De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Réveil

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Réveil

15

4 minuten leestijd

Otto Gerhard Heldring (1)

§ I. Heldring, de geroepene.

Op 17 mei 1804 werd in de pastorie te Zevenaar voor de derde maal een zoon geboren, Otto Gerhard Heldring. Zijn ouders waren godvrezende mensen, piëtisten in de goede zin van het woord. Dat blijkt misschien al uit het feit, dat de kleine Otto reeds als baby van drie dagen gedoopt werd. Naar onze begrippen is dat wat al te vroeg, maar er komt wellicht tot in uitdrukking, dat ze een hoge dunk hadden van de beloften van de God van het verbond, iets wat bij ons nogal eens ontbreekt.

Ook de opvoeding die Heldring als kind ontving, kan ons, ouders uit 1964, doen blozen. Zijn ouders hebben door hun handel en wandel getracht om • hun kinderen tot Jezus te brengen. Zijn moeder onderwees hem dagelijks uit de bijbel. In de huiselijke godsdienstoefening — wat is daarvan in onze gezinnen nog over? — gaf zijn vader iedere morgen een kinderlijke verklaring van het gelezen Schriftgedeelte. Vooral ook hebben zij hem leren bidden, en leren vertrouwen op de Hoorder van het gebed.

Onder Gods zegen is deze werkelijk christelijke opvoeding van grote betekenis geweest voor heel Heldrings leven. De kinderlijke omgang met de bijbel is hem eigenlijk altijd bijgebleven. Over zijn bijbelgebruik moeten we eigenlijk zeggen: hij leest de Schrift zoals iedere eenvoudige gelovige die leest, n.l. als een woord van God aan hem persoonlijk geadresseerd, tot troost in zijn omstandigheden. En ook het gebed van thuis heeft Heldring nooit verleerd. Voor het verrichten van zijn grote daden later, ging hij altijd op audiëntie bij zijn God en Vader. Heldring was een man van veel werken, omdat hij een man van veel gebeden was.

Reeds op 16-jarige leeftijd werd hij theologisch student in Utrecht, nadat hij eerst, door middel van openbare belijdenis des geloofs, Jezus Christus als zijn Heiland beleden had. Maar in Utrecht werd de godsdienstige opvoeding, die hij van thuis had meegekregen, op een zware proef gesteld. Heldring merkte tot zijn ontzetting, dat vele studenten een verschrikkelijk leven leidden. Enkelen dronken zich dood. Anderen pleegden zelfmoord. Slechts twee van zijn jaargenoten, die theologie studeerden, kwamen in de pastorie.

Op de Universiteit maakte hij volop kennis met de ver van Gereformeerde leerstellingen, die in die tijd voor de hoogste wijsheid doorgingen: de liberale zelfvoldaanheid en verstandsverheerlijking; God, deugd en onsterfelijkheid. Vanaf de kansels werd een onbijbelse prediking gebracht. Door dit alles kwam de jonge Heldring in een geestelijke crisis terecht, die voortduurde tot in zijn eerste predikantsjaar. Hij werd in die tijd bijna rand-kerkelijk. In de eerste jaren van zijn studententijd ging hij tenminste niet vaker dan één of twee maal per jaar naar de kerk. Het „kind van veel gebeden" dreigde hopeloos te verdwalen.

Op 22-jarige leeftijd werd Heldring beroepbaar. Hoewel hij vreselijk opzag tegen aanvaarding van het ambt, nam hij toch het beroep aan naar het Betuwse dorpje Hemmen, dat slechts 150 Hervormde „zielen" telde. Innerlijk was de jonge predikant nog lang niet tot klaarheid gekomen. In de eerste maanden van zijn pastoraat was hij wel zeer actief. Hij holde als het ware zijn gemeente door, overal de mensen opwekkend tot onderlinge liefde en brave deugdzaamheid. Maar het fundament van deze onderlinge liefde, leven uit de vergeving der zonden, bleef op de achtergrond. Het was in wezen moralisme en vals optimisme.

Maar God liet deze dwalende dienstknecht niet los. Bij de voorbereiding van zijn eerste kerstpreek werd Heldring door de Heilige Geest gearresteerd. Al zijn liberale deugdzaamheid en vertrouwen op de rede ging er aan, en hij kwam als een ellendige zondaar bij het kruis van Christus terecht. Toen was het echt Kerstfeest voor hem. Hij getuigt er later van, dat hij zich vanaf dat ogenblik een geroepene des Heeren wist, die alleen van genade wilde leven, en daarom ook van die genade van Christus wilde getuigen.

Hier zijn we, dunkt ons, bij het geheim van Heldrings werkzame leven. Hij heeft ontzaglijk veel werken der barmhartigheid verricht, omdat hij zichzelf gered wist door de barmhartigheid van de Zaligmaker. De Goede Herder had hem, het verloren schaap, opgezocht, en daarom bezat Heldring ook zo'n hartstochtelijke liefde tot het verlorene. Hij was een echte Réveilman: zelf „ontwaakt" door de roep van Christus, en daarom nu ook anderen roepend tot ontwaken.

Heldring, de geroepene. Wat ons opvalt bij deze man, is het grote roepingsbesef, waaruit hij leefde. Als hij iets als zijn roeping zag — en dat was veel — rustte hij niet eer hij 't volbracht had.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Het Réveil

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's