KRONIEK
De anderen.
We hebben met een ander te maken. Wie is die andere? Dat is een vraag waarmee we dagelijks worstelen. In den beginne was er de ander. Immers God, onze goede Schepper, formeerde man en vrouw. Maar hoewel anders was men op elkaar aangewezen. Hoewel anders gold dat beide toch naar het beeld Gods zijn gemaakt, het beeld van de voorbeeldige eenheid, want Christus zegt: gelijk Wij één zijn! God schiep mensen maar God schiep ook de mens. We kunnen er staat op maken dat de zonde de ander heeft veranderd en onszelf. Grondig ongetwijfeld. De zonde heeft de rechte verhouding tussen de mensen totaal bedorven. Mensen ontmoeten elkaar. De ander trekt ons aan, misschien meer dan we kunnen verantwoorden. De ander stoot ons af, bewust of onbewust en we hebben er moeite mee om het gebod van liefde tot de naaste na te volgen. De andere is de hel, heeft een vermaard wijsgeer gezegd. Een ander mag daartegenover wat mij betreft poneren dat de ander de hemel is. Waarom niet? Ik geloof dat het een hemel op aarde en de hemel in het hart brengt, wanneer we betrachten wat onszelf onmogelijk was en wat bij God en door God werkelijkheid wordt namelijk het liefhebben van zeg maar onze vijanden. Overal komen we de ander tegen. Op straat en ook in het kerkelijk verkeer. Hoe moet ik met hem aan? Moet hij worden gelijk ik ben? Paulus kon het zeggen en hij wenste het zeer. Moet ik mij vergaand assimileren aan mijn naaste? We willen ons in deze kroniek bezig houden met anderen, met anderen die anders zijn dan wij.
Roomsen.
Bij de anderen denken we in het bijzonder aan de rooms-katholieken. Bij alle verscheidenheid en gedeeldheid op het protestantse erf is er toch ook nog iets van saamhorigheidsgevoel, wanneer we gezamenlijk staan tegenover allen, die de massieve eenheid vormen van de kerk van Rome. De laatste tijd is er een en ander gebeurd dat nadrukkelijk de kloof bewust maakte. Toch horen we ook aan protestantse zijde dat het oecumenisch gesprek moet voortgang hebben. Temeer ook omdat er ginds zich veranderingen voltrekken die parallel lopen met wat ten onzent zich opdringt. Blijkens een artikel in „De nieuwe linie" is in de r.k. kerk evenzeer het vraagstuk van het kruis met sterren en balken. De schrijver wijst op de studie van een Franse priester, die drie tijdvakken onderscheidt. Voor Constantijn hadden kerk en staat niet zoveel bemoeienis. Nadien was de kerk uitermate politiek geïnteresseerd. Thans staan we op de drempel van een derde periode, waarin in ieder geval de kerk zeer critisch zich heeft in te stellen tegenover de staat. Zo zijn er tal van onderwerpen in discussie die even tevoren onaantastbaar waren ingeheid. Verplichtingen als het celibaat voor de geestelijkheid en dergelijke worden getoetst. Soms wordt er als het debat al te luid opklinkt wel eens een zwijg- of schrijf-verbod opgelegd, dat na verloop van tijd toch weer — onder druk? — kan worden opgeheven.
De voorbereidingen voor het concilie zijn in volle gang. Men wil fouten en bezwaren van vorige zittingen door ervaring wijzer geworden vermijden. Er zullen een dertiental schema's aan de orde komen. Te zijner tijd zullen we er meer van vernemen.
Over de geruchtmakende rede van professor Rogier, die de eis tot terugkeer naar Rome stelde worden nog voortdurend nabeschouwingen gehouden. Sommigen proberen de pil wel te vergulden. Natuurlijk zo zegt men is ook de kerk van Rome gewijzigd inmiddels en zal ook wijziging behoeven. De kerk is nog niet klaar om degenen die terugkeren op passende wijze te ontvangen en te huisvesten. Bovendien zullen ook de kerken van orthodoxie en reformatie het hunne moeten bijdragen tot de gedachtewisseling die aan de vernieuwing moet voorafgaan. Ondanks jal deze eervolle verzachtingen blijft toch gehandhaafd de opinie dat terugkeer de oplossing is van het oecumenisch probleem.
Over de gehele linie is de roomskatholieke kerk er ook niet aan toe om evenals kardinaal Alfrink de reformatorische kerk te zien als een instrument van Gods heil. Rondom gemengde huwelijken wordt er nog al eens touw getrokken. Tijdens een dergelijk beraad werd van officiële zijde toch onomwonden uitgesproken dat de katholieke kerk pretendeert de enige ware kerk te zijn en dat ze niet kan afstand doen van de eis dat kinderen uit een gemengd huwelijk geboren een katholieke opvoeding erlangen.
We blijven vragen: Wie is de Enige Herder en we blijven volharden bij het antwoord in dezen van de Heidelberger. Daarom kunnen we ook niet anders dan de woorden van Paulus overnemen: Sat gij „ander" wordt als ik ben.
Anglicanen.
Tussen Rome en Geneve ligt eclessiografisch Canterbury. De anglicanen hoezeer ook onderling nog gesplitst nemen in velerlei opzicht een tussenstandpunt in tussen Rome en Reformatie.
Zeker ook de Anglicaanse kerk ontsnapt niet aan allerlei tendenzen van deze tijd. Al laat men voorhands de moeilijke vraag rusten of de vrouw ook als draagster van het ambt kan optreden toch wordt er een hevig pleidooi gevoerd om de vrouw veel en veel meer in te schakelen in het kerkewerk dan tot dusver gebruikelijk was.
Niet elkeen in Engeland juicht het toe dat deze kerk toenadering vertoont tot de rooms-katholieke en vooral niet dat uiterlijke gelijkenissen hoe langer hoe sterker worden.
Men streeft naar een vernieuwing van de liturgie speciaal van het Prayer Book, het dienstboek, het gebedenboek. Nadrukkelijk ontkende de primaat dat er een opzet bestond om terug te keren tot de kerk van Rome. Een soort igeruisloze gelijkschakeling dus.
Zeer onlangs heeft dr. Ramsay nogmaals in krasse taal deze aantijging moeten verwerpen, toen in een fel debat in het Hogerhuis over de geestelijke gewaden de anglicaanse kerk hetzelfde voor de voeten werd geworpen namelijk dat deze gewaden als twee druppels water leken op die van rooms-katholieken functionarissen.
Joden.
In Engeland is een afscheiding tot stand gekomen in het aldaar zich openbarende Jodendom. De gemeente van Londen onder leiding van de rabbijn Jacobs, die vrijzinnige opvattingen aan de dag legde inzake de totstandkoming van de vijf boeken van Mozes en die critiek oefende op bijbelse verhalen, heeft zich afzonderlijk geconstitueerd, nadat de gezamenlijke rabbijnen in vergadering bijeen hadden verklaard dat de gevoelens van hun collega uit Londen niet konden worden getolereerd, omdat ze tezeer afweken van wat het traditionele jodendom al eeuwen huldigt.
Bij de oecumenische discussies speelt ook het vraagstuk van de verhouding tot Israël een voorname rol. Sommigen zien het Israël vraagstuk als de sleutel voor de oplossing van het oecimienisch probleem. Zelfs in de Rooms-Katholieke kerk gaan deze opvattingen leven, merkwaardig genoeg, want Rome beschouwde zich toch wel zeer overtuigd als het Koninkrijk Gods op aarde en als het ware Godsvolk. In dit verband is de reis van de huidige Paus naar het Heilige Land een teken. Een hoogleraar uit Warmond betoogde in een referaat dat we de eigen waarde van het Oude Testament moeten erkennen. Voorts dat we ons moeten afvragen of we de toekomst, de hemel en het hiernamaals niet al te veel zijn gaan vergeestelijken als straf voor het feit dat we ons te zeer hebben losgemaakt van de concretere joodse toekomstverwachting, die toch de bakermat is van de christelijke toekomstverwachtingen. Moeten we met onze opvattingen over het „mysterie van de drieëenheid" niet eens gaan oriënteren op het joodse monotheïsme, omdat we gevaar lopen min of meer een veelgodendom aan te hangen? We moeten bovendien erkennen dat niet alle profetische voorspellingen reeds hun vervulling gevonden hebben. Het beste is om eens een eeuw lang naar het jodendom te luisteren en zelf te zwijgen.
De joden zelf roepen op bij monde van een geleerde dat de christenen bekeerd worden en terugkeren tot de dienst van Jezus. Ook hier dus de eis van terugkeer.
Het zou misschien het allerbeste zijn om gezamenlijk terug te keren naar het paradijs. Zijn we daar niet uiteengevallen?
Gereformeerden.
In gereformeerde kring was heel wat deining over een nummer van een studentenblad, dat aanvankelijk niet mocht verschijnen. In dat nummer immers oefenden enkele prominente lie den van gereformeerde huize critiek op de kerk die ze hadden verlaten. Inmiddels is het toch gepubliceerd. Nadien zijn er reacties verschenen. Natuurlijk heeft de kerk schuld. En we moeten de „afvalligen" niet afvallen, niet loslaten. Zo zien we dat ook de gereformeerde kerk met eigen onkerkelijkheid meer dan ooit te maken krijgt. Er is geen enkele reden tot leedvermaak.
In ieder geval zullen we in ons verkeer met anderen en in onze strijd om niet anderen te verhinderen in te gaan en te blijven moeten terugkeren tot de bronnen van het geloof, tot de bronnen waaruit de wolk der getuigen gedronken heeft. Veel is er bij de anderen soortgelijk. Zeker ook zijn ze anders dan wij in opvattingen over allerlei onderwerpen.
Maar wij allen zijn mensen, geschapen mensen. Allen zijn zondaren. En er is maar éne Naam, één Zaligmaker bij Wien is zaligheid en eenheid. Het kan zijn nut hebben over die dingen te spreken. Maar het belangrijkste is wel daaruit en daarvoor te leven. Daarvan gaat kracht uit. Ook al wil men het voorshands niet met ons eens zijn. Getuige zijn van de opstandingskracht, die in eigen hart nieuw leven voortbracht. Daar ligt de taak en de roeping van elke ware christen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's