Het Réveil
1
Inleiding. (I)
In de komende maanden zal een serie artikelen over het Réveil in Nederland verschijnen. Dit Réveil zal worden getekend in een aantal van zijn meest sprekende vertegenwoordigers. Dat is de meest gebruikelijke en gewenste methode, die echter niet de enig-mogelijke is. Het zou ook boeiend zijn, het Réveil te tekenen naar zijn „ideeëngeschiedenis", d.w.z. na te gaan, hoe de grote vragen naar God en mens, tijd en eeuwigheid, kerk, ethiek, sociaal leven, politiek en zoveel meer er zijn beantwoord. Dat lijkt niet mogelijk, het is althans geen eenvoudige zaak, omdat het Réveil zo weinig dogmatisch en wijsgerig leeft en zo sterk impulsief en intuïtief. Het schijnt daarom een uitgemaakte zaak te zijn, dat het Réveil geen theologie, geen dogmatiek, geen ethiek enz. kent en enkel maar de vroomheid des harten, het geloof, vooral in zijn betrokkenheid op de Eeuwige en het eeuwige heeft bedoeld. Dat laatste ontkennen we niet, maar het finale woord is daarmee niet ge sproken. Als iemand uit beginsel ondogmatisch, onpolitiek enz. denkt, betekent dat toch wel degelijk, dat men een „dogmatiek" en een politieke leer huldigt, zij het dan met een minteken ervoor en in een andere zin dan de anderen, tegen wie men zich afzet.
We zullen daar in de komende artikelenreeks wel nader van horen. Vooral waar het Bilderdijk en Groen van Prinsterer betreft, maar evengoed als het om Da Costa of Heldring gaat.
Om nu de komende schets van de belangrijkste figuren van het Réveil juist naar de achtergrond van hun bedoelen wat meer samenhang te geven, pogen we hier te tekenen waar ze vandaan komen, waar ze staan en waar ze heen koersen.
Het woord Réveil, van franse afkomst, betekent: ontwaken. Het veronderstelt mensen, die in slaap zijn gevallen, hoewel het zaak was, te waken en over die slapende mensen (christenen) wordt een „réveille" geblazen. Men heeft zeker, toen men dit woord koos, gedacht aan de Efezenbrief: Ontwaakt gij die slaapt en staat op uit de doden en Christus zal over u lichten. Het woord „revéille-blazen", dus: tot opstaan manen, komt uit de militaire sfeer en terecht, want het Réveil, hoe zachtmoedig van karakter, heeft een „heilige oorlog", een „oorlog des Heeren" in haar vaandel geschreven.
Dat franse woord Réveil wijst er ons op, dat voor de geschiedenis van deze beweging het frans-sprekende deel van Zwitserland, vooral het Canton de Vaud, grote betekenis heeft gehad, daarnaast ook Frankrijk zelf. Toch is de Réveil-beweging in die genoemde landen sterk mede bepaald door engelse invloeden, zodat het eigenlijk bevreemdt, dat het franse woord Réveil het heeft gewonnen van de engelse aanduiding „revival" (opwekkingsbeweging), die minstens evengoed past op de beweging in ons land. Intussen zal het wel zó zijn, dat men bij ons meer besef had van de zwitsers-franse afhankelijkheid en minder van de engelse oorsprongen daarvan.
Moeten we nu ons Réveil vooral verklaren uit die frans-zwitserse invloeden ? Ons dunkt, dat dit niet, althans niet ongemengd, het geval mag zijn. Wie. zich uitsluitend of hoofdzakelijk bezint op die genoemde verwantschap, vergeet, dat de Réveil-gedachte, de geestelijke opwekking, het „protest tegen de geest der eeuw", juist in ons land de eeuwen door aan de orde was. Toegegeven, dat hét Réveil in het algemeen zich van die achtergrond weinig bewust was: maar wij, die ons de weelde(? ) kunnen veroorloven haar als voorbij, historisch gebeuren te beschouwen, moeten er toch wel degelijk op wijzen.
Aan de drempel van de Hervorming in ons land treffen we een beweging aan, die men doorgaans noemt: de Moderne Devotie, of wel: de beweging van de Broeders (en zusters) des Gemenen (gemeenschappelijken) Levens. Geert Groote uit Deventer is er, met vele anderen, de drager van; vanuit de IJsselstreek, van Deventer tot Zwolle is deze beweging heel Europa binnengetrokken en betekende (bedoelde) er een „Réveil".
De uitdrukking „moderne" devoten moeten we daarbij goed verstaan; ze betekent volstrekt niet: vrijzinnig, maar integendeel: goed orthodox. Men bedoelt ermee: een devotie, een vroomheid, waaraan onze (geestelijk arme) altijd behoefte heeft, zal ze ontwaken en strijden. Deze Moderne Devotie is dus, zo goed als ons Réveil, een protest tegen de geest van een (geesteloze) eeuw; ze onderscheidt zich van ons Réveil daardoor, dat dit terugroept tot de vrede, die daar is door het bloed des Kruises, terwijl de oude devoten denken aan nieuwe, levender, verbondenheid aan de Roomse Kerk.
De „moderne devoten" doen in veel aan de Réveil-mensen uit de 19e eeuw denken. Het heeft hun hart gegrepen, wel in de wereld te staan, maar niet van de wereld te zijn. Dat betekent een sterke critiek op de cultuur en haar vragen, een sterke eeuwigheidshonger; daar de Kerk zo veel misbruiken kent, is ook de liefde tot de Kerk minstens getemperd. Een sprekend boekje is uit de kring der devoten voortgekomen, n.l. de Navolging van Christus, geschreven door Thomas Hemerken uit de Kempen. Dat boekje heeft in alle eeuwen veel lezers gevonden; stellig was het ook in het Réveil geliefd.
Van bepaalde afhankelijkheid tussen de „moderne devoten" en onze Réveilmensen is geen sprake; op voorgang van prof. De Vrijer verdient het o.i. ook hier aanbeveling, van een analogie te spreken: in soortgelijke omstandigheden komt men tot verwante oplossingen.
Komen we over de grens van de Hervorming heen, dan zou kunnen gesteld worden dat heel de Hervorming een Réveil in het groot is geweest. We werken deze gedachte niet uit en bewaren de aanduiding Réveil voor geestelijk protest- en opwekkingsbewegingen binnen die Hervorming. De Hervorming is breder en rijker dan het Réveil; ze was minder eenzijdig, zodat ze nog leeft, waar het Réveil al wel 100 jaar voorbij is.
De beweging van de Dopers, die in de eerste tijd van de Hervorming zoveel deining veroorzaakte, draagt heel sterk een Réveil-karakter: Luid klinkt het „protest tegen de geest der eeuw"; hard is de critiek op de Kerk; de „gemeente zonder vlek of rimpel" heeft weinig contakt met het bonte wereldleven; de cultuur lokt niet; de politiek ligt onder de ban; de eeuwigheidshonger doet de vragen van de tijd verbleken. Wie de Réveil-vroomheid daarnaast zet, moet wel door de overeenstemming (analogie) getroffen worden, al blijven er heel zeker verschillen. We kunnen anders wel zeggen, dat elke Réveilbeweging iets „dopers" aan zich pleegt te hebben; dat maakt er de stootkracht van uit, die intussen niet zonder zwakheid is.
De Nadere Reformatie, het gereformeerde piëtisme, is al heel duidelijk weer een „analogie" van het Réveil. Elk Réveil legt nadruk op de heiliging en heiligheid, op persoonlijk geloof en persoonlijke vroomheid. Dat heeft de Nadere Reformatie, vanaf Taffun en de Teelinck's dan ook met kracht gedaan. Alweer klinkt het „protest tegen de geest van een (verwereldlijkte) eeuw"; opnieuw wordt een levenslustig, losbandig volk voorgehouden, dat het niet gaat om eten, drinken, vrolijkheid en dan maar sterven, maar om een „aandoen" van de Here Jezus Christus en een doden van het vlees met zijn begeerlijkheden. De Nadere Reformatie is evenmin als alle Réveils ontsnapt aan het gevaar, om al te heilig en al te vroom te willen zijn, zoals Kohlbrugge dat aan het Réveil van zijn dagen zo krachtig heeft betuigd.
Nog één analogie: in de 18e eeuw is er nog een golf van opwekking door Europa gegaan. Het was in Schotland zeer krachtig; de bekende Erskine's hebben ermee te maken; in ons land zien we het in tal van plaatsen optreden. Wel het meest geruchtmakend is de „Nijkerkse beweging". Daar komen velen tot diep zondebesef, tot een verlaten van een werelds leven, tot een rusten en roemen in de gekruiste Christus en Zijn Geest. Merkwaardig, dat men die beweging, die maar ± een halve eeuw vóór ons Reveil is opgetreden, zo vaak vergeten is, als men van het Réveil sprak.
Vatten we samen, dan zeggen we : de geestelijke opwekking, die in het begin van de vorige eeuw in ons land opkwam (en helaas weer neerging) kwam niet uit de lucht vallen, hoezeer we haar willen verstaan als een gave van de Heilige Geest. Ze heeft engelsfranse bronnen; maar ze heeft in ons eigen land veelvuldige voorbereidingen en analogiën. Het is goed, bij de bespreking van een beweging, die zich, met dank aan God, nederlands wist, aan die nederlandse eerdere bewegingen te herinneren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's