De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

6 minuten leestijd

31 oktober.

De herdenking van de kerkhervorming komt weer in het zicht. Waar plannen zijn om aan deze gedenkdag officieel in een samenkomst van de gemeente aandacht te schenken, moeten de afspraken al gemaakt zijn althans wanneer men een spreker of sprekers van elders wilde aantrekken. Lange tijd schonk men niet zoveel aandacht aan de kerkhervorming. Over het algemeen nam de belangstelling voor diensten in de week af en zodoende verdween her en der de interesse al stond er wel in de predikantenagenda een regeltje ter invulling voor een eventuele spreekbeurt.

De laatste jaren echter wordt er als gevolg van velerlei invloeden nog wel eens een herdenking opgezet. Het is wel zo, dat men niet platgetreden paden hoeft in te slaan, wanneer men ter gelegenheid iets wil opmerken. We zijn wel benieuwd wat het „antwoord '64" zijn zal op 31 oktober.

Hiermee is al een punt aangeduid. Rondom de kerkbouwactie is rumoer genoeg. Het feit dat negen kerken de handen ineen gelegd hebben heeft allereerst vanwege het sterker volume van het geluid, de aandacht getrokken van de wereld. Menigeen vond de actie uit de tijd. Godsdienst zoekt een ander centrum dan een kerkgebouw. Niet zoals men voorheen propageerde in de tempel van ongekorven hout, maar in het heiligdom van het heidendom, waar men zijn medemenselijkheid als wierook laat geuren. Zoals Thorbecke's yestingwerken, hier en daar nog intact in ons lieve vaderland, uit de tijd zijn zo zijn het ook de preekruimten. De grote probleemzware wereld vindt de actie naief genoeg. Men kan het waarderen als een vraag, als een beroep op de portemonnaie, maar niet als het grote antwoord op de vraagstukken van de tijd.

Op zakelijke gronden kan men natuurlijk aan deze actie deelnemen. We herinneren ons dat er plaatselijk ook wel gezamelijke activiteiten hebben plaats gehad van rooms-katholieken en protestanten. Eenmaal in dit schuitje is de haven nog niet bekend. Er zit wel iets in de redenering: Allen gezamelijk en ieder voor zich. In Nederland schijnt men beter samen iets te kunnen doen dan te bespreken. De eenheid metterdaad is spoediger bereikt dan in belijdenis. Hier is natuurlijk wel een reformatorisch beginsel in geding of namelijk de werken komen voor de verlossing. Onder ons zal wel verschil van gevoelen zijn over deze aangelegenheid, maar het is wel van belang juist tegen 31 oktober aan de orde te stellen de verhouding van kerken der hervorming onderling, juist vanwege de samenwerking op allerlei terrein. Want natuurlijk is de verhouding tot de roomskatholieke kerk het thema van deze datum, maar de verhouding van de kerken der reformatie onderling is evenzeer ter zake. We ontveinzen ons niet, dat voorheen er ook op allerlei gebied samenwerking bestond. Denken we alleen aan het bestaan van christelijke scholen onder bestuur van lieden uit verschillende kerken. Een samenwerking op terrein van de school is gewichtig genoeg, want het moet voor de ouders een heilige zaak zijn in welke geest hun kinderen worden onderwezen. Het wil me voorkomen dat sommige ouders wel eens laks zijn in dezen. Want men staat er wel eens van te kijken met welke verhalen de kinderen thuis komen. Zo heeft dus blijkbaar meester of juffrouw de bijbelse geschiedenis verteld. Concluderend komen we tot de slotsom dat samenwerking niet ongebruikelijk was en is, maar dat er twee vragen een antwoord en niet alleen in '64, verlangen, namelijk met wie werken we samen en hoe ver strekt die coöperatie zich uit. Wiskundig uitgedrukt gaat het dus om de breedte en de diepte. Hoe breder kring hoe ondieper de samenwerking.

Zoals reeds opgemerkt, moet op 31 oktober de verhouding tot de roomskatholieke kerk aan de orde komen. In het vorige nummer van de Waarheidsvriend is over deze zaak naar aanleiding van een recente publicatie nog gesproken over deze gewichtvolle aangelegenheid. Inderdaad zijn we van oordeel dat er in de rooms-katholieke kerk zich geen wezenlijke wijziging heeft voorgedaan. Toch zijn er ook deze voorbije week nog punten aan de orde geweest op het concilie, waarvan de conclusies ons de oren doen klapperen. Zo is uitgesproken dat er toch ook aan die kant schuld aanwezig is voor het feit dat wij 31 oktober herdenken. Dit kan menigeen misschien hoopvol genoeg in de oren klinken. Maar we zijn er hiermee toch bepaald niet. Immers we zijn opgegroeid in de gedachte dat de daad van Luther een wonder Gods was. Door wonderen bevrijdde ons de Heere. Kijk er oude hervormingspreken, die in uw bezit zijn, maar eens op na. Noteer alleen de teksten. Het is een eenvoudig en gebruikelijk recept juist bij bepaalde oecumenische stromingen, om te beweren: Wij hebben allebei schuld en dat willen we erkennen en zodoende ontstaat er een mogelijkheid om samen overnieuw te beginnen. Dit is echter een vrij oppervlakkige benadering van de kwesties. Natuurlijk willen we er een prestigekwestie van maken, zodat men eindeloos kibbelt over de vraag wie er tenslotte de meeste schuld heeft. Het ging bij de kerkhervorming toch wel degelijk om de vitale kernen. Het ging over datgene waar de kerk mee staat en valt. We hebben ook niet het recht om onszelf zonder meer, omdat we tot een dergelijke kerk behoren, te beschouwen als wettige erfgenamen van het reformatorisch erfgoed. Noodzakelijk is allereerst, dat we ons confronteren aan het standpunt door de Hervormers ingenomen en dat we óns afvragen of we inderdaad geestverwant, congeniaal zijn. Op allerlei terrein wil het concilie een milder standpunt innemen. Toen het concilie werd beraamd was er het nodige misverstand over de betekenis van het woord oecumenisch, waarmee deze samenkomst werd getypeerd. Aanvankelijk hoorden velen, gewend aan een inhoud die het woord op het protestants erf heeft, daarin meer dan geoorloofd scheen. Het ging vooral om een interne her-oriëntering, zo verzekerde men ons. Het is dan ook een belangrijke vraag in hoeverre deze besprekingen noodzakelijk waren wegens innerlijke spanningen. Als we alleen denken aan de grote aantallen van priesters, die zo al niet hun kerk dan toch hun ambt verlieten, wordt ons wel duidelijk dat er iets gebeuren moest. De ontwikkeling heeft echter getoond, met name het feit dat tal van waarnemers werden uitgenodigd, dat het oecumenisch karakter — in de meer protestantse betekenis — de roomskatholieke kerk niet onberoerd liet. Maar we verliezen niet uit het oog, dat op oecumenisch terrein romaniserende tendenzen zijn gesignaleerd. Daarom is het geboden op onze zaak te letten en de gezegden te toetsen op hun bedoeling.

Tenslotte blijft het urgent om bij de herdenking van de reformatie ook ons af te vragen wat de nadere reformatie heeft te betekenen. Is dit een rechtlijnige voortzetting of worden er krommingen gevolgd?

Ik meen dat deze kroniek drie aspecten aan de orde stelde, die een dankbare herdenking en overweging van de kerkhervorming zinvol kunnen maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's