De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

5 minuten leestijd

Winterwerk en eeuwige Kerk.

De vakanties zijn voorbij, de rust is geoogst. We veronderstellen althans het laatste. In het kerkelijk leven bespeuren we behoorlijk de veranderingen, die de vakantie teweeg brengt. Vooral het beeld van stadsgemeenten, vergaderd zondags rondom de kansel, vertoont gaten. Steevast ontbreken een of meer weken. In de kerkeraad zelf worden bressen geslagen. In gemeenten die zelf door de koorts van de verplaatsing niet worden aangetast, ziet men een uitdijing van kerkvolk, die soms vormen aanneemt, dat men de morgendienst dupliceert. De vermenging in de kerkdienst is vaak het enige contact. Van uitwisseling van schatten en gaven verneemt men weinig, uitgezonderd enkele stamgasten, die telkenj are in hun gemeente terugkeren en die zich soms zo'n beetje gaan gedragen als „buitenleden", vooral wanneer ze in hun vakantiegemeente iets vinden-, wat de thuisgemeente niet of onvoldoende biedt. De kerkeraden bezinnen zich op het winterwerk. We kunnen ons ook met militaire termen uitdrukken. Een van de vragen op mijn tentamen voor kerkgeschiedenis was de soldateske lijn in de historie van de kerk. Zo viel er te vertellen over Jezuïeten orde en Leger des Heils. De geestelijke wapenrusting in Efeze 5 omschreven maakt het leentjebuur spelen in het krijgsarsenaal legitiem. De kerkeraden derhalve maken hun plan de campagne. Ze bereiden, ondanks het kolossaal defensief waarin de kerk onzer dagen is gedrongen, het winteroffensief. Het is ongetwijfeld van belang om afspraken voor het winterwerk te maken. We ontkomen niet aan een zekere planmatigheid nu het vaak in kleine gemeenten al niet meer zo is geschapen, dat de bezochten van de middag bij de pastor informeren naar de gezondheidstoestand van de zieken, die 's morgens ziekenbezoek kregen. Wel is ten overvloede dienstig op te merken, dat het zwaartepunt van de beraamde arbeid vallen moet op het bezoek aan de gezinnen. De rest is bijzaak. Nuttig kan het zijn om van een winterhalfjaar enkele concrete vragen aan de orde te stellen. We worden in onze kranten herhaaldelijk getracteerd op uitslagen van Nipo-onderzoek en dergelijke. Zo kan het aan het eind van de campagne leerzaam en soms stimulerend om niet te zeggen alarmerend zijn, wanneer op de kansel of via de kerkbode gemeentekundig wordt, dat zoveel procent van zoveel procent van alle gezinnen dagelijks nog de bijbel één, twee of driemaal leest. Zo zijn vragen te stellen over het gebedsleven enz. Het hoeft geen formulier te zijn, waarvan vragen worden afgelezen. Tactisch kan men enkele informaties inwinnen zo onder het praten door. Ook de stand van het jeugdwerk is dikwijls voorwerp van onderzoek en aanhoudende zorg. De tijden veranderen. Ik maak mij heel sterk dat in mijn jeugd de kerkeraad zich bekommerde over het verschijnen van jongelingsverenigingen, ondanks ondanks de geijkte grondslag. Thans zijn de zonen van de vaderen, die nu de plaatsen in de consistorie innemen verontrust over het verdwijnen van gemelde verenigingen. Zo snel leven we.

Tevens toch wel een aanwijzing hoe jeugdig het jeugdwerk toch feitelijk is. Eeuwen en eeuwen heeft de kerk reeds haar loop volbracht zonder dat alles, dat we nu schier een vitale levensfunctie achten. We hoeven, dunkt me, de dingen toch niet te tragisch op te nemen. Wel is bedenkelijk het verval van de catechisatie, het onderricht in de leer. Er moet gestreefd worden naar eenvoudige middelen om het catechisatiebezoek te stimuleren. Het beste is altijd dat de kwaliteit van het onderwijs zelf een attractie vormt. Op preek, lering en bezoek moeten predikant en overige kerkeraadsleden zich toeleggen. Veel wat pas laat zich opdrong verteert energie en verbruikt tijd zo nodig voor de noodzakelijke verrichtingen.

Het gevaar van veel kerkewerk is dat men voor oud en jong allerlei opzet en organiseert wat in de wereld ook juist opgang maakt. Alles wat gekuist en, laten we hopen, stijlvoller. Maar het nut er van is omgekeerd evenredig aan al de inspanning. Wat scherp uitgedrukt zou men soms denken dat de enige verdienste is, dat de kerk zijn leden de service bewijst in de wereld te leven, terwijl men ze van het kwaad geweten daarin te leven bevrijdt door het geruststellende gevoel dat het de kerk immers is, die dit alles organiseert. Toch zoiets van vrede, vrede geen gevaar.

Wentelwiek en encycliek.

Pas verplaatste de nieuwe paus zich op zeer moderne wijze. Per helicoptère. De rooms-katholieke kerk gaat ondanks het massieve blok van conservatisme, dat de Curie uitmaakt, in bepaald opzicht goed in de pas met de eeuw. Moderne middelen van vervoer en communicatie worden niet geschuwd. Dit t5^eert ook het z.g.n. neo-Calvinisme. De kringen, waar de gedachten van de Nadere Reformatie leven, staan tegenover dit alles juist veel sceptischer.

Paus Paulus begaf zich wel per wentelwiek, maar op de vleugelen zijner gedachten bewoog hij zich in traditioneel lagen. Zijn jongste en eerste encycliek heeft in oecumenische en progressieve gelederen in en buiten zijn kerk veel teleurstelling gebracht. Teleurstelling dat is de hoofdtoon van de meeste en vele commentaren. Men sprak van een stap terug. Het zal de nieuwe paus niet aan geestkracht ontbreken. Mogelijk staat hij intellectueel boven zijn voorganger. Wanneer we hem verstandig zouden willen noemen, mogen we aan Johannes XXIII niet het epitheton wijs onthouden. Er zijn wijzen in de wereld en er zijn verstandigen. Iets anders is dat aan beiden onthouden is, wat naar het evangeliewoord de kinderen is geschonken. Dat maakt in wezen het gesprek Rome-Reformatie zo moeilijk. Wijzen en verstandigen vormen zich een oordeel weliswaar, maar hebben geen begrip voor wat kinderogen is opgeklaard. Kinderogen zijn ogen, waarvan de schellen zijn weggenomen.

Er staan vele opmerkingen in de encycliek Suam ecclesiam — maar alles ten spijt kunnen we ons niet ontrekken aan de gedachte, dat Zijn (Christus') Kerk is de rooms-katholieke onder de enige Herder, die Petrus is opgevogd. Bepaalde intiatieven die in de rooms-katholieke kerk zich ontwikkelden, kregen toom en gebit. Of alles te beteugelen valt is een andere vraag.

Juist nu het concilie weer begint, is zeer belangwekkende de vraag hoe deze

We begeren éne kudde, éne Herder, encycliek zal fungeren.

Maar een andere dan de pastor pastorum.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's