De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT HET NIEUWE TESTAMENT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT HET NIEUWE TESTAMENT

1 Corinthe 11 : 7—34.

9 minuten leestijd

Ditmaal komen wij terug op het feit, dat in vers 20 uit dit hoofdstuk de uitdrukking Avondmaal des Heeren nog een andere betekenis heeft, dan alleen „Avondmaal" in onze zin.

Het avondmaal in de zin van de gemeenschappelijke maaltijd had in de wereld van het Nieuwe Testament vaak een bijzondere betekenis. Het duidde aan, dat men dus gezamenlijk at en dit was een tot uitdrukking brengen èn beleven van de band, welke de samen etenden aan elkaar verbond.

In de oudste christen-gemeente nam men die gewoonte om samen de maaltijd te gebruiken over. En ze kreeg hier een godsdienstige achtergrond. De gemeente vormde een geestelijke éénheid. Daar was de band, die de gelovigen aan Christus verbond allereerst, doch ook de band, die de gelovigen onderling verbond. In de apostolische geloofsbelijdenis wordt hiervan beleden in het artikel over de gemeenschap der heiligen. Welnu, mede in de gemeenschappelijke maaltijden werd deze band tot uitdrukking gebracht en beleefd. Ze ontvingen nog een apart stempel door het feit, dat ook Christus, na Zijn opstanding, nog enkele malen met Zijn jongeren de maaltijd gebruikt heeft, Lucas 24 - Johannes 20!

Stellig at en dronk men niet alleen samen aan deze maaltijden. Maar ook het Woord zal er gebracht en beluisterd zijn en er zal gezongen en gebeden zijn. Dominerend bij dit alles zal geweest zijn de beleving van de vreugde om en door de opstanding des Heeren! Deze gemeenschappelijke maaltijden zullen wel uitgelopen zijn op de viering van het Avondmaal. Bij het breken van het brood en het inschenken van de wijn, viel een bijzonder accent op de dood en het offer des Heeren. Wij zullen echter nooit mogen vergeten, en dit zal altijd mede onze viering van het Avond­ maal moeten bepalen, — dat in de eerste christen-gemeente door de nauwe verbinding van die gemeenschappelijke maaltijd en de viering van hèt Avondmaal de gedachtenis aan Christus' dood dus nauw verbonden was met de vreugde om en door Zijn opstanding!

Van die gemeenschappelijke maaltijd lezen wij in het Nieuwe Testament ook op andere plaatsen. Weer denken wij hier aan wat er staat van de eerste gemeente in Jeruzalem. Dat zij eveneens tezamen aten met verheuging en eenvoudigheid des harten. In de brief van Judas wordt er eveneens van gesproken en daar lezen wij zelfs de naam, welke er aan gegeven werd: liefdemaaltijden.

Hier in 1 Corinthe 11 vers 20 denkt de apostel stellig ook aan deze maaltijden en duidt hij ze aan met de naam Avondmaal of maaltijd des Heeren. Deze benaming is duidelijk. Het ging immers bij deze maaltijden om de betoning en de beleving van de band, welke de gelovigen allereerst met Christus hadden. Hij moest ook hier, als 't goed is, in het middelpunt staan.

Doch ook de andere naam is zinvol. De band, die de gelovigen aan Christus verbond, was een band door het geloof en in de liefde. Maar, gegrond in déze band, lag er tevens een band tussen de gelovigen onderling. Eveneens een band in liefde. Ook dié band beleefde men en wilde men naar buiten openbaren.

Dit geschiedde in heel het samenleven van de leden der gemeenten met elkaar, maar eveneens in die gemeenschappelijke maaltijden. En daar had men een bijzondere gelegenheid, om de liefde jegens elkander metterdaad te bewijzen. Die maaltijden werden in particuliere huizen gehouden. De bewoner of bewoonster van zo'n huis kon natuurlijk niet alléén de last van zo'n maaltijd dragen; dat zou een te zware last zijn geworden! Daarom bracht ieder een voorraad spijs en drank mee.

Bovendien, ook de eerste gemeenten kenden vele „kleine luyden". Er waren veel eenvoudigen en zelfs armen onder de leden. Toch droeg men verantwoordelijkheid voor elkaar, om Christus' wil. De meer bemiddelden hadden dus een prachtige gelegenheid om de meer behoeftigen barmhartigheid te bewijzen. Zij brachten de grootste voorraden mee, doch lieten de anderen daarin delen.

In dit alles ligt de verklaring van die andere naam voor deze gemeenschappelijke maaltijden : liéfdemaaltijden. Een schone naam voor een schone zaak!

't Ging hier niet om de beleving en betoning van een algemene mensenliefde, welke zelfs bij ongelovigen door de inwerking van Gods algemene genade nog ver kan gaan. Maar het ging hier om de beleving en betoning van nog een endere liefde. Van dié liefde, die regelrecht vrucht is van en antwoord op de liefde van Christus voor Zijn gemeente. Van dié liefde, waarin deze liefde van Christus wederom gestalte krijgt in het leven van Zijn gemeente.

Christus Zelf heeft ook niet alleen aan Zichzelf gedacht. Hij heeft het geen roof geacht, Gode even gelijk te zijn. Hij heeft de heerlijkheid, die Hij bij den Vader had, niet beschouwd als een goed, dat Hij steeds angstvallig moest vasthouden. Hij heeft Zichzelf vernietigd en de gestaltenis van een dienstknecht aangenomen. Hij heeft Zichzelf en het Zijne in geheel enige zin ten offer gegeven. Doch iets van de betoning van deze vergaande barmhartigheid en bereidheid om het offer te brengen, wil Hij door Zijn Geest gestalte geven in het leven en in het doen van de Zijnen. De één heeft meer gaven en stoffelijk bezit ontvangen dan de ander, doch wie méér heeft ontvangen, bedenke en betone, waartoe hij dat heeft ontvangen. Niet om daarmee alleen op zichzelf te blijven staan, maar om daarmee in het geheel van de gemeente te staan en zo ook anderen daarvan te dienen, 't Is merkwaardig, dat ons bijvoeglijk naamwoord „privaat" afgeleid is van 't Latijnse woord — privare, — dat stelen betekent. Een christen, die enig bezit alleen of teveel voor privaat gebruik bestemt, steelt, — onthoudt de gemeente van Christus wat haar om Christus' wil toekomt!

In de eerste christen-gemeenten werd dit alles dus geconcretiseerd o.a. in wat bij die liefdemaaltijden gebeurde. De één kon meer meebrengen dan de ander, doch niemand mocht gebrek lijden. Zo moest het iets hebben van dat optrekken van Israël door de woestijn éénmaal. Allen verzamelden het manna op de reis, doch of iemand nu meer of minder verzamelde, allen hadden genoeg!

Even laten wij ook dit alles op ons inwerken! Het gemeenteleven èn eveneens de samenkomsten der gemeenten vertonen onder ons in menig opzicht een ander beeld dan in de eerste christen-gemeenten. Op een heel bijzondere wijze beleefde en betoonde men daar nog die band der liefde, waarover wij zo juist schreven. Men wist die een heilige roeping en een tere gave te zijn! Wij vragen: hoe staat het, wat dit betreft, onder ons ? Er zijn voor ons toch eveneens nog mogelijkheden te over om deze band te beleven en betonen ? Heb­ ben ook wij niet daarnaar te staan als naar een schone gave des Geestes en een heilige roeping van Christus'wege ? Nog altijd wil Hij iets van Zijn vérgaande barmhartigheid hierin gestalte geven in Zijn gemeente!

De Heidelbergse Catechismus brengt dit op een treffende wijze onder woorden in Zondag 21, vraag en antwoord 55: „Wat verstaat gij onder de gemeenschap der heiligen ? „Eerstelijk, dat alle en elk gelovige, als lidmaten van de Heere Christus aan al Zijn schatten en gaven gemeenschap hebben. Ten andere, dat elk zich moet schuldig weten, zijn gaven ten nutte en tot zaligheid der andere lidmaten gewillig en met vreugde aan te wenden"!

Thans komen wij weer terug op die schone gewoonte in de eerste christengemeenten, n.l. het houden van die liefdemaaltijden. Hier moeten wij ook de oorsprong zoeken van het diakenambt in de Kerk.

Wij lezen immers in Handelingen 6 dat in de Jeruzalemse gemeente — een gedeelte Grieks sprekende weduwen —, verwaarloosd werd. De apostelen hadden daar eerst nog de zorg over alles; hun ambt en werk als apostelen was veel en wijd. Zij strekten mede hun zorg uit over die maaltijden, dat die ordelijk en verantwoord zouden geschieden. Zij konden dat alles echter niet meer aan. Zij hebben toen zelf gestaan op afsplitsing van hun arbeid. Een gedeelte daarvan moest gedelegeerd aan anderen. Vandaar de verkiezing van enkele mannenbroeders, wier taak vooral lag in de zorg voor die maaltijden. Hun naam, diakenen, dat immers afgeleid is van het woord diakonein, dienen, wijst in de eerste plaats op hun dienen aan de tafels, bij die genoemde maaltijden. Een overblijfsel daarvan leeft nog onder ons voort in het feit, dat bij de bediening van het Avondmaal de diakenen een dienende taak hebben. Terwijl ons geven van een aparte gave voor de diaconie aan de Avondmaalstafel nog een overblijfsel is van het verdelen van het meegebrachte door de beter gesitueerden onder de minderbedeelden in de oude christengemeente.

Natuurlijk hield vanouds het werk van de diakenen meer in! De beoefening van de barmhartigheid metterdaad, daar, waar dat in de gemeente nodig was en als opdracht- van Christus onderkend werd. Zoals dit, zij het in andere, vorm vaak, nog het werk der diakenen is!

Wij hadden het dus over die schone gewoonte in de eerste christen-gemeenten, het houden van die liefdemaaltijden. Wij gevoelen, inderdaad had deze gewoonte veel moois in zich. Tenminste, zolang ze in de juiste geest in oprecht geloof en met de echte liefde jegens Christus en elkander, gehouden werden. Zo waren ze tot eer van God, vol zegen voor de gemeenten zelf en een tot jaloersheid wekkend voorbeeld voor de buitenstaanders.

Echter, wij moesten het al meer vaststellen, er heersten ook toen geen ideale toestanden in de gemeenten. Er was niet alleen oprecht geloof en liefde; de Heilige Geest werkte niet alleen op een bijzondere wijze, doch ook een gans andere geest werkte nog door. De boze zaaide zijn onkruid onder de tarwe, in het persoonlijk leven én in het gemeenteleven. Dit was het geval in andere gemeenten; immers ook in de Corintische gemeente.

En dit had natuurlijk zijn invloed op die liefdemaaltijden. Het bederf van het beste is het slechtste. Dat gold ook hier. In de wereld van het Nieuwe Testament kenden de heidense volkeren in hun eredienst eveneens vaak die bijzondere maaltijden. Zij richtten die aan bij de verering van en de offeranden aan hun goden. Doch die maaltijden gingen vaak met grote losbandigheid en uitspatting gepaard. Ze werden dikwijls tot drinkgelagen. Helaas had dit zijn invloed op de christelijke liefdemaaltijden. Deze behielden niet lang hun schoon karakter - ze ontaardden en in hun gebruik slopen misbruiken binnen.

Nog weer later, toen de samenkomsten der gemeenten een ander en minder intiem karakter kregen, werd het houden van de liefdemaaltijden al moeilijker. Ook de viering van het Avondmaal werd ervan losgemaakt. In de vierde eeuw na Christus verdwijnen ze almeer.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT HET NIEUWE TESTAMENT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's