KRONIEK
Theologen.
De bekende Dr. Buskes herdacht onlangs dat hij veertig jaar geleden in Oosterend op Texel predikant werd. Het is begrijpelijk dat hij dit in een bijzondere dienst herdacht. Op één punt uit deze dienst willen we de aandacht vestigen. Volgens het bericht heeft Dr. Buskes gezegd, dat hij in 1926 in contact kwam met Dr. Geelkerken, in zijn tijd een „gematigde Robinson". Het was een verdrietige tijd. De Heere God moet wel veel van moeilijke mensen houden, anders had Hij er niet zoveel gemaakt". Het is niet mijn bedoeling om op elk slakje zou te strooien, maar het is me opgevallen, dat soortgelijke uitdrukkingen: De Heere God moet wel.... anders had Hij nog al eens gebezigd worden en dat ze het wel doen ook, anders zouden we ze niet maken. Ik weet niet of deze opmerking van Dr. Buskes samenhangt met zijn relatie tot Dr. Geelkerken, die met name over Genesis 3 bepaalde opvattingen verdedigde, maar ik zou in alle bescheidenheid toch te berde willen brengen, wat die moeilijke mensen betreft, dat deze er van de beginne niet geweest zijn. Wel zijn allen moeilijk en sommigen bijzonder moeilijk geworden door ingeven van en door moedwillige ongehoorzaamheid. Iets anders is dat de verkiezende God aller genade soms wel de moeilijkste, ondanks al hun tegenspartelen, trekt in Zijn licht. Het is dienstig dat we ons hier toch wel rekenschap van geven. Men fulmineert wel eens uit bepaalde boeken tegen zogenaamde kenmerken-theologiën, maar hier en daar duiken wel eens mensen op, die hun „moeilijkheid" wel eens trots etaleren als een blijk van bijzondere verdienste.
Revius is misschien wel het meest bekend om zijn regel: „T'en zijn de Joden niet. Heer Jesu, die u cruysten". En het slotvers: „Want dit is al geschiet, eylaas om mijne sonden". Het gedicht van Revius zal de aartsbisschop van Canterbury wel onbekend zijn. Maar onlangs is hij Revius bijgevallen, toen hij verklaarde dat het onjuist is om de joden er zo bijzonder op aan te zien dat zij Christus hebben gekruist. Ook Pilatus had er mee te maken en tenslotte wij allen. Ik wil het waarheidselement in dit betoog niet miskennen. Toch hoop ik niet, dat ook maar éen van de lezers mij van anti-semitisme wil beschuldigen, wanneer ik in dit verband enkele woorden van Christus zelf citeer. Niemand gaat vrijuit, dat is duidelijk. Maar Christus zegt toch wèl: die Mij aan u — Pilatus — heeft overgeleverd, heeft groter zonde. De apostel schrijft over de val, de vermindering en de verwerping der Joden. Maar tevens waarschuwt hij met alle nadruk: Roem niet tegen de takken. Wees niet hooggevoelende, maar vrees. Mogelijk spaart Hij ook u niet.
Het wit-zwart schema doet de werkelijkheid geen recht, maar we mogen evenmin al te ongenuanceerd de verhoudingen tekenen. Het is wel te begrijpen. Het valt me gedurig op, dat wij in allerlei situaties altijd beslag leggen op het maximum aan inzicht en het minimum aan schuld. Deze beide kunnen echter nimmer samengaan.
Theologen in wording.
De Hervormde kerk „werft" aanstaande dominees, komt de krant vertellen. De aanhalingstekens zijn van de berichtgever. We kennen de folders en grootscheepse propaganda voor de kerkbouw. Maar of het — alweer volgens 't krantenbericht — zo „werelds" mogen doen om op deze wijze reclame te maken om predikant te worden? Het kan verkeren, aldus Bredero. Ik heb de tijd gekend, dat een teveel aan theologen dreigde. Twee folders verhalen, éen over de zakelijke en éen over de meer ideële zijde van het predikantschap. De stukjes zijn volgens het bericht wel wat „eng braaf". Ik begrijp, dat een verzuchting over het dreigend predikantentekort de nood niet opheft. Maar zou het toch niet beter zijn, dat de pastor dan maar eens een gesprek aanknoopte met jonge mannen, van wie naar hun inzicht verwacht wordt dat de roeping tot het ambt hen niet geheel onberoerd laat. Er zijn wel contrasten. Sommige kerken wijzen candidaten af en andere zijn er op uit om zoveel mogelijk mensen aan te trekken. I
Theoloog-polemoloog.
Legerpredikanten kunnen strijdbare lieden zijn. Dat blijkt wel de laatste tijd. De hoofdlegerpredikant is soms wel wat te zeer uit de laars geschoten, gelet op 't feit, dat 't dagblad „Trouw", dat hem bij voorbaat niet onwelgezind zal zijn, zoiets mompelde van „mis". Aan de weg timmeren is een bezwaarlijke bezigheid, maar het legerpredikantschap bedrijven is ook wel een bezigheid, waarbij het aan waarnemers niet ontbreekt. Het rondschrijven van ds. Bos betreffende de humanistische geestelijke verzorgers bij hun intrede in het leger, was bepaald geen staaltje van tactische oorlogsvoering, maar het is toch wel van belang dat direct de verhouding goed getroffen wordt. Men kan naderhand gemakkelijker 'n stapje vooruit, dan een pasje achteruit. Als pastor geef ik, wanneer mensen bij elkaar intrekken, want inwoning is nog steeds een urgente aangelegenheid, de raad om nu niet elke dag bij elkaar over de vloer en aan de koffie te gaan zitten, want dan heeft men het eerste ongenoegen. Velen verwijten bovendien de geestelijke verzorging zoals die reilde en zeilde, dat die bestond uit een flinke brok humanisme met een christelijk tintje. Dat er dus gezocht wordt naar een begrenzing, is te begrijpen. Maar mogelijk had alles beter een vertrouwelijk karakter kunnen dragen. Bovendien zal de instructie ook wel critisch bekeken zijn, omdat de hoofdlegerpredikant al iets op zijn maarschalks-kerkstof had.
De voormalige staatssecretaris Calmeyer heeft de opvatting weerlegd dat het synodale geschrift over de kernwapenen allereerst was bedoeld voor de overheid. Het moderamen heeft — volgens hem — niets gedaan om de overheid het „meehoren" gemakkelijk te maken.
Uit de rumor in casa zal toch wel gezocht worden naar een weg om een nieuwe status te vinden voor de legerpredikant. Er zijn al heel wat typeringen gevallen. Logé's, huurlingen, advocaten van het atoomzwaard. Het zal wel enige moeite kosten om tot een oplossing te komen. Want het synodale rapport over de kernwapenen past toch niet zo maar in de uniform jas.
Het gaat er wel om dat de legerpredikanten vooral zijn goede krijgsknechten van Jezus Christus. De wapenrusting van het geloof moet hen passen. Uit Efeze 6 blijkt, dat het krijgsbedrijf niet zonder meer ongeoorloofd is. Ook al geldt het beeldspraak, toch zou misverstand voor de hand liggen, wanneer wapenen geheel uit de boze waren. Een andere kwestie is of men in de bewapening zelf een gemakkelijke grens kan trekken van al of niet geoorloofd. Het blijft jammer dat het synodale rapport uit een smalle koker is voortgekomen. Wel kan men het alles eens zijn met een scribent, die vroeg om duidelijkheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's