De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De vrouw in het ambt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrouw in het ambt

I

4 minuten leestijd

§ 1. De vrouw in Christus' kerk.

In de tijd dat de Heere Jezus op aarde was, telde bij de Joden de vrouw niet mee in het kerkelijk en godsdienstig leven. Voor godsdienst was eigenlijk alleen de man maar geschikt, zo dacht men.

Eén van de Joodse rabbijnen (godsdienstleraars) heeft dan ook eens gezegd: Ik wil nog liever de wet van Mozes verbranden dan haar aan een vrouw onderwijzen. Stel je voor, een vrouw! Die heeft van godsdienstige zaken geen verstand.

Het was een fatsoenlijke Jood niet geoorloofd om met een vrouw in het openbaar te spreken, ook niet over de dingen van Gods Koninkrijk. Denk maar, hoe verwonderd de discipelen waren, toen de Heiland dit wèl deed, (Joh. 4, de Samaritaanse vrouw).

Vrouwen mochten in kerk en staat ook niet getuigen, want men ging er van uit: een vrouw, liegt toch.

Er was eens een rabbijn, die stond te bidden: „Ik dank U, o God, dat ik geen heiden of slaaf of vrouw ben". Merkt u het: een vrouw werd op één lijn met een heiden of slaaf gesteld.

In de synagogen hadden de vrouwen dan ook 'n hele aparte afdeling, streng gescheiden van de mannen. En in de tempel idem. Want een vrouw was voor God stukken minder dan een man, zo oordeelden de Joden.

Kortom, de Joodse godsdienst van die dagen was een echte mannenaangelegenheid. Een mannengodsdienst.

Tegen deze gangbare opvatting uit Zijn tijd ging Jezus Christus regelrecht in. Hij praatte wel met vrouwen in het openbaar over de dienst van God. En Hij gebruikte die vrouwen — die in het oog van de Joden niet betrouwbaar waren en dus niet mochten getuigen — om wèl van Hem te getuigen. De Samaritaanse vrouw en de vrouwen bij het graf van Jozef van Arimathea zijn daar voorbeelden van. De belangrijkste christelijke boodschap (de opstanding van Christus) werd het eerste overgebracht door in die tijd geminachte vrouwen.

Trouwens, heel het leven van de Heiland was op dit punt zo geheel anders dan van de Joodse godsdienstleraars. Hoewel zelf niet gehuwd, ging Jezus ongedwongen om met allerlei vrouwen uit Zijn omgeving. Bijvoorbeeld Martha en Maria. Hij heeft vooral veel vrouwen geholpen in haar materiële en geestelijke nood: Maria Magdalena, de Kananese vrouw, - (een heidin!), de schoonmoeder van Petrus, enzovoort.

Dit optreden van Christus heeft ongetwijfeld veel ergernis gegeven.

Christus maakte bij de verkondiging van Zijn Evangelie geen onderscheid tussen mannen en vrouwen, op één punt na: Hij verkoos 12 mannelijke discipelen. Doch daarover in een volgend artikel.

In de eerste christelijke gemeente heeft men dadelijk het voorbeeld van de Heere Christus gevolgd. Reeds in Hand. 1 : 14, nog vóór de uitstorting van de Heilige Geest, kwam de gemeente samen met de vrouwen. Dat laatste staat er nadrukkelijk bij. Er was geen scheiding meer, zoals in de synagoge, maar de christen-vrouwen deden volledig mee in het bidden en smeken. Ook de apostel Paulus heeft in praktijk gebracht, wat hijzelf eens neerschreef in Gal. 3 : 28, n.l. in Christus is geen man of vrouw.

We hoeven enkel de slothoofdstukken van zijn brieven maar na te lezen, om er achter te komen hoeveel vrouwen hem geholpen hebben bij de verbreiding van de boodschap over Jezus Christus: Tryfena en Tryfosa, een zekere Maria uit Rome, Persis, Eudokia en Syntyche, Priscilla, enzovoort. In Handelingen lezen we vaak, dat de apostel voet aan wal krijgt in een gemeente, doordat eerst vrouwen voor Christus gewonnen worden, en die hem verder helpen. Vergelijk bijvoorbeeld Hand. 16 : 13 en 14 (Lydia).

Ook in de Oude Kerk (de eerste eeuwen na Christus) hebben vrouwen veel gedaan voor de verbreiding van het Evangelie. Om een voorbeeld te noemen: in de voor mannen moeilijk toegankelijke vrouwenvertrekken werd de boodschap van Gods genade door vrouwen gebracht, zo vertelt ons de kerkvader Clemens Alexandrinus.

Concluderend moeten we zeggen: de christelijke kerk was niet, zoals het Jodendom, een mannenaangelegenheid. Vrouwen hebben daarin een actieve rol gehad. Ze zijn wervend en winnend en getuigend voor haar Heiland bezig geweest.

De vrouw in het ambt?

Op deze vraag moeten we enerzijds antwoorden: Ja, het ambt aller gelovigen is door de christen-vrouwen zeer actief beoefend. Het zij ons tot een voorbeeld!

Maar het bijzondere ambt (van predikant, ouderling en diaken), dat is een vraag apart.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De vrouw in het ambt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's