De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE DRIEËENHEID

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE DRIEËENHEID

7 minuten leestijd

Bij de tweede Persoon ging de strijd over de Godheid. Over Zijn persoonlijkheid heeft men niet getwist. Die stond vast, maar Zijn Godheid van eeuwigheid werd een punt van strijd.

Bij de Heilige Geest, de derde Persoon, was dit juist niet het geval. Hier liep de strijd over de Persoonlijkheid. Men beschouwde de Heilige Geest als een kracht Gods.

De uitstorting van de Heilige Geest heeft mogelijk ook medegewerkt tot nadere kennis van de Heilige Geest. Aanvankelijk werd die Geest beschouwd als de Geest, die had gewerkt in de profeten, die de Christus had toegerust en de apostelen had bekwaamd; maar men dacht niet aan de verlichtende en onderwijzende werking van de Heilige Geest in de gelovigen. Later bij dieper inleven van deze dingen beleed de gemeente de Persoonlijkheid en de Godheid van de Heilige Geest en begon zij ook in dit stuk de Heilige Schrift te verstaan. Zij leerde verstaan, dat de Heilige Geest het subjectieve beginsel is van alle heil, van wedergeboorte, geloof, bekering, heiligmaking. Zij werd er aan ontdekt, dat alleen door de Heilige Geest gemeenschap mogelijk is met de Vader en de Zoon.

Daaruit werd ook verstaan, dat de Heilige Geest geen schepsel is. Het schepsel kan geen nieuw leven geven, kan geen gemeenschap stichten tussen God en mens. De Heilige Geest is even nauw aan de Zoon verbonden als de Zoon aan de Vader. Hij is God van eeuwigheid met de Vader en de Zoon. Dit wil niet zeggen, dat de Heilige Geest zoiets als de Zoon van de Zoon zou zijn. Hij gaat uit van de Vader en van de Zoon.

Deze interne verhoudingen der drie Personen in het goddelijk wezen, treden ook naar buiten, m.a.w. in de Godsopenbaring en in de werken Gods. Alle werken Gods, die naar buiten treden, zijn werken van de drie Personen. Het is wel dezelfde God, in de schepping en de herschepping, de enige God, maar de enige God in Zijn drieënig Wezen. Het is n.l. zó, dat de Vader is de Auteur, uit Wien alle dingen zijn. De oorsprong van alle dingen ligt in de Vader. Uit Hem zijn alle dingen. Zij vloeien niet uit Hem voort als uit een onwetende en onbewuste bron, maar Hij is de welbewuste Schepper van alle dingen. Hij wil en weet, op een voor ons stervelingen onbegrijpelijke wijze, wat Hij wil.

Maar Hij is Vader. Dat wil zeggen. Hij is nooit zonder de Zoon geweest. En die Zoon is met de Vader één wezen. De Vader en de Zoon zijn voorts nooit zonder de Heilige Geest geweest;

Alzo, al is het, dat alle dingen in de Vader zijn, door de Vader worden bepaald en geschapen, — men zou kunnen zeggen, zodat Hij, de Vader van de Zoon, ook de Vader van de schepping en van de herschepping, de Vader van alle dingen is op aarde en in de hemel, in het verleden, het heden en in de toekomst.

Derhalve kan en mag men aan de Zoon niet toeschrijven, wat des Vaders is, maar de eenheid van Wezen van Vader, Zoon en Heilige Geest, zegt toch, dat de Zoon en de Geest betrokken zijn bij alle werken Gods. Zij zijn van eeuwigheid daarbij betrokken, want zij zijn eeuwig. Er is niet een tijd geweest — bij wijze van spreken —, dat de Vader alleen was zonder de Zoon en zonder de Geest. God, de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, is de eeuwige God.

Alle werken Gods hebben hun oorsprong in de Vader, maar zij bestaan niet zonder de Zoon en de Heilige Geest. Een merkwaardig onderscheid, dat al vroeg de aandacht heeft getrokken, tekent de Heilige Schrift.

Wij lezen in 1 Corinthe 8 : 6 „Nochtans hebben wij énen God, de Vader, uit Wien alle dingen zijn en wij tot Hem; en énen Heere Jezus Christus, door Wien alle dingen zijn, en wij door Hem". Let op het uit Wien en door Wien alle dingen zijn. Dit is een zeer merkwaardige onderscheiding van de Griekse voorzetsels, die gebruikt zijn om dat uit Wien en door Wien te onderscheiden.

Zo ligt de oorsprong aller dingen in de Vader, maar dat sluit niet uit, dat de Zoon en de Heilige Geest bij de schepping en herschepping der wereld betrokken zijn: Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve (d.i. het Woord) is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. (Joh. 1 : 3).

Alle werken Gods naar buiten hebben hun oorsprong of beginsel in God. Dat betekent, dat de drie Personen ieder een eigen plaats innemen in die werken. Men zou kunnen zeggen: Alles gaat uit van de Vader, wordt volbracht door de Zoon en voltooid door de Heilige Geest. Zo is het in de historie wel gezegd en er ligt ook wel wat in, maar wij kunnen het niet verder brengen.

We zouden kunnen spreken van begin, voortzetting en voleindiging, maar men grijpt in al deze uitdrukkingen slechts een gedachte, die er wel in zit, maar die toch weer niet bevredigt.

Voorop staat, dat alle werken Gods naar buiten als de schepping en onderhouding der wereld en ook de werken der herschepping, werken Gods zijn. Dat wil zeggen, werken van de Drie­ enige God, waaraan de drie Personen deel hebben, eerst de Vader, maar ook de Zoon en de Heilige Geest.

Het is de mens geraden voorzichtigheid te betrachten in deze goddelijke dingen, die ons verstand verre te boven gaan. Wij zijn mensen, die in de heerlijkheid van onze oorspronkelijke staat, zelfs verleid werden ons tot God te verheffen — een kwaad, dat nog altoos dreigt en erger dan dat — omdat wij al te menselijk over Hem redeneren.

Nochtans kan het zeer wel een stuk goddelijke openbaring zijn in de werken der schepping en herschepping, dat het getal drie daarin zo grote en opvallende betekenis heeft: drie delen der schepping, hemel, aarde, hetgeen onder de aarde is, drie zonen van Noach als de vaders van drie volkengroepen, die de aarde bevolken, drie patriarchen Abraham, Izak en Jacob, drie delen van de tabernakel, drie hoofdfeesten, drie delen van het Oude Testament, drie jaren van Jezus' openbare werkzaamheid, drie ambten : Koning, Priester en Profeet, drie geliefde discipelen. En zo zou er nog veel meer te noemen zijn, waarop de theologen de aandacht hebben gevestigd, met name in de Middeleeuwen. Ook de filosophen hebben zich in dit opzicht geweerd.

Hoewel we gaarne bekennen, dat de Heere God de kenmerken van Zijn heerlijkheid in Zijn werken heeft uitgedrukt en dat we daarvan meer zouden opmerken, als ons verstand niet door de zonde verduisterd was, kunnen wij toch de nuttigheid van al deze toespelingen en redeneringen niet inzien en sluiten ons gaarne aan bij Calvijn. Hij zegt: „Ik weet waarlijk niet, of het wel goed is om ter uitdrukking van de kracht van dit onderscheid (het gaat over de goddelijke Drieëenheid) gelijkenissen te ontlenen aan menselijke zaken .... Maar het onderscheid, dat wij in de Schrift aangetekend vinden, mogen wij niet verzwijgen. Dat nu is dit, dat de Vader het begin van het werken, en de bron en de springader van alle dingen wordt toegeschreven, de Zoon wijsheid, raad en uitdeling in de werken, die te verrichten zijn; maar aan de Geest wordt de kracht en de werkdadigheid toegekend". (Inst. I. XHL 18).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE DRIEËENHEID

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's