De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

10 minuten leestijd

In de „Wekker" van 19 juni lazen we het volgende:

Zevenhonderd leden van de vrijgemaakte Geref. Kerken hebben een getuigenis gepubliceerd, dat gezonden werd aan de kerkeraden en predikanten der kerken. De ondertekenaars, onder wie vier hoogleraren, willen hun bezorgdheid uitspreken over de vele spanningen in eigen kring. Zij wijzen de gedachte af, dat er maar één wettige en ware kerk zou zijn en dat met name de Gereformeerde Kerken valse kerken zouden zijn. Deze gedachte ligt ten grondslag aan de moeilijkheden, die er gerezen zijn en de huidige ontwikkeling is mede gestimuleerd door het besluit van de synode van Assen-1961 om het verzoek van de synodale kerken tot samenwerking af te wijzen. Het verschil van inzicht over de ware en valse kerk en de bijbelse fundering daarvan kunnen gevaren met zich meebrengen, die vergelijkbaar zijn met de kwesties, die tot de vrijmaking zelf leidden. Aldus een aanzienlijk aantal leden der vrijgemaakte Gereformeerde Kerken, die bezorgd zijn over de gang van zaken in eigen kring.

Uit een Ingezonden in het Hervormd Weekblad nemen we het volgende over. De inzender klaagt over de diensten die door het IKOR uitgezonden worden. Hij schrijft dan o.a.:

Om misverstanden te voorkomen moge ik hierbij uitdrukkelijk verklaren, dat de bijbelse prediking voor mij niet identiek is met een bepaalde modaliteit. Er zijn in onze kerk nog vele predikanten die deze prediking in grote trouw brengen, zonder dat zij zich met een bepaalde modaliteit willen vereenzelvigen. De gang van zaken in onze kerk echter doet mij vrezen dat juist deze predikanten zeer bewust positie zullen moeten gaan kiezen. Want het is duidelijk en merkbaar dat er ook predikanten zijn die wel zeggen geen enkele binding te willen hebben met welke modaliteit ook, doch die thans onverdraagzaam ijveren voor een prediking welke kenmerkend is voor de IKOR-uitzendingen. Ook op andere terreinen der kerk is dit euvel te constateren, waarbij het gaat lijken op een dictatuur van de „niets-zeggers-modaliteiten". Onze kerk had in het verleden een volkomen begrijpelijk grief tegen de verzorging van haar kerkdiensten door omroepverenigingen. Het is de kerk onwaardig als welke vereniging ook gaat oordelen over haar prediking. Wat zich thans echter in de IKOR-uitzendingen openbaart is wel zo verwerpelijk, zo niet veel erger.

Zij die namens onze kerk met deze uitzendingen belast en verantwoordelijk zijn, zullen toch moeten weten dat onze kerk een Christusbelijdende volkskerk is, welke te prediken heeft in dankbare gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en op de bodem van de belijdenis der vaderen. Deze kerkordelijke afbakening geeft voldoende ruimte om een prediking te brengen welke niet in een nauw keurslijf is ingesloten, maar behoedt ons anderzijds voor „humanepraatjes-preken". De prediking der kerk is nog altijd „Bediening des Woords", alles wat hier buiten valt kunnen we gerust aan Fikkie geven. Juist immers door middel van radio en t.v. heeft de kerk een machtig middel om te getuigen van haar Heer en Koning. Daarom zal dit getuigenis klaar en duidelijk moeten zijn, ontdaan van alle halfslachtigheid en zoetelijk gepraat.

Dr. Schelhaas, de hoofdredacteur van Waarheid en Eenheid geeft in dit blad een verklaring door die concilievaders van het tweede Vaticaans concilie — het concilie dus dat a.s. september zijn derde zitting hoopt te houden in Rome — onder eedzwering moesten afleggen met het oog op hun deelneming aan dit concilie. Hij vond deze verklaring in „Vlaams Kerkblad", overgenomen uit „Le Messager Evangelique". De belijdenis van deze concilievaders luidt:

Ik belijd vastberaden en ik verklaar mijn trouw aan de apostolische tradities en de andere gebruiken en reglementen van de Kerk. Ik erken eveneens de Heilige Schrift in de zin welke onze heilige moeder de Kerk aan haar heeft gegeven en steeds geeft. Haar behoort de beoordeling over de ware zin en uitlegging van de Heilige Boeken. Nooit zal ik een andere uitlegging geven dan deze welke overeenstemt met de eenparige interpretatie der Kerkvaders.

Ik belijd eveneens dat er, in de eigenlijke en ware betekenis van de term, zeven sacramenten van het Nieuwe Verbond zijn, die werden ingesteld door onze Heer Jezus Christus en die noodzakelijk zijn voor het welzijn van de mensheid, ofschoon zij het niet zijn voor allen noch voor ieder individu, te weten: het doopsel, het vormsel, de eucharistie, de biecht, het heilig oliesel, het priesterschap, het huwelijk; dat zij de genade schenken en dat, onder hen, het doopsel, het vormsel en het priesterschap niet kunnen worden hernieuwd zonder heiligschennis. Ik aanvaard volkomen al hetgeen werd beslist en aanvaard op het Concilie van Trente betreffende de doodzonde en de rechtvaardiging. Ik belijd bovendien dat in de mis een waarachtig zoenoffer wordt voltrokken voor de levenden en voor de doden, dat in het allerheiligst sacrament van de Eucharistie het lichaam en het bloed tegelijkertijd met de ziel en de godheid van onze Heer Jezus Christus echt en waarachtig aanwezig zijn, dat er een gedaanteverandering geschiedt van het gehele brood in het lichaam en van de gehele wijn in het Woed. Deze gedaanteverwisseling wordt door de Kath. Kerk transsubstantiatie genoemd. Ik belijd eveneens dat de gehele Christus en het werkelijk sacrament aanwezig zijn zelfs onder een van de gedaanten. Ik geloof vast dat er een vagevuur is en dat de zielen die er verblijven geholpen worden door het gebed van de gelovigen. Ik geloof eveneens vast. dat wij de heiligen die met Chrisus regeren moeten vereren en aanroepen, dat zij onze gebeden overbrengen aan God, dat wij hun reli­ kwieën moeten vereren. Ik bevestig met kracht dat wij afbeeldingen van Christus moeten hebben en bewaren, van de moeder Gods, altijd maagd, evenals van de andere heiligen; dat wij hen de eerbied en de verering moeten betonen die hun verschuldigd is. Ik verklaar eveneens dat Christus aan de Kerk volmacht heeft gegeven om aflaten te verlenen, en dat hun aanwending een grote zegen is voor de christenheid.

Ik erken de heilige roomse, katholieke Kerk als de moeder en de opvoedster van alle Kerken; ik beloof en ik zweer ware gehoorzaamheid aan de paus van Rome, opvolger van Sint-Petrus, de prins der Apostelen, en de plaatsvervanger van Jezus Christus.

Ik aanvaard bovendien zonder er enigszins aan te twijfelen, en ik belijd alle andere zaken die werden meegedeeld, beslist en verklaard door de heilige oecumenische concilies, in het bijzonder door het heilig Concilie van Trente en door het oecumenisch Concilie van het Vaticaan, bijzonderlijk wat betreft het primaatschap van de bisschop van Rome en zijn onfeilbare lering. Op dezelfde wijze veroordeel ik, betreur ik en spreek ik de banvloek uit over al wat daarmede in tegenspraak is, evenals alle valse leringen die de Kerk heeft veroordeeld, verworpen en in de ban gedaan.

Dit ware katholiek geloof, buiten hetwelk niemand kan gered worden, en dat ik hier nu vrijwillig belijd en waaraan ik trouw blijf, wil ik steeds bewaren en belijden, zuiver en onvermengd, tot mijn laatste levensadem, en ik zal er over waken, in de mate waarin zulks van mij afhangt, dat het zal bewaard blijven, onderwezen en verkondigd door mijn ondergeschikten of door hen voor wie ik verklaar te zorgen uit hoofde van mijn bedlening.

Ik beloof het, ik doe er van gelofte en ik zweer het. Moge God en Zijn heiligen uit het Evangelie mij bijstaan.

Naar ds. Groenewoud ons in het Hervormd Weekblad meedeelt, is het op de jaarvergadering van de Confessionele Vereniging weer ter sprake geweest, dat bij de opgave van het aantal hervormde predikanten, ingedeeld naar modaliteiten, de confessionelen onvermeld bleven. Ds. Groenewoud vindt dit op zichzelf nog niet zo erg belangrijk, maar er zijn andere dingen:

Dit moet ook bedacht, wanneer wij er bezwaar tegen inbrengen, dat de confessionelen bij het algemene werk van de Hervormde Kerk kennelijk geweerd worden. Het lijkt ons wel duidelijk, dat bij allerlei benoemingen niet alleen de vraag naar de bekwaamheid, maar ook die naar de richting, de groep of partij een rol speelt, en wel een zeer belangrijke. Wie de lijst van kerkelijke functionarissen op de belangrijke plaatsen raadpleegt, zal opmerken, hoe de verhoudingen zorgvuldig zijn uitgebalanceerd, hoe vrijzinnigen en gereformeerde bonders elk hun deel krijgen, hoe de middenorthodoxie de meeste macht heeft, maar ook, dat de confessionelen er niet aan te pas komen. Dat hindert ons niet, en het bespaart ons een massa moeite, maar we dachten dat het voor de kerk niet zonder nut zou zijn, als men de gemeenschap van de kerk en het kerkelijk werken ook tot deze groep wilde uitstrekken.

Maar er is nog een ander geval waar ds. Groenewoud op wijzen wil. Enige tijd geleden werd de tweede conferentie gehouden van het contactorgaan der gereformeerde gezindte. Allen die zich gereformeerd noemen en behoren tot verschillende kerken, komen hierin samen. Maar ook daar waren de confessionelen er niet bij. Ds. Groenewoud maakt daar onder meer deze opmerking over:

Of we moesten deze uitsluiting te danken hebben aan onze hervormde gereformeerde bonders, die immers alleen zichzelf de ware gereformeerde achten in de Hervormde Kerk. Men denke overigens niet, dat ik dit schrijf, omdat ik meen, dat wij ook bij deze groep behoorden te zijn, en om een uitnodiging voor een volgende samenkomst te verkrijgen. Integendeel. We zijn er ons namelijk zeer van bewust, dat er een diepgaand en principieel verschil is tussen ons en deze broeders van de gereformeerde gezindte. Maar het is gelegen in datgene wat Hoedemaker eens zei: „Ik wens niet te behoren tot een gereformeerde partij, maar tot de Gereformeerde Kerk". O zeker, deze broeders bedoelen niet de partij. Zij zijn stellig te goeder trouw, als ze het woord oecumene gebruiken; en toch is het woord gezindte hier alleen maar een mooier woord voor dezelfde zaak, die wij zo vaak bij deze gereformeerden hebben bestreden, namelijk, de partij. Het partij-zijn, de partijschap zit deze broeders blijkbaar wel heel diep in het bloed. En ze zijn zich daarvan zelf niet bewust.

In hetzelfde nummer van het Herv. Weekblad neemt ds. Groenewoud een artikel over dit onderwerp over van prof. Nauta, die er over schreef in het Centraal Weekblad van de Gereformeerde Kerken. Prof. Nauta heeft voornamelijk twee bezwaren:

Mijn bezwaar ligt ergens anders. Ik zie hier het gevaar van een misverstand of eigenlijk van een dubbel misverstand dreigen. Heel gemakkelijk wordt de gedachte gewekt, dat degenen die dit Contactorgaan vormen, zichzelf met uitsluiting van anderen als de gereformeerde gezindte aanmerken. Er is wel opgemerkt, dat zulks volstrekt niet de bedoeling is. Men blijkt bereid te zijn tot de erkenning, dat er buiten deze kring nog anderen zijn, die recht hebben op de naam gereformeerd te zijn. Men stelt er alleen prijs op, te doen weten dat hier een belangrijk verenigingspunt van gereformeerden wordt aangetroffen.

Erger dan dit misverstand vind ik nog een tweede. Want hierbij is het niet zo gemakkelijk met een beroep op de eigen bedoeling het af te wimpelen. Laat men al bereid zijn ook anderen buiten eigen groep als gereformeerden te erkennen, hen eventueel in de organisatie op te nemen, toch zal onvermijdelijk de indruk ontstaan dat dit wordt beschouwd als het echte en zuivere verenigingspunt van al wat de naam gereformeerd verdient. Om te kunnen meetellen in de gereformeerde gezindheid zal men zich bij dit Contactorgaan behoren te voegen.

Een dergelijke opvatting acht ik zo gevaarlijk, dat alles moet worden gedaan om zelfs maar het vermoeden ervan in de wortel te bestrijden. Dit wordt het best bereikt door het gebruik van die benaming te vermijden. Ik spreek daarom in dit verband alleen van een samenbundeling van gereformeerden (niet van de gereformeerden).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's