ENIGE OPMERKINGEN OVER HET
Heilig Avondmaal
TWEEDE STUK.
Ja het is een groot voorrecht als een mens gelooft. Het geloof toch is onmisbaar om de Heere te behagen. Het is — 2 Petrus 1:1 — een dierbaar geloof. Dat betekent niet, dat de daad des geloofs op zichzelf zo dierbaar is. De Schrift verheerlijkt nooit enige daad van ons. Het Woord waarop het geloof zich richt en de Christus, die in het geloof wordt gekend, is dierbaar. Maar nu wordt het ware geloof bestreden. Gij kent wel, nietwaar, het schone boek van Bunyan: „De Christenreis". Daar wordt ons verteld, dat Christen in het huis van Uitlegger kwam. Daar werd hij naar een plaats gebracht, waar een gloeiend haardvuur tegen één van de muren brandde. Een man stond naast het vuur en wierp er onophoudelijk emmers water in. Als Christen naar de betekenis van dit gezicht vraagt, krijgt hij ten antwoord, dat dit vuur ziet op het werk der genade, dat God werkt in een mensenhart. Die er water op giet om de vlammen uit te blussen is de duivel. Ja dat doet de duivel. Hij wil Gods kinderen uit de hand des Heeren rukken en Gods werk te niet maken.
Lees de Bijbel, zie naar eigen hart en gij ziet hem voortdurend in de weer. Hij verdraagt het niet, dat een mens schuilt in de Naam des Heeren, dat hij wandelt in de weg des Heeren. Het geloof kan zeer ver weg zijn. Het kan kwijnen en gij ziet geen vonk meer glinsteren. Ziet, daar ligt Elia onder de jeneverboom. Hij klaagt het uit: „Neem nu Heere mijne ziel". Zie, daar bedrijft David, de man naar Gods hart, de zonde met Bathseba. Daar bevindt zich Petrus in het paleis van Kajafas. Hij zegt tot driemaal toe, dat hij de Mens niet kent. En al de discipelen van de Heere Jezus, die waanden, dat zij wel voor de Heere konden sterven, laten Hem alleen staan. Zij gaan op de vlucht. Van hun beloften komt niets terecht. Zij worden geschud in de zeef van de Satan. De duivel werpt water in het vuur, dat vroeger zo schoon heeft gebrand. Zij waren er zelf onder de indruk van. Zeer zeker zijn er onder onze lezers, die daarvan weten. In zulke tijden kimt gij u niet troosten met een stukje dogmatiek. Gij kunt niet gaan redeneren: „Er is een volharding der heiligen. Dus komt alles goed". Dat is wel waar. Dat is gelukkig waar. Niemand zal ze uit de hand des Heeren rukken. Gods roeping en genadegiften zijn onberouwelijk. Maar wie gelooft dat? Wie kan daarmede werken als hij in het duister zit?
Het is genade als gij tot het geloof komt. Het is niet minder genade als het geloof blijft geloven. Daar zorgt Christus voor. Hij houdt Zijn werk in stand. Hij laat niet varen wat Zijn hand begon.
Hij zegt aangaande de schapen van Zijn weide, dat niemand ze uit die hand zal rukken. Dat is aan de Christen in het huis van de Uitlegger wel duidelijk gemaakt. Hij wordt daar getroffen door het wonderlijk gezicht, dat hoe meer water in het vuur werd geworpen, des te hoger laaiden de vlammen op. Hoe dat komt wordt hem duidelijk als hij wordt medegenomen naar de andere kant van de muur. Daar staat een man met een kan olie in zijn hand. Uit die kan laat hij steeds door, maar ongemerkt, druppels olie in het vuur vallen, zodat het niet uitgeblust kan worden. Straks zegt Uitlegger het aan Christen: „Deze man is Christus. Met de olie van Zijn genade houdt Hij voortdurend het eenmaal begonnen werk in de harten van Zijn kinderen in stand. Wat de Satan ook doet, Christus voedt de vlam in het hart, zodat zij nimmer zal doven. Het is de Heere Jezus, die er voor zorgt, dat de poorten der hel Zijne Gemeente niet zullen overweldigen. Die er voor zorgt, dat Zijn volk van Hem blijft. Het schaap, dat Hem toebehoort kan ver van de kudde zwerven. Het kan door de wolf worden gewond, niemand van degenen, die Hem de Vader gaf, zal uit Zijn hand vallen. Simon, Simon, ziet de Satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe; maar Ik heb voor ulieden gebeden, dat uw geloof niet ophoude. Het heil der Kerk ligt in de grote Ik, die hier aan het woord is. Hij heeft geleden. Hij is gestorven, de Vader heeft op Pasen Zijn werk goedgekeurd. Hij is opgevaren ten hemel en Hij zit in de troon ter rechterhand Gods des Almachtige Vaders. Al Zijn heerlijkheid is voor Zijn volk. Sterker dan het be geren van de Satan is het begeren van Christus. Hij wil, dat Zijn schapen het léven hebben en overvloed hebben. Hij wil, dat zij Zijn gemeenschap genieten en daarom komt Hij steeds weer tot hen. Hij maakt hun banden stuk. Hij trekt hen steeds weer tot Zich. Hij maakt onder alle omstandigheden de Naam waar, die Hij draagt: Jezus. Dat is Degene, die Zijn volk zalig maakt van hunne zonden. Hij verwerft de zaligheid. Hij past de zaligheid toe door de Heilige Geest. Hij bewaart Zijn volk ook bij de zaligheid. Neen wij maken ons niet schuldig aan Christomonisme als wij zo over de Heere Jezus spreken. Ik weet wel, dat dat eenzijdig over Christus denken en spreken veel voorkomt. Maar het is toch waar, dat Christus het levende Middelpunt is van de Raad des heils. Van de Schrift en ds. I. Kievit heeft op de vele contios, die hij gehouden heeft er steeds weer op gewezen, dat wij toch trinitarisch moeten denken en spreken. Over de Heere Jezus kunnen wij niet spreken zonder tevens te spreken over de Vader die Hem zond, en de Heilige Geest.
Het is toch naar de Schriften als wij belijden en prediken, dat Hij Zijn volk nagaat als het van Hem afdwaalt. Dat Hij steeds weer olie werpt in het vuur, dat dreigt te kwijnen. Hij verkwikt ter goeder uur. Hoort Hij spreekt Elia aan: „Sta op en eet, want de weg zou voor u te veel zijn". Dat doet Hij door de prediking van het Woord. Door de belofte van het Woord en door de bedreiging en de tuchtiging. Want het is zo, dat niet alleen de wereld de bedreiging van het Woord nodig heeft, Gods eigen volk kan er niet buiten. Dat Woord slaat hen neer en het richt hen op. Hoe nodig is het daarom, dat Gods kinderen ook in de donkere en benauwde uren van het leven steeds weer opgaan naar de plaats waar het Woord recht wordt gepredikt. Het komt vaak voor, dat Gods kinderen, als zij de moed verloren hebben, en zij liggen onder de jeneverboom niet durven opstaan om te gaan naar het huis des gebeds. Dat is onjuist. Juist dan dient gij naar de kerk te gaan.
De Heere Jezus herstelt het ingezonken leven van Zijn volk ook door de viering van het Heilig Avondmaal. Er zijn zeer zeker lezers, die na de viering van het Avondmaal weer kracht ontvingen om verder te gaan. Daar staat de vermoeide en teleurgestelde Elia op en Hij gaat veertig dagen en nachten door de woestijn, door de kracht van deze spijs, totdat hij staat op de berg Gods. Op Horeb. Het werd waar: „Zij werden daag'lijks begenadigd: met manna, hemels brood verzadigd".
Het kind Gods, dat ingezonken leeft kan niet buiten het Avondmaal. Daar moeten wij het van hebben, zo zeggen zij het wel eens, van de prediking des Woords en van het Heilig Avondmaal. Als wij zo over het Avondmaal van de Heere Jezus denken en spreken houden wij het uit de wettische sfeer. Daar wordt het, helaas, in onze tijd door velen in gezet. Velen, die niet gaan, doen dat omdat zij dat en dat niet — nog niet — volbrengen. Anderen, die wel gaan en graag hebben dat anderen gaan, leven ook alleen in de sfeer van de Wet. Als je niet gaat ben je niet gehoorzaam. Als je niet gaat, dan ben je geen Christen. Zo wordt de zweep er op gelegd en dan zijn er kinderen des Heeren bedroefd. Dat zij Christen zijn, ach daar hebben zij zich nooit op kunnen laten voorstaan. Want wie zijn zij ? Zij dragen de naam van Lo-Ammi. O, dat zij de prediking van Christus gerechtigheid hadden gehoord, dan hadden zij moed gekregen. Maar nu hebben zij nog eens weer vernomen, wat de duivel al zo vaak had gezegd, dat het voor hen zeker niet kan. Zou het niet beter zijn de ellendigen des volks te troosten door hen te wijzen op de eeuwige ontferming van de Goede Herder, die niet alleen in de prediking van het Woord, maar ook door de bediening van het Avondmaal de zondaren ontvangt en met hen eet.
Arnemuiden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's