De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE KERK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE KERK

2

6 minuten leestijd

De Christelijke gemeente werd voorbereid in de dagen van het Oude Testament. „De tempel te Jeruzalem bleef wel bestaan en werd nog altijd geëerd als de plaats van de bijzondere tegenwoordigheid Gods. Maar de Joden buiten Jeruzalem kregen toch allengs een godsdienstoefening, die buiten tempel en altaar, buiten priesterschap en altaar omging, en geheel en al in prediking en in gebed bestond". (Dr. H. Bavinck, Geref. Dogm. IV, 298).

Zowel de twee gebruikelijke Hebreeuwsche woorden alsook de Grieksche woorden (synagoge en ecclesia) werden oorspronkelijk voor de godsdienstige samenkomsten der Joden dooreen gebruikt. Langzamerhand maakten de Joden onderscheid. De vergaderde. Matth. 16 : 18; 18 : 17: Johan noemde men synagoge, de door God tot Zijn heil geroepene gemeente ecclesia.

Ecclesia is het woord voor de Nieuw- Testamentische gemeente.

Christus zelf paste het woord ecclesia toe op de gemeente, welke Hij vergaderde. Matth. 16 : 18; 18 : 17: Johannes de Dooper zonderde door zijn prediking en doop de ware Israëlieten van de massa des volks af. Allengs kwam er een schare van discipelen rondom de Christus, die zich afzonderde van het Joodse volk en op welke het woord gemeente, ecclesia werd toegepast.

Deze gemeente ontving op het Pinksterfeest de Heilige Geest, die woning in haar maakte en haar stelde tot een zelfstandige vergadering.

Allen, die door de eeuwen heen op aarde in de verschillende werelddelen tot Christus worden vergaderd, het waarachtig geloof omhelzen en Zijn weldaden aannemen, vormen tezamen de ecclesia, de gemeente des Heeren. In feite is er slechts één gemeente.

Doch men zal kunnen begrijpen, dat een vergadring aan enige plaats Jeruzalem, Rome, Corinthe, Efeze, Thessalonica om er slechts enkelen te noemen, zich bewust zijnde tot de gemeente van Christus te behoren, hun plaatselijke vergadering ook gemeente hebben genoemd en spraken van de gemeente te Rome, te Efeze, enz.

Dat nam het besef van de éne gemeente van Christus niet weg, integendeel het kwam uit dat besef voort.

Men sprak zelfs van huisgemeenten, ziende op de betrekkelijk kleine vergaderingen, die in een woning tezamen kwamen. Doch het besef van de eenheid van Christus' gemeente werd niet uit 't oog verloren. Integendeel, vgl. Rom. 12 : 5, 1 Cor. 12 : 12—28; 15 : 9; Gal. 1 : 13; Phil. 3 : 6; Ef. 1 : 22; 5 : 32; Col. 1 : 18, 24, 25, waar alle gemeenten als éne ecclesia worden samengenomen en omschreven als het lichaam, de bruid, de volheid van Christus.

Deze eenheid is geen vrucht van theologische eenmakerij, maar zij ligt in de Christus. De eenheid van alle gemeenten is daarom niet tot stand gekomen door belijdenis, kerkorde, synodaal verband of dergelijke handelingen, maar de eenheid van de kerk gaat aan alle aardse verschijning vooraf. Zij ligt in Christus. Hij is het Hoofd. Hij bouwt Zijn gemeente als Zijn maaksel. Geschapen in Christus Jezus tot goede werken (Efeze 2 : 10).

Daarom, omdat de kerk in Christus ligt, deelt elke plaatselijke kerk, n.l. het volk Gods ter plaatse, in het voorrecht bij die kerk ingelijfd te zijn. In de plaatselijke gemeente komt de gemeente van Christus tot openbaring als het volk Gods.

Er is alzo één ware kerk, één geestelijke vergadering, de kerk. Let goed op een geestelijk lichaam, het geheel der kerk in Christus. Waren nu onze aardse kerken echt, rein en zuiver, vergaderingen van kinderen Gods, dan zouden wij op aarde zuivere afdelingen, stuk­ ken hebben van de kerk van Christus en daaraan geheel gelijk. Doch wij lezen al in de eerste tijd van een Ananias en Saffira. Denk dan eens aan de kerk te Corinthe. Neen, de aardse kerk is een gemengde vergadering en geen zuivere vergadering van geestelijke mensen.

Het kan ook zijn, dat onder de z.g. leden van vandaag, die van het geestelijk leven geen kennis hebben, morgen, over een jaar, over vijf jaar waarlijk echte Christenen voorkomen. Dat betekent dus, dat wij op aarde geen kerk van enkel kinderen Gods kunnen verwachten. De aardse kerk is in zuiver geestelijke zin een vergadering van kinderen Gods. Haar belijdenis en leer behoren daarmede in^jOvereenstemming te zijn. Aangenomen echter, dat men op een kleine plaats een kerkje zou kunnen vergaderen van enkel kinderen Gods, een zuiver kerkje dus — indien wij mensen zo'n kerkje feilloos zouden kunnen vergaderen —, hoe zou dat er een poosje later uitzien, als sommigen van die ouders kinderen hadden gekregen, om nu dit alleen maar te noemen?

Een kerk op aarde zou niet lang zuiver blijven, aangenomen, dat zij het was geweest. Het aardse leven is een andersoortig leven dan het hemelse en bovendien verzondigd. Denk maar eens aan Israël. Het getal der geestelijke mensen was in Israël soms gering, b.v. in Elia's tijd. En toch waren er nog meer, die trouw waren gebleven dan Elia had verwacht.

Maar de Heere God weet, hoe deze dingen liggen. Hij zet Israël niet op een smalle basis der verkiezing, maar op het brede vlak van Zijn verbond, waarop Hij Zijn verkiezing uitwerkt. Het verbond is er tot uitwerking Zijner verkiezing.

Ze hangen saam en ergens raakt de verkiezing aan het verbond. In dat verband zou men dus kunnen spreken van tweeërlei kinderen des verbonds. Zo zou men ook kunnen zeggen: allen, die gedoopt zijn, staan in het verbond. Denk aan de besnijdenis in Israël. Doch de besnijdenis maakte in Israël niet zalig en dit kan men van de Doop ook niet zeggen.

De geschiedenis van de kerk kan aantonen, hoeveel moeite theologen van verschillende richting zich hebben gegeven om te omschrijven, hoe zij over de kerk dachten. Algemeen is men van mening, dat de kerk een vergadering van uitverkorenen is. De kerk op aarde echter bevat wel zulk een vergadering van uitverkorenen, doch die kan men niet aanwijzen, zij is er, groter of kleiner, maar zij is als zodanig niet zichtbaar. Men spreekt daarom van de onzichtbare kerk, n.l. van de kerk die in de hemel is en van de ware kerk, die in de aardse kerk aanwezig is zonder gezien te worden. In de aardse kerk zijn ook nog de geroepenen, die nog niet tot het geloof gekomen zijn. En dan zijn er ook nog in de aardse kerk, die tot het ware geloof nimmer komen en die geveinsden of hypocrieten genoemd worden.

Zij draagt een gemengd karakter.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE KERK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's