De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE DORDTSE LEERREGELS

HOOFDSTUK V, ARTIKEL 5

10 minuten leestijd

Met zodanige grove zonden vertoornen zij God zeer, vervallen in schuld des doods, bedroeven de Heilige Geest, verbreken voor een tijd de oefening des geloofs, verwonden zwaarlijk hun consciëntie en verliezen somwijlen voor een tijd het gevoel der genade; totdat hun, wanneer zij door ernstige boetvaardigheid op de weg wederkeren, het vaderlijk aanschijn opnieuw verschijnt.

Wanneer je uitverkoren bent, geeft het niet wat je doet: je wordt toch zalig. In deze geest wordt nog wel eens gesproken. Helemaal juist is het niet. Gods uitverkorenen worden zalig in een weg van willen en werken en strijden en lijden, zodat het lijkt alsof ze alles zelf moeten doen. Het is daarom ook niet zo, dat God hun zonde over het hoofd ziet. In het vorige artikel is beleden, dat Gods kinderen zelfs wel in zware zonden kunnen vallen. Daar is dus geen bewaring voor de zonde, wèl voor het verloren gaan. Maar hebben deze zonden geen gevolgen voor Gods kinderen ? Hoewel des Heeren uitverkorenen er niet om verloren gaan, hebben hun zonden zware gevolgen.

Gods kinderen vertoornen God met hun zonden. Zijn ze dan even ver als de ongelovigen ? Neen, want Gods kinderen, die Christus met een waar geloof hebben aangenomen en door dat geloof in de Heere Jezus zijn ingelijfd, vallen niet uit het kindschap. Zij zijn van staat veranderd en dat wordt niet meer ongedaan gemaakt. Eertijds waren zij duisternis, toen waren ze buiten Christus, maar nu zijn zij licht, want nu zijn ze in de Heere Jezus. Dat is een gevolg hiervan, dat Gods uitverkorene ertoe gebracht wordt, dat hij door het geloof Christus omhelst. Het voorwerp van het geloof is immers niet een leer en ook niet eenvoudig een boodschap, maar in deze boodschap een Persoon en Zijn werk. Daarom betekent het zaligmakend geloof niet alleen, dat men een boodschap, een getuigenis leert kennen en tot deze kennis in 'n persoonlijke betrekking komt, maar minstens zozeer, dat men in een persoonlijke betrekking komt tot Jezus Christus, die in het Evangeliewoord bedoeld is. In de kennis van het geloof wordt de gemeenschap met de gekende Christus verwerkelijkt. In het geloof aan onze Heere Jezus Christus, die in het Evangelie verkondigd wordt, komt de gelovige tot gemeenschap met Jezus Christus, tot een nauwe eenheid met Hem, tot inlijving in Hem en tot een deelhebben aan het heil, dat Hij verworven heeft. Calvijn tekent dan ook bij 1 Joh. 5 : 20, waar gesproken wordt van een zijn in de Waarheid, aan: „Door dit Woord toont hij van welke kracht deze kennis is .... te weten, dat wij door haar in Christus zijn ingelijfd en één met God gemaakt. Want zij heeft een levende wortel en is op 't diepst geplant in onze harten, hetgeen maakt dat God in ons leeft en wij in Hem". Zodra als wij Christus door het geloof aannemen, zoals Hij zich in het Evangelie aanbiedt, worden wij in waarheid Zijn leden. Wij gaan dus uit onszelf over in Christus. Dan gaan we uit de staat der natuur en der overtuiging over in de staat der genade. Dan is de zonde geremd en getemd. Het is ook een gebeurtenis in het leven van een mens. Luther is daar een sprekend voorbeeld van. Het komen tot het geloof in Christus is een gebeurtenis in zijn leven, gelijk het voor Paulus en voor de stokbewaarder en voor Augustinus en voor de 3000 van de eerste Pinksterdag een gebeurtenis was, die hun leven verdeelde in een tijd van duisternis en een tijd van licht. Luther heeft het met deze woorden beschreven: „Toen begon ik te begrijpen, dat de rechtvaardigheid Gods, die rechtvaardigheid was, op grond waarvan de rechtvaardige leeft van Gods geschenk, nl. uit het geloof ... Nu gevoelde ik mij terstond herboren en door geopende poorten het paradijs zelf binnengaan". Op zulke ogenblikken is de zonde ver weg. Dan lijkt het wel voor eeuwig vrede te zullen zijn tussen God en mens. Men is bevrijd en leeft in het licht. Bunyan laat Hoop zeggen: „Uit al deze woorden werd het mij duidelijk, dat ik de ware gerechtigheid in Zijn persoon en de vergeving in Zijn bloed moest zoeken. En ik geloofde, dat alles wat Hij gedaan had om de wet Gods te vervullen en de vloek te dragen, niet was geweest voor Hemzelf, maar voor degenen, die door het geloof Zijn verdiensten zouden aannemen. En toen vloeide mijn hart over van blijdschap, mijn ogen van tranen. De diepste roerselen van mijn ziel werden door Jezus' liefde gelokt om voortaan voor Hem te leven en niets anders meer te beminnen dan Zijn Naam, Zijn volk en Zijn wegen .... Nu wilde ik in heiligheid des levens gaan wandelen. De begeerte ontwaakte in mij om iets te mogen doen ter ere van Hem, die mij zo uitnemend had liefgehad. Ja, al had ik op dat ogenblik duizend levens te verliezen gehad, ik zou ze gaarne als een offer der dankbaarheid mijn God en Koning hebben toegewijd".

Op zulke tijden is de zonde ver. Doch zulke tijden blijven niet. Soms vrij spoedig dringt de duivel ook dit paradijs binnen. Niet altijd met grote zonden. Maar God is een zeer heilig God en ook de ogenschijnlijk kleine overtredingen zijn kwaad in Zijn ogen. Hoe reageert de heilige Vader dan? Kunnen we dan uitgaan van de een­ maal geschonken vergeving, die in beginsel alle verleden en toekomende zonden omvat ? Zijn die kleine en mogelijk grotere ongerechtigheden te verwaarlozen ? Volstrekt niet. God de Vader reageert met ongenoegen. Dat hoeft de mens nog niet direct te merken, maar lang duurt het niet of de vreugde des heils vermindert. Kan men zich dan helpen met de gedachte, dat in Christus toch een volkomen verzoening is aangebracht en dat een christen altijd maar moet danken en blij zijn? Onder de „lichte" predikers wordt het zo wel voorgesteld, meen ik, maar het is gewoon een goedkoop maken van de genade. Gods kinderen ervaren het anders. De nieuwe zonde kan alleen worden weggedaan in de weg der boetvaardigheid : schuldbelijdenis, droefheid over de zonde, hernieuwde afkeer van de zonde.

Is de gelovige, die zondigt, dan weer in dezelfde staat als tevoren ? Neen, hij blijft in de staat van het kindschap. Daarom wordt hij niet getroffen door de Rechterlijke toorn Gods, doch wel door de Vaderlijke toorn. Natuurlijk varieert deze van een klein ongenoegen en een duisternis in de ziel tot een zware toorn. De voorbeelden in de Schrift zijn vele. Hoe kwam Gods ongenoegen over Israël door de diefstal van Achan. Hoe zwaar werden Ananias en Saffira gestraft. Daaruit volgt een heel belangrijk stuk. De gelovige kan niet zelf over de genade in Christus beschikken. Het daadwerkelijke geloof in Christus moet hem telkens weer gegeven worden. Als de zonde hem benauwt, moet hij opnieuw roepen uit de diepte en wachten op de openbaring van Gods genade. De gelovige behoudt zijn vlees, afgezien van de verzoeking van de duivel, die er niet minder is. Van de zijde van onze eigen begeerte èn van de zijde van de verzoeker doemen allerlei duistere mogelijkheden op en er is geen christen, die niet dagelijks zondigt. Voorts wandelt men soms op een schadelijke weg en ook is er de mogelijkheid van een diepe val. Het enige wat niet mogelijk is, is dit, dat God Zijn kind zou verstoten en geheel overgeven aan de zonde. Dit is een geweldig iets, maar sluit de toorn Gods niet uit. Daarom leeft een christen niet altijd in de blijdschap, maar gebeurt het meermalen, dat hij kreunt van droefheid, want hij kan zelf de toom Gods niet wegnemen.

Wat is dan de weg ? Zich in droefheid en met berouw buigen onder het ongenoegen Gods en het recht des Heeren erkennen om ons, ook na ontvangen genade, voor eeuwig te verstoten. Gods volk is geen ruiker kunstbloemen, die zo nu en dan eens afgestoft moeten worden en misschien met een beetje was blinkende gemaakt. Gods volk bestaat uit levende bloemen, die verslappen en verdorren en door een wonder van Gods genade toch niet sterven, maar opleven. Op de achtergrond van het christenleven staat Gods eeuwige liefde, die niet verandert. Maar op de voorgrond is de verzoeking en de zonde en de toom Gods en de diepe ellende van de mens en de openbaring van onze grote verdorvenheid, zodat men haast niets anders meer kan denken dan: de Heere heeft mij verlaten. Het blijft een strijden, een fel strijden om in te gasm door de enge poort. Daar moet veel geroepen worden uit de diepte, veel ten bloede toe de zonde tegengestaan worden, veel droefheid uitgeweend worden, zal de volharding der heiligen werkelijkheid worden. Het wordt op die wijze niet verdiend, maar het is wel de weg, waarin de christen bij de genade bewaard wordt. Zowel de lichte en gemakkelijke voorstellingen aangaande het komen tot Christus, als die aangaande het blijven bij Christus zijn foutief. Zij houden niet voldoende rekening met de diepe verdorvenheid van de wedergeborene, noch met de heiligheid en rechtvaardigheid Gods, die zich uit in Zijn ongenoegen en toorn.

Wij zondigen niet goedkoop. God vertoornt zich over onze zonden. In 1 Kron. 21 lezen we, dat David het volk telde. Dan staat er: „En deze zaak was kwaad in de ogen Gods, daarom sloeg Hij Israël". Het kan wezen, dat onze zonde alleen een gevoel van het ongenoegen Gods in ons tot gevolg heeft. Het andere is ook mogelijk, dat straffen van buiten ons treffen. Bij die volkstelling van David, die kwaad was in de ogen des Heeren, is nog een bijzondere zaak. Daar was al een toom van God tegen Israël en deze toorn ging verder doordat David er toe werd gebracht Israël te tellen. Dat is een heel ingewikkelde kwestie, die, naar ik meen, voor ons onderwerp dit oplevert: dat zonde ook een straf op vorige zonde kan wezen. Dit is de vloek van de boze daad, dat er steeds meer boze daden uit ontstaan. God straft zonde met neiging en drift tot nieuwe zonde. Blijkens 1 Kon. 21 gebruikt Hij ook de duivel om aan te zetten tot zonde. Gods toorn is echter altijd om onze schuld en nooit zonder rede of willekeurig. Dat laatste wil men tegenwoordig nog wel eens stellen. Reeds na de eerste wereldoorlog kwam er verzet tegen het rationalistische Godsbeeld. Deze Godsvoorstelling spreekt alleen maar van liefde, zachtmoedigheid en verdraagzaamheid en weet niet van gerechtigheid en toorn Gods. Maar de bestrijders hiervan sloegen naar een ander uiterste over. Zij stelden dat Gods toorn niets met zedelijke eigenschappen te maken heeft, maar op raadselachtige wijze ontbrandt en willekeurig is. Wij stellen ons tegenover iedere voorstelling, die de relatie tussen schuld en toorn wegdenkt of verzwakt. In het Oude Testament wordt veel over de toorn en de straf Gods gesproken, maar altijd als een gevolg van de zonde der mensen. Gods heiligheid ontbrandt niet raadselachtig en zonder aanleiding, maar Israels miskenning van Gods gerechtigheid en heiligheid roept de toom des Almachtigen op. Gods gericht en genade zijn op elkaar betrokken. Als daarom David in moeite en druk neerzit, roept hij uit: „Tegen U, U alleen heb ik gezondigd en gedaan dat kwaad was in Uw oog". Hieruit volgt, dat het leven van een christen nooit een aaneenschakeling van vreugde en blijdschap kan wezen, omdat altijd de zonde weer opduikt en daarmee de verberging van Gods aangezicht. Sommigen zeggen: ja maar.

wij weten toch, dat we een Heiland hebben. Maar dan vergeten zij, dat zij over deze Heiland niet de beschikking hebben. De zonde wekt Gods toorn op en de genade van Christus kan alleen onze blijdschap zijn, als deze Christus ons weer tot verzoening geschonken wordt. Daarom bidt de Kerk, die lijdt onder de toorn Gods: „Och werd ik tot de openbaring van Christus en van Uw genade en goedertierenheid weer geleid". Anders blijft het gevoel van de toorn. Wij hebben de genade niet in onze hand, maar vaak het ongenoegen Gods in ons hart.

Zo leeft een christen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's