Het Réveil 6
Mr. W. Bilderdijk (1756-1831)
Omdat 't hun in Londen te benauwd werd vertrokken zij naar Brunswijk.
In de loop van dat jaar schreef hij een brief aan zijn wettige echtgenote in Holland, waarin hij haar verzocht om zijn verbanning te komen delen.
Weigerde zij .. . dan zou hij kunnen scheiden.
Zij bleek enigszins van de werkelijke situatie op de hoogte te zijn. Scheiden wilde zij niet, wel in de rouw gaan.
Toch werd in 1802 te Amsterdam de scheiding uitgesproken.
Inmiddels had Bilderdijk al twee kinderen uit zijn verhouding met mejuffrouw Schweickhardt.
Voor hem was deze verhouding wettig. Voor ons is zijn houding leugenachtig en raadselachtig.
In Brunswijk voorzag hij in zijn levensonderhoud door les te geven. Een bewijs van de grote kennis die hij bezat vinden we in de vakken die hij gaf: o.a. natuurkunde, wiskunde, sterrenkunde, tekenen, schilderen, Ijouwkunde, anatomie, staatsrecht, geschiedenis, oude- en moderne talen.
In 1801 vestigde Willem V zich eveneens te Brunswijk.
Bilderdijk was vaak ziek in deze jaren en leed armoede. Zijn klachten waren talrijk.
Een lichtstraal in dit bestaan kwam door een uitnodiging uit Holland.
Hij kreeg het verzoek om lector te worden in het Nederlands, welsprekendheid en dichtkunde, bij de Bataafse Maatschappij van Taal- en Letterkunde te Amsterdam.
Zijn diepste wens was een professoraat. Maar toch ging hij naar Holland. Hij weigerde werk te doen, dat ieder ander ook verrichten kon; het zou hem vermoorden.
Om zijn doel te bereiken ging hij Oranje verloochenen. Oranje's zaak achtte hij verloren. Hij koos de zijde van Lodewijk Napoleon, die ondertussen zetbaas van zijn broer geworden was.
Gedurende enige maanden leerde hij Lodewijk Napoleon Nederlands. Hij had zich te Leiden gevestigd en woonde daar op het Rapenburg.
In 1807 werd hij gedwongen Leiden te verlaten, omdat bij de ontploffing van een kruitschip zijn huis geheel uit de voegen was geraakt.
Den Haag werd zijn nieuwe woonplaats.
Hoe goed zijn verstandhouding met Lodewijk Napoleon was kan blijken uit de steeds groter wordende jaarlijkse toelage uit de privé kas van Lodewijk Napoleon. Op een gegeven moment kreeg hij ƒ 6000.— per jaar. Hij mocht zelfs een woonhuis in Utrecht in ontvangst nemen.
Toen Amsterdam in 1809 de residentie van Lodewijk Napoleon geworden was, vertrok Bilderdijk ook daarheen.
Daar werd hij een ijverig lid van het door Lodewijk gestichte Koninklijk Nederlands Instituut van Wetenschappen, Letterkunde en Schone Kunsten.
Het gedwongen aftreden van Lodewijk Napoleon betekende voor Bilderdijk het einde van een aantal financieel goede jaren.
Nederland werd ingelijfd en met zijn land werd ook Bilderdijk zwaar op de proef gesteld.
Op zijn beurt stelde Bilderdijk Nederland op de proef door zijn kniebuigingen Voor Napoleon Bonaparte.
Hij vereerde de Franse Keizer met een „Hulde aan Zijne Keizerlijke en Koninklijke Majesteit".
Ondanks deze hulde kwamen er toch voor Bilderdijk sombere jaren. Zij werden gekenmerkt door zware armoede, hongerlijden en faillissement, wat de verkoop van zijn bibliotheek betekende. Mondjesmaat werd hij door trouwe vrienden gesteund. Door medelijden met hem werden zij gedreven. Het keerpunt kwam pas op de 16e november 1813.
In Amsterdam werd „Oranje Boven" gehoord. Als een blad aan de boom veranderde Bilderdijk van kleur en werd weer volledig Orangistisch.
Ook nu weer stelt Bilderdijk ons voor een raadsel.
Met de staatsregeling was hij minder content. De nieuwe staat was in zijn ogen een kind van de Revolutie van 1789. De grondwet verafschuwde hij. Koning Willem I had onbeperkte souvereine macht moeten bezitten. Volgens zijn visie ontlenen de vorsten hun macht aan God door Christus. Zij zijn alleen aan God verantwoording schuldig. Beperking van hun gezag door een grondwet leidt tot gezag van het volk. Dit stond bij hem te boek als een „duizendkoppig en honderdduizend klaauwig wangedrocht".
Weer hoopte hij een professoraat te krijgen aan het Athenaeum te Amsterdam. Maar hij werd weer voor deze benoeming gepasseerd.
Dit bracht hem tot verbittering. Op zijn toch al niet sterk zenuwgestel had dit een slechte invloed. Amsterdam als woonplaats had nooit zijn sympathie gehad.
In mei 1817 vertrok hij weer naar Leiden en het „voddig Amsterdam" liet hij achter zich.
Met deze daad brak er een nieuwe levensperiode aan die voor de ontwikkeling van het Nederlandse Réveil zeer belangrijk zou worden. Bilderdijk had in Amsterdam in december 1812 al kennis gemaakt met de jonge Da Costa.
Onder toezicht van Bilderdijk was Da Costa in Leiden rechten gaan studeren.
December 1818 promoveerde Da Costa in de rechten.
Tussen hem en Bilderdijk was een grote vriendschap ontstaan. De grote geleerdheid van Bilderdijk had indruk gemaakt op Da Costa. Samen met enige vrienden wist Da Costa Bilderdijk te bewegen tot het geven van een privaatcollege aan huis. Zij zouden voor het honorarium zorgen en tevens strekte hun zorg zich uit over de administratie van de geregelde inkomsten. Dit betekende een grote verlichting voor Bilderdijk. Tot de kring behoorden o.a. Capadose, Willem en Dirk van Hogendorp.
De Vaderlandse Geschiedenis was het uitgangspunt voor de colleges. Regelmatig kwamen verzoeken om voordrachten of lezingen te houden. In totaal hebben een veertigtal studenten zijn colleges bijgewoond.
Een grote indruk moeten zij gemaakt hebben, wanneer we bedenken met hoeveel levendigheid en emotionaliteit Bilderdijk placht te spreken. Zijn woorden waren met profetische kracht geladen. Uitgebreid hield hij zich bezig met de Middeleeuwen. Hierin toonde hij vaak zijn originaliteit.
Zijn visie op de 17e en 18e eeuw werd helaas gekenmerkt door een grote partijhaat.
De raadpensionarissen, de regenten en de remonstranten overlaadde hij met haat en laster.
De Amsterdamse kooplieden hadden de regel: „vrij schip, vrij goed" uitgevonden. Bilderdijk noemde dit iets „gevloekts".
De Engelsen en Fransen werden eveneens aan de kaak gesteld. Zijn visie had sterke extremistische trekken en daardoor is hij er niet in geslaagd om tot een synthese te komen.
Het bleef te eenzijdig partijgeschiedenis.
Een begrip als nationale verbondenheid bleef hem vreemd.
De oligarchie en de aristocratische trekken botsten met zijn zelfgevoel. Een sterke absolutistische inslag bracht hem in zijn beschouwingen tot grote, te grote felheid.
De monarchale gedachte werd voor hem aantrekkelijk. Het is onmogelijk een rechtlijnige ontwikkeling bij hem te ontdekken. Daarvoor was hij te onbeheerst.
Vrijheid lokte hem ook aan. En hoe is er niet gesold met dit woord. De grootste absolutist waagt het om er zich van te bedienen.
De vrijheidstraditie van vóór de Revolutie: de Acte van verlatinge, het regentenregiem en de stadhouders als beschermers van het volk verwierp hij. Slechts alleenheersing kon genade in zijn ogen vinden.
Zijn persoonlijke temperament heeft hem hierbij sterk geleid. Bij deze beschouwingen was hij beslist on-Calvinistisch. Zijn jeugdige toehoorders hadden daar geen last van.
Sterk boeide hem de gedachten van Gods leiding in onze geschiedenis. Zijn grote verdienste lag hierin, dat hij als richtingwijzer fungeerde.
Heel sterk kwam dit uit bij Da Costa en Capadose. Met name Da Costa voelde zich door deze contacten rijpen voor het Christendom. Hij kwam tot de overtuiging, dat de Zaligmaker Gods Zoon Jezus was. Capadose zou hem hierin weldra volgen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's