De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING

(26)

7 minuten leestijd

§ 5. KERK EN STAAT, (vervolg).

A. THEORIE

„Geef dan de keizer wat des keizers is en Gode wat Gods is". (Matth. 22:21).

De vredestaak van de staat, resp. die van de kerk zijn hiermede in beginsel gegeven.

De staat geve zich daarbij voortdurend rekenschap van de ontwikkelingen in onze wereld; daaraan zal hij zich tot op zekere hoogte hebben aan te passen.

De kerk houde vóór alles in gedachten, dat God de Vader de Personificatie is van de Liefde (1 Joh. 4 : 8b), de Centrale Pool van het Koninkrijk Gods, „want uit Hem, door Hem en tot Hem zijn alle dingen" (Rom. 11 : 36a).

De kerk schare zich daartoe achter God de Zoon, Die de Weg is tot de Vader (Joh. 14 : 7), de Maatstaf van de Waarheid (Joh. 14 : 7) zowel als van het Gezag (Col. 2 : 10) en de Vervulling van datgene, waarnaar de schepping reikhalzend uitziet (Rom. 8 : 22, 23): het einde der wet (Rom. 10 : 4), de kroon op het vrijheidsverlangen van Zijn Bruid (Gal. 5 : 1), de Gerechtigheid zowel als de Vrede (Hebr. 7:2). Hij was het. Die alle spanningen in Zich omdroeg!

De kerk stelle zich daartoe open voor God, de Heilige Geest, teneinde bekwaammakende genade te mogen ontvangen om de wereld tot jaloersheid te verwekken, want: „waar de Geest des Heeren is, aldaar is vrijheid" (2 Cor. 3 : 17).

Dat deze vrijheid van een andere orde is dan die welke de staat ons biedt, is duidelijk.

Aan eerstgenoemde vrijheid heeft de mens van nature geen behoefte, laatstgenoemde vrijheid is naar het dan telkens weer heet de inzet van wat onze wereld beroert.

Dit is ook weer een bevestiging van wat wij stelden: kerk en staat hebben elk hun eigen territoir (bijdr. XVIII).

Het is echter tegelijkertijd ook de verklaring van het feit dat er verschil is in karakter tussen een kerkelijke gemeente enerzijds en een burgerlijke gemeente anderzijds; eerstgenoemde gemeente zou een liefdesgemeenschap kunnen worden genoemd, laatstgenoemde gemeente een rechtsgemeenschap.

Voor de kerk zijn alle mensen onderling gelijk; elk hunner past de gestalte van een dienstknecht (Matth. 20 : 25—28).

De structuur van het staatsapparaat daarentegen doet denken aan een pyramide: de gezagshiërarchie vormt zelfs de ruggegraat van heel het apparaat.

De gezagsverhoudingen op het terrein tekenen zich het scherpst af op het moment, dat zich een staatsburger vergrijpt aan het recht van de gemeenschap. Alsdan treedt het gezag tussenbeide in de persoon van b.v. een dienstdoend agent van politie. Deze agent blijkt daji bevoegdheden te bezitten, die de delinquent mist. Hoe duidelijk blijkt hieruit het verschil in positie, terwijl toch beide personen onderworpen zijn aan één en dezelfde gemeenschapsmoraal!

Aan het optreden nu van zo'n agent ligt het voorschrift van Rom. 13 ten grondslag.

Als wij ons in deze op het standpunt stellen, dat slechts de ontfermende Hand van God in staat is de mens ervoor te bewaren, dat hij tot de laagste misdaad vervalt, dan is het m.i. geen vraag meer, of het paulinische vermaan reden van bestaan heeft naast die overbekende leefregel uit Christus' Bergrede: „Alle dingen dan die gij wilt dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo: want dat is de Wet en de Profeten" (Matth. 7 : 12).

De vraag dus, waar het hier ten diepste op aankomt, is deze. Hoe zien wij onszelf in de spiegel van Gods Woord en — zo al begenadigd — in het licht van Zijn Geest? De Schrift laat ons omtrent die werkelijkheid niet in het onzekere (Rom. 3 : 9—18).

Zij, die het voorschrift van Rom. 13 (zie ook 1 Petr. 2 : 13—17, enz.) van zijn altijd en overal geldende kracht zouden willen ontdoen, dwalen:

1. Zij doen afbreuk aan het feit, dat de hoge overheid suo ipse gezag geniet en niet de paladijn is van de z.g. volkswil en nog minder de ober in het staatsrestaurant van de welvaart.

2. Zij miskennen het ware karakter van alle gezag (God is de oorsprong, de bron en de maatstaf daarvan).

3. Zij onderschatten de invloed van het kwaad in onze wereld: het kapitale feit van de zondeval, ons beschreven in Genesis 3, c.q., de totale verdorvenheid van onze natuur (H. C. vraag en antwoord 7).

4. Zij grijpen vooruit op de werkelijkheid van 't Koninkrijk Gods (Matth. 25 : 34).

Introduceren wij hiermede tweeërlei ethiek, de één van toepassing op het gezag (de overheden), de ander van toepassing op degenen, die dat gezeg te gehoorzamen hebben?

Geenszins, dacht ik.

Zou er in ons midden één zinnig Woord gesproken kunnen worden over wat in onze samenleving oorbaar is of niet, als daar niet die „schutting" om ons heen stond? Ik weet uit ervaring wat ons wacht, als de demonen onder ons vrij spel zouden krijgen. Men scherme hier toch niet te gauw met de perversie van ons staats- en rechtsbestel, ons getekend in Op. 13!

Het is dank zij de bestaande rechtsorde in ons land, ons gegarandeerd door de Staat der Nederlanden, dat onze gedragingen nog aan het recht kunnen worden getoetst, inbegrepen ook het gedrag, dat God ons verbiedt in het Zesde Gebod

Van tweeërlei ethiek is in het onderhavige geval in het minst geen sprake, zij het ook dat er verschil is in de wijze, waarop nu die ethiek wordt toegepast. Het ene geval is nu eenmaal het andere niet: als de politie een vluchtende roofmoordenaar neerschiet is dat niet hetzelfde als wanneer een teleurgestelde jongeman zijn ex-verloofde van het leven berooft.

Uit niet één uitspraak van Christus kan m.i. worden afgeleid, dat de hoge overheid zich zou hebben te ontdoen van wat haar positie veilig stelt in een wereld, die van de duiver meer verwacht dan van God, al is zij zich daarvan in het geheel niet bewust.

Het is mede door de aanwezigheid van de zwaardtnacht dier overheid, dat wij vrijelijk met elkander van gedachten kunnen wisselen over een vraagstuk als dat van de kernbewapening, en dat ook de houding van de overheid zelf aan een zedelijk oordeel kan worden onderworpen. Dit laatste is in ons land niet maar een gunst, doch een recht, dank zij nu juist de vierpolige structuur van ons staats- en rechtsbestel!

Om kort te gaan: Wij wensen niet getornd te zien aan het klassiek-reformatorisch getuigenis inzake de autoriteit van Gods Woord (de gezagskwestie ten voeten uit), het volstrekt eigen karakter van het overheidsambt en het absolute onvermogen van de mens zich al klauterende hemelwaarts te begeven.

Eén opmerking nog tot besluit: Een christen in uniform ervaart de polaire spanningen van de gemeenschap, die hij dient, aan den lijve. Pacifisten e.a. deden er m.i. goed aan zich dat eens te realiseren.

Het is immers in het raakvlak van kerk en staat, dat de gebrokenheid van onze wereld het diepst wordt beleefd.

En het is — zoals gezegd (bijdrage XXII) — altijd de enkeling, die dat beleeft, zegge politie-agent A. te B., oud 41 jaar en vader van 3 kinderen, niet dé politie!

Dit gegeven is ook in overeenstemming met wat de Schrift ons leert.

De Heere Jezus richtte Zich één en andermaal tot een Romeins militair, niet tot de Romeinse overheid, althans niet rechtstreeks.

Buitendien meed Hij zoveel mogelijk de schijnwerpers van wat wij nu de publiciteit zouden noemen. Hoe vaak bond Hij de Zijnen niet op het hart geen ruchtbaarheid te geven aan de tekenen, die Hij hun schonk!

Zou dit soms ook nog een les kunnen bevatten voor de kerk van onze dagen ?

Wij stappen hiermede af van de theorie en schakelen over op de praktijk (het B-gedeelte van deze paragraaf).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's