Boekbespreking
Gesprekken over de Heidelberger, prof. dr. A. F. N. Lekkerkerker, geb., 175 blz.. Zomer en Keuning, Wageningen, 1964.
Deze gesprekken over de Heidelberger kunnen bekend zijn, omdat prof. Lekkerkerker deze gehouden heeft in zijn zondagavondlezingen voor de N.C.E.V. microfoon met talloze luisteraars. Daarom zal dit boek gaarne gekocht worden. Wat wij hoorden, kunnen wij nu lezen.
Prof. Lekkerkerker heeft de gave om over de Catechismus onderhoudend en verrijkend te spreken. De gesprekken zijn eenvoudig en toch rijk van inhoud.
Een tweede verdienste van dit boek, lijkt mij, is, dat de Heidelberger geactualiseerd en geconfronteerd wordt met de situatie van nu. Vooral bij de zondagen over de Voorzienigheid, het lijden en sterven van Christus en de sacramenten, komt dit tot uiting.
De controverse met Rome, ten dele met de Luthersen, komt aan de orde.
Op deze wijze komen veel interessante zaken aan de orde. Toch — hoezeer de methode van het gesprek de mens van vandaag ligt — is deze te vrijblijvend, te speels. De catechismus bedoelt onderwijzing in de centrale vragen. Zij gebruikt uiteraard methoden en materiaal, die eigen zijn aan die tijd. Daarop te attenderen ontmoet geen bezwaar. Maar hoezeer kind van haar tijd, zij heeft iets van de eeuwige jeugd (Oorthuys). In haar substantie sluit zij zich zo nauw aan aan de spreekwijze van de Heilige Schrift, dat zij iets „onveranderlijks" heeft.
De schrijver laat de op de Catechismus uitgebrachte kritiek aan het woord. Hij verwerpt die grotendeels. De catechismus overleeft de j^critiek. In dit verband vraagt de auteur naar "•de mogelijkheid en de wenselijkheid van een oecumenische catechismus.
De „proeven" ervan zijn niet erg bemoedigend. Ook de gevaren van een „andere" catechismus signaleert schrijver.
Bepaald verfrissend is het, wanneer hij de catechismus zet in het raam van deze tijd. Niet zonder zelfspot merkt hij op, dat wanneer wij de catechismus „bij de tijd" willen houden, wij elke vijfentwintig jaar wel een nieuwe catechismus mogen hebben.
Toch komen in dit verband een paar opmerkingen voor, die tegenspraak oproepen. Is het waar, dat de zekerheid van het geloof alleen verkregen wordt in de uitgang naar de ander? Is het waar, dat de Catechismus te introvert is? Kimnen in de Catechismus het Koninkrijk van God, de komst er van, de afmetingen ervan, het werven ervoor niet telkens aan de orde? Laat het waar zijn, dat de Catechismus ontstond in de „gesloten" wereld van de zestiende eeuw, dat neemt niet weg, dat de Catechismus telkens opnieuw de naaste op het oog heeft. Maar waar is, dat de Catechismus de hoofd-nadnüc laat vallen op de gemeenschap met Christus en daarin en daarom de gemeenschap met elkander en van daaruit ook de werving (het winnen!) van de naaste voor Christus. Dit is vandaag nog precies zo. Het moge niet stroken met een bepaalde apostolaats-theologie, maar het valt te verwachten, dat de Catechismus ook deze theologie zal overleven.
Een ander pimt (blz. 144) is: Kan een „ander" mijn schuld boeten?
Prof. Lekkerkerker belijdt gaarne de plaatsvervanging. Maar zijn critiek op zondag 5 richt zich op het woord „ander", omdat hij gelooft, dat Jezus niet een „ander" voor hem is. Hij schrijft: Toen Jezus stierf aan het kruis, was ik daarbij. Ik, de mens, die geloof, ben met Hem verbonden. De apostel schrijft: Niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij. Dus kan het Nieuwe Testament zeggen, dat Jezus is gestorven voor mijn zonden en zeUs in de plaats van mij. Toen hij stierf, heeft Hij mijn oude ik meegenomen in het graf. Hij is niet meer een ander voor mij, zijn kruis staat in mijn leven. Tot zover prof. Lekkerkerker.
De bedoeling van prof. Lekkerkerker is, dat de gebeurtenis van de dood van Christus geen verre en vreemde zaak zal blijven, zodat de vraag ontstaat: Hoe kan iets, dat tweeduizend jaar geleden gebeurd is, invloed hebben op mij vandaag. Hij vindt, dat deze vraag een aanklacht inhoudt tegen de gemeente.
Dat zal waar zijn. Maar dat houdt vooral een aanklacht in tegen vele predikers, die zich niet inspanden of inspannen om met Calvijn in zijn Institutie in boek III de gemeente te prediken hoe Christus het voor ons verworven heil toeeigent.
Prof. Lekkerkerker doet een korte poging (hoe kan het hier anders? ) om het kruis te actualiseren. Hij doet dat door middel van het corporatieve denken. Dit is een wezenlijk element in de Heilige Schrift. Maar er is meer. Want de verbanden waarin Christus in Zijn dood tot ons komt, maken de vraag niet overbodig: Wie is Hij? Dezelfde Paulus, die zegt: Niet meer ik, maar Christus leeft in mij, sprak eenmaal: Wie zijt gij, Heere? Toen was Jezus een Ander voor hem, die hem werd geopenbaard door de Heilige Geest.
Dit wil zeggen, dat het corporatieve denken de persoonlijke toeeigening niet overbodig maakt. En daaraan wordt veel te weinig aandacht besteed ook in de prediking. Dan verdwijnt Christus in het heilsfeit en krijgen wij bovengenoemde vraagstelling. Maar het gaat om Christus in het heilsfeit, die Zich ook nu present stelt in de prediking door de Heilige Geest.
Zo is er meer, dat roept om breder fundering. Maar — zoals geschreven — dat is het gevaar van gesprekken en van de gesprekstoon, die hoe bevallig ook, de dingen soms te vrijblijvend benadert.
Er valt uit dit boek veel te leren. Daarom bevelen wij het gaarne bij u aan.
Schuld en Straf in het licht van de bijbelse verkondiging, prof. dr. G. Brillenburg Wurth, Bosch en Keuning, Haam, 160 blz., ƒ 2, 90. Serie: Bibliotheek van Boeken bij de Bijbel.
De schrijver van dit boekje is intussen overleden. Wij zullen hem en zijn vruchtbare pen missen. Juist de actuele onderwerpen, ontstaan uit de ontmoeting van de Kerk met de wereld, boeiden hem buitengewoon. Daarom weet hij ook anderen te boeien.
De schrijver stelt een uitgebreid onderzoek in naar de achtergronden van schuld en straf in de Heilige Schrift. Vanzelfsprekend wordt dit onderzoek omlijst door de visies van de andere godsdiensten op deze zaken. Maar het hoofdaccent — en dat is het waardevolle — valt op de Schrift.
De huidige opvattingen worden getoetst, de verschuivingen aangewezen.
Dit boekje boeit van het begin tot het eind. Zeer gaarne wordt het u aanbevolen. Aan deze korte studies hebben wij behoefte.
De brief aan de Colossenzen, J. E. Hitman, geb., 118 blz. Serie: De prediking van het Nieuwe Testament, 2e druk, ƒ 11, 90. Callenbach, Nijkerk, 1964.
De eerste druk van deze Kommentaren verscheen in 1955. Er was een tweede druk nodig. Dat is een bewijs dat deze kommentaren gekocht en gebruikt worden.
Het thema van de CoUossenzenbrief is: Christus het Hoofd naar de gemeente toe en naar de wereld toe. Gezien de discussies, die er gaande zijn over het Hoofd-zijn van Christus, is het van belang om de teksten, die daarover handelen, nauwkeurig te exegetiseren. De Schrift is altijd rijker dan welk belijdenisgeschrift ook.
Wat is het nodig om de woorden: oude mens, nieuwe mens, beeld Gods e.a. nauwkeurig vsmuit de grondtekst voor u te hebben en eigen te maken.
De auteur verwijst — dat is een verdienste van dit Kommentaar! — naar de Ned. Geloofs Belijdenis en de Catechismus. Hij laat het schone van de belijdenis zien om toch te concluderen, dat de Schrift minder reflectief en meer direct is.
Bij de leziiig van dit werk rijzen soms vragen. Is het waar (blz. 87), dat het geloof in onze rechtvaardiging onze heiliging is ? De toelichting verduidelijkt wel het een en ander, maar deze zin roept vragen op.
Wanneer de schrijver op blz. 71 spreekt over „geheimen en verborgenheden", die Paulus verwerpt als dwaalleer, had er toch wel genuanceerder gesproken kunnen worden over de verborgenheden van het Evangelie, die sommigen wel en anderen niet geopenbaard worden.
Het geheel van dit Kommentaar prikkelt tot... preken. Dat is de grote verdienste van dit korte en duidelijke werk. Gaarne bevelen wij dit werk
bij u aan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's