VRAGEN VANUIT DE Pinksterbeweging
1
Wie regelmatig kennis neemt van de vragen, die de Pinkstergroepen aan de Kerk stellen, moet erkennen, dat daaronder vrij indringende vragen zijn. De Synode van onze kerk heeft in 1960 een Herderlijk Schrijven doen uitgaan onder de naam: De Kerk en de Pinkstergroepen. Dit schrijven is wel een van de beste stukken genoemd, die van de Synode zijn uitgegaan. Bij alle critiek, die mogelijk en geboden is, is de toon zodanig, dat er werkelijk naar deze groepen geluisterd is.
Het is niet mijn bedoeling dit herderlijk schrijven te gaan bespreken. Dat is indertijd op allerlei wijzen gedaan.
Wel wil ik trachten een paar vragen te behandelen, die in de Pinkstergroepen leven, nl. de Doop in en met de Heilige Geest en de vraag naar de gaven of charismata.
Het is merkwaardig, dat met het op treden van de Pinkstergroepen de oude strijdvragen weer boven komen. Mag ik er een paar noemen? Moet de doop na de belijdenis van het geloof worden toegediend of is de kinderdoop bijbels? Moet de volwassendoop door onderdompeling plaats vinden of is de besprenging voldoende? Hoe is de verhouding van Woord en Geest? Hoe is de verhouding van rechtvaardigmaking en heiligmaking? Is het kleine begin van de nieuwe gehoorzaamheid — zoals de Catechismus zegt — wel bijbels? Is er sprake van een volmaaktheid van de Christen op aarde in absolute of betrekkelijke zin?
Bij deze oude strijdvragen komen er nieuwe. Bijvoorbeeld: zijn de gaven van de Heilige Geest, zoals zij rondom Pinksteren tot openbaring komen, tijdelijk of blijvend? Is de gave van het spreken in tongen alleen maar beperkt tot de tijd van de apostelen of kan, mag of moet dat ook in deze tijd? Sommigen wijzen er op, dat na het wegvallen van de apostelen ook de gaven van de Geest zijn weggevallen en dat wij daardoor in de plaats de canon hebben gekregen. Anderen wijzen de grens tussen Pinksteren en ons af en vinden, dat Pinksteren met alle gaven van de Geest ook vandaag werkelijk en geboden zijn.
Wij hebben dit nieuwe vragen genoemd. Maar zijn zij werkelijk zo nieuw? Is er niet de eeuwen door in de kerk een vurig verlangen geweest, dat de Heilige Geest het geheel van de kerk doortrilt en doortrekt ? Zijn eigenlijk niet alle kinderen Gods, voorzover zij direct gemeenschap met Christus hebben, altijd verlangend geweest naar nieuwe uitstortingen, doorwerkingen en doorstromingen van de Geest? Ook nu zijn er, die leed dragen over de toestand van de kerk en vurig begeren, dat de Heere een opwekking mag geven. In de loop van de eeuwen zijn er allerlei groepen en kerken ontstaan, die de kerk in haar aardse onheiligheid en wereldgelijkvormigheid niet langer konden verdragen. De volle nadruk viel en valt dan op de heiligheid van de kerk. Wij zien dat doorwerken in onze tijd tot en met de scheuring van de gemeente Ede, waar ds. G. M. van Dieren vanwege de onheiligheid van de gemeente buiten die gemeente komt te staan. Dat is de grote tragiek in de kerkgeschiedenis, dat mensen en groepen, die ijveren voor de heiligheid van de gemeente, de spanning en de tocht niet aankunnen en zich afzonderen van het geheel. Op deze wijze werken zij onbedoeld mee aan de verdere ontluistering van de gemeente Gods op aarde, omdat binnen één of twee generaties dezelfde vragen ook in die groepen weer aan de orde zijn.
Hun bedoeling was en is grotendeels zuiver. Zij begeren een warme levende gemeente, 't Gaat hen om de aanwezigheid van God in Christus door de Heilige Geest. Zij lijden onder de grote logge lichamen die de kerken en de gemeenten vaak zijn en begeren het tintelend Pinkstervuur in harten en hoofden, in gemeentesamenkomsten en prediking. Deze bedoeling is uit God, want zij is naar de Schrift, hoezeer men in de verwerkelijking van deze bedoeling soms dwaalt.
De doop met de Heilige Geest.
't Kan bekend zijn, dat de Pinkstergroepen onderscheid maken tussen de waterdoop en de Geestesdoop. Met de waterdoop bedoelen zij niet de kinderdoop, want die verwerpen zij juist. Neen, met de waterdoop bedoelen zij de volwassendoop. Dat is de doop door onderdompeling.
Deze volwassendoop door onderdompeling wordt onderscheiden van de doop met de Heilige Geest. Ik doop u met of in het water — sprak Johannes de Doper eenmaal, maar Hij (de Messias) zal u dopen met de Heilige Geest en vuur.
Jezus Zelf herhaalt deze belofte in Handelingen 1 : 5, toen Hij korte tijd voor Zijn hemelvaart zeide: Johannes doopte met water, maar gij zult met de Heilige Geest gedoopt worden niet vele dagen na dezen.
Petrus grijpt in Hand. 11 : 16 op dit woord terug. Hij legt daar verantwoording af voor de gemeente, dat hij Cornelius en de zijnen, hoewel zij heidenen waren, gedoopt had. Hij vertelt, dat toen hij het Woord Gods sprak, de Heilige Geest op hen viel, gelijk op ons in het begin. Dan zegt hij letterlijk: En ik werd gedachtig aan het woord des Heeren, hoe Hij zeide: Johannes doopte wel met water, maar gijlieden zult gedoopt worden met de Heilige Geest. Ook uit dit woord blijkt, dat er onderscheid is tussen de waterdoop van Johannes en de Geestesdoop van Jezus op Pinksteren.
In 1 Corinthe 12 : 13 spreekt Paulus ook over de Geestesdoop: Door één Geest zijn wij allen tot één Lichaam gedoopt. Deze tekst kan niet zonder meer op de kinderdoop zien, maar spreekt over de doordrenking met de Geest van Pinksteren.
Er is in de eerste gemeente volgens Hebr. 6 : 2 een leer der dopen geweest. Blijkens het verband behoorde deze doop met de Geest tot het onderricht van de apostelen.
Uit deze schriftplaatsen blijkt, dat met de doop door de Heilige Geest bedoeld wordt het heilsfeit van Pinksteren: de uitstorting van de Heilige Geest. Toen Christus aan de rechterhand Gods verhoogd was, heeft Hij de aan Hem beloofde Heilige Geest ontvangen van de Vader en die uitgestort.
Dit gebeuren heeft wel zijn voorafschaduwing gehad, maar is een feit, dat voor de Pinksterdag niet heeft plaats gevonden. Met Pinksteren is de gemeente op een ander niveau gekomen. Hoewel de Heilige Geest vanaf de schepping tot aan Pinkstgren aanwezig was, is Hij er met Pinksteren pas in Zijn Persoon en overstromende volheid. Pas op Pinksteren worden de discipelen met de Heilige Geest gedoopt. Dat is: zij worden ermee vervuld. Het dopen met de Heilige Geest is hetzelfde als met de Heilige Geest vervuld worden.
Wanneer wij in grote lijnen het komen van de Heilige Geest willen nagaan, dan kunnen wij zeggen: De Heilige Geest is werkzaam in de schepping. Lees Gen. 1 : 2, Psalm 33 en andere Schriftplaatsen. Verder werkt deze Geest in de kunst. Bezaleël en Aholiab worden bijzonder voorzien met de Geest om de tabernakel te kunnen versieren. In het bijzonder werkt de Geest in de gelovigen van het Oude Testament (Abraham, David, e.a.) om hen te verlichten tot het kennen van God.
Behalve als Geest der verlichting in de gelovigen, is Hij er als Geest der profetie. De Geest bezielt de profeten. Al deze werkingen van de Geest worden aan Christus gegeven. Bij de waterdoop in de Jordaan daalt de Heilige Geest in de gedaante van een duif op Hem neer, rust Hem toe voor Zijn messiaanse taak en vervult Hem. Jezus is vol van de Heilige Geest. Daarom werpt Hij de demonen uit door de Heilige Geest. De Farizeeën zondigen tegen de Heilige Geest, wanneer zij Jezus' werk aan de duivel toeschrijven.
Jezus belooft een duidelijker openbaring van de Geest. Hij zal in voller mate komen. Daarom zegt Hij: Die in Mij gelooft, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien en het zal in hem worden een fontein, die springt tot in het eeuwige leven. Betekenisvol staat er achter: En dit zeide Hij (Jezus) van de Geest, die ontvangen zou worden door hen, die in Hem geloven. Hier kondigt Jezus Pinksteren aan.
Ook in de afscheidsgesprekken kondigt Jezus voortdurend de Heilige Geest aan. Lees deze gesprekken er maar op na. Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster zenden. Die zal bij u blijven tot in eeuwigheid.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's