De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE CATECHISMUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE CATECHISMUS

20

7 minuten leestijd

Moedwillige verlating

Vraag en antwoord 9.

Vr. Doet dan God de mens niet onrecht, dat Hij in Zijn wet van hem eist, wat hij niet doen kan?

A. Neen, want God heeft de mens alzo geschapen, dat hij dat kon doen maar de mens heeft zichzelf en al zijn nakomelingen, door het ingeven van de duivel en door moedwillige ongehoorzaamheid, van deze gaven beroofd.

Het menselijk geslacht vormt eeneenheid, en de werkelijkheid er van dringt zich aan ons in het leven op. In volle diepte worden we ons dit verband met het menselijk geslacht echter eerst bewust als door Woord en Geest ons de betrekking van ons tot Adam als ons bondshoofd en onze vader ontdekt wordt.

We stonden er in het vorige artikel bij stil, dat dan de zondaar in alle klaarte beseft, dat hij direkt in Adam was, en dat het met hem daarom net zo staat als met Adam. Vandaar dat het wezenlijk wordt: ik ben geschapen goed en naar Gods beeld; ik ben van God mijn Maker afgevallen. Het woord leest in ontdekking de ziel zo scherp, dat hij zegt: Neen, God doet geen onrecht, want God heeft mij zo geschapen, dat ik het kon doen, maar ik heb mijzelf en mijn zaad door het ingeven van de duivel en door moedwillige ongehoorzaamheid van deze gaven beroofd.

Nu wordt deze 9de vraag voor zó één wel zeer persoonlijk en aktueel. Het is voor hem een — om dit woord hier nu eens te gebruiken — existentiële vraag: Doet God u geen onrecht als Hij van ü eist wat u niet meer doen kunt ?

Kijk, ik verzeker u, dat we het theoretiseren over erfzonde enz. kwijt zijn, als we zo direkt onder het oog van God komen. Dan schrikken we van onze vermetelheid, waarin we God de eis durfden te stellen dat Hij Zich naar onze huidige toestand zou schikken. Dat is toch geheel onmogelijk. Wie is er van zijn plaats gegaan? God is blijven staan, waar Hij was. Wij zijn van het heilspoor afgeweken. Zou dan God zich moeten voegen naar onze grillen. Neen, God handhaaft Zichzelf. Hij is de onveranderlijke en kan nimmer Zichzelf verloochenen. Hij heeft ons van alle gaven voorzien, zodat we geheel in gehoorzaamheid en geloof konden beantwoorden aan onze bestemming. Zou God daarom maar een ondeelbaar ogenblik de eis van Zijn verbond laten schieten, dan zou Hij Zich voor dat ogenblik in Zijn God-zijn verloochenen.

Zo maakt de Geest van oordeel en uitbranding ons onze verhouding tot onze God krachtens schepping bewust. Hij doet dat ongetwijfeld als de Geest van Christus. Anders zou het immers niet leiden tot het geloof in Christus. Maar als de ziel zich zo' zijn verhouding tot God, zijn oorsprong, bewust gemaakt wordt, weet hij van Christus niet als zijn Zaligmaker, ook al heeft hij duizendmaal Zijn naam gehoord. Hij zal Hem echter leren kennen als Degene in Wie hij voor zijn God kan bestaan en Hem weer geven wat hij Hem ontroofd heeft.

Zo werkt de Geest uit Christus in ontdekking van onze breuk met God van het paradijs af, tot Christus, opdat de zondaar vrede met zijn God ontvangt door het geloof in de Zoon van God.

Wat we hier bedrijven is geen natuurlijke theologie, maar openbaringstheologie. En wat we ontvouwen is niets dan de handhaving van de deugden Gods, zoals ze in Zijn eeuwig welbehagen in Christus schitteren. Om Christus' wil stelt de Heilige Geest de zondaar schuldig voor God in het licht Zijner schepping.

Een theologie, die het beter weet en liever begint met Abraham of nog liever met Bethlehem, neemt afscheid van A de orde, die de Heilige Geest goedgedacht heeft te volgen in de openbaring. Want deze orde heeft ongetwijfeld ook wat te zeggen voor de theologie. Ja, deze orde is de orde van de Heilige Geest, die ook de Geest van Christus is. — Zo werpen we het verwijt ver van ons, als zouden we over God zonder Christus spreken, maar wél handhaven we tegenover meer filosofische dan theologische beschouwingen, dat de Geest van Christus allereerst het oog der ziel richt op onze God en Schepper.

En daarom is het waar, dat de ontdekte zondaar belijdt om eigen schuld verloren te gaan. Hij zal wegzinken voor God in zelfveroordeling onder een aanklagend geweten, de vloekspuwende wet Gods, en een duivel die nog waarheid spreekt ook.

Er is dan niet een, rustig spreken over onmacht en „dat God er aan te pas zal moeten komen", doch een heilig móéten stormt op de ziel af en het niet kunnen verbrijzelt hem.

Het „Bekeert u en gelooft het evangelie" zal de doorboorde en gewonde ziel de genadeslag geven, als het als eis door hem gehoord wordt. Maar juist zo wordt de verbrijzelde opgericht door de genade die in Christus Jezus is, zo zeker als de Geest des oordeels de Geest van Christus is.

Zalig daarom in Christus de oplossing te hebben gevonden van moeten en niet-kunnen. In onszelf het niet-kunnen, maar in Hem het volbrengen van alle gerechtigheid. In onszelf de dood, maar in Hem het leven. — Zo leren we onze onmacht als schuld aanvaarden.

Daarop legt het 9de antwoord ook alle nadruk. God had de heerlijkste gaven weggeschonken. Wie dwong ons om ze in het slijk te werpen ? Door moedwillige ongehoorzaamheid hebben we ons van deze gaven beroofd.

Het beeld Gods in ruimere zin mogen we behouden hebben, doch aangezien we onze rijkdommen van kennis, gerechtigheid en heiligheid moedwillig verkwist en verkwanseld hebben, hebben we niets over dan wat scherven, die alleen des te pijnlijker de herinnering oproepen aan de schone en heerlijke vaas, die wij eerst droegen. Zij vervullen slechts met heimwee naar hetgeen onherstelbaar is. Ze zijn een gedurige aanklacht, daar we het kostbaar kunstwerk tegen de grond hebben gesmeten.

Al ben ik tot op zekere hoogte nog beelddrager Gods, nochtans kan ik met de verdorven rest op mijzelf niets meer uitrichten tot zaligheid. Het veroordeelt me alleen maar. Ik heb mijn verstand verduisterd, mijn wil geheel en al tot de boosheid gekeerd en mijn gevoelsleven bezoedeld. Zo heb ik me van de heerlijke gaven door eigen moedwillig toedoen beroofd.

Waar de Heilige Geest het licht der ontdekking laat vallen in ons hart en leven wordt de schuld gemijnd en God vrijgesproken van onrecht.

En dit licht doet de Heilige Geest opgaan door de prediking van deze heilige eis Gods. Ja, deze eis moet gepredikt worden, opdat de onboetvaardige zijn verschrikkelijke moedwil zal hebben te erkennen eenmaal als de oorzaak zijner verlorenheid.

De uitverkorene zal echter onder de prediking van deze eis Gode toeschrijven de lof der gerechtigheid, en zijn onmacht bekennen, opdat hij zal weten wat hij van God voornamelijk zal begeren: opdat hij ten laatste, met God verzoend zijnde, en vernieuwd door de Heilige Geest, een nieuwe gehoorzaamheid begint in dit leven God te bewijzen, schrijft Ursinus.

Zo schuilt achter de handhaving van Gods heilige en rechtvaardige eis Zijn eeuwige liefde. Als God komt met het zwaard van Zijn wet tot uw ziel, zo gaat het er diep in en u wordt dodelijk gewond, maar het blijkt het mes van de goddelijke Geneesheer, die diep insnijdt opdat er genezing gezocht en gevonden wordt in de wonden van Immanuël, die dé Zaligmaker is beide in verdiensten en kracht.

De Heere blijft ook werken met Zijn eis bij al de Zijnen, die Christus hun Zaligmaker noemen. Het „Neen, God doet geen onrecht..." doortrilt de ziel steeds weer. Dat God ons zo geschapen heeft, dat we het konden doen, bepaalt ons telkens bij onze hoge afkomst, en onze moedwillige afval brengt ons en houdt ons op de plaats van eerrover Gods. Op die plaats behoudt Christus voor al de Zijnen de eer. Zo blijft Hij dierbaar en is Hij een gedurige verkwikking. Van het slijk tot binnen de parelen poort is het genade, alleen genade.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE CATECHISMUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's