De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Réveil

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Réveil

4

7 minuten leestijd

Inleiding IV. (Slot).

Het is een kleine kunst, het aantal artikelen ter inleiding op het Réveil te vermeerderen. Want het Réveil is zeldzaam boeiend, zowel door wat men er positief uit „geniet", als door wat men er negatief uit leren kan. Het wordt pas werkelijk ons bezit, als we die beide kanten weten te verenigen.

In het vorige artikel hebben we zelf het Réveil in gebreke gesteld en aangewezen, hoe heel de vorige eeuw bij het Réveil aansloot èn er tegen protesteerde. We opperden toen, dat het zaak is, voor het Réveil èn voor ons, om het neen en het ja te verenigen.

Dat is nog wel eerder gezegd dan gedaan. We wezen daarop, toen we als mening weergaven, dat Ethische Theologie, Confessionelen, Afscheiding en Doleantie er ook niet ideaal in geslaagd zijn het Réveil te overtreffen door het critisch te begrijpen.

Nu is er in ons vaderland, wat later dan „ons" Réveil, een andere „opwekkingsbeweging" opgetreden, zeer duidelijk óók een „Réveil", dat intussen een heel ander karakter draagt; dat „sterk" staat in de punten, waarin „ons" Réveil zwak is, maar dat toch in zulk een mate op een mislukking uitliep, dat het een teken aan de wand kan heten. We bedoelen: de Groninger Richting, die we in de vorige eeuw ontmoeten en die te weinigen zó goed kennen als ze dat zou verdienen.

Zoals de naam „Groninger Richting" al zegt, heeft deze groep met Groningen en haar Hogeschool te maken. Daar is het rondom P. Hofstede de Groot en een groep geestverwanten tot een „Réveil" gekomen, waarvan de deelnemers dachten, hoopten, dat het alle kerkelijke en geestelijke zwarigheden uit de weg zou ruimen, elk en ieder zou bevredigen en zo in alle opzichten een nieuwe lente en een nieuw geluid zou betekenen.

Als we die beweging een Réveil noemen komt dat daaruit voort, dat de Groningers, evengoed als de Réveilmensèn, een protest betekenen tegen de Verlichtingstijd. In die Verlichting werd de kille redelijkheid als drukkende last gevoeld. De Groningers zijn een uitloper van de Romantiek en pleiten voor gemoedswarmte, de rechten van het hart tegenover die van het hoofd. Het moet ons wel treffen, dat dit evenzo het geval is bij mannen als Da Costa en de Clercq. Daarbij is echter opmerkelijk, dat zij aan de Kerk een buitengewone waarde toekennen, zó sterk, dat men het soms „rooms" vond, terwijl zij in de verhouding tot de cultuur wel behoudend en gereserveerd zijn, maar toch veel onbevangener dan „ons" Réveil. Alleen in 't derde zwakke punt, dat we signaleerden, staan ze gelijk met „ons" Réveil, n.l. daarom, dat ze ook ondogmatisch en ontheologisch te werk gaan.

Op het eerste gezicht zouden wij zeggen: Die twee pluspunten: Kerk en cultuur: maken de Groningers zo ongeveer tot ideaal! Zo is het echter allerminst gebleken. Want hoe ideaal de Groninger richting mocht lijken, ze is zeer spoedig verschrompeld en nu zelf als kaf verdwenen. En dat ondanks de aangewezen belangrijke pluspunten. Waardoor hebben ze dan zo gefaald ? Is het dogmatische, theologische element dan zó belangrijk? Heeft dat de doorslag gegeven? Hoewel we het belang van dogmatiek en theologie hoog aanslaan, menen we niet dat daaruit het mislukken van de Groningers valt te verklaren.

Er is een andere grond. Het Réveil van Bilderdijk en de zijnen draagt een sterk anti-humanistisch karakter. D.w.z. de mens, ook de vrome christenmens, heeft er niet licht kans om te worden overschat. Er ligt een ootmoed en zelfverloochening over het Réveil die niemand vergeet, die er mee in aanraking kwam.

Het Groningse „Réveil" is heel anders getint. Het is sterk humanistisch georiënteerd. De gelovige, de Christus navolgende mens, die in die weg „steeds gelijkvormiger met God wordt", bedoelt wel niet z'n neus in de wind te steken, maar ontkomt daar feitelijk niet aan. Bij de Groningers staat voorop, wat we door en in Christus hebben en zijn. Dat is niet volmaakt, wel vervolmaakbaar, maar de klemtoon ligt niet op hetgeen ontbreekt. Daarom is er geen zelfmishagen, maar het besef, dat het, met hulp der genade, toch wel erg goed gaat en nog steeds beter. Begrijpelijk, dat dit een heel andere levenstoon veroorzaakt, die van wat we een „christelijk" humanisme noemen, wat inhoudt, dat de christen en zijn geloof en werk en alles sterk meeweegt.

Als we dat bedenken verwondert het ons niet, dat het Groningse „Réveil", dat de 18e eeuw naar zijn redelijkheid wilde overwinnen, het in z'n fletse deugdbetrachting niet heeft doorzien en overwonnen. Daarom heeft het fel gebotst met het orthodoxe Réveil, dat vooral bij monde van Da Costa en „de 7 Haagse heren" tot de Groningers zei, dat ze van een andere geest waren.

We hebben de eerste maal op „analogieën" gewezen, d.w.z. op vergelijkbare ontwikkelingen uit de voortijd. We noemden toen voor „ons" Réveil: de Moderne Devotie, de Dopers, de Nadere Reformatie en de 18e eeuwse bewegingen; we moeten nu als analogie van de Groningers noemen de beweging van het „bijbels hvimanisme" (Erasmus), dat is uitgelopen op de beweging van de Remonstranten. Ook die bedoelen een „Réveil", tegen een huns inziens bij de Calvinisten heersende letterknechterij en orthodoxisme; daartegenover wilde de Remonstrant de menselijke vrijheid open houden, de menselijke waardigheid benadrukken en tegenover gereformeerde dogmatiek een bijbelse godgeleerdheid stellen. De Geref. Kerk van Nederland heeft in Dordt dit humanisme afgewezen; merkwaardig dat, hoeveel er na 250 jaar mocht veranderd zijn, de Kerk van Nederland ook de Groningse, neoremonstrantse leer scherp afwees.

We willen daarmee zeggen: Het is inderdaad zaak, dat Kerk en cultuur (en dogmatiek) de plaats hebben, die onze Here God hen toewees. Maar het komt er dan wèl op aan, hoe ze gevuld worden. Ziende op het orthodoxe en dit neo-remonstrantse Réveil, die beiden faalden, zouden we moeten zeggen : Het kan blijkbaar niet. Het loopt schijnbaar uit op een of naar links of naar rechts uitglijden. Des te klemmender en te boeiender blijft onze opdracht, om in alles God naar Zijn Woord te dienen, noch links, noch rechts afwijkend, maar gaande langs de koninklijke weg.

Een levende en levendige uiteenzetting van de worsteling van het Réveil in deze is wel geschikt om „leken" en theologen wakker te maken en wakker te houden!

We besluiten hiermee onze inleiding tot de weergave van de voornaamste Réveilfiguren. Na gedane arbeid hopen we een nabeschouwing te geven, die dan wel de blijvende betekenis van het Réveil onder de aandacht zal brengen.

De figuren uit het Réveil, die nu zullen worden geschetst zijn : W. Bilderdijk, W. de Clercq, G. Groen van Prinsterer, A. G. Heldring, I. de Costa, J. A. Wormser, A. M. C. van Hall, A. Pierson (de man, die het in het Réveil te benauwd vond en uitbrak), A. Capadose, H. J. Koenen. Dat is al een vrij lange reeks, die gemakkelijk zou zijn uit te breiden o.a. met de figuren van Kohlhrugge, die heel bepaald in het Réveil thuis hoort, al heeft hij tegen haar nadruk op de heiliging fel geprotesteerd. Mogelijk is er nog gelegenheid, hem als „eenspanner" (is dat óók geen Réveiltrek? ) te tekenen; zo niet, dan kan in een slotbeschouwing allicht nog een en ander over hem worden ten beste gegeven.

Literatuur.

Wie lectuur zoekt over het „Réveil" zij hier gewezen op:

1. M. E. Kluit. Het Réveil in Nederland, 1936.

2. M. E. Kluit. Réveil in: Chr. Encyclopedie, 2e dr., deel 5, blz. 627—629.

3. A. Pierson. Oudere tijdgenoten, 1888.

4. L. H. Wagenaar. Het „Réveil" en de „Afscheiding", 1880. (Niet altijd billijk in zijn oordeel).

5. W. v. Oosterwijk Bruyn. Het Réveil in Nederland, 1890. 6. E. Gewin. In den Revéilkring, 1920.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Het Réveil

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's