De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EUTHANASIA DOOR JOHANNES HOORNBEEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EUTHANASIA DOOR JOHANNES HOORNBEEK

7 minuten leestijd

of Wel-Sterven, waarin vele voorbeelden der stervenden en hun laatste doodspreuken worden verhaald.

Bij het bidden der stervenden in hun uiterste, waarvan wij spreken, heeft een bijzondere bedoeling (achting) hun zegen, die zij aan anderen geven. Want zo bidden zij niet alleen voor zichzelf, maar hun raakt ook de toestand van anderen voor wie zij genegenheid hebben en daarom willen en wensen zij, dat het hun wèl moge gaan, ook na hun afscheid. Deze zegeningen zijn van zeer oude tijden aangewend en hoeveel werk zij daarvan maakten, hoeveel zij daaraan hechten of zij gezegend waren of niet, toont Ezau met zijn voorbeeld, toen hij hoorde, dat zijn broeder voor hem de zegen ontvangen had: hij schreeuwde met een bittere schreeuw gans zeer (Gen. 27 : 34 vv). Jakob riep al zijn zonen samen en zegende hen, eer hij stierf: de zegeningen van uw vader gaan te boven de zegeningen van zijn voorvaderen tot aan het einde van de eeuwige heuvelen (Gen. 49 : 26 vv.). Ook zegende hij Jozelfs zonen Manasse en Efraïm (Gen. 48 : 1 w.) Insgelijks deed Mozes, van wie staat geschreven: Dit nu is de zegen waarmede Mozes, de man Gods, de kinderen Israels gezegend heeft voor zijn dood (Deut. 32 : 1 vv.) Eveneens Jozua, zoals in het laatst van zijn boek staat (Jozua 24). Zo ook deed David aan Salomo, als zijn dagen nabij waren, dat hij sterven zoude (1 Kon. 2:1). Het heeft een bijzondere kracht zo gezegend te worden en het maakt een diepe indruk op het hart van de kinderen. Het zijn voorbiddingen, die bij God zeer krach­tig zijn. David hecht daar veel waarde aan, als hij de rechtvaardige, die hem vermanen zou dit uit dankbaarheid belooft die hem weder vergolden zal worden: want nog - zal mijn gebed voor hen zijn in hun tegenspoeden (Ps. 141 : 5). Zoveel betekent het voor iemand te bidden, inzonderheid als dat geschiedt door ouders voor hun kinderen in hun laatste ure. Ook is de vloek van de ouders dan zeer krachtig, zoals blijkt bij Noach, als hij zijn zoon vervloekt, maar Sem zegent. Vervloekt zij Kanaan; een knecht der knechten zij hij zijn broederen; voorts zeide hij: Gezegend zij de Here, de God van Sem en Kanaan zei hem tot een knecht (Gen. 9 : 25, 26). De Joden ziet men in deze tijd daarvan veel werk maken, zodat hun kinderen in de synagogen naar de ouden en aanzienlijke lieden lopen, met de vraag om door hen te worden gezegend. En bij de Engelsen placht het gewoonte te zijn, dat de kinderen eer zij des morgens het huis verlieten, bij hun ouders kwamen om van hen gezegend te worden. Voorwaar, daar zit meer in, dan men gewoonlijk denkt, in het bijzonder van zijn ouders gezegend of vervloekt te worden. Zoals de profeet beschrijft, dat dit iemands straf zal zijn, dat wie voorbijgaan niet zullen zeggen: de zegen des Heren zij bij u. Wij zegenen ulieden in de naam des Heren (Ps. 129 : 8). Van Emmelia, de moeder van Basilius, verhaalt de geschiedenis, hoe zij bij haar sterven haar kinderen eerst zegende. Haar beide kinderen — de oudste en de jongste, zij had er tien gehad — raakte zij met haar hand aan en beval hen zo Gode: „O, Here, U geef ik de eersteling en de tiende van mijn schoot; de eersteling is deze mijn dochter en de tiende, deze mijn zoon; U komen zij beide krachtens de wet toe; zij zijn uw giften. Laat dan over deze eerste en over deze tiende Uw heiliging komen; in gedurig gebed haar zoon en dochter aanduidende. Zo eindigde zij haar leven en haar zegen.

Maar van de verscheidene zegeningen, waarmede de een de ander bij een sterfbed gezegend is, heb ik geen ontroerender gelezen dan het afscheid van de martelaar Roland Taylor in Engeland, die gedood werd onder de regering van koningin Maria, anno 1555. Nadat hij in de gevangenis met zijn vrouw, zijn zoon en zijn knecht Jan Hul, voor het laatst gegeten had, wendde hij zich tot zijn zoon Thomas en zei de: Lieve zoon, de almachtige God zegene u en geve Zijn H. Geest om een waarachtig dienstknecht des Heren te zijn, om Zijn woord te leren en standvastig bij Zijn waarheid te blijven uw leven lang. Mijn zoon, zie toe, dat gij God vreest. Vlied alle zonde en slecht leven; wees deugdzaam, dien God met dagelijks bidden en lezen. Zorg vooral, dat gij uw moeder gehoorzaam zijt, haar bemint en dient; word van haar geregeerd in uw jeugd en volg altijd haar, goede raad. Wacht u voor slecht gezelschap van jogenlieden, die God niet vrezen en hun onreine lusten en ijdele begeerten volgen. Vlied hoererij en alle onrein leven, bedenkende, dat ik, uw vader, sterf, verdedigende het heilige huwelijk. Als God u zal zegenen, bemin en help ook de armen en acht het uw grootste rijkdom rijk te zijn in aalmoezen; en als uw moeder oud zal zijn, verlaat haar dan niet, maar verzorg haar naar uw vermogen, en zie toe, dat zij niet tekort komt, want zo zal God u zegenen en lang leven en voorspoed op aarde geven, en ik bid God, dat Hij u dat geve. En zich toen tot zijn vrouw wendende zeide hij: Liefste vrouw, volhard in de vreze en in de liefde Gods, bewaar uzelf onbesmet voor de paapse afgoderij en zijn bijgeloof. Ik ben aan u getrouw geweest en gij aan mij; daarom bid ik God, dat Hij u belone en twijfel er niet aan, liefste vrouw. God zal het u belonen. Daarna hen kussende, scheidde hij en hij gaf aan zijn vrouw en zijn zoon een boek, Waarin hij aan het eind zijn testament had geschreven: ik zeg aan mijn vrouw en mijn kinderen — want zijn vrouw was in die dagen zwanger — de Here heeft u mij gegeven, de Here heeft mij ook van u genomen en u van mij; de naam des Heren zij gezegend. Ik geloof, dat zij zalig zijn, die in den Here sterven. God zorgt voor mussen en voor de haren onzes hoofds. Ik heb Hem altijd getrouwer en gunstiger gevonden dan enige vader of man is. Vertrouwt daarom op Hem door de verdienste onzes lieven Zaligmakers Christus; gelooft, bemint, vreest en gehoorzaamt Hem, want hij belooft te helpen. Meent niet, dat ik dood ben, want ik zal zeker leven en nooit sterven. Ik ga voor en gij zult volgen naar ons eeuwige huis. Ik ga naar mijn andere kinderen, Susanna, Joris, Ellen, Robert en Zacharia, en ik heb u de Almachtige bevolen. De Here geve ieder zijn goede en heilige Geest, toename in wijsheid, genade om de boze wereld te verachten, hartelijk te verlangen om bij God te zijn en bij het hemelse gezelschap door Jezus Christus onze enige Middelaar, voorspreker, gerechtigheid, leven, heiligheid en hoop. Amen, Amen. Bidt, bidt. Roland Taylor hier vandaan scheidende in vaste hoop, zonder enige twijfel aan mijn zaligheid. Ik dank God mijn hemelse Vader, door Christus Jezus, mijn zekere zaligmaker. Amen, de 5de februari anno 1555.

Om niet te spreken van martelaar Thomas Haukes en zijn zegen in een andere brief aan zijn vrouw, waarvan Fox verhaalt in zijn martelaarsboek en van de brief van Johan Bradford aan zijn moeder. En dit alles dient om ons het gebruik en de billijkheid en de stichtelijkheid der zegeningen waardoor de een de ander zijn genegenheid en zorgvuldige voorbeden betoont, vooral de stervenden tegenover hen die in het leven achterblijven.

No. 10

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EUTHANASIA DOOR JOHANNES HOORNBEEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's