De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Paasperspektieven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Paasperspektieven

Meditatie

6 minuten leestijd

En Ik zag de doden, klein en groot, staande voor God. 

Openbaring van Johannes 20 : 11, 12.

 

Pasen is een machtig begin. Inderdaad machtig. De dood die hier op aarde almachtig schijnt te zijn, heeft moeten kapituleren. Machtiger gebeurtenis heeft nimmer plaats gevonden. Geen wonder, dat de aarde onder het gewicht van dit wereldschokkend feit gebeefd heeft. Maar anderzijds is het een begin, slechts een begin. Het vraagt om doorwerking en voltooiing. Want ogenschijnlijk is er na dit begin niet zo heel veel veranderd. Mannen zijn de wereld ingegaan met de boodschap dat de dood 't laatste woord niet meer heeft. De kerk heeft deze prediking doorgegeven. Ook tijdens de laatste paasdagen is alom verkondigd dat het graf zijn prooi heeft moeten loslaten. Maar ziet u daarvan zoveel? Eigenlijk niets. De doodsklokken beieren over stad en dorp als willen ze de prediking van de kerk overstemmen. En het ziet er toch wel erg naar uit dat ze het gelijk aan hun zijde hebben. Vóór pasen moest de dichter zingen: wie leeft er die de slaap des doods niet eens zal slapen? Maar na pasen is er geen reden om dit lied als overleefd te schrappen. Het ene geslacht brengt het andere naar de dodenakker en iedere grafzerk is een teken van de heerschappij van de dood.

Daarom kan pasen niet anders zijn dan een begin. Daar moet nog wat op volgen. De overwinning is nog te verborgen. Zichtbaarheid, heeft iemand gezegd, is het eind van al Gods wegen. Welnu, de paasoverwinning zal gewis eenmaal uit haar verborgenheid tevoorschijn breken. Johannes heeft het gezien en vertelt er van in de boven afgedrukte tekst. Hij ziet een grote witte troon en daarop gezeten de Zoon des mensen. De grootheid van de troon wijst op de majesteit van Hem, die op de troon zit. Hier hebben we het tegenbeeld van de Goede Vrijdag met de Man van smarten. Hier hebben we de openbaring van het paasgeheim. Hier wordt de konsekwentie aanschouwd van de morgen der verrijzenis. Hier ontvangt de Man, die zich ontledigd heeft tot in de dood van het kruis, een naam die boven alle naam is. Nu is het ogenblik gekomen waarop alle knie zich voor Hem buigen zal.

De troon is niet alleen groot, maar ook wit. Bij deze laatste rechtspraak zal niemand onrecht geschieden. Hier zal inderdaad het volle recht gehandhaafd worden. Helaas kunnen we dat in deze bedeling niet altijd zeggen. Ook de rechters zijn maar beperkte mensen en het is hun niet altijd mogelijk om in de kronkelpaden van misdaad en leugen de juiste toedracht te ontdekken. Anderzijds spelen buitenbijbelse opvattingen over het kwaad in onze dagen een krachtig woord mee. De misdadiger wordt meer gezien als een patiënt dan als een schuldige. Waar Gods recht devalueert, gaat het met het menselijke recht ook mis. Maar de troon van de Wereldrechter is wit. Daar viert Gods recht zijn triumfen. Daar zal de vraag van de zielen onder het altaar haar volle bevrediging ontvangen. Anderzijds zal ook geen enkele schuldige door enig maas kunnen heenglippen.

En ik zag de doden, klein en groot. staande voor God. De grote paasmorgen breekt aan! Alle stenen worden nu van de graven afgewenteld. De gekremeerden staan op, de zee wentelt haar doden naar boven, de oorlogskerkhoven leveren hun tienduizenden uit. Zij, die op aarde elkander vaak zo heftig bestreden hebben, staan hier als de ene mensheid voor de grote witte troon. Ook u en ik. De kleinen en de groten zullen er staan, zegt Johannes. Wij, kleinen onder de miljoenen, die slechts een onderdeeltje van het grote geheel hebben gevormd. Maar ook de groten, die hier op aarde meestal de dienst van de Koning der koningen naast zich  hebben neergelegd. De koning heeft zijn statiegewaad, kroon en scepter, moeten achterlaten. Al het uitwendige zal dan wegvallen, de kleinen èn de groten zullen dan ontdaan van elke camouflage, geoordeeld worden naar hun werken. Het uur van de definitieve krisis is gekomen. Alleen onze houding tot Christus zal in dat uur beslissend zijn. Zijn woord: Ik ken u wèl of Ik ken u niet.

Het bijzondere van dit laatste oordeel zal echter niet alleen zijn, dat het vonnis volstrekt billijk zal zijn, maar dat het ook door ieder als zodanig zal worden erkend. Daarom zegt Johannes niet alleen dat de Rechter op een witte troon zit, maar óok dat de boeken werden geopend. Ik denk hier aan de verklaring, die hiervan wordt gegeven in art. 37 van onze Ned. Geloofsbelijdenis: alsdan zullen de boeken, dat is, de konsciëntiën geopend worden. Bedoeld zijn dus de boeken die we in ons binnenste dragen. Er zijn mensen, die dit fijne raderwerk zo vaak met hun ruwe handen mishandeld hebben, dat het niet meer fimktioneert. Gewetenloze lieden. U behoeft maar één krant in te zien en u komt ze tegen. Maar dan zullen alle gewetens ontwaken. En ook zij die naar de buitenste duisternis verwezen worden, zullen overtuigd worden door dit geopende boek, dat het vonnis rechtvaardig is. In de aardse rechtzalen verlaten de gevonnisten soms de rechtszitting met een verbeten en verbitterde trek om de mond. Zij menen dat hun onrecht is aangedaan. Dat zal op de jongste dag niet geschieden. Ieder hart zal de Rechter moeten bijvallen, hoe schrikkelijk ook het vonnis luiden zal. Gelukkig, als we dat niet voor het eerst zullen doen, als het te laat is, maar als we reeds nu met heel ons hart Gods Woord gelijk leren geven.

Want we lezen tenslotte ook nog van een ander boek, dat des levens is. Wat een voorrecht als dan blijken zal dat onze naam geschreven staat in dat boek. Niemand, zelfs de duivel niet, kan onze naam uit dat boek uitwissen. Zij mogen eeuwig hun hand uitsteken naar de vrucht van de boom des levens. De Cherub heeft voor hen zijn zwaard verloren. De weg ligt voor hen weer open. Ja, zegt ge misschien, dat is heerlijk. Maar ik moet zekerheid hebben. Hoe kan ik nu weten dat straks mijn naam zal blijken te staan met onuitwisbaar schrift in het levensboek? Welnu, in Openb. 14 : 6 is nog sprake van een derde boek. Leest u het maar na. Daar is sprake van het evangelieboek. Wie uit dat evangelie leeft, wie de Beloofde toebehoort, wie uit Zijn genade, trouw en liefde leeft, die mag het onwrikbaar zeker weten dat zijn naam geschreven staat in Gods levensboek. En die evangelieweg naar Gods Vaderhart heeft Christus gebaand door lijden en opstanding. Zoek dan uw behoud in Hem, in Hem alléén. Ook door deze overdenking gaat Zijn welmenende roepstem uit, opdat ge als een schuldig zondaar leven zoudt van Zijn goddelijke gratie. Zijn Woord staat er borg voor dat ge u inderdaad op Hem verlaten kunt. Zou Hij het zeggen en niet doen?

Mijn verwachting zal niet wijken.

Noch bezwijken,

'k Sta op ene rots gegrond.

Jezus heeft mijn naam ten leven

Opgeschreven.

Hij, die nooit beloften schond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Paasperspektieven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's