GIDSEN GEVRAAGD
Meditatie
Zend Uw licht en Uw waarheid, dat die mij leiden; dat zij mij brengen tot den berg Uwer heiligheid en tot Uw woningen. Psalm 43 : 3.
Als een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God. Die schreeuw laat zich niet bedwingen door duizend waaroms, hij breekt er doorheen, hij richt zich rechtstreeks tot U: zend Uw licht en Uw waarheid.
Nu daalt er vrede, midden in de ontsteltenis. Ik doe geen krampachtige pogingen, om mij aan mijn eigen haren op te trekken, ik zou alleen maar dieper in het moeras wegzinken. Ik strek mijn handen uit naar U. Doe mij recht o God, dat is: redt mij naar Uw gerechtigheid. Breng mij weder tot U, o God van mijn heil. Hoe dan? Zend Uw licht en Uw waarheid. Ik kan niet op eigen gelegenheid, ik kan niet met behulp van eigen inzicht en kracht tot U komen. Uw licht en Uw waarheid, dat zijn twee gezanten van U. Stuur ze naar mij toe. Zij zullen mijn geleide zijn. Dan zal ik mijn voet aan geen steen stoten. Dan word ik onderweg bewaard en gevoerd tot in Uw nabijheid. In Uw licht en Uw waarheid komt Gij zelf immers tot mij over, om mij mee te nemen. Uw licht. Dat is Uw genade! Het licht van Uw aangezicht, dat gaat schijnen, dat de duisternis te lijf gaat en verdrijft. Uw licht. Dat zijn niet slechts de lichtstralen die verspreid over mijn pad vallen, dat is Uw Christus! Hij zoekt mensen op, die verdwaald zijn in hun vragen, vastgelopen in hun moeilijkheden. Mensen, die roepen om hulp. Mensen die smachten naar de gemeenschap met God. Uw licht. Reeds nadert Hij, de Gezondene des Vaders, vol van genade en vol van waarheid. Hoe straalt zijn heerlijheid ons tegen. Hij brengt genade mee en genade roemt tegen het oordeel. Hij is de blinkende morgenster, die de dageraad van het heil aankondigt. Uw licht, o God. Ik kan het niet ontsteken, maar dat is ook niet nodig. Zie, hier ben Ik. Ik ben het licht der wereld! Waarom verstoot Gij mij dan? Ik verstoot u niet. Ik stuur Mijn eigen Zoon. Hem heb Ik verstoten tot in de stikdonkere nacht des doods, om u te kunnen aannemen. Kunt ge nu de weg naar Mij vinden?
En Uw waarheid. Uw trouw betekent dat. Heer, overtuig mij ervan, dat het toch waar is, dat Gij mijn God zijt. Hoe wordt het aangevochten, door mensen en machten. Hoe geef ik voet aan het ongeloof, dat U verdacht maakt, en achter al Uw woorden een vraagteken zet. Wat Gij gesproken hebt zou niet waarachtig zijn. Uw openbaring zou een zinsbegoocheling zijn. Maakt Gij mij maar wat wijs? Maakte ik mijzelf soms wat wijs, toen ik zei: Gij zijt de God van mijn sterkte? Heb ik tevergeefs mijn hoop op U gevestigd? Twist Gij mijn twistzaak. Zendt Uw waarheid. Overtuig mij ervan, dat Gij betrouwbaar zijt, dat Gij al Uw woorden bevestigt. Zend Uw Geest, de Geest der waarheid. Die Uw woord verzegelt in mijn hart. De Geest des geloofs, waardoor ik u voor een Waarmaker van Uw woord houd. Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn.
Ja, Heere. Zend Uw licht en Uw waarheid. Uw Zoon en Uw Geest. Zij zullen mij helderheid en zekerheid schenken aangaande U. Zij zullen mij geleiden, Zij zullen mijn gidsen zijn en tegelijk mijn pleiters in de rechtzaak die mij bezig houdt. Licht en waarheid, dat zijn de goede gidsen, dat zijn de goede pleiters.
Uw licht en Uw waarheid. Leest iemand dit, die dat geleide nodig heeft. Die door een onherbergzaam land trekt, door wildernis en duisternis. Zeg mij, waar wilt ge heen? Hoort u dan met, dat mijn hart hijgt naar God, als een hert, naar het koele water? God hoort het. Hij verbergt Zijn aangezicht wel eens, opdat Hij u zou beproeven. Is het u echt om Mij te doen? Hij doet u soms in het waarom, in die verlatenheid ronddwalen om te weten wat in uw hart is. Opdat uw roepen rechtuit op Hem aan zou gaan: zend Uw licht en Uw waarheid, dat die mij leiden, Dat zijn zulke goede gidsen, zo geduldig, zo goedertieren. Zij hebben behoorlijk medelijden met onze zwakheden. En zij geleiden. Reken maar. Met Gods gidsen verongelukken wij niet en blijven wij niet steken in de vervreemding en de verwijdering van Hem.
Dat zij mij brengen. Waarheen? Naar U toe, Heere. Tot de berg van Uw heiligheid. De psalmist denkt aan de tempelberg. Daar is alles vol van de heiligheid des Heeren. Wie kan daar verkeren? Schrikt u daarvoor terug. Is de heiligheid een verterende gloed? Wij worden teruggewezen, wij worden verzengd, indien wij zonder geleide de berg beklimmen. Dat die mij leiden; dat zij mij brengen. Dan is de heiligheid verschrikkelijk. Dan schijnt haar licht door genade en trouw heen; die worden verheerlijkt in heiligheid hoe sterk is mijn begeerte om u te bestijgen, om voor God in Sion te verschijnen.
En tot Uw woningen. Waar woont God? In het hoge en het heilige. Onbereikbaar, ongenaakbaar. Wat bange tragen u kwellen, het antwoord is verrassend en bevrijdend: Licht en waarheid brengen er ons genade en trouw misleiden ons niet. Dat zij mij leiden, dat die mij brengen. Aan hen mag ik mij toevertrouwen, dan is er geen vergissing mogelijk. Dan worden er geen slagbomen neergelaten dan heb ik een vrije toegang. Dan zal het verlangen van mijn hart vervuld worden, dan blijken al Gods woorden waar. Dan wacht God op mij, om mij on Zijn gemeenschap te doen leven. Dan, o dan. Wanneer zal ik ingaan om voor Gods aangezicht te verschijnen?
Doe mij recht, o God. Eemnaal bij U, kan niemand mij meer achterhalen, Mijn vijanden zullen het onderspit delven, wanneer Gij het voor mij opneemt. Gij zultt mij niet beschaamd maken, Uw licht en Uw waarheid verzekeren mij ervan, dat Gij de God van mijn sterkte zijt. Ik mag ademhalen, vrij ademhalen. Want op de berg van Uw heiligheid woont Gij. Uw woningen zijn ruim, ik vindd er ontvangst en onderdak.
Daar wordt mijn hoger beroep ontvankelijk verklaard, mijn rechtzaak wordt door U beslecht.
Luistert u nog steeds mee? Denkt u, waar maakt die man zich druk over, wat bazelt hij daar? Dat zou een veeg teken zijn. Hij is in gesprek met de levende God. Bent u dat nooit? Straks bent u met iedereen uitgepraat, met iedereen en over alles. Wat dan, als u de Heere niet kent?
O God, Gij zijt. Waarom. Zend Uw licht en Uw waarheid. De psalmen zijn gangmakers. Deze psalm maakt ons weer, tot onze troost. Daarom wordt gaande op de weg naar God. Telkens dit lied ons zo vertrouwd. Als eigen woorden nauwelijks meer ter onze beschikking staan, vinden we de oude klanken van deze psalm. En drukken zij niet beter uit, wat ons hart benauwt en beweegt, dan eigen woorden het ooit kunnen doen? Het lied, wordt ons eigen lied. Mijn psalm, uw psalm. Wij zingen het mee, want wij weten er van en leren er uit.
Tot Uw woningen. En slaken wij een zucht van verlichting: God zal in Zijn hemelsche heerlijkheid Zijn uitverkorenen recht doen, die dag en nacht tot Hem riepen. Hij zal het bewijzen, onomstotelijk bewijzen, dat Hij hun God en zij voor eeuwig Zijn volk zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's