De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING

30

10 minuten leestijd

§ 5. KERK EN STAAT, (vervolg).

B. Praktijk.

Mijn zoon, vrees de Heere en de koning, vermeng u niet met hen die naar verandering staan. (Spr. 24 : 21). 

2. Hoe nu samen verder in het atoomtijdperk?

Wat is toch de reden, dat het valse idealisme in onze dagen zoveel weerklank vindt?

Dit is een vraag, die hier niet onbesproken mag blijven.

Wij stuiten bij beantwoording van deze vraag op een reeks van factoren, onderling zo nauw met elkander verweven, dat met een tabellarisch overzicht — gesteld al dat een limitatieve opsomming mogelijk ware — niet kan worden volstaan.

Daar is vooreerst het feit, dat de mens van nature een rebel is (Ps. 73 : 9), een afvallige (Ps. 58 : 4). Zijn vredelievendheid is niet zo groot als hij wel voorgeeft.

Met een surrogaat van de ware vrede — de vrede in Christus — neemt hij, naar de ervaring leert, genoegen. Hoe zou hij ook naar iets beters kunnen verlangen! In de spiegelgalerij van de duivel komt nu eenmaal de mens zijn ware toestand nooit aan de weet. ... Tal van landgenoten begaven zich in de afgelopen oorlogsjaren zondag aan zondag ter kerke; zij beleden er hun geloof in „de goede zaak" en de uiteindelijke overwinning van de geallieerde legers. Hun kerkgang was bedoeld als een demonstratie, zij het niet zozeer voor God als wel tegen de bezettende macht!

't Zelfde verschijnsel doet zich thans voor achter het IJzeren Gordijn, in landen als Polen en Hongarije. Menigeen, die daar geregeld de mis bijwoont om zijn anti-communistische gevoelens af te kunnen reageren ....

Maar wat is er nu in ons land van die overmatige belangstelling voor de kerk uit de jaren 1940—1945 nog overgebleven? Vrijwel niets!

Dit koersverloop betrof zowel de papieren van de kerk als die van de staat, precies zoals dat oude soldatenrijmpje het wil: „God and the soldier we adore, in time of danger, not before, when danger is past and all things righted God is forgotten and the soldier slighted".

Het gemis van medeleven met wat er momenteel b.v. in Zuid-Vietnam gebeurt, duidt in dezelfde richting. Wij leven er maar op los, alsof het oorlogsleed in andere delen van de wereld in het geheel niet raakt.

Ja, dan vraag je je toch wel 's af:

Is ons streven naar wereldvrede niet een wassen neus?

Het is met dit streven als met het streven naar meer hulp voor de onderontwikkelde landen, een programmapunt, dat in geen enkel verkiezingsmanifest ontbreekt. Maar wat kwam daar in de praktijk tot dusver van terecht?

Staan onze politieke voormannen er wel altijd voldoende bij stil, dat hun houding — periodiek vertoon van distantie met betrekking tot het feitelijke overheidsbeleid — de staat compromitteert?

Hoe door-en-door onwaarachtig die houding wel is, treedt het duidelijkst aan het licht op het moment, dat zo'n voorman bewilligt in het verzoek om nu eens achter de groene tafel te komen zitten. Op het moment dus, dat hij de last van het overheidsgezag persoonlijk mede te torsen krijgt en er voor hem niets meer te „ritselen" valt. Dan immers volgt niet zelden de rekening, hem gepresenteerd door zijn kiezers, die dat spel met het gezag niet hebben kunnen volgen....

Het is niet voor niets, dat er zo dikwijls een diepe kloof gaapt tussen hen, die het voor het zeggen hebben, enerzijds en hen, die zich moeten laten gezeggen, anderzijds!

Zeer scherp tekende ditzelfde kwaad zich af in de dagen van Wassenaar, ten tijde dus van de jongste kabinetsformatie. Wij waren getuigen van een touwtrekken zonder eind, tot een aanfluiting van onze constitutie. Het betrof hier nota-bene een praerogatief van de Kroon!

Zover blijkt ook in ons land reeds de leer van de volkssouvereiniteit te zijn doorgevreten, dat men zelfs het Staatshoofd niet meer ontziet....

Dit „gegrabbel in de ton van het gezag" zit ons allen in het bloed.

Het tekent onze wereld, dat men zulks tegenwoordig alleszins voor geoorloofd houdt.

Dit nu is één der belangrijkste facetten van de gezagscrisis, die momenteel het Avondland teistert.

Karakteristiek voor het valse idealisme met zijn vele reserves is stellig ook zijn geliefkoosde spel met het gezag: het balanceren op de grens van wat mag en niet mag.

Het is in het gunstigste geval een schijnvrede, die dit idealisme verbindt met het gezag. Het deinst er echt niet voor terug de dragers van het gezag te honen en te bespotten, als zulks in zijn kraam te pas komt.

Het is dit idealisme, dat zo graag bohémien uithangt, d.w.z. „ergens" leeft doch nergens woont (bijdrage 12), zulks dan op kosten uiteraard van de veel gesmade doch fatsoenlijke burger . . . . . .

De oudste heidenvolken hadden, wat dit aangaat, een gezondere kijk op het gezag dan wij.

Prof. van Ruler merkte eens op: „Zouden de ogen nog eens opengaan van datgene, wat alle heidenen en christenen van alle vroegere eeuwen duidelijk zeggen: dat God en de staat in de vraag naar het menselijk zijn op het allerintiemst verstrengeld zijn? " De moderne heiden daarentegen is in hart en nieren Jacobijn.

Wij leven — zoals gezegd (bijdrage 27) — in een tijd, dat de geest van de Revolutie zegevierend rondtrekt. Zag het er tot in het begin van deze eeuw nog naar uit, dat de „Europese Revolutie" (Marx) wel uittrillen zou in haar eigen frequentie, sedert 1914 (bijdrage 15) blijkt veeleer het tegendeel: zij schijnt zelfoscillerend te zijn geworden .... Het communisme bouwde hierop zijn strategie van de revolutionaire oorlog. Een hoofdstuk, waar onze Synode over zwijgt....

Wat aanvankelijk een gewone reeks van omwentelingen scheen bleek naderhand een kettingreeks te zijn geworden.

De „Grote Revolutie" (dr. Kuyper} gaf, zoals bekend, tot een tweetal reeksen van omwentelingen de grote stoot:

1. Met het verval van die beide oude „schuttingen" (bijdragen 28 en 29) ontwikkelden zich een reeks van politieke en sociale revoluties, opgewekt en gestimuleerd door het geloof in „de goede mens": „De ernstigste en de gevaarlijkste van de dwalingen, de ware moeder van onze revoluties, is het beginsel van 1789, dat de oorspronkelijke volmaaktheid van de mens verkondigt" (F. Ie Play).

In kringen van het valse idealisme is dit geloof nog springlevend, Auschwitz en Katyn ten spijt. Het is dit idealisme, dat

a. geneigd is het kwaad in onze wereld te beoordelen naar zijn effect, wat er doorgaans toe leidt, dat de bron van het kwaad bedekt blijft;

b. geneigd is zich van wereldse schema's te bedienen, als het gaat om de beoordeling van een gegeven beleid of i.d. (zo b.v. het nogal in de mode zijnde schema „progressief—conservatief": bijdr. 7);

c. de geestelijke verdraagzaamheid tot een levensbeginsel verheft; en

d. bereid is het communisme b.v. te aanvaarden als een andere „modaliteit" in het veld van de vreedzame coëxistentie dan die welke de onze zou kunnen worden genoemd.

2. Gelijktijdig openbaarde zich in onze wereld een reeks van in hoofdzaak maatschappelijke ontwikkelingen — de wisselwerking tussen beide reeksen laat ik hier gemakshalve verder rusten — als gevolg van de vele ontdekkingen op het terrein van de wetenschap, aangemoedigd door het vooruitgangsgeloof: „Laat de rede vrij zijn, en in weinige generaties zal zij de Utopia bouwen" (Taize). De wonderen van de techniek veranderden niet slechts het uiterlijk van onze wereld. De mens veranderde mede (bijdrage 12).

ledere omwenteling betekende op z'n minst ook een „Umwertung", van individuele en maatschappelijke waarden, met alle consequenties van dien.

Wij zien dat momenteel wel het duidelijkst aan een uitvinding als de televisie, reeds een „verfijnde methode van hersenspoeling" genoemd ....

Een kenmerk van het valse Idealisme is ook, dat het geneigd is die veranderingen als even zovele verbeteringen te begroeten (te rechtvaardigen eventueel in het kader van de doorbraak!) en dat het die veranderingen stuk voor stuk aangrijpt om de „reactie" des te feller te kunnen bestrijden.

De industrialisering van ons oude werelddeel is eigenlijk een factor apart; zij bracht niet alleen een ander leeftempo met zich mee maar ook een ander leefklimaat.

Daardoor moest de statische samenleving van voorheen (agrarisch van inslag!) het veld ruimen voor de dynamische samenleving van thans.

Zo veranderden zowel de mens als zijn samenleving, met als nevenverschijnsel, dat zich het Dopplereffect voordeed!

Is het dan zo'n wonder, dat de moderne mens zichzelf tot een vraagteken is geworden (bijdrage 27)? Ik dacht het niet.

De postchristelijke mens zoekt in zijn wereld vergeefs naar een houvast ( oriënteringspunten ).

Hieruit blijkt, dat de gezagscrisis die wij doormaken, ook een vrijheidscrisis zou kunnen heten. Het betreft hier immers waarden, die betrekking hebben op eenzelfde werkelijkheid (bijdrage 4).

Wat voor het gezag geldt in een gegeven geval is in datzelfde geval op de vrijheid van toepassing.

God is de oorsprong, de bron en de maatstaf daarvan; de vrijheid is evenals het gezag één en ondeelbaar, in principe althans; beide kunnen slechts persoonlijk worden beleefd.

Enerzijds weten wij met die vrijheid nauwelijks raad: „De mens is gedoemd om vrij te zijn" (Sartre). Daar vandaan ook, dat de meesten onzer het wel geloven. Hoe gering is in ons naidden niet de belangsteling voor de nationale en internationale politiek! De mens is van nature zelfzuchtig (2 Tim. 3:2). Vreemd is hem de gedachte: „Ik kan niet waarlijk vrij zijn, tenzij alle menselijke wezens, die mij omringen, zo mannen als vrouwen, gelijkelijk vrij zijn. De vrijheid van anderen, wel verre van een grens of de ontkenning te zijn van mijn vrijheid, is er in tegendeel de noodzakelijke voorwaarde en de bevestiging van" (uit het „Hooglied der vrijheid" van Bakounin).

Anderzijds gaan wij er prat op, te mogen behoren tot een „vrij" volk uit het „vrije" Westen. Alsof de rest van de wereld verlegen zit om een halter of een touw....

Met dit al ontgaat het ons, dat diezelfde vrijheid van alle zijden wordt belaagd, niet het minst uit de eigen samenleving vandaan.

Ook hier zijn het gewoonlijk de kleine vossen, die de wijngaard bederven (Hooglied 2 : 15), al lopen daar ook grotere rond:

Tot de belagers van onze vrijheid reken ik in de eerste plaats diegenen in ons land, die ons onze gereformeerde levensstijl zouden willen afhandig maken, door ons aan te praten, dat een christen de schouwburg niet behoeft te mijden, de bioscoop en de danszaal evenmin. Alsof er met de zonde wel gespeeld zou mogen worden en een christen immuun zou zijn voor het kwaad, dat hij geregeld ziet en hoort ....!

Tot de belagers van onze vrijheid reken ik in de tweede plaats hen, die in woord en geschrift maar voortgaan met het spuien van een meedogenloze critiek, hetzij op mensen, reeds dood dan wel nog in leven, hetzij ook op de toestanden van vroeger en nu. Heel ons pers- en omroepbestel wordt daar langzaam maar zeker door vergiftigd.

Als er één ding is, wat karakteristiek mag heten voor het valse idealisme in onze samenleving is dat wel het feit, dat voornoemde belagers van dit idealisme de stoutste verwachtingen koesteren !

Hiermede komen wij op een volgend chapiter, zo van gewicht met het oog op de vraag, die wij bezig zijn te beantwoorden: onze hedendaagse cultuur, resp. een vraagstuk als dat van de kernbewapening in het kader van onze visie op die cultuur.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's