SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING
25
§ 5. KERK EN STAAT, (vervolg).
A. THEORIE
Geef dan de keizer wat des keizers is en Gode wat Gods is. Matth. 22:21
Er is — zoals gezegd — in onze wereld niet één gemeenschap aanwijsbaar, die volkomen beantwoordt aan het ideaaltype van het Koninkrijk Gods.
Een gemeenschap, die gebaseerd is op het massa élite-beginsel, is slechts in één richting gepolariseerd. De spanningen ter plaatse kunnen alle worden herleid op de dipool „gezag-vrijheid".
De spanningen evenwel in een gemeenschap, die gebaseerd is op het gelijkwaardigheidsprincipe, gaan niet slechts terug op de dipool „gezag-vrijheid", maar ook op de dipool „waarheid-recht". Zon gemeenschap is dus in twee, principieel wel van elkander te onderscheiden richtingen gepolariseerd. Met het snijpunt van de corresponderende assen en hun onderlinge stand is de feitelijke toestand ter plaatse gegeven (spanningstoestand met betrekking tot het streefdoel „vrede", resp. het streefdoel „gerechtigheid"). Nochtans verkiezen wij de ene gemeenschap boven de andere! Hoe zit dat nu?
Ons staats- en rechtsbestel weerspiegelt deze figuur: de democratie en de rechtsstaat zijn op de keper beschouwd elkanders fundament, resp. elkanders complement (het feit, dat Vrouwe Justitia geblinddoekt is en het zwaard der gerechtigheid geen vrienden heeft, illustreert de kruisstand van de assen van polarisatio!). De scheiding van de „machten" (polen) — Montesquieu's „trias polica", resp. de scheiding van kerk en staat — garandeert ons de stabiliteit van het geheel met inbegrip dus van de (vrijheids)ruimte, die maximaal beschikbaar is ter voorziening in de persoonlijke en maatschappelijke behoeften aan zelfontplooiing.
De praktijk van eerstgenoemd principe zien wij het duidelijkst in een communistisch geregeerd land, waar als adagium geldt: „die Partei hat immer recht" (Lenin). Hetgeen dus inhoudt, dat het gezag aldaar uitmaakt, wat nu in een gegeven geval waar is en onwaar, recht en onrecht, heilig en onheilig, rein en onrein.
Evenwicht van krachten is er niet denkbaar vanwege o.a. de identiteit van „kerk" (C. P.) en staat (samenvallende assen van polarisatie, ontbrekend snijpunt!), als hiervoor besproken (bijdrage XXI): de- en restalinisaties springen er voortdurend haasje over tussen de beide uitersten (tirannie en anarchie).
Te luider weerklinkt in een land als het onze de roep om verdergaande democtratisering, zo b.v. in kringen van het onderwijs, in het bedrijfsleven, in ons leger, ja waar al niet. Wel een bewijs, hoezeer de mens de vrijheid behoeft om mens te kunnen zijn!
Het is ook geen toeval, dat de roep om meer vrijheid tot dusver de meeste weerklank gevonden heeft in de landen waar de invloed van het calvinisme het grootst is geweest.
Wat wij ook geërfd mogen hebben van Hellas en Rome — en dat is niet weinig! —, het was tenslotte Jeruzalem, waaraan wij het inzicht te danken hebben
a) dat er bij God geen aanneming des persoons is (Rom. 2 : 11, enz.) en dat dus onze wereld voor verbetering vatbaar blijft, zolang ditzelfde beginsel op aarde niet voldoende in praktijk is gebracht en
b) dat de mens een eeuwige bestemming heeft (Pred. 12 : 5) en dat dit niet een zaak is, waarop de staat zou kunnen zeggen: Wat gaat mij dat aan? Een openbaringscultuur laat zich niet straffeloos negeren ! Het feit, dat met name Calvijn de consequenties van dit inzicht met betrekking tot de staat heeft onderkend („Institutie", 4de boek, laatste hoofdstuk) is één van de redenen, dat het calvinisme zo jong blijft!
Het past ons derhalve in het geheel niet ons in laatdunkende termen uit te laten over de verworvenheden van onze cultuur (waarden van het Westen).
Wel is er reden tot doorgaand zelfonderzoek!
Zijn wij wel het toonbeeld van de waarden, die wij heten te bezitten en die wij liefst overal aan de man zouden willen brengen?
Waar is onder ons de dankbaarheid voor hetgeen God ons nog laat?
Zijn wij er altijd wel voldoende van doordrongen dat zulk een rijkdom dure verplichtigen oplegt?
Hoe is namelijk die vierpolige gemeenschapsstructuur, waarop ons staats- en rechtsbestel berust, ontstaan?
De dubbel gepolariseerde gemeenschap is voortgekomen uit de enkel gepolariseerde gemeenschap door bevruchting van buitenaf, en wel door toedoen van de kerk, die voortgaat met ons het Koninkrijk Gods vóór te leven.
Wij zouden dit als volgt kunnen verklaren.
Centrale pool van het Koninkrijk Gods is de Liefde; van spanningen is in het Rijk Gods geen sprake, van polarisatie in deze of gene richting evenmin. Alzijdige harmonie immers is het wezenskenmerk van het Rijk, dat komt.
Karakteristiek voor de vierpolige gemeenschapsstructuur is het feit, dat deze structuur in zoverre gelijkenis vertoont met de éénpolige structuur van het Koninkrijk Gods, dat in het middelpunt daarvan (d.i. in het snijpunt van de beide assen van polarisatie) een vijfde pool kan worden gedacht, t.w. die van de liefde.
Het gelijkwaardigheidsbeginsel toch brengt met zich mee, dat er samenspel is en overleg, deelgenootschap en medeverantwoordelijkheid, met als effect uiteraard, dat zich in elk van beide richtingen van polarisatie middelpuntzoekende i. p. v. middelpuntvliedende krachten zullen gaan openbaren, zodat steeds stabiel evenwicht kan worden verkregen.
In een tweepolig gestructureerde gemeenschap evenwel is zulk een centrale pool absoluut niet denkbaar vanwege de pretenties van het aldaar geldende boven-individuële gezag. Wie garandeert ons in een dergelijke gemeenschap ooit het evenwicht van krachten?
De praktijk wijst dit ook uit: een permanente belangenstrijd is daar het toneel.
Een illustratie hierop biedt ons sociaal Nederland.
Het moet m.i. dan ook alleszins worden toegejuicht, dat de structuur van onze particuliere ondernemingen wordt herzien. Onze arbeiders vragen medezeggenschap, d.w.z. een dubbel i.p.v. een enkel gepolariseerde gemeenschap!
De ideale toestand evenwel blijft voor ons hier op aarde onbereikbaar vanwege de zonde, die telkens weer scheidt en verdeelt, met als gevolg uiteraard, dat een spanningsloze, niet gepolariseerde gemeenschap een utopie is en blijft.
Ik herhaal:
1. Er is onder ons geen gemeenschap denkbaar zonder spanningen.
2. ledere gemeenschap is gepolariseerd, hetzij enkel, hetzij dubbel.
3. De dubbel gepolariseerde gemeenschap benadert het paradijselijk ideaal het dichtst; zij is een verworvenheid, die wij te danken hebben aan de confrontatie van onze wereld met het Evangelie.
Hier nu ontwaren wij iets van de triomf van het Rijk der Genade over dat van de Natuur.
Van zulk een confrontatie plukte in het verleden niet slechts de staat de vruchten, maar ook de kerk, en wel van de weeromstuit. Nog kan die wisselwerking worden opgemerkt!
Hebben wij hiervoor wel altijd voldoende oog?
Ik zou er in dit verband nog eens op willen wijzen, hoe belangrijk die taakscheiding (bijdrage XXII) toch wel is. ledere staat heeft tot taak — een zaak van eigenbelang ook (bijdrage XVIII) — eraan mede te werken, dat heel de aarde bewoonbaar wordt.
De kerk verzuime de dienst des Woords en de bediening der Sacramenten niet, want dat is haar roeping in onze wereld.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's