De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (24)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (24)

§ 5. KERK EN STAAT, (vervolg).

8 minuten leestijd

Geef dan de keizer wat des keizers is en Gode wat Gods is. (Matth. 22:21).

A. THEORIE

5. Polarisatieverschijnselen.

ledere gemeenschap — het doet er in dit verband minder toe of wij met een hecht gefundeerde gemeenschap van respectabele leeftijd te maken hebben dan wel met een „ééndagsvlieg" in de vorm van een uiterst zwak gestructureerde gemeenschap (een wachtend reizigerspubliek b.v.) — kan als een vat vol spanningen worden aangemerkt.

Een buitenstaander merkt van die spanningen in de regel weinig of niets. Het is gewoonlijk pas onder bijzondere omstandigheden, dat die spanningen aan het licht treden. Maar dat zij er zijn, is zeker, hoe fraai ook zo'n gemeenschap naar het uiterlijk moge zijn opgepoetst: de doorsnee onzer moge artistiek nog zo weinig zijn begaafd, de kunst van het versieren is hij alleszins machtig....

Zelfs in het beste huwelijk — inniger gemeenschap is onder ons niet denkbaar — komen nog wel spanningen voor, hetgeen niemand behoeft te verwonderen: nadere kennismaking doet altijd roggebrood eten i.p.v. wittebrood. Het is ook met het oog op deze en dergelijke tekorten, dat ons huwelijksformulier de huwenden voorhoudt, dat zij zich in hun hart verzekerd mogen weten van de gewisse hulp van God

Kerk en staat vormen op deze regel geen uitzondering.

Spanningen zijn - gegeven het eigenlijke karakter van wat de Bijbel zonde noemt - inhaerent aan onze wereld.

Zij verklaren ook de in- en uitwendige druk, waaraan zowel de kerk als de staat bij voortduring bloot staat.

Het onderscheid, dat ik hier maak, is overigens maar betrekkelijk. Altijd is er wisselwerking: stijgt de uitwendige druk, dan stijgt gewoonlijk ook de inwendige druk, en omgekeerd.

Wij zien dat bij de staat het duidelijkst.

Dat er in de staat spanningen zijn, beaamt een ieder. Het feit, dat de staat er is en zich poogt staande te houden, wijst reeds in die richting uit.

Intuïtief voelt ook een ieder aan, dat de staat — wat zijn primaire functie aangaat (bijdrage XIX) — geen bestaansrecht zou hebben, als daar die spanningen niet waren. Het is vanwege die niet aflatende in- en uitwendige druk, dat hij de staat accepteert, zij het nolens-volens ....

Wat is het verband van de staat anders dan een noodverband?

Een verband dus, dat ons er voortdurend aan herinnert, dat onze samenleving ziek is i.p.v. gezond. Staan wij er wel ooit bij stil, dat de presentie van de staat een vonnis inhoudt, en dat aan het adres van een ieder van ons?

Aardig om over te filosoferen is ook de term „vadertje staat".

Moederlijke trekken bezit de staat naar ons gevoelen niet, wat ook wel te beredeneren valt: de staat — het begrip dekt hier het geslacht van het woord! — is gestreng en onverbiddelijk. Wij weten allen uit ervaring, dat er met de staat niet te spotten valt... Hoe indrukwekkend is niet de zwaardmacht, waarover de hoge overheid beschikt, de gebiedster in het kader van de staat!

Blijft ons nog ter verklaring over dat verkleinwoord „vadertje".

Is dit niet de vertolking van

a) een zeker fatalisme, te herleiden op het gevoelen, dat de staat ca. — de militia dus inbegrepen! — een noodzakelijk kwaad is en

b) een zekere meewarigheid, grenzende aan doffe berusting, te herleiden op het gevoelen, dat wij er beter aan doen ons afzijdig te houden van wat zich in de boezem van de staat afspeelt en het maar voor lief te nemen, dat de staat zo zijn eigen leventje leidt?

Hoevelen onder ons volk zijn niet verzoend met de gedachte, dat een kennismaking met het „officium" altijd offers vraagt: geduld om heen en weer gezonden te worden van het kastje naar de muur, geduld om te moeten ademen in een mist van geheimzinnigheid, geduld om te kunnen antichambreren, enz.

Het ware overigens te wensen, dat wij ons eens wat meer bezig hielden met wat er op het terrein van de staat alzo te koop is, want dat daar nog allerhande kwaad woekert is m.i. buiten kijf!

Ik herhaal: alleen al het feit, dat de staat er is, duidt op veelzijdige druk.

Het is de wordingsgeschiedenis van een staat, die ons dit nader verklaart.

Het was telkens weer uit de baaierd van een oorlog of revolutie, dat zo'n staat te voorschijn trad.

Dit was ook met de Staat der Nederlanden het geval; de symbolen (het Wilhelmus, de leeuw in ons wapen, enz.) herinneren daar nog aan.

Die geschiedenis bevestigt hetgeen hiervoor is gesteld: 

1. Het is altijd tegenover en temidden van andere staten, dat een bepaalde staat allure bezit (bijdrage XVII).

2. De oerfunctie van de staat ligt besloten in de behoefte van iedere gemeenschap aan beschutting (bijdrage XIX).

Wij hebben redenen te over om te veronderstellen, dat wij thans in een tijd leven, dat zich die spanningen in ongekende mate vermenigvuldigen.

a) het feit, dat de (inter)nationale samenleving met de dag ingewikkelder wordt, d.w.z. al minder doorzichtig, en

b) de gistingsprocessen in onze wereld, nu het amper meer mogelijk is, dat een volk zich verschanst achter een natuurlijke barrière, dan wel zijn heil verwacht van een oorlogsavontuur.

Een hoogst belangrijk aspect van het atoomtijdperk (bijdrage XVII)!

Spanningen zijn er ook in de kerk. De geschiedenis van de kerk is het ononderbroken relaas van krakeel op krakeel.

De verdeeldheid op het erf van de kerk illustreert die spanningen wel 't best! Is het niet beschamend te moeten constateren, dat onze kerkelijke pers goeddeels leeft bij de gratie van die verdeeldheid ...?

Nederland is, wat dit betreft, ook een merkwaardig land.

Polemiseren zit ons allen in het bloed. Wie kent er niet het gezegde: „één Nederlander - een theoloog, twee Nederlanders - een kerk, drie Nederlanders - een afscheiding"? Ik vernam overigens van humanistische zijde meer dan eens dezelfde klacht...

Ten diepste worstelen kerk en staat met hetzelfde probleem: te grote zaken, te kleine mensen ....

Er vindt ook wederzijdse beïnvloeding plaats, meer dan aan de oppervlakte blijkt.

De spanningen in de staat zijn mede het gevolg van de invloed van de kerk.

Als de kerk handelt naar - wat haar roeping is in onze wereld, verkeert geen staatsbestel ooit in rust: dan immers ligt het in de lijn der verwachtingen, dat er nieuwe spanningen opkomen en dat de reeds bestaande spanningen in hevigheid toe- of afnemen, al naar gelang zulk een optreden van de zijde van de kerk weerstand oproept of niet.

Waar het Woord van God ingang vindt, is een spanningsloze situatie in het geheel niet denkbaar. Daar nemen fatalisme, onverschilligheid en roestende rust gaandeweg de wijk.

Voorwaarde tot deze beïnvloeding van de zijde van de kerk is, dat die kerk ook werkelijk kerk zij.

Is dat niet het geval, dan zien wij het tegenovergestelde gebeuren: alsdan beïnvloedt de wereld (met de staat altijd in het voorste gelid) de kerk.

Slechts wanneer de kerk haar oog gericht blijft houden op haar Heer en de toekomst van Zijn dag, blijft infiltratie van de zijde van de staat haar weliswaar niet bespaard, maar moet het toch uitgesloten worden geacht, dat zij zichzelf ooit geheel ontledigt.

Een kerk, die zich afgeeft met de staat — hetzij doordat zij met die staat 'n „huwelijk" aangaat (bijdrage XXII), hetzij doordat zij zich mengt in zaken, die haar niet aangaan — verwereldlijkt; zij zal zich daarbij steeds hebben te realiseren, dat de vorst der duisternis zich bij voorkeur ophoudt in dat marginale gebied van kerk en staat. Onze hoofdlegerpredikant heeft dat in de afgelopen weken wel ondervonden . . . . . 

Gegeven nu een willekeurige gemeenschap.

Wat is nu het „breukvlak" van zo'n gemeenschap, waaraan de vigerende spanningen zouden kunnen worden afgelezen?

Een gemeenschap kan op tweeërlei wijze zijn gepolariseerd, afhankelijk van het principe, dat aan de betrekkelijke gemeenschap ten grondslag ligt.

Wij onderscheiden in dit verband

a) het massa/elite-beginsel.

Dit beginsel is niet alleen het oudste, maar ook het meest toegepaste principe; het sluit nauw aan bij de natuur (spreidingsbeeld van talent onder de mensen). Dit beginsel ligt ten grondslag aan iedere organisatie, die tot devies heeft „de juiste man ware te dirigeren naar de juiste plaats", het­ geen met het merendeel van onze organisaties het geval is.

Aan het staats- en rechtsbestel van een volk, dat in stamverband leeft, dan wel gedwongen is te leven onder het juk ener communistische overheid, ligt — theoretisch althans — hetzelfde beginsel ten grondslag,

b) het gelijkwaardigheidsbeginsel. Dit beginsel zou een flauw afschijnsel kunnen heten van wat eenmaal werkelijkheid zal worden op aarde, als al het oude zal zijn voorbijgegaan. (1 Joh. 3:2).

Het is dit beginsel, dat aan ons staats- en rechtsbestel ten grondslag ligt.

De weinig gelukkig gekozen woorden „democratie" en „rechtsstaat" zijn daarvan het visitekaartje.

Nu gaat het uiteraard niet aan een gemeenschap te doen promoveren tot een christelijke instelling vanwege de structuur alleen.

Hoe zou zo'n gemeenschap per definitie ooit christelijk mogen heten, ook al is dat onze hooggeroemde democratie!

Zo eenvoudig liggen de dingen niet.

Wij naderen intussen wat de brandhaard zou kunnen worden genoemd van de beroering, die ook ons niet met rust laat: de beroering vanwege dat zo beklemmende vraagstuk van de kernbewapening!

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (24)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's