De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

7 minuten leestijd

53e.

Een zonnige zendingsdag ligt weer achter ons. Soms verregende deze befaamde eerste donderdag jaren achtereen. Stellig zijn er onder ons, die de zon hebben getrotseerd en de regen kloekmoedig verdragen jaren achtereen. Dankbaar keerden velen naar hun woonplaatsen terug.

Veel heel veel in het kerkelijk leven loopt met haastige schreden achterwaarts helaas. Het bezoek van het Driebergse bos op deze hoogtijdag van de G.Z.B. laat echter nog steeds niets te wensen over. Duizenden maken zich jaarlijks op. Natuurlijk is deze belangstelling in het geheel van ons kerkelijk leven en van het nationale gemenebest maar een druppel op de bekende plaat. Stellig is het thans door velerlei omstandigheid ook voor ons gemakkelijker om de zendingsdag te bezoeken dan dit enkele tientallen jaren geleden het geval was. Maar laten we bedenken dat een mens en een samenbundeling van mensen aangenaam is door wat men heeft en niet door wat men niet heeft.

Bovenal mogen we de wens uitspreken dat voor wie ook deze dag nog zegen moge gebracht hebben. Er is vaak maar een enkel woord, een zinnetje toe nodig. Oude en nieuwe dingen uit de schat des harten. Niet slechts de psalmen zijn 't die al dikwijls zijn aangeheven op dit plekje grond, ook de stoffen zijn vaak al meer dan eens verhandeld in de loop der jaren. Maar toch weer anders, toch weer met vertoon van de sporen van de tijd en de situatie. Want in die meer dan vijftig jaar is heel wat gepasseerd. In de geschiedenis van wereld en kerk. Theologische verschuivingen vonden plaats. Als we alle toespraken op papier of band voor ons hadden konden we tal van interessante conclusies trekken. Ook — zij het wat meer aan de oppervlakte — wanneer we wat kiekjes ter vergelijking naast elkaar leggen.

Het is werkelijk wel: „In plaats van uw doorlucht' en vrome vaad'ren, zult gij eerlang uw zonen zien vergaad'ren". Kleinkinderen, zelfs achterkleinkinderen van de organisatoren en deelnemers van de allereerste zendingsdagen liepen over het terrein. De jongeren hebben geen heugenis aan de mannen van het eerste uur. Maar de ouderen lopen zo wel eens wat te zoeken door het bos. Te zoeken naar hun herinneringen aan grote en gevierde sprekers, die ze in gedachten nog zagen staan op de „eerste of tweede spreekplaats". De sprekers van de laatste maal hadden voor het allergrootste gedeelte het levenslicht nog niet aanschouwd, toen het voorgeslacht al zendingsdagen hield.

Er kunnen zovele overwegingen ons bezig houden. Was het vroeger beter? Bijvoorbeeld vijf en twintig jaar geleden, toen wij onze eerste indrukken opdeden? Vonden de ouderen van toen het vijf en twintig jaar daarvoor toch ook nog weer beter? Ongetwijfeld de tijden veranderen, maar ook wij zijn veranderd.

Vijf en twintig jaar geleden toen we misschien nog jong waren bezagen we dingen zonder vergelijkingsmateriaal. Ik geloof wel dat de tijden ernstiger zullen worden naarmate het einde dichterbij komt. Maar het is voor ons die zelf zo aan verandering onderhevig zijn moeilijk om te taxeren en te waarderen. En het voornaamste en doorslaggevende moet toch wel zijn, dat Jezus Christus Dezelfde is. Dezelfde tot in eeuwigheid. Hij draagt zorg dat door de eeuwen heen de poorten der hel met behulp van de geest van de tijd de gemeente niet overweldigt.

Een levende hond is meer dan een dode leeuw. Velen van die oude voortrekkers, wier namen voorheen een machtige klank hadden en die meer dan eens zich lieten horen op voorbije zendingsdagen en over wier woorden werd gemediteerd en gesproken op de weg naar huis, zijn lang tot stof weergekeerd. De kinderen Israels voelden zich sprinkhanen in de nabijheid van de kinderen Enaks. Zo voelen wij ons verachtelijk in vergelijking met deze geweldigen uit onze jonge jaren. We kunnen ons niet indenken dat we staan en gaan, waar zij stonden en gingen. Want hoevele vermaarden uit onze steden en dorpen gingen ook op naar Driebergen. We hebben heus niet alleen het oog op sprekers. Vele bezoekers hadden een naam in hun gemeente en de streek waar ze woonden. Ja, juist via contacten van de zendingsdagen, waar ze vrienden en geestverwanten ontmoeten hadden ze een landelijke vermaardheid. Maar hun plaats is leeg. We zoeken ze vergeefs.

En toch dit stukje arbeid is maar een facetje. Gods kerkewerk omspant meer dan drie en vijftig zendingdagen. Ook daarvan geldt dat zovelen, die als zonnen en manen geschenen hebben, zijn verduisterd. Kerkvaders zijn lang nadat ze als stof uit stof zijn opgerezen tot stof teruggekeerd. Slechts dit blijft krachtig en troostelijk: Ik ben met ulieden tot de voleinding der wereld. De nabijheid van Iemand, die zijn menselijkheid niet heeft afgelegd, is het privelegie van Gods kerk op aarde. Ik ben met ulieden. Gelukkig de mens die deze nabijheid krachtig ervaart door het geloof in de Zone Gods. Die zegt immers soms na veel strijd en aanvechting en dwaas abuis: Het is mij goed nabij God te wezen. We volgen immers geen kunstig verdichte fabelen — al lijkt het in veler theologie helaas veel daarop. We hangen geen ideologie aan. We vertrouwen het Woord van Een, die leefde in deze wereld.

Beroepingswerk.

De wereld wil altijd wat nieuws en altijd wat anders. De goddelozen zijn gelijk aan de onrustige golven van de zee, die veler vakantieaanblik vormen, zonder dat misschien de welsprekende en forse gelijkenis doordringt.

Op de zendingsdagen leerde het hervormd gereformeerde volk zijn predikanten kennen. Temeer ook omdat de zendingsdag in de zomer uitliep op talloze goedbezochte winteravondbeurten in eigen gemeente. Zo werden er banden gelegd tussen predikanten en gemeenten, die af en toe een urgente kracht ontvingen door een beroep dat werd uitgebracht.

Tegenwoordig zoekt men naar nieuwe banen voor het beroepingswerk. De juiste man op de juiste plaats. Het moet wat lopen over andere schijven. We hebben er het nodige wel over gehoord en gelezen.

Het is natuurlijk een klein kunstje om allerlei bezwaren aan te voeren tegen het vigerende systeem van beroepingswerk. Maar we zijn huiverig voor alle dirigisme ook al meent prof H. Ridderbos in een van de laatste artikelen over dit onderwerp, waarin hij reageert op wat voor hem hierover geschreven werd, dat een aanvat middel van een bepaalde commissie, die verantwoordelijk blijft aan de kerkelijke besturen, toch heus niet in strijd komt met het presbyteriaal karakter van kerkorde. Het is immers maar gedelegeerd en zo'n commissie is weer op te heffen. Dit laatste staat tussen haakjes. Opheffen valt niet mee in de kerkelijke wereld.

Gedachten van commissies en kerkeraden lopen niet altijd parallel. Dat blijkt om een eenvoudig voorbeeld te noemen wel uit het feit dat een kerkeraad tijdens een vacature andere gastpredikers uitnodigt dan de predikant Wanneer de vacature eenmaal vervuld is en de dominee het zelf in handen wil houden.

Het ergste is echter, wanneer een bepaald systeem ertoe leidt om kerkeraad en gemeente verantwoordelijkheden te ontnemen, geheel of gedeeltelijk. Wanneer we dit laatste punt aanstippen is er reden om de hand te steken in eigen boezem. Hebben we allereerst als kerkeraad maar verder ook als gemeente, die hartelijk behoort mee te leven, nog wel oren om te horen. De kerkeraadscommissie die uitzwermde, werd betiteld als hoorders. Er waren weer hoorders vanmorgen. Ik verzeker dat er onder die eenvoudige ouderwetse kerkeraadsleden ook waren, die met ere die naam droegen. Hoorders. Ze wisten hoofdzaak en bijkomstigheden te onderscheiden Ze vergaapten zich niet aan franje en lieten zich niet door fanfare op een dwaalspoor leiden.

Hoe leefde de gemeente mee. Ik vraag me af of een beroepen predikant, zoals voor vijf en twintig jaren, nog een hele stapel brieven krijgt uit de gemeente waar hij werd beroepen. Het stroompje brieven wordt — als ik me niet vergis — al smaller.

Want gij ziet uwe roeping broeders. Dit woord is de oplossing van vele kerkelijke problemen, waarvoor men uitkomst zoekt op hoog niveau. De bijl wordt gelegd aan de wortel. Ook de sanering moet gezocht in de grond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's