De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT HET NIEUWE TESTAMENT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT HET NIEUWE TESTAMENT

8 minuten leestijd

Vervolg 1 Corinthe 11 vers 17—34.

De vorige malen zagen wij dus, dat de apostel bepaalde misstanden in de gemeente van Corinthe bestreed. Hij vond in haar midden en met name in de samenkomsten zoveel te berispen, dat hij ervan sprak, dat zij niet tot beter, maar tot erger samenkwamen.

Hij had er meer dan één reden toe, om aldus te spreken. Wij lazen immers in vers 18: „Eerstelijk hoor ik, dat er scheuringen onder u zijn".

Na dit „eerstelijk" verwachten wij nu een „ten tweede" of „vervolgens". Doch dit vinden wij niet. Wellicht laat de apostel dit hier weg, , niet, omdat hij onnauwkeurig schrijft, maar omdat hij datgene, wat hij hier onder „ten eerste" vermeldt. — de aanwezigheid van die scheuringen, — slechts terloops vermeldt. Hij heeft daar immers in het begin van zijn brief reeds uitvoeriger over geschreven. En eigenlijk zal het hem hier te doen zijn om iets anders, — om verdere ongeregeldheden, welke in de samenkomsten èn bij de viering van het Avondmaal plaats vonden. Daar zal hij vooral op willen ingaan. Doet de haast, die hij heeft om tot dit voornaamste stuk te komen, hem verzuimen opzettelijk te zeggen, dat hij nu aan de tweede en belangrijkste beweegreden voor zijn berisping is toegekomen?

In vers 19 schrijft hij dus: „Als gij dan bijeen komt, dat is niet des Heeren Avondmaal eten". Wij kunnen deze woorden ook als volgt weergeven: „Zoals gij nu samenkomt, mag het niet de naam hebben van des Heeren Avondmaal eten".

Ieder voelt aan, dat er in deze woorden een scherpe afkeuring opgesloten ligt. Wat er verder gebeurde in die samenkomsten, en de geest, die daarin openbaar kwam, zaten hem stellig hoog. Hij was er stellig diep verontwaardigd over. Temeer daar het hier iets betrof, waarbij niet minder dan het Heilig Avondmaal in het geding was. Tenminste, het is niet onjuist, het zó te stellen. Inderdaad ging het hier mede om de viering van het Avondmaal in onze zin. Echter, — wij moeten hier wel bedenken, dat het woord Avondmaal in deze tekst nog een andere betekenis heeft en óók doelt op iets, wat in Paulus' dagen in de samenkomsten der gemeenten vaak aan de viering van het Avondmaal vooraf ging. Hierop komen wij in het volgende artikel breder terug.

Thans laten wij op ons inwerken, dat de apostel hier dus ook mede denkt aan het Avondmaal in onze zin. En wij verstaan het, dat, wanneer bepaalde misstanden in de gemeente juist de viering daarvan raken, hem dat hoog zit.

Als 't goed is, betekent die viering een hoogtepunt in het geestelijk leven der gemeente. Daar wil Christus Zelf onder het gebruik van de tekenen door Zijn Geest de band des geloofs met de zijnen versterken. Zijn beloften in hun ziel bevestigen, hun geloof verdiepen, hun liefde en hoop vernieuwen. Daarom is dit Avondmaal ook heilig in bijzondere zin van het woord, en mag het niet ontheiligd worden door dingen, die de Geest bedroeven en tegenstaan en dus tevens die zegenrijke werking van Christus door de Geest verstoren. Kan men op andere punten soms nog iets door de vingers zien, hier liggen de dingen wel bijzonder teer!

Intussen, iets anders vraagt hier mede onze aandacht.

Wanneer wij in dit vers toch tevens aan het Avondmaal in onze zin mogen denken, maakt het dan geen verrassende indruk op ons, dat Paulus dus eerst schrijft: „Als gij dan samenkomt" en er onmiddellijk op laat volgen: „dat is niet des Heeren Avondmaal eten? " Hij heeft het dus over de samenkomsten der gemeente, die op de eerste dag der week gehouden werden en misschien zelfs nog wel op andere dagen in de week. De frequentie van die samenkomsten lag hoog. En hij verbindt daarmee, dus zonder meer de viering van het Avondmaal.

Daarnaast, — daartegenover plaatsen wij de gewoonte onder ons. Als regel wordt onder ons het Avondmaal viermaal per jaar gevierd. De Kerkorde van de Hervormde Kerk spreekt van een viering, minstens viermaal per jaar. Alleen in bijzondere gevallen mag het minder, doch slechts in overleg met de visitatoren-provinciaal.

Wij moeten zeggen, dat het zó niet altijd geweest is. Dat het in de eerste christen-gemeenten vaker gevierd werd, blijkt uit dit gedeelte uit de Corinthe brief. Het blijkt eveneens uit wat wij b.v. lezen van de eerste gemeente in de Handelingen der Apostelen. Wij behoeven hier alleen maar te citeren Handelingen 2 vers 42, waar wij immers lezen: „En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap en in de breking des broods, en in de gebeden". De uitdrukking „breking des broods" zal toch ook wel zien op de viering van het Avondmaal, waarbij het brood met een bijzondere bedoeling gebroken en rondgedeeld werd. Hoe vaak dit precies geschiedde, weten wij niet. Dat het dikwijls gebeurde, is zeker. Er zijn gegevens uit de tijd van de Kerkvaders, o.a. Augustinus, die berichten, dat op bepaalde plaatsen in de oude Christelijke Kerk het Avondmaal dagelijks gevierd werd. Op andere plaatsen was de viering beperkt tot de rustdagen en de bijzondere christelijke feestdagen. Niemand minder dan Calvijn was voor een maandelijkse viering. Op de eerste Synoden, gehouden in onze Kerk, na de Reformatie, wordt gesproken van een tweemaandelijkse viering. Zo ook de Dordtse Synode van 1618/1619.

Op dit punt zal een zekere vrijheid geoorloofd zijn. De Heilige Schrift geeft ons immers geen duidelijk bindend voorschrift omtrent het getal en het tijdstip van de Avondmaalsviering. Wel spreekt ze van een bevel van Christus, wat die viering zelf betreft. Nadrukkelijk heeft Christus beide sacramenten bevolen en ingesteld. De Doop na Zijn opstanding, toen Hij Zijn discipelen op de berg in Galilea de opdracht gaf: „Gaat dan heen, onderwijst al de volkeren, hen dopende in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes, lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb". Het Avondmaal in de nacht, waarin Hij verraden werd en Hij het brood nam, dat zegende en dat onder het uitspreken van de instellingswoorden ronddeelde, terwijl Hij iets dergelijks deed met de drinkbeker.

Duidelijk hebben wij hier te maken met een uitgesproken wil, een bevel des Heeren. Echter, bij geen van beide Sacramenten wordt ook slechts van verre op de frequentie van de bedieningen gezinspeeld.

Wel geeft het ons te denken, dat men blijkbaar in de eerste christengemeenten, waar het ook niet alles goud was, wat er blonk, getuige de misstanden, waarover Paulus afkeurend schrijft, doch waar toch de Heilige Geest op bijzondere wijze werkte, bijzonder ernst maakte met dit bevel des Heeren. De gehoorzaamheid aan dit bevel was groot. Men kon het niet naast zich neerleggen. Het functioneerde nog in het gemeenteleven. Men beleefde blijkbaar ook nog in sterke mate de zegen en de vreugde, aan de viering verbonden. Men móest 't maar niet vieren; men mocht het vieren!

Dit roept ons toch wel tot bezinning. Recht Avondmaal vieren moet altijd iets van een wonder aan zich houden, het kan niet geschieden zonder oprecht geloof en geestelijk leven, dat ook weer niet zonder strijd én bestrijding blijft. Daarom is de weg naar het Avondmaal geen weg, die men als vanzelfsprekend, zonder strijd, gaat. Maar een andere zaak is, of er onder ons, afgezien van een juiste schroom soms, niet veel verkeerde schroom is, die opkomt uit onjuiste en onbijbelse overwegingen. Bij de bespreking van de volgende verzen uit dit hoofdstuk moet dit nader aan de orde komen.

Er is onder ons nog te vaak een verzuim, waarvan men niet eens last of verdriet heeft, — waar men zich innerlijk rusig bij gevoelt, ja, waar men zich soms nog heimelijk op verheft! Echter dit valt alles onder de ongehoorzaamheid aan het bevel van Christus.

Gelukkig zijn er onder ons ook, voor wie de weg naar het Avondmaal geen vanzelfsprekende weg is, maar die toch hartelijk naar dit Sacrament kunnen verlangen. Die verstaan én beleven, welke zegen en vreugde de grote Gastheer aan deze dis de zijnen bereiden wil. Maar helaas zijn er eveneens, voor wie het bevel tot het Avondmaal en de viering daarvan toch eigenlijk een niet welkome zaak is!

Het voorbeeld van de eerste christengemeenten moet ons wel steeds tot bezinning roepen. Ze staat daar niet, zo zonder méér ter navolging. De frequentie van de Avondmaalsvieringen behoeft niet zomaar te worden overgenomen. Zou daardoor alleen de geestelijke toestand in de gemeenten veranderen ten goede? Een ander gevaar zou dan om de hoek komen kijken. Dat de rijke betekenis van het Avondmaal nog meer uitgehold zou worden en de gemeente, nog minder ervan verstaande, uit sleur komen zou. Wij mogen ons wel bezinnen op de vraag: Wordt onder ons het Avondmaal soms niet te weinig gevierd? Doch overigens blijven wij ons bewust, dat het niet gaat om de frequentie zonder meer. Het gaat om het spontane geestelijke leven, dat toch in de oudste christengemeenten meer gevonden werd. Dan wordt ook beter verstaan, niet alleen verstandelijk, doch van harte en rakend de gehele persoonlijkheid, de noodzakelijkheid en de zegen van het Avondmaal!

Dit is een zaak, die wij niet kunnen maken, noch forceren. Dit kan alleen de Heilige Geest werken. Die in die eerste gemeenten, hoewel ook daarin reeds misstanden heersten, op bijzondere wijze werkte. Zou dat ook nu nog niet mogelijk zijn? Om deze zegen hebben wij veel te bidden! Echter, ligt er hier voor ons tevens niet een bijzondere taak? Ook in de prediking en in de zielszorg en catechese zal steeds weer gewezen moeten worden op de betekenis van de Sacramenten, welke ze volgens Christus Zelf en de apostelen hebben!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT HET NIEUWE TESTAMENT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's