ENIGE OPMERKINGEN
over het Heilig Avondmaal
Wanneer Johannes Calvijn in zijn bekend boek, dat eigenlijk ieder van ons zou hebben moeten lezen. De Institutie, spreekt over het Avondmaal van Christus en wat het ons aanbrengt, begint hij met de volgende woorden: „Nadat God ons eenmaal in Zijn huisgezin heeft opgenomen, en dat niet slechts om ons te houden voor Zijn dienstknechten maar ook voor Zijne kinderen, zoo neemt Hij ook, om het werk van een zeer goeden en voor Zijn kroost zorgdragenden Vader te volbrengen op Zich, om ons gedurende den gansche loop van ons leven te voeden. En ook daarmede niet vergenoegd, heeft Hij ons door het geven van een onderpand, van deze Zijne voortdurende milddadigheid willen verzekeren".
Het is wel zeer duidelijk, dat Calvijn, en hij doet dit op Bijbelse gronden, het ons hier voorhoudt, dat het Heilig Avondmaal door de Heere wordt gebruikt om het geestelijk leven van Zijn volk te sterken. Wie de belijdenis van onze Kerk kent weet, dat deze er op dezelfde wijze over spreekt. Lees maar eens na wat te lezen staat in Zondag 25 van de Catechismus. Daar wordt de vraag gesteld naar de oorsprong van het geloof, dat ons Christus en al Zijne weldaden deelachtig maakt. En op deze vraag luidt hét antwoord: „Van de Heilige Geest, die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging van het heilig Evangelie en het versterkt door het gebruik van de sacramenten". Let op wat gij kunt lezen in Artikel 35 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Daar worden de woorden van Calvijn bijna letterlijk aangehaald. Het Heilig Avondmaal is verordend en ingesteld om te voeden en te onderhouden degenen, die Hij reeds heeft wedergeboren en in Zijn huisgezin, hetwelk is Zijn Kerk, ingelijfd heeft.
Als gij dit alles goed op u laat inwerken dan ziet gij, dat de leerlingen van Calvijn, en dat op grond van de Heilige Schrift, het Avondmaal steeds weer in verband hebben gebracht met de versterking van het ware geloof. Het Avondmaal werkt het geloof niet. Dat doet de doop ook niet. Het is nodig, dat wij daarop zeer sterk de nadruk leggen. De Roomse theologie zegt eigenlijk, dat dit wel het geval is. Wie eet van de ouwel neemt het lichaam van Christus in zich op. Krijgt deel aan de Christus. Rome schuift het werk van de Heilige Geest op de achtergrond. Hij toch is het alleen, die deel geeft aan Christus en al Zijn weldaden. En daarin komt Rome overeen met de zgn. midden-orthodoxie in onze tijd. Daaruit is zeer zeker het zoeken van deze beide groepen te verklaren. Het zoeken van elkaar. De theologie van de reformatie is de theologie van de Heilige Geest. Er zijn Luthersen, die de opvatting van de Roomse Kerk zeer dicht naderen. In onze dagen blijft dit alles zeer actueel. De zogenaamde sacramentstheologie komt hier zeer dichtbij. En dan is er het oude volksgeloof, dat waant dat het brood van de Avondmaalstafel en de wijn van groot belang zijn. Is het Avondmaal achter de rug dan moet het zo spoedig mogelijk naar de zieken worden gebracht. Het kon eens helpen naar het lichaam. Helpen naar de ziel.
Daar weet de Bijbel niet van. Daar weet ook de belijdenis van onze Kerk, die ons de weg wil wijzen in de Bijbel, niet van. Deel aan Christus verkrijgt gij alleen door de Heilige Geest. Hij is de Geest des geloofs. Hij werkt dat geloof met het woord. Wij kunnen ook zeggen door het Woord. Over dat met of door mogen wij niet al te zeer twisten gelijk, dat in de school van dr. A. Kuyper wel is geschied. Het valt mij op, dat de hervormers zowel het een als het ander zeggen. Zo is het ook in de belijdenis van de kerk.
Het geloof is een geschonken geloof. Het is gave van de God der genade. Hoe een mens aan het geloof komt zien wij zo schoon in de geschiedenis van Lydia, die ons wordt beschreven in hoofdstuk zestien van de Handelingen der Apostelen. Zij gaat naar de plaats des gebeds aan de rivier. Dat was zij gewoon. Daar preekt Paulus. Hij brengt de oude prediking van zonde en genade. Van vloek en zegen. Haar hart was gelijk dat van alle mensen hermetisch gesloten voor de prediking van het Woord. Maar de Heere heeft dat hart geopend, zodat zij acht gaat geven op hetgeen van Paulus is gezegd.Calvijn maakt in zijn verklaring van het boek der Handelingen schone opmerkingen over dat wondere gebeuren daar in Filippi. Hij zegt, dat zij de leer des Evangelies niet kon begrijpen, zonder de verlichting des Heilige Geestes. Daarom zien wij, aldus Calvijn, dat niet slechts het geloof, maar alle begrip van geestelijke zaken een bijzondere gave Gods is, en dat de dienaren door hun spreken niets uitwerken, indien de inwendige roeping door God er niet mede gepaard gaat. Het was te wensen, dat men in onze dagen eens naar dit onderwijs van Calvijn wilde luisteren. Men wil de gemeente bepaalde gebruiken opdringen. En dan heet het: Calvijn deed dat ook. Maar van de leer der zaligheid, gelijk Calvijn ons die voorhoudt uit het Woord, wil men niet weten. Wilt gij terug naar Calvijn, best maar dan naar de gehele Calvijn. Hij heeft uit het Woord de doodstaat des mensen gepredikt. Maar hij heeft het ons ook voorgehouden, dat de Heere bij de toebrenging der Zijnen gebruik maakt van het Woord. Men moet, zo zegt het Calvijn op zijn hoede zijn, dat geen valse inbeelding of schijn van verborgene verlichting ons afvoere van het Woord, waar het geloof van afhangt en waarop het rust. Hij merkt ook op, dat de fanatieke mensen, die onder voorgeven van de gave des Heilige Geestes de uitwendige leer verachten dus dwalen. Uit het Woord alleen hebben wij geen nut zonder de genade des Geestes. De Geest, die ons wordt geschonken, is niet zulk een, die ons het Woord leert verachten, maar veeleer zulk een, die het geloof in ons verstand indruppelt en in onze harten inschrijft.
Het zou eigenlijk te wensen zijn, dat nu er weer een goede vertaling van de werken van Calvijn in het Nederlands verschijnt, onze verenigingen in htm bibliotheken die werken hadden staan. Hier vindt gij het zuivere goud. Theologie uit de Schriften. Geen scholastiek.
Ja dit is de weg waarin de Heere de Zijnen leidt. Door Woord en Geest. Gij gaat op onder de prediking van het Woord. Gij leest dat Woord. Gij schuift er de ene grendel na de andere voor de deur van uw hart. Het is niet waar, wat tegenwoordig vaak wordt gezegd, dat wij ons hart openstellen voor het Woord. Wij verzetten ons zo hard wij kunnen. Maar de Heere opent het hart voor het Woord. De Verheerlijkte Jezus, die zit in de troon, door de Heilige Geest. Gelukkig de mens, die dat geloof heeft ontvangen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's