De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EUTHANASIA DOOR JOHANNES HOORNBEEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EUTHANASIA DOOR JOHANNES HOORNBEEK

9 minuten leestijd

of Wel-Sterven, waarin vele voorbeelden der stervenden en hun laatste doodspreuken worden verhaald.

Als Paulus tevoren aan zijn dood denkt en zich daarop voorbereidt, zegt hij: Gelijk altijd, zo zal ook nu Christus worden grootgemaakt in mijn lichaam, hetzij door het leven, hetzij door de dood. Want het leven is mij Christus en het sterven is mij gewin. (Fil. 1 : 20, 21). En elders schrijft hij over de kroon der rechtvaardigheid, die de Here hem niet onthouden zal. (2 Tim. 4 : 6 v.).

Petrus schrijft met betrekking tot zijn dood: Ik acht het recht te zijn, zolang ik in deze tabernakel ben, dat ik u opwekke door vermaning; alzo ik weet, dat de aflegging van mijn tabernakel haast zijn zal, gelijk ook onze Here Jezus Christus mij heeft geopenbaard.

Zo is de laatste stem van Gods kerk, waarmede Gods boek besloten en als verzegeld wordt, wat de uiterste wens altijd van de gelovigen is, voornamelijk in hun sterven, als Christus tot hen komt en zegt: Ik kom haastelijk, dat zij antwoordt, als met een ondragelijk verlangen: Ja, kom, Here Jezus. (Openb. 22 : 20).

Zoveel wat de Heilige Schrift betreft. Nu volgen enige gedenkwaardige spreuken, uit de geschiedenis bekend. In de eerste tijd na Christus en de apostelen werd niets ijveriger beschreven dan de strijd en het sterven der martelaren.

Van Jakobus, de broeder des Heren, staat in de Handelingen der Apostelen, hoe Herodes hem met het zwaard gedood heeft; maar de kerkelijke historie gaat wat breder in op het verhaal van zijn dood en vertelt, dat zijn aanklager, die hem verraden en aangebracht had, toen hij de onschuld en de standvastigheid van Jakobus zag, zich met hem tot het Christelijke geloof overgaf en daarmede tot de dood. Hij vroeg hem onderweg, dat hem zijn zonde zou vergeven worden, waarop Jakobus na een weinig nadenken antwoordde: vrede zij u. Daarmede gingen beiden gewillig en christelijk naar de dood door onthoofding. Zoveel betekende de christelijke voorbereiding en gewilligheid tot de dood, dat zij een begeerte tot de godsdienst en tot de dood opwekte bij die mensen, die tevoren niets zozeer haatten als de godsdienst en niets zo erg vonden als de dood, waarmede hij een ander om de godsdienst vervolgde. In een oogwenk was zijn gemoed begerig geworden, zowel naar het ene als naar het andere.

Jakobus de apostel, toen hij door de Joden gestenigd werd, riep en bad alleen voor zijn vijanden: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. Van de apostel Johannes, die het langst van de apostelen geleefd heeft, ja van wie sommigen, maar ten onrechte, gemeend hebben dat hij zou blijven leven om de woorden van Christus (in Joh. 21): Indien ik wil, dat hij blijft totdat ik kom, wordt verhaald, dat toen hij op hoge leeftijd in Efeze verbleef, — men meent, dat hij ver in de negentig jaar is geweest — toen hij moeilijk door de discipelen in de vergadering gebracht kon worden en nauwelijks meer een toespraak houden kon, hij voortdurend zeide: Kinderen, hebt elkaar lief. En als de discipelen, die het verdroot altijd dezelfde prediking te horen, hem vroegen: Meester, waarom zegt gij dat altijd? , zeide hij: omdat het het gebod des Heren is en dat alleen is genoeg, als het maar geschiedt. Of Johannes dat gezegd heeft of dat het aan zijn brieven ontleend is, het is zijn gedurige leer.

Ignatius, bisschop, zoals men zegt — wat toen gelijk was aan predikant — van Antiochië, maar te Rome gedood en door de leeuwen verscheurd om de wille van het geloof, schreef een brief aan de kerk te Rome, die als zijn laatste rede kan worden beschouwd. Daarin verklaart hij zozeer zijn vurige genegenheid tot Christus zijn Zaligmaker om tot Hem te komen en voor Hem zulk een verschrikkelijke dood te ondergaan, dat hij de gelovigen daar ten hoogste betuigt, dat zij niet door een ontijdige barmhartigheid tegenover hem een goed woord vóór hem zouden trachten te doen of hem van de dood te verlossen, maar hij schrijft: Een christen wordt dan van God bemind, als hij van de wereld gehaat wordt. Ik schrijf aan alle kerken, dat ik gewillig sterf, als gij het maar niet verhindert.

Ik bid U: kom mij niet met een ontijdige barmhartigheid tegen. Laat mij het aas der beesten worden, waardoor ik God verkrijgen moge. Ik ben Gods koren om door de tanden der beesten vermalen te worden en zuiver brood voor God bevonden worde. Ja, streelt de beesten liever, opdat zij mijn graf worden, dat zij niets van mijn lichaam overlaten, opdat ik na mijn dood niemand lastig zal vallen. Dan zal ik een recht discipel des Heren zijn, als de wereld ook mijn lichaam niet zien zal. Bidt God voor mij, dat ik door deze instrumenten een offer word. Nu leer ik, in Christus gebonden, niets werelds en niets ijdels te begeren.

Van Syrië naar Rome toe, te land en ter zee, vecht ik met de beesten, nacht en dag gebonden met tien luipaarden, dat zijn de soldaten, die erger worden naarmate hun welgedaan wordt. Maar ik word, door het ongelijk mij aangedaan, altijd meer onderwezen; ik ben echter daarin niet gerechtvaardigd. Laat mij de beesten genieten, die voor mij klaeir staan; hoe wreder zij zijn, hoe liever, opdat zij mij wreed verscheuren, niet gelijk zij met sommigen soms doen, die zij soms uit vrees niet aanraken; indien zij niet willen, ik zal ze ertoe opjagen. Vergeef het mij, ik weet, wat voor mij het beste is.

Nu begin ik een discipel te worden, nu ik niets van de zichtbare of onzichtbare dingen begeer, als ik Christus maar verkrijg. Laat vuur, kruis, wilde beesten, snijden, hakken, scheuren, been-breken, verbreking van het gehele lichaam op mij aankomen, als ik Christus maar verkrijg. Mij zullen de einden der aarde niet helpen noch de rijken dezer wereld. Het is mij beter voor Christus te sterven dan over de einden der aarde te gebieden. — Bovendien wordt verhaald, dat toen de bestemde dag van zijn dood gekomen was — een bijzondere feestdag van de Romeinen — en als het schouwspel gereed gemaakt was, was er een menigte van mensen als met vurige ogen en harten samengestroomd, in afwachting, dat een bisschop van Syrië — want het gerucht was heinde en ver verspreid en had iedereen er toe gebracht om te komen kijken — voor de wilde dieren zou worden geworpen. Toen verhief zich de martelaar-en sprak de omstanders met een blij en standvastig gelaat aldus aan: Romeinse mannen en gij die tegenwoordig zijt om deze strijd te aanschouwen: deze dingen overkomen mij niet omdat ik straf draag voor enige misdaad, maar opdat ik God verkrijge naar wie ik van harte met een onverzadigbare begeerte verlang. Ik toch ben zijn koren en word door de tanden der beesten gemalen, opdat ik zuiver brood worde. Toen hij dat gezegd had, werden de leeuwen losgelaten, die terstond op hem aanvielen en hem verscheurden en opaten; alleen de grootste beenderen lieten zij liggen. Zo verkreeg hij zijn wens, dat de beesten zijn graf zouden zijn.

Polycarpus, bisschop van Smyrna, een stad in Asia zeide, toen hij gegrepen werd: Gods wil moet geschieden; hij verzocht alleen een uurtje om te mogen bidden, wetende hoe nodig dat is bij zulk een gelegenheid en als men geroepen wordt om te sterven. Zo bad hij en dat zo ijverig en krachtig, dat wie er bij waren zich niet genoeg konden verwonderen, en klaagden, dat zulk een oude en grijze man gedood zou worden. In zijn gebed gedacht en verhaalde hij heel zijn vroegere leven en wat hem wedervaren was, groot en klein, goed en kwaad; hij beval inzonderheid aan God de staat van de Kerk, die door de gehele wereld voor de rechter gesteld werd. Toen deze bij hem kwam en hem dreigde, dat hij Christus verloochenen moest antwoordde hij zeer voortreffelijk: Nu heb ik Hem zesentachtig jaren gediend en Hij heeft mij nooit enig kwaad gedaan, hoe zou ik dem mijn Koning, die mij tot nu zo wel bewaard heeft met enige woorden schenden? Welk een heerlijk en eerbiedig woord van een oud man, die tegelijk Gods weldadigheid en eigen plicht erkende. En toen de rechter hem daarna met de beesten dreigde, gaf hij ten antwoord: haalt ze, want mijn gezindheid is vast en het is verre van mij te veranderen en het kwade te volgen. Maar van wreedheid te komen tot billijkheid en zedigheid, dat zou een goede verandering zijn. Men zou hem verbranden en dreigde hem met de beesten.

Gij dreigt mij wel met vuur, zeide hij, dat voor een tijd brandt maar daarna wordt uitgeblust, maar het vuur van het eeuwige oordeel dat tot eeuwige straf van de goddelozen bewaard wordt, kent gij niet. Maar wat wacht gij, laat de wilde dieren komen of wat u belieft. Tenslotte liet de rechter tot driemaal uitroepen: Polycarpus heeft beleden, dat hij een christen is. Dat was het vonnis. Toen de beul hem aan de paal wilde binden zeide hij: laat mij los en ongebonden staan; Hij die mij kracht gegeven heeft om het vuur te verdragen zal mij ook wel sterkte geven om ongebonden stil te blijven staan in het midden van het vuur. En zo staande, gebonden aan de staak met de handen op de rug, sprak hij dit zijn laatste gebed: Vader van uw geliefde zoon Jezus Christus, door wie wij kennis gekregen hebben van u. God der engelen en der machten. God van alle schepselen en rechtvaardigen van alle geslachten, die voor uw aangezicht leven, ik dank u, dat gij mij de eer van deze dag en van dit uur gegeven hebt, waarop ik onder het getal der martelaren word opgenomen en de kelk van het lijden van Uw Christus deelachtig word, tot opstanding van het eeuwige leven naar ziel en lichaam door de onsterfelijke kracht des Heiligen Geestes. Ik bid om onder de martelaren op deze dag tot een vette en aangename offerande voor uw aangezicht te mogen worden aangenomen, gelijk Gij voorbereid, betekend en vervuld hebt, waarachtige God, die niet liegt. En daarom roem, prijs en eer ik U boven alles door Jezus Christus uw geliefde zoon, de eeuwige hogepriester, door wie U zij met de Heilige Geest ere nu en in der eeuwigheid, Amen. Toen het laatste woord uitgesproken was, staken de beulen het vuur aan en verbrandden de heilige man.

No. 16.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EUTHANASIA DOOR JOHANNES HOORNBEEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's