De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE HEILIGE SCHRIFT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE HEILIGE SCHRIFT

Het Woord Gods

7 minuten leestijd

II.

In het voorafgaande hebben wij het reformatorische standpunt des geloofs aangaande de Heilige Schrift als het Woord Gods uiteengezet, zoals het door de Heilige Geest wordt geleerd. En wij mogen daaraan toevoegen, dat de reformatie daarin niet een geheel nieuw standpunt inneemt, maar inderdaad het standpunt, dat de kerk van Christus van alle tijden eigen is, omhelst.

Wijsbegeerte en theologische wetenschap hebben sedert de reformatie en met name gedurende de laatste eeuwen de reformatorische traditie, welke de Bijbel als het Woord Gods in brede kringen deed gelden, gebroken en als een achterlijk standpunt bejegend.

Op zich zelf genomen ligt die achterlijkheid eer aan de wijsgerige en aan de „theologisch" — wetenschappelijke kant, die uit de aard der zaak bepaalde wetenschappelijke of niet wetenschappelijke aardse methoden kan toepassen op de beoordeling en waardering van de verschijnselen, die ze als zodanig meent te kunnen beoordelen en waarderen. De gaven uit het Noacietisch verbond en uit de leiding Gods kunnen tot zekere hoogte ook nog theologische gegevens en verbanden in hun beschouwingen ten gevolge hebben, maar deze gaven Gods zijn alle betrokken op de kennis Gods, die de schepping betreft en niet op de kennis van de herschepping in en door Christus.

Calvijn wijst er n.l. terecht op, dat wij onderscheid moeten maken tussen tweeërlei Godskennis: „wijl dus de Heere zich eerst enkel als Schepper, zowel in de formering der wereld, als ook in de algemene leer der Schrift, en vervolgens in het aanschijn van Christus als Verlosser vertoont, vloeit hieruit voort een tweevoudige kennis Gods". (Inst. I, II, 1).

In de practijk van het godsdienstige leven geeft dit een verscheidenheid van gaven en van waardering en beoordeling, die in het dagelijkse leven meer of minder onze aandacht treffen en een verscheidenheid van godsdienstigheden tevoorschijn roepen, die desondanks aan de waarheid geen deel hebben blijkens het Schriftonderricht van de enge weg, waarop we in ander verband hebben gewezen. „Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere, zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet de wil Mijns Vaders, die in de hemelen is" (Matth. 7 : 13—21).

Het is trouwens bekend, dat geen onderricht van de Heilige Schrift zo algemeen tegenstand en onwil onder de mensen ontmoet dan de leer van de verkiezende genade Gods. „Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde enz." (Ef. 1 : 4).

Daarover gaat het in die tweede soort van Godskennis; de kennis van de Christus als Verlosser en dat komt neer op levensvernieuwing in en door Hem.

Levensvernieuwing in Christus Jezus, de Zoon des Allerhoogste, dat is het eigenlijke punt, zijnde het voornaamste hoofdstuk in de vernieuwing der wereld. (Vgl. 1 Petrus 1 en 2; Kol. 1: 16—29; 2 Cor. 5:11—20; 1 Cor. 2: 9—16).

Om de wereld te vernieuwen behoefde Christus geen mens te worden, maar om de mens, die de dood schuldig is geworden voor Gods gericht, de mens, uit wien nooit meer enig goeds te wachten was, om die te vernieuwen moest hij eerst van het oordeel bevrijd worden, dat op hem was gekomen. Er moest een zondeloze zijn om het voor hem te dragen en te voldoen; om van een eeuwige straf de schuldigen vrij te maken, te verlossen en hun een nieuw leven te schenken.

De Christus leren kennen als Verlosser en Zaligmaker, dat is een nieuw hoofdstuk van geestelijke kennis en van geestelijk leven. Dit gaat terug op het voornemen der verkiezing van voor de grondlegging der wereld (Efeze 1: 4), een voornemen Gods, dat van en door Christus wordt vervuld in Zijn wereldregering, in Zijn menswording, in Zijn lijden en sterven, in Zijn opstanding en hemelvaart, in Zijn profetische leiding, in de voorlichting, ontdekking, voorbereiding, wedergeboorte en geestelijke toerusting van degenen, die Hem van de Vader gegeven zijn, door Hem en door de Heilige Geest, die Hem in al Zijn werken van schepping en herschepping vegezelt.

Dit betreft dan, zo men zal kunnen begrijpen die tweede soort van kennis Gods, waarvan Calvijn gewaagt, die bijzonderlijk geestelijke kennis wordt genoemd om haar buitengewoon karakter.

Paulus getuigt daarvan o.a. in de eerste brief aan de Corinthiërs, 2 : 6 v.v. „En wij spreken wijsheid onder de volmaakten; doch een wijsheid niet dezer wereld, noch der oversten dezer wereld, die te niet worden; maar wij spreken de wijsheid Gods, bestaande in verborgenheid, die bedekt was, welke God tevoren verordineerd heeft tot heerlijkheid van ons, eer de wereld was; welke niemand van de oversten dezer wereld gekend heeft; want, indien zij ze gekend hadden, zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruisigd hebben".

Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben.

Doch God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest.

Dat is wat anders dan de geest der wereld. Dat staat er ook (vs. 12): „Doch wij hebben niet ontvangen de geest der wereld, maar de Geest, die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn".

De bijzondere kennis van deze bijzondere genade beschikking Gods draagt in de mensheid een bijzonder karakter. Zij is boven de gewone, alledaagse kennis verheven en wordt daarvan ook onderscheiden, zoals de apostel Paulus de Corinthiërs leert in het door ons aangehaalde hoofdstuk zie vs. 14: „Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn: want ze zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden".

De uitverkorenen, die tot deze kennis komen, hebben de zin van Christus, zegt de Schrift (1 Cor. 2 : 16).

Dat betekent dus en daarom was het ons onder meer te doen tot voorlichting van degenen, die dit niet weten, dat betekent, dat allen, die de Bijbel lezen en in deze geestelijke kennis niet of nog niet door de Heilige Geest zijn ingeleid (Men leze in verband met ons onderwerp ook Johannes 17 eens aandachtig na) over de Heilige Schrift en de verkiezing in Christus niet praten kunnen, laat staan z.g. geleerde beweringen doen ten aanzien van goddelijke zaken, waarvan zij geen kennis dragen.

Christus heeft in het aangevoerde hoofdstuk (en daar niet alleen), zeer duidelijk gesproken over Zijn zending in de wereld en van Zijn onderscheiden betrekking tot degenen, die Hem van de Vader gegeven zijn. Hij zegt: „Want de woorden die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze ontvangen, en zij hebben waarlijk bekend, dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.

„Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt, want ze zijn Uwe".

En als iemand soms mocht denken, dat deze woorden alleen op de apostelen betrekking hebben, dan wordt hij verwezen naar vers 20: „En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen" (vs. 20).

Dat zijn slechts enkele voorbeelden, maar voldoende sprekend om er op te wijzen, dat de wereld ze niet verstaat en dat er velen zich Christenen noemen en in de kerk zijn, die deze dingen ook niet kennen en er toch tegen rappeleren, zelfs ook mannen, die als Bijbelgeleerden behoorden te begrijpen, dat de Bijbel Gods Woord en onderwerpen als de verkiezing Gods — en dat zeker voor degenen, die het geestelijk niet verstaan — niet onder de critiek van aardse wetenschap vallen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE HEILIGE SCHRIFT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's