UIT DE PERS
In de Reformatie (vrijgemaakt) geeft dr. Trimp een uitvoerige bespreking van het laatst verschenen boek van prof. Berkouwer: Vaticaans Concilie en nieuwe theologie.
In zijn tijd schreven we in onze rubriek over de bespreking van hetzelfde boek door prof. Ridderbos, die daarin een enkele keer moeite had om zijn ongeduld te bedwingen. Dr. Trimp gaat in zijn critiek nog wat verder. Hij heeft grote bewondering voor de deskundigheid van de schrijver, maar meent toch een afgaande lijn te bespeuren in de drie publicaties die er in de loop van de tijd verschenen zijn van de hand van prof. Berkouwer over Rome. In zijn laatste boek, het boek dus dat hij nu bespreekt, heeft de schrijver zich maar al te zeer mee laten nemen door de nieuwe theologie, zoals die op het ogenblik bezig is zich breed te maken in de roomse kerk.
Dr. Trimp vindt dat de theologische bedrijvigheid de scherpte van het confessionele conflict heeft toegedekt:
Maar Berkouwer verkaart daarna, dat de problematiek van de nieuwe theologie in dit opzich niet tot de roomse theologie beperkt blijft, zodat de schrijver vervolgens dezelfde problematiek (van woord, taalgebruik etc.) in de reformatorische kerken aanwezig acht en daar de theologie de taak krijgt de geloofsintentie der kerk, haar „gerichtheid op de waarheid" te onthullen.
Berkouwer is dermate geboeid door de reële vragen van de nieuwe theologie, dat hij deze vragen ook voor het protestantisme relevant acht. Daarbij verdwijnt echter volledig het essentiële verschil tussen een roomse en een reformatorische confessie uit het oog. Dat hangt samen met Berkouwers vlotte toestemming, dat er ten aanzien van de „interpretatie" van het dogma der kerk van een parallel tussen de roomse en protestantse gang van zaken gesproken kan worden. Wederzijds zou men het er over eens zijn, dat de Interpretatie van de belijdenisgeschriften historisch moet zijn.
Wij geloven, dat Berkouwer, onder verwijzing naar Polman, hier zijn voornaamste wapen tegen de roomse nieuwe theologie heeft ingeleverd. Want nu de historische interpretatie ons de geloofsintentie van een confessie moet onthullen, is de primaire vraag achteruit gedrongen, of de confessie der kerk gehoorzaam en doorzichtig antwoord geeft op het Woord. Bij de historische interpretatie krijgt de wetenschap der theologie een dominerende invloed op de uitleg der confessie en zal de theologie, met haar problemen en wetenschappelijke reserves, de confessionele kracht der kerk ondermijnen. De kerkleden zijn op de katheders der dogmatici aangewezen om de eigenlijke intentie van hun belijdenis te vatten.
Niet alleen op het punt van de confessie geeft prof. Berkouwer, volgens dr. Trimp, teveel toe aan de methode van de historische interpretatie, waar de roomse theologen van de nieuwe theologie ware meesters in blijken te zijn, maar ook als prof. Berkouwer spreken gaat over de Schrift gaat hij aan ditzelfde euvel mank:
Ook de Bijbel geeft ons thans „interpretatie" van de heilswerkelijkheid en wij, gelovigen van deze eeuw, kunnen slechts via de geloofsgetuigenissen van de Bijbélschrijvers de werkelijkheden van Gods Openbaring bereiken. Op zoek naar deze werkelijkheden doen zich — evenals bij de confessie van de kerk — ten aanzien van de Bijbel de vragen voor betreffende taal, woordgebruik, kennishorizon, historische bepaaldheid, wereldbeeld, intentie etc. Wie maakt nu uit, wat de wezenlijke, onveranderlijke kern is van de Schrift? Wie neemt de „vertaling" voor deze eeuw ter hand? De theologie! Evenals bij de interpretatie van de confessie!
Berkouwer schreef destijds, bij de herdenking van de Catechismus, dat de stem Gods in de Schrift doorklinkt in de stem der mensen en dat de kerk zich in haar theologische bezinning moeite geeft dit alles te verstaan om het vervolgens te vertalen en bruikbaar te maken voor de verkondiging van het Evangelie.
Wij weten eerlijk niet, wat dat is: „de theologische bezinning van de kerk" en geloven niet aan de noodzakelijkheid, legitimiteit en capaciteit van dit vertaalbureau ten dienste van het Evangelie.
Dr. Trimp is niet zo onder de indruk van de nieuwe theologie in de roomse kerk, en voelt er ook bepaald niets voor dit op enigerlei wijze in de reformatorische kerk over te nemen:
Zo is dan de nieuwe theologie bezig met de her-interpretatie van de authentieke kerkelijke interpretatie van de nieuw-testamentische interpretatie van de heilswerkelijkheid in Christus. Wij schrijven dit niet om te ridiculiseren; veeleer willen wij hiermee illustreren, hoe ver wij met de nieuwe theologie van huis zijn en binnen welke omheiningen deze theologie wordt bedreven. Het Woord is hier niet nabij — het Woord, dat dwars door alle interpretaties heenslaat.
Ben v. Kaam, de schrijver van 't boek: Parade der Mannenbroeders, heeft in de afgelopen weken parade moeten lopen in een groot deel van de kerkelijke pers voor de mannenbroeders scribenten en boekbeoordelaars in genoemde bladen. Het is te hopen dat de schrijver van het boek, broeder Flex van het dagblad Trouw, nog al wat lenig en buigzaam is, zoals zijn schuilnaam schijnt te suggereren, want dit paraderen werd in verschillende gevallen een spitsroeden lopen. Blijkbaar is hij één en andermaal op iemands tenen gaan staan. De schrijver had de bedoeling om flitsen te geven uit het Protestans (lees : gereformeerd/antirevolutionair) leven in Nederland 1918—1938. Afgaande op allerlei citaten staan er dan ook in het boek wel eens flitsen die in deze tegenwoordige tijd toch wel wat pijnlijk aandoen. Als men, in de huidige situatie levende, leest van een zelfverzekerdheid, een zelfvoldaanheid, een gearriveerd-zijn, dan zijn dat zulke onwezenlijke geluiden, dat ze soms min of meer zelfs belachelijk in de oren klinken.
Natuurlijk geloven we allerlei critici graag als ze ons met de stukken aantonen dat de schrijver erg eenzijdig geweest is in het kiezen van zijn bronnen en onderwerpen.
Intussen is daarmee gezegd, dat dus die éne zijde er inderdaad wel geweest is; het is alleen maar te betreuren dat ook de andere zijde niet beter uit de verf gekomen is.
Een winstpunt mag het genoemd worden als men nu, bij het lezen van die éne zijde, met zijn ogen staat te knipperen. Het bewijst dat men toch wel heel wat bescheidener van inslag geworden is in de loop van de tijd; bovendien zal men nu achteraf wellicht wat meer begrip hebben voor het feit dat een zeker gebrek aan bescheidenheid ook wel eens wat irriterend werkte.
Al lezende gaat men zich af zitten vragen: Zou nu in de tijd van de reformatie en rondom de personen van de reformatoren er ook zo'n zijde geweest zijn als de gewraakte? Daar hoort men toch nooit zozeer van; maar in die tijd had men ook nog niet een kerkelijke pers.
Een ogenblik zou men kunnen gaan denken: Dan moeten we eens gaan zoeken in de zogenaamde „Nadere Reformatie", want daar zullen we dan toch deze gearriveerdheid wel moeten tegenkomen. Maar nee, men mag dan allerlei bezwaren tegen die perode weten in te brengen, we kunnen de mannen uit die tijd toch niet zonder meer verwijten dat ze zwaar gelaboreerd hebben aan die éne meervermelde zijde. Het algemeen karakter was toch wel wat grootser, dieper en bescheidener.
Prof. Kamphuis, schrijvend in de Reformatie, kan nog wel waardering opbrengen voor het boek van Van Kaam. Hij vindt het vanzelfsprekend dat de schrijver eenzijdig-kritisch is. Van Kaam is immers óók „Flex" van het dagblad Trouw, en dus is hij „links" en niet-méér-gereformeerd. En als men dat maar in rekening brengt, dan moet men zeggen dat uit deze hoek zelden objectievere journalistiek over deze periode gegeven is. Maar wat wil men, — zo vraagt prof. Kamphuis —; wie hebben Ben van Kaam öngereformeerd gemaakt? Het parade-christendom van de dertiger jaren is mee schuldig aan de doorgebroken ziekte van de zestiger jaren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's