Overgang naar een nieuw tijdperk
IV
„Voor... beheerders (van de geheimenissen Gods) is dit tenslotte het vereiste: betrouwbaar te blijken". (lCor.4:2).
Deze maal is de vraag aan de orde: Waar heeft, tot nut van de gehele Kerk, de gereformeerde gezindte in de huidige kerkelijke situatie aan vast te houden?
Dit „tot nut van de gehele kerk" lijkt een wat vreemde tussenvoeging. De vraag betreft immers zaken, waar de kerk als geheel over het algemeen niet aan vasthoudt. Het wèl vasthouden daaraan door de geref. gezindte wordt dan door de kerk als geheel ervaren als een hinderlijke obstructie, een hinderlijke remming of zelfs blokkering van de gang van zaken (prof. Berkhof volgens De Waarheidsvriend van 21 juli 1955 blz. 227; zie ook het nummer van 4 augustus 1955 blz. 245), dus zeker niet „tot nut" van de kerk. En van gereformeerde zijde zal men eer denken aan een „tot nut van de gereformeerde zaak" dan aan „tot nut van de gehele kerk". Toch is dit laatste de beste weergave: het gaat bij ons zijn in de kerk niet om „onze zaak", maar daarom dat het gehele kerkelijke leven zich beweegt en blijft bewegen in de eerder genoemde continuïteit van de leer der apostelen. Daarmee staat of valt immers — in zekere zin — het leven der kerk. Voor de praktijk die van dit ideaal zo treurig ver afwijkt zijn wij bepaald niet blind, naar reeds gebleken kan zijn. Maar we mogen nimmer in die praktijk berusten, omdat we daarmee ons Hervormd-zijn zouden verspelen: we zouden dan de Hervormde kerk in rechte aan die feitelijke praktijk uitleveren.
Nog een opmerking-vooraf. Als we elkaar voorhouden waar we aan dienen vast te houden, dan is daar kennelijk aanleiding toe. In zekere zin gelukkig: wij zijn blijkbaar geen petrofacte, tot steen geworden groep die door die verstening niet veranderen kan, maar een deel der Kerk dat, kennis nemend — als het goed is — van wat er zo te koop is, essentiële dingen niet veranderen wil, als de Heere ons naast de gemeenschap met Hem ook een klaar inzicht in die essentiële dingen wil schenken. Zonder dit laatste — dat is de keerzijde — zijn wij niet in staat, ons van dwaalwegen verre te houden, of verstenen wij werkelijk waarbij Jes. 6 : 9—10 zich aan ons voltrekt. Het vinden van de juiste weg in de kerkelijke doolhof is geen vanzelfsprekende zaak.
Wat bij de hervormd gereformeerden blijven moet, is uit de hiervoor gegeven beschrijving van de kerkelijke situatie al enigszins af te leiden. Daarom hier nog slechts een korte aanduiding van enkele punten voor het verkrijgen van een ordelijk overzicht.
Het belangrijkste is wel, dat het gezag van de H. Schrift als Gods Woord onaangetast blijve.
Dat is zo algemeen uitgedrukt, dat ieder van ons er gemakkelijk ja bij kan knikken. Enige verduidelijking is niet ondienstig.
Natuurlijk zullen wij niet licht in de verleiding komen, om met.de oud-modernen de Schrift aan te duiden als een papieren paus, waarmee het gezag van de Bijbel wordt afgewezen; evenmin om met de vroegere ethischen Gods Woord uit de Bijbel te willen „uitspellen"; en ook niet om met Barth de Schrift te beschouwen als menselijke oorkonde van Gods openbaring.
Daarmee is evenwel het functioneren van de Schrift als Gods Woord niet veilig gesteld, omdat de Schrift pas in het geloof recht kan worden verstaan. En dan nog blijft het hermeneutisch probleem: hoe de Schrift moet worden uitgelegd in die gevallen, waarin een eenduidige uitlegging of exegese moeilijk is. De eerbied voor de H. Schrift als Gods Woord gebiedt dan, met een zo goed mogelijk aftasten van de betekenis van de grondtekst uit de verbanden in de Schrift zelf de betekenis van een bepaalde plaats zo nabij mogelijk te komen.
Hier dreigt, zoals in een vorig artikel al werd gezegd, het gevaar van het interpreteren van de Schrift vanuit het huidige levensgevoel. Van dat levensgevoel ondergaan ook wij de invloed, en genoemd gevaar bedreigt dus ook ons. Daarbij hebben in het bijzonder hervormd gereformeerden te waken voor een interpreteren van de Schrift naar min of meer specifiek-„gereformeerde" schema's. Dit kan zich uiten in het plegen van „inlegkunde", en ook in een op non-actief zetten van Schriftgedeelten die niet in zulke schema's passen. Studeren en eerlijk omgaan met de Schrift door de predikanten zou dit kunnen voorkomen.
Aansluitend kan met dankbaarheid melding worden gemaakt van de hang naar een zuivere prediking ónder de gereformeerde gezindte in onze kerk; naar een prediking waarin de verschillende leerstukken in hun schriftuurlijke samenhang worden opgenomen voor zover het te behandelen Schriftgedeele daartoe aanleiding geeft. Door zulk een prediking wordt het geloof gewekt of gevoed, en de gemeente gebouwd.
Waar de belijdenisgeschriften der Kerk, uitdrukking gevend aan 't geloof der gemeente, voor deze prediking mede richtinggevend zijn, moeten deze geschriften hun hoge waardij blijven genieten. Als we al iets aan het tegenwoordig gebruikelijke relativisme prijs zouden kunnen geven, de belijenis der Kerk zeker niet.
Nog enige markante punten, die de rechtervleugel in de kerk van de overige kerk onderscheiden, zijn o.a. het ernstig nemen van de zonde; de verzoening niet als „billige Gnade" maar als machtig fundament van het vast gebouw van Gods gunstbewijzen jegens ons die alles verbeurd hebben; het onderscheid in de verwerving van het heil door Christus voor Zijn kerk en de persoonlijke toepassing ervan door de H. Geest aan wie de harten van allen, die Christus' verschijning liefhebben, waarin de uitverkiezing zich realiseert in de weg van roeping, bekering, geloof, wedergeboorte. Deze aandacht voor het werk van de H. Geest in ons, waarin het met-ons-zijn van Christus bij uitstek manifest is, mag bepaald niet op de achtergrond geraken. Het badwater van het anthropocentrisch preken („de mens in het middelpunt") en de „objectiverende subjectiviteit" moeten we weggooien, maar niet het kind: het pastorale ingaan op het „werk van God den H. Geest, om de zaligmakende kennis van God aan zondige menschen bekend te maken en zondige menschen in heilige gemeenschap met God te brengen" (Warfield bij prof. Van der Linde, De leer van den Heiligen Geest bij Calvijn, blz. 1).
(Slot volgt)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's