Boekbespreking
Reformatorisch leven, B. Telder, ingen., 168 blz., ƒ 6, 90, Buyten en Schipperheyn, Amsterdam, 1964.
Er zijn vele dagboeken, meditaties, Bijbelbesprekingen, dogmatische beschouwingen, ethische verhandelingen en kerkhistorische geschriften gepubliceerd, schrijft de auteur in zijn: Woord vooraf.
Zijn boek: bedoeld een mengelwerk te geven, dat in de genoemde werken verspreid en terloops aan de orde komt. Toch behoeft dit de opzettelijke aandacht van allen, wie de nadere reformatie van het gereformeerde leven ter harte gaat.
Dit werk draagt daarom een pastoraal karakter en wil voortdurend opwekken tot gehoorzaamheid aan het vaste en onbedriegelijke Woord van God. Het doel is dus om scherp te onderscheiden de goede, welbehagelijke en volmaakte wil van God in allerlei sectoren van het christelijke leven.
Tot zover een samenvatting uit dit woord vooraf.
Op de band vindt u een opengeslagen bijbel. Uit de bijbel schiet een twijg omhoog. Dit treffend embleem wil de bedoeling van de schrijver vertolken: levensvernieuwing door het geopende Schriftwoord.
Aan de bedoeling beantwoordt dit boek inderdaad. Het gaat met u over vele schriftuurlijke wegen, die niet plat getrapt zijn, maar die voor u worden opengelegd. Ds. Telder wil u daarin laten zien wat de Heere in de dagelijkse omgang met Hem van u vraagt en u belooft. Het zijn soms treffende, eenvoudige schriftuitleggingen met concrete toepassing op het dagelijkse leven. De gevaren van het verzelfstandigen van bepaalde bijbelse woorden en begrippen onderkent de schrijver scherp. Telkens opnieuw leidt hij de lezer naar het Woord, opdat hij luistere, gehoorzame, de Heere vreze met een volkomen hart.
De inhoud is in vier delen te onderscheiden. Het eerste houdt zich bezig met de reformatie van het persoonlijk leven; het tweede met de reformatie van het gezinsleven; het derde met de reformatie van het kerkelijk leven en het vierde met de reformatie naar de Schriften.
Het een zal u meer aanspreken dan het ander. Het blijkt, dat de schrijver afkomstig is uit de vrijgemaakte kerk. De volle nadruk wordt b.v. gelegd op de plaatselijke gemeente. Dit is juist, maar er zijn zoveel bijbelse verbanden waarmee de plaatselijke gemeente samenhangt, die ook aan de orde moeten komen.
Gaarne bevelen wij dit boek aan. Het bestrijkt het gehele mensenleven en wil dit onder de zegende handen van God brengen.
B.
H. Giessen, Altijd bereid tot verantwoording, ingen., 179 blz., ƒ 5, 90, Callenbach, Nijkerk.
Dit boekje is samengesteld door M. Fischer, F. Kallenberg, H. Schmidt, K. Steinbauer, E. Thier, Ch. Westermann en R. van Thadden— Trieglaff.
Het is in het Nederlands vertaald door dr. j. J. Buskes en van een alleraardigste band voorzien.
De schrijvers hebben ± 166 korte stukjes geschreven over de meest uiteenlopende onderwerpen. Het zijn antwoorden op vragen, die leven. Vandaar de titel: Altijd bereid tot verantwoording.
Het is een vademecum, zegt de samensteller in: Zo is het bedoeld. Het wil dus een hulp zijn voor de ouders, de mensen in de bedrijven, scholen en verenigingen. Men moet over zijn geloof kunnen spreken en daarvan verantwoording kunnen afleggen.
Deze stukjes zijn op de man af. Achter elke pagina steekt een stuk theologische bezinning. Met deze bezinning zult ge het in vele gevallen eens zijn, in andere gevallen niet. Wanneer op blz. 14 allerlei voorbeschikkingen worden erkend, maar het geloof van de mens geheel en al zijn eigen zaak wordt genoemd, waartoe hij zelf in staat is, zet ge bij alle waarheidselementen in de bijbelse verbanden, een beslist neen. Het geloof is een gave Gods (Efz.).
Wanneer op blz. 22 geschreven wordt, dat wij al lang weten, dat aan de in de bijbel verhaalde geschiaidenis een geweldige tijdruimte vooraf ging, waarin er al mensen waren, zet ge een vraagteken.
Daartegenover staan veel goede uitspraken. Wanneer op blz. 24 de vraag gesteld wordt: Kunnen ook atheïsten niet gelukkig zijn: dan leest ge o.a.: Op de brug naar de Übermensch huist de waanzin. Angst voor de mens wordt norm tot handelen.
Lees b.v. de bladzijden 26 en 27: Wat zijn materialisten? en: Wat zijn idealisten? Volgens de schrijver is God tegen religie. Ge verwacht een onderscheid van ware en valse religie. Maar neen, dat komt niet. Openbaring wordt het tegendeel van religie genoemd. Dat Paulus spreekt over de redelijke godsdienst komt niet aan de orde. Calvijn had zijn: Onderwijzing in de christelijke religie, wel achterwege kunnen laten.
Onder een hoofdstukje over: Wat is schriftcritiek? wordt Jezus ten voorbeeld gesteld. Hij is bezig met een critisch en waarderend verstaan van de bijbel. Hier ontbreekt het onderscheid tussen Jezus — als het vleesgeworden Woord en ons, die volstrekt op de openbaring Gods zijn aangewezen.
Ge hebt het reeds gemerkt, dat dit boek u dwingt rekenschap te geven van uw geloof en soms ook dwingt tot tegenspraak. Daarom is het ter onderwijzing niet zonder meer aanbevolen. Wie niet enigermate critisch lezen kan, moet dit boek niet zonder meer als , gids aanvaarden. Wie dit boek schiftend tegemoet treedt zal er veel in vinden, dat hart en hoofd verrijken kan.
B.
Kinderen in de bijbel door Anne de Vries met vele illustraties van Otto Dieke, uitg. Kok, Kampen. Prijs ƒ 10, 75.
Sterk heeft Anne de Vries zich in de kinderen, die hij beschrijft, ingeleefd. Hoe kwam Kaïn er toe. Abel te doden? Hoe heeft Izak zich gevoeld, toen hij in vol vertrouwen met Abraham mee ging, zonder offerdier? Zo kunnen we doorgaan over Benjamin, het gelukskind. Joas, die nooit volwassen werd en de zoon van de zuster van Paulus.
De lezers zien deze geliefde bijbelgedeelten gebeuren met ogen van vandaag. Het feit, dat prof. Vriezen de schrijver advies gaf inzake van het oosterse leven van toen en de archeologische achtergronden die we nu kennen, geeft het boek zijn coloriet. Maar bovenal treft ons de piëteit en de voorzichtigheid, waarmee Anne de Vries de handelingen van deze figuren heeft verwerkt.
Een boek voor jong en oud. Ook voor b.v. onderwijzers, die bij de bijbelse vertellingen op school er zeker gebruik van kunnen maken.
C. S. S.
Wie méént te staan, door Annie Sanders, uitg. Kok, Kampen, Gouden Poort reeks. Prijs ƒ 4, 75.
Sjoerd is kwekeling aan een school in zijn eigen woonplaats. Zijn zeer zwakke zuster en hij verloren al vroeg hun ouders en zijn opgevoed door een tante. Hij wordt onderwijzer op een dorp, nogal ver weg, maar hij voelt zich daar gelukkig, en maakt het goed. Zijn zuster kwijnt echter, en de dorpsorganist en zijn vrouw, die zelf veel verloren hebben, nemen het meisje in huis. Een verhaal van eenvoudige mensen, in eenvoudige taal verteld. De titel slaat op een rijke boer, die zijn dochter hoewel verloofd met een nobele, maar gebrekkige dorpsjongen, liever met Sjoerd getrouwd zag. De vele nadruktekens boven verscheidene woorden irriteren wel eens even. Bandontwerp van Han Prins is aardig.
c. s. s.
Het leven is goed. door L. Kombrink, uitg. Kok, Kampen, Gouden Poort reeks. Prijs geb. ƒ 5, 90.
Margien, dochtertje van een Drentse keuterboer en Barke, zijn verstandige vrouw leiden het harde zwoegende leven van een 60 jaar geleden. Er gebeurt nogal wat, voor het gezin er een beetje bovenop komt, maar het is goed geschreven en de figuur van Margien is gaaf en duidelijk.
Goede verantwoorde lectuur.
C. S. S.
De vrienden van Anne Mariie door H. Heuszen Veenland. Meipocket, uitg. Meinema N.V., Delft. Prijs f 1, 50.
Een aardig, ongedwongen verhaal over het schoolleven van enkele meisjes en jongens. De vrolijke, plezierige kant wordt ruim belicht, maar de ernstige ondertoon, mede door de milieus waaruit ze komen, geeft dit boekje toch zijn waarde. Aardige vakantie-lectuur, of als geschenkje bij de overgang in de lagere middelbare school of hogere Ulo-klassen. Dus leeftijd 12—15 jaar.
C. S. S.
Spionage (in de tweede wereldoorlog) door Jac. en J. H. v. d. Steen. Kok, Kampen. Prijs ƒ 1, 75.
In deze pocket wordt de aandacht gevraagd voor een aantal leiders van geheime diensten uit de jaren 1940—1945. De grondigheid, waarmee in hoofdstuk I de „spinnen in het web" wordt beschreven, in de spionage, zoals die in de V.S., de Sovjet-republiek, in Zwitserland, en Duitsland was opgebouwd maakt het interessant. Elk hoofdstuk gaat over figuren van naam en vertelt van hun afkomst, motieven, heldhaftige vaderlandsliefde, of verraad.
Op gegevens uit het archief van authentiek materiaal hebben de schrijvers een reële beschrijving van verbluffende staaltjes van oorlogsspionage opgebouwd.
Zeer interessant om te lezen!
C. S. S.
Ds. C. Vonk, De voorzeide leer. Deel Ib, afl. 3 en 4, Drukkerij „Barendrecht, Barendrecht, 1964.
In het eerste deel van dit werk De Heilige Schrift zegt de schrijver, dat hij geen bijbelse geschiedenis wil geven of een commentaar maar dat hij veelmeer wil laten zien, hoe de wet van Mozes vol van Evangelie is; de wet predikt ons de Heere, die het met Israël (waarin wij thans zijn opgenomen) toch zo ontzaglijk goed voor had. Het is volstrekt niet nodig met behulp van allerlei kimst- en vliegwerk bij grote gedeelten van de Pentateuch de Christus erbij te halen. Van de tweede band (deel 1 b), die over Leviticus, Numeri en Deuteronomium spreekt, is nu de 3de en de 4de aflevering verschenen (blz. 161—320). De schrijver vervolgt de bespreking van de Offerthora; de vierde aflevering sluit met een paragraaf over de priesterschap (Lev. 8—10).
De schrijver laat zien, hoe Israël door de offeranden onderwijs in de verzoening ontving van hetzelfde Evangelie aangaande dezelfde heilsweldaden als wij heden ontvangen. Hij wijst op de verschillende handelingen: voorleiding, handoplegging, slachten, bloedbesprenging. De nadruk viel bij het zondoffer op de rechtvaardigmaking; bij het brandoffer op heiligmaking, bij het vredeoffer op de heerlijkmaking.
De schrijver wil liever niet meer spreken van personen in het O.T. als typen van Christus; het is beter met Petrus te zeggen, dat zulke gelovigen gesproken en gehandeld hebben, gelijk zij deden, omdat zij zich door de Geest van Christus lieten leiden. — Daar zou nog wel wat over te zeggen zijn, maar duidelijk is, wat de schrijver bedoelt.
De auteur doet goed werk met de publiciteit van dit breed opgezette populaire boek; hij staat op schrlftgelovlg standpunt en gaat uit van de éénheid der Schriften. Achter de paragraaf over de offerthora zijn vele aantekeningen opgenomen met verwijzing naar vroegere en latere literatuur en waarin menigmaal een discussie met andersdenkenden voorkomt.
Ik dacht, dat voor dit werk in onze kringen beslist belangstelling zal zijn.
Bt.
Dr. J. H. Bavinck, Wij worden geroepen, 128 blz., geb. ƒ 6, 90. Dr. J. H. Bavinck, En voort wentelen de eeuwen, 234 blz., gekart. ƒ 8, 90, Gebr. Zomer en Keuning, Uitgeversmij. Wageningen, 1964.
Prof. Bavinck was een wijs man met bijzondere gaven om het Evangelie met woord en daad te prediken. Uit deze twee voor ons liggende werken spreekt een rijpe levenswijsheid en een geheiligde levenservaring. Vele jaren heeft hij in Indonesië mogen arbeiden en de weerslag van dit werk vinden wij menigmaal in deze bladzijden. Als zendingshoogleraar had hij een grote invloed en zijn woord had gezag ook binnen de kring van zending en kerk.
De titel van de eerste bundel meditatiën is ontleend aan Matth. 11:28—30: gij zult rust vinden voor uw zielen. „Wanneer een mens die rust gevonden heeft in de dienst van zijn Meester, dan is het alsof de nevel, die om het leven en de wereld heenhangt wegtrekt en er aan de einder iets zichtbaar gaat worden van de vrede Gods, die alle menselijk denken en zoeken te boven gaat". Zo wordt in elke overdenking de lijn naar het persoonlijke leven doorgetrokken. Andere hoofdstukken handelen over: Het Woord, dat we zo graag zeggen willen; God is toch anders dan wij geneigd zijn te denken; Als de nood het hoogst is; God keert de orde om (2 Sam. 7:5, 11).
Het tweede werk bevat overdenkingen over het boek van de Openbaring van Johannes. Wie het boek leest verwondert er zich niet over, dat dit nu in derde druk uitkomt. In deze stukken vinden wij geen wonderlijke berekeningen en fantasieën, waarin menigmaal allerlei verklaringen opgaan, maar prediking voor het heden, opdat men zijn tijd zal verstaan en de achtergronden van het wereldgebeuren zal zoeken te kennen. De schrijver herinnert er aan, dat God in andere termen denkt dan wij. „Wij moeten nederig en geduldig afwachten wat God doen zal, intussen altijd wakende, want wij weten de dag en het uur niet, waarop de heer des huizes zal wederkeren. De voleinding zal eerst komen, wanneer de wereld eerst in de meest radicale zin wereld, opstandige goddeloze, ontredderde en verwilderde wereld geworden is".
Het zijn twee mooie boeken, die de rijkdom en de ernst van het Evangelie prediken.
Bt.
Helmut Lamparter, Tröstet Mein Volk, ingen., 96 blz.. Verlag Ernst Franz Metzingen-Württ, 1964. Prijs 3, 80.
In dit werkje geeft de schrijver in een zevental preken de behemdeling van Jesaja 40-56. Soms worden enkele hoofdstukken overgeslagen. Deze preken geven een uitleg van deze gedeelten en een overbrenging in de situatie van nu. Daarin zijn zij recht op de man af. De toepassing is vaak vrij egaal, waarbij de verscheidenheid van de ontvangst bij de houders bulten het gezichtsveld blijft. In de preek over: „Gij zijt Mijn" wordt dit alles op de doop toegepast, waarbij het verwondert, dat God dit in Jesaja niet op de besnijdenis toepast, maar op Zijn verse aanspraak van het volk: toen en daar. Daarmee is uiteraard niets afgedaan van de doop, maar een pleidooi gehouden voor de vrije loop van het Evangelie onder de gedoopten. In een andere preek (de laatste) over Jesaja 55 komt dit beter aan de orde.
Gaarne brengen wij u dit boekje onder de aandacht. Het kan u helpen deze hoofdstukken beter te verstaan.
B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's