EUTHANASIA DOOR JOHANNES HOORNBEEK
of Wel-Sterven, waarin vele voorbeelden der stervenden en hun laatste doodspreuken worden verhaald.
Nu volgt, dat wij uit deze onze religie enige redenen van vertroosting noemen tegen de dood, die aan drie dingen ontleend zijn.
De eerste, als wij zien op de ellende van dit leven, die onze stervende met de dood te boven komt en verlaat, de tweede als wij zien op de dood zelf, die immers noodzakelijk is en niet anders zijn kan. De derde, als wij zien op hetgeen na de dood van de gelovigen volgt, hun zaligheid; zoals op deze drie voornamelijk gezien wordt naast de dood zelf en wat voor en na de dood komt, op het leven dat voor de dood is, op het sterven na het leven en op de verlossing of de zaligheid, die na beide komt. Zalig zijn de doden, die in den Heere sterven, van nu aan, ja zegt de Geest, opdat zij rusten van hun arbeid en hun werken volgen met, hen (Openb. 14: 13). Daar toont ons de Geest, hoedanig ons leven is, waarvan wij ontslagen worden met de dood, een arbeid en de dood een rust van de arbeid en dat de zaligheid daarop volgt.
Wie kan de ellende van dit leven uitspreken, waarmee het omringd en vervuld is uitspreken? Hetzij dat men let op de levenstijdperken van begin tot eind, de kindsheid, de jeugd, de volwassenheid en de ouderdom of op iedere dag des jaars, ieder uur van de dag of op de velerlei toestanden en gelegenheden van mensen, — wat en waar gij ook ziet, het is alles vol en zat van moeite en kwelling. Het oog wordt niet verzadigd met zien, noch het oor vervuld van horen. Ik zag al de werken aan, die onder de zon geschieden en zie, het was ijdelheid en kwelling des geestes, zegt de koninklijke Prediker Salomo (Pred, 1:8). Het is ijdelheid en bovendien nog kwelling des geestes. Kort van dagen en zat van onrust, zegt Job (Job 14: 1). Heeft niet de mens een strijd op aarde? (Job 7:1) Het is droevig voor de mens hier altijd in strijd te zijn, maar dit verzacht en troost weer, dat het hier op aarde blijft en voor de gelovigen niet langer duurt dan gedurende de tijd, dat zij op aarde zijn; daarmede houdt het op. Het is het woord van Mozes: Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaar, of zo wij zeer sterk zijn tachtig jaar en het uitnemendste van die is moeite en verdriet (Ps. 90 : 10). Jakob zeide tot Farao: de dagen der jaren mijner vreemdelingschappen zijn honderd dertig jaar: weinig en kwaad zijn de jaren mijns levens geweest en zij hebben niet bereikt de dagen van de jaren des levens mijner vaderen in de dagen hunner vreemdelingschappen. (Gen. 47 : 9). Ons leven is hier in vreemdelingschappen: hier pelgrims; daar boven burgers. En al worden wij honderd jaar, nochtans zijn onze dagen weinig en kwaad. Het is niet erg vreemd, dat iemand in zijn dagboek waarin hij verscheiden dingen had aangetekend bij de eerste geboortedag had aangetekend: dies calamitatis, dag van moeite. Het wordt verteld uit het leven van een der eerste hervormers Johannes Geiler, geboren te Schaffhaussen, anno 1445, de 16de maart. Bij de oude schrijveirs van de christelijke Kerk voornamelijk als het sterven der martelaren beschreven, wordt de dag des doods doorgaans genoemd hun natalis, hun geboortedag en natalitia, geboortedagen, als men elk jaar de gedachtenis van hun dood vierde. Men zegt dit, omdat de gelovige dan eerst recht schijnt geboren te worden, wanneer hij uit deze wereld gaat naar het ware leven daarboven. Ik zie niet in, waarom het voor de filosoof Hegesias nodig was met veel moeite en van welsprekendheid de rampzaligheid van ons leven zo uit een te zetten, dat daardoor vele mensen, die hem gehoord hadden zich later mismoedig van het leven beroofden of waarom het goed was, dat de koning Ptolemeus verbood zulks nog langer te doen, omdat de moeiten van zelf spreken en zich laten gevoelen en of men dat zegt of niet zegt, ieder mens wordt voldoende gewaar, dat iedere dag zijn eigen kwaad heeft en zo ook ieder mens en ieder huis. Philippus Melanchton had enige dagen voor zijn dood tot eigen onderwijzing en vertroosting op een papiertje geschreven, aan de ene zijde de kwade dingen waarvan hij bij zijn dood verlost zou worden en aan de andere zijde het goed, dat hij door de dood ontvangen zoude. Aan de linkerkant stond: gij zult ophouden met te zondigen, verlost zijn-van ellende en van het razen der theologen; aan de rechterkant stond: gij zult tot het licht komen; gij zult God zien en de Zoon Gods aanschouwen; gij zult de wondere verborgenheden leren, die gij in dit leven niet hebt kunnen verstaan, waarom wij zo geschapen zijn en hoedanig de vereniging der twee naturen in Christus is.
Daarom heeft Salomo niet zonder reden gezegd, dat de dag des doods beter is dan de dag, dat iemand geboren wordt. Van Epictetus, de filosoof wordt verteld, dat hij toen keizer Hadrianus hem vroeg, waarom de doden met kransen van bloemen om het hoofd worden getooid en versierd antwoordde, dat zulks geschiedde als een teken, dat zij nu alle moeiten van het leven hadden overwonnen en afgelegd. Men moet toch ook sterven of men wil of niet, die ijzeren wet en die ordening en de tijd is niet te ontgaan noch te veranderen; hoewel de godvrezenden niet zozeer onder de dood buigen door nood gedwongen als wel zichzelven gewillig in de dood geven om de wille van hun God. TertuUianus schreef aan zijn vrouw, waarbij hij haar (aan-) beval, hoe zij na zijn dood leven moest onder andere, dat zij altijd denken zoude aan Gods wil, dat niemand dan door Gods wil uit de wereld gehaald wordt, zoals ook geen blad van de boom zonder Gods wil valt. Dezelfde, die ons in de wereld brengt, haalt er ons ook uit. Daarmede troostte zich Zwingli, als hij in de strijd getroffen werd. Wat is dit, zeide hij, maar omdat Gods wil zo is, laat ons dan sterven. En de Admiraal Coligny in Frankrijk eveneens, toen hij tegen de moordenaar zeide: wat gij ook doet, gij kunt mijn leven niet verkorten.
Maar het hoogste, dat ons in de dood troost en vreugde, ja, een hemel op aarde in de ziel brengt is de overdenking en de voorsmaak van de zaligheid, die na de dood volgt. Want onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbijgaat werkt ons een gans zeer uitnemend gewicht der heerlijkheid (2 Cor. 4 : 17). En Johannes zegt in zijn brief: Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij geopenbaard zal zijn, wij hem zullen gelijk zijn, want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is. (1 Joh. 3:2).
Nu zijn wij reeds kinderen Gods en dat weten wij, straks zullen wij nog meer worden, erfgenamen Gods. Ik heb begeerd om ontbonden te worden, zegt Paulus (Fil. 1 : 23). Waarom? Om met Christus te zijn. Dat was zijn troost tegen de dood en tegen zijn ontbinding. In de pyramide in Egypte wordt een zeer oud graf gevonden, met een versiering, waarom heen geschreven staat: Wie met droefheid in dit graf komt, gaat er met blijdschap weer uit. Zo is het altijd met de dood en het graf van de vromen, die in de Heere sterven en daarom ook zalig zijn.
Ja maar, zegt evenwel de mens, dat sterven, dat sterven. Antwoord: dat sterven op zichzelf is wel niet zoet en sterven in de zonde is verschrikkelijk, maar er is een sterven in de Heere, in Christus sterven, zoals het heet en dat is zalig. Christus heeft voor ons de straf des doods weggedaan, de dood een dood zijnde, die de dood te niet gedaan heeft zegt Paulus en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht heeft door het Evangelie (2 Tim. 1 : 10; 1 Cor. 15 : 26). Daartoe is Christus verschenen opdat hij door de dood teniet doen zou degene, die het geweld des doods had, dat is de duivel en verlossen zou alle degenen, die met vreze des doods door al hun leven de dienstbaarheid onderworpen waren (Hebr, 2 : 14, 15). Zo is dan de vreze des doods weggedaan en wij zijn hiervan verlost door Christus. En hier mogen wij met meer recht zeggen hetgeen Agag de koning der Amelekieten zeide: Voorwaar, de bitterheid des doods is geweken (1 Sam. 15:23), of liever met Simeon, nadat wij de Christus des Heeren hebben gezien voordat wij de dood zien: Nu laat gij Heere, uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw woord. (Lucas 2 : 26, 29).
No. 13.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's