam mag hier niet scherp worden gemaakt.

Volgens hem mogen wij ook de binding van de Satan, zoals die getoond wordt in dit visioen, niet relativeren. Dit doet de kerkhistorische opvatting, maar eigenlijk ook de eindhistorische, omdat volgens deze de macht van de Boze tijdens het vrederijk onder de oppervlakte blijft broeden. Dit alles doet volgens Prof. Berkouwer niét voldoende recht aan het radicale karakter van het visioen.

Het is toch wel merkwaardig, dat er in de loop der eeuwen steeds twéé opvattingen aangaande Openbaring 20 naast en tegenover elkaar hebben gestaan. Hoe was toch die tweeërlei uitleg mogelijk? Is het aan te nemen, dat de Schrift op dit punt zo voor tweeërlei uitleg vatbaar is? Geeft dit niet te denken? Ligt het soms aan het feit, dat men in de uitleg te ver wilde gaan en te weinig rekening hield met het feit, dat de grote vraag blijft, wat bedoelt ons dit visioen in de Openbaring eigenlijk te geven? Beide opvattingen van dit hoofdstuk willen eigenlijk ergens in de geschiedenis, in een bepaalde periode daarvan, aanwijzen de concretisering van wat Johannes werd getoond. Hoe verschillend beide opvattingen ook zijn, in de grond der zaak zijn ze hierin één. Maar de vraag is of dit de juiste uitleg van Openbaring 20 is. Moeten wij bij de uitleg van vele gedeelten uit de Openbaring niet bedenken, dat wij hier met visioenen te maken hebben? En dat deze visioenen, die aanschouwd werden in een bepaalde geestvervoering, niet willen zijn een aanduiding van bepaalde phasen in de geschiedenis, doch een onthulling van de grote werkelijkheid, dat Christus inderdaad, ondanks alles wat daarmee in strijd schijnt te zijn. Overwinnaar is? Willen ze niet zijn één machtige prediking, dat dit de eigenlijke werkelijkheid is, al is ze nu nog veelszins verborgen en al spreekt wat wij nu nog zien in de geschiedenis van heel andere dingen? Wat wij hier zien, is, dat Satan machtig schijnt, het Evangelie wordt tegengestaan, de kerk verdrukt, martelaren gedood. Maar dé werkelijkheid, nu nog verborgen, is dat Satan gebonden werd, de martelaren op de tronen zitten en de kerk triumpheert!

Is het inderdaad niet het meest juiste, om er aan vast te houden, dat ook Openbaring 20 ons niet wil geven een reportage van de geschiedenis, maar een doorlichting daarvan vanuit het machtige feit van de overwinning van Christus? Wat daarvan in de loop van déze geschiedenis nog gerealiseerd wordt, ook in het zichtbare, moeten wij aan de wijsheid Gods overlaten. Het past ons niet, daarover te veel uitspraken te willen doen.

Wel schuilen in de kerkhistorische opvatting elementen van waarheid. Reeds in het evangelie toch is ook sprake van de binding van Satan door Christus. (Matth. 12 vs. 29). En ligt in de opstanding en verhoging van Christus èn in de voortgang van het Evangelie en de uitbreiding en bewaring der kerk door veel tegenstand en strijd heen, niet een groot stuk realisering van die binding en van de triumph van Christus? Maar ook de eindhistorische opvatting bevat waarheidselementen. Heeft de Heere nog niet iets bijzonders met Israël voor? En als onder dit volk nog iets groots zal gebeuren in geestelijk opzicht, zal dat tevens niet van bijzondere betekenis zijn voor de kerk en voor de wereld?

Echter, de vraag moet gesteld: gaan beide opvattingen niet te ver? Willen zij beide niet teveel lezen in dit visioen? Moeten wij niet halt houden voor het feit, dat dit visioen alleen een doorlichting wil geven van de werkelijkheid, waarin wij ons in de loop der eeuwen nog bevinden? Een bijzondere doorlichting! De beslissing bij de uitleg van Openbaring 20 valt dan ook niet bij de vraag: gaat het om de kerkhistorische of om de eindhistorische uitleg van dit hoofdstuk, maar bij de vraag: wil ze een soort reportage van de geschiedenis geven of een doorlichting daarvan?

En valt de beslissing dan niet naar de kant van het tweede? Ligt dit niet in de bedoeling van geheel de Openbaring van Johannes? De tastbare werkelijkheid is, dat de gemeente vervolgd wordt en de Boze sterk schijnt. Maar aan Johannes wordt getoond, welke realiteit daar tegenover staat. Niet om die andere te bagatelliseren. Daar staat Johannes met de gemeente midden in, met alle aanvechting, welke dat meebrengt. Doch daar is de andere werkelijkheid, hoewel verborgen! En dat geeft moed en hoop. Ook in het visioen van hoofdstuk 20 schijnt de macht van de Satan nog weer groot te worden. Hij mobiliseert de volkeren. Maar het komt niet verder dan een oprukken naar de geliefde stad. Dan is er reeds het vuur uit de hemel! Als één ding duidelijk is in dit visioen, is het de volstrekte zegepraal van Christus en van Zijn gemeente!

Doch zó wil het niet menselijke nieuwsgierigheid en berekeningszucht bevredigen, doch troosten en bemoedigen. De Openbaring van Johannes is niet, zo zegt Prof. Berkouwer ook, het boek van de raadselen der geschiedenis, maar veel meer van haar ontraadseling !

Ligt dit trouwens ook niet in de lijn van het geheel van het Nieuwe Testament? Daarin komt eveneens steeds weer naar voren, welke werkelijkheid tastbaar en zichbaar is in deze geschiedenis, - die van het woeden van de machten der duisternis en van de zwakheid der kerk nog. In welk een nood en aanvechting brengt dit vaak de gelovigen! Van deze realiteit mag niet worden afgedaan. Doch daar is ook dat andere: de overwinning van Christus door Zijn kruis en opstanding. Zo staat de gemeente des Heeren in een bijzondere spanning. En zo heeft zij te leven uit de troost van de triumph, welke haar nu als realiteit verkondigd wordt en die haar in de voleinding ten volle onthuld zal worden. Thans gaat het nog om de volharding der heiligen! Doch het licht is de gemeente ook nu niet verborgen. Dit licht breekt vooral door in het laatste Bijbelboek. Daar worden visionair vreselijke dingen aanschouwd, maar ook geheel andere, 't Is ook niet voor niets een boek met veel liederen!

Daarom ook moet de inhoud van Openbaring 20 niet vergeestelijkt. De opstanding, waarom het hier gaat, is een volstrekte. Ook de binding van Satan. Want de triumph van Christus is radicaal, zo ook de beroving van Satan's macht, en de opstanding voor de kinderen Gods en de martelaren. Zelfs de ontbinding van de Boze nog aan het eind van dit visioen heeft de bedoeling om het onweersprekelijke van die triumph aan 't licht te brengen!

Wij eindigen met de opmerking: Openbaring 20 geeft ons dus een doorlichting van de geschiedenis tot op de realiteit van de onweersprekelijke overwinning van Christus. Die realiteit is nu nog veelszins verborgen, eens wordt ze onthuld.

Wij mogen hier niet berekenen. Verder weten wordt ons ontzegd. Doch het gaat om een gelovig leven uit de zekerheid, dat Gods wegen door de geschiedenis naar Zijn grote Dag onnaspeurlijk zijn. Alle determinisme van het kwaad is uitgesloten, er mag gerekend op het moment van de verrassing. Maar hoe boos de tijden soms nog worden en voor het oog de machten der duisternis groot, voor alle tijden, tot aan het einde, wordt de overwinning van Christus verkondigd, 't Is de vertroosting: eigenlijk is alles anders!

Prof. Berkouwer wijst er op, dat niet voor niets in het begin van de Openbaring staat: „Zalig die horen en bewaren de woorden van deze profetie, de tijd is nabij". Het gaat er om, dat de kerk, zolang ze in deze bedeling is, dit zou doen. Dit geeft kracht in de dagelijkse taak en strijd. Dit doet ook weten, dat onze arbeid niet ijdel is in de Heere. Wat heeft en wat wacht een mens, die het zaligmakend geloof in Christus mist? Echter, die dit geloof haag beoefenen, weet van die andere realiteit, welke eens ten volle onthuld zal worden. Die leeft in de spanning, én in de vreugde om wat er reeds is en komen zal!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Uit het nieuwe Testament

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's