ZONDE EN GENADE
DOOD EN LEVEN
Opdat, gelijk de zonde geheerst heeft tot de dood, alzo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus onze Heere. Romeinen 5: 21.
Het is een ernstige vergissing, als wij denken dat de zonde een dienaar van ons is, die we naar onze hand kunnen zetten.
Het is juist het omgekeerde: De zonde heerst als een koning.
Wie de zonde doet, is een slaaf van de zonde.
Dat tekent deze heerschappij. Het is een dictatoriale macht, die zijn onderdanen zozeer bindt aan deze heerschappij, dat zij deze koning dienen met hun wil en hun hartstocht, hun gedachte en hun daad.
En het ergste is degenen die er onder zitten zien het niet, want deze heerschappij maakt hen verblind.
Een verschrikkelijke macht. Want het eind van deze slavendienst is de dood.
Het soldij voor trouwe dienst is hier de dood.
In dit rijk is alles ten dode gedoemd, alles gestempeld door de dood.
Niets kan hier echt de naam Leven, dragen.
Daar waar dit rijk der zonde is, daar is het gebied van de dood.
En dat in volle bijbelse zin.
Het van God af zijn: het buiten God leven en ondergaan in de nacht van de eeuwige dood.
Afgesneden van de levenswortel als snijbloemen, die wel op het water nog een poosje bloeien, maar toch dan al ten prooi zijn aan de verwelking voor ze op de vuilnisbelt liggen.
Wat een ellendige slavernij.
Maar weet u dan wel dat we het over u hebben?
Wij — hoofd voor hoofd, met alle mensen zijn die grote slavenfamilie onder de macht van de zonde van Adams wege.
Lees Romeinen 5 maar eens na.
Dat is de diepe nood en schuld en schande van ons aller leven.
De dodende kwaal.
En in zijn Woord legt de HEERE God deze kwaal voor ons bloot.
Een harde boodschap, maar om ons te behouden!
Daarom heeft God ook zijn Wet gegeven, zoals in het vorige vers staat. Niet om die te gebruiken op de manier van de farizeeën, als een middel om onszelf aan de greep van die koning te ontworstelen.
Dat ligt ons wel.
Wij denken veel te gemakkelijk over deze heerschappij.
Alsof ons kunnen en kennen zich er wel bovenuit worstelt.
Onze prestaties, onze gerechtigheid en vroomheid redden er ons niet uit, en brengen ons niet tot de verlossing en de vrijheid.
Noch minder tot de vrede met God. Paulus prent het de gemeente te Rome en ons in, dat niemand voor God rechtvaardig wordt door de werken der wet.
Wat God dan wél wil met die wet?
Ons wakker maken uit de roes van de zonde, ons inzicht geven in de heiligheid des Heeren, en de schuld van dat dienen van de zonde.
In Zijn genade wil de HEERE, de trouwe Verbondsgod, niet onze dood, maar ons leven, en daarom grijpt Hij ons aan door zijn Wet om ons op de knieën te krijgen.
En om ons te laten zien dat wij er met de wet in eigen hand nooit komen. De wet is bovendien ingekomen opdat de misdaad te meer werd.
Dat klinkt ons vreemd in de oren.
Maar de wet heeft een prikkelende werking, die wekt de zonde op.
Kijk maar naar de kinderen: Wat verboden is, dat prikkelt tot ongehoorzaamheid.
De verboden vrucht smaakt het lekkerst.
Dat ligt niet aan de wet maar aan ons.
Daarin komt onze boosheid naar boven. Zo dringt de wet de zonde naar buiten, opdat het voor ons zonneklaar zal worden dat wij hopeloos verloren mensen zijn.
Zo dringt de HEERE ons naar die andere Koning.
Koning genade!
Opdat Hij over ons zou heersen. En dat door gerechtigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus.
Door Jezus Christus, niet door Adam, noch door de wetswerken, noch door dat God onze zonden door de vingers ziet.
Zoals de Wet gekomen is opdat de heerschappij van de zonde openbaar zou komen in al zijn verschrikking, zo is Christus gekomen de heerschappij der genade aan het licht te brengen.
En dat door rechtvaardigheid. In de weg van Gods recht.
Dat recht van God dat eer dat Hij ons de zonde ongestraft vergaf, ze liever strafte aan Zijn eigen Zoon.
Daarom is Gods Zoon, Jezus Christus de weg gegaan tot in de dood, de vloekdood aan het kruis, opdat de triomf der genade zou blijken.
En die is gebleken. Aan het kruis toen Christus een moordenaar ingang gaf in het paradijs.
Op de Paasmorgen, toen Christus opstond als Overwinnaar van dood, duivel en hel.
In zijn hemelvaart, toen Hij plaats ging bereiden voor een „wederhorig kroost".
Op de Pinksterdag, toen Hij Zijn Geest uitstortte opdat Christus en Zijn werk in mensenharten zou verheerlijkt worden.
Daarom als we bemerken dat we in de greep van de zonde zitten; dat we hopeloos ten prooi zijn aan de dood, dat we niets te verwachten hebben van onze gerechtigheid of werken, en alles ons bij de handen afbreekt, dan naar déze Christus.
Dan de hoop gevestigd op Zijn Woord en Zijn Werk, op zijn alles te boven gaande genade.
Dan zien naar de verhoogde Christus, als Israël op de koperen slang.
Dan zien op Hem als de Koning van het leven.
Alles uit leveren om als een goddeloze genoeg te hebben aan zijn genade.
Dan ontvangen we wat de wet niet geven kan: rechtvaardigheid, vrijspraak, vrede met God en het eeuwige leven.
Alleen het geloof in Christus brengt ons onder de bange heerschappij van de zonde uit, onder de heerschappij der genade.
Wie buigt onder deze Koning, wordt geen mens die over zichzelf tevreden raakt. Hij ontdekt steeds meer hoe groot zondaar hij is.
Maar in dat alles triomfeert de genade: die is en blijft veel meer overvloedig.
Hoezeer — tot ons verdriet — de zonde, en de duivel blijven woeden, toch viert de genade triomf, door het geloof.
Die regeert, die is koning.
We hebben altijd weer de neiging ons te laten ringeloren door de zonde, maar het behoeft niet, ziende op Christus.
Nochtans goede moed.
Want de genade regeert koninklijk, en schenkt koninklijk: gerechtigheid, heiligheid, leven! Het eeuwige leven!
Door Christus Jezus, onze Heere!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's