De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De vrouw in het ambt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrouw in het ambt

II

4 minuten leestijd

§ 2. De vrouw in de samenkomst der gemeente.

We concludeerden, dat de vrouw in de Nieuw-Testamentische tijd een actieve rol vervulde in het getuigen van Christus. Maar hoe was de positie van de vrouw nu in de eredienst, in de kerkdienst?

Op het eerste gezicht lijkt het alsof de apostel Paulus in 1 Cor. 14 : 34 en 35 beveelt, dat de vrouwen in de kerkdienst volkomen hun mond moeten houden. „Dat uw vrouwen in de gemeente zwijgen, want het is haar niet toegelaten te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn", zo lezen we. Dat is duidelijk genoeg, vindt u niet?

En toch kan Paulus hier niet bedoelen, dat de vrouwen in de samenkomst der gemeente absoluut haar mond moeten houden. Want een paar hoofdstukken tevoren — in 1 Cor. 11:5 — beveelt dezelfde apostel, dat de vrouwen bij het profeteren in de gemeentesamenkomst iets op haar hoofd moeten hebben. Hij gaat er dus van uit, dat vrouwen in de kerkdienst inderdaad spreken, profeteren nog wel. En hij verbiedt het niet. Als ze het maar niet met „ongedekt" hoofd doen, vindt hij het goed. Dat klopt trouwens ook met Handelingen 21 waar we lezen over 4 dochters van Filippus, die profeteerden. En profeteren gebeurde tijdens de kerkdienst (zie 1 Cor. 14:4—6).

Volgens het Nieuwe Testament hebben vrouwen in de kerkdienst dus niet volledig gezwegen. Dat kan ook niet. Want alleen al door de psalmen, gezangen en geestelijke liederen mee te zingen zwegen ze al niet meer tijdens de eredienst.

Maar wat betekent dan die beroemde tekst uit 1 Cor. 14: „Dat uw vrouwen in de gemeente zwijgen"?

Om te beginnen moeten we zeggen, dat het in de samenkomst der gemeente in de tijd van Paulus heel anders toeging dan in onze kerkdienst. Het was alles veel levendiger. Niet één mannetje (de dominee) had uitsluitend het woord, zoals bij ons, maar de één had een psalm, de ander een profetie, een derde legde de profetie uit, weer een ander sprak in een vreemde (hemelse) taal, enzovoort. En ook als iemand preekte, was dat veel meer een vraagen antwoordspel tussen spreker en hoorders.

Maar door die levendigheid van die kerkdienst kon het ook gemakkelijk wat ordeloos worden. Dat gevaar dreigde er in Corinthe. Daarom beveelt Paulus in 1 Cor. 14 dat er in iedere eredienst hoogstens 2 a 3 personen mogen profeteren, en dat de uitgesproken profetieën door andere gemeenteleden besproken en becritiseerd moeten wordienst niet in alle talen.

dat de vrouw zwijge.

De vrouw mag van Paulus niet meedoen aan dat disputeren, aan dat discussiëren over de profetieën van een ander. Zodra dat critisch bespreken van de profetieën begint, heeft de vrouw haar mond te houden. En als ze er iets niet van begrijpt, laten ze het dan thuis maar aan haar mannen vragen.

Waarom was het ongeoorloofd, dat de vrouwen meededen aan dat disputeren over de profetie? Omdat dat in strijd zou zijn met de door God gestelde orde in het huwelijk. De Heere heeft namelijk bevolen, dat de vrouw onderdanig zal zijn aan haar man en niet de baas over hem mag spelen. Maar zou nu die vrouw tijdens de samenkomst der gemeente de profetie van haar man critisch gaan bespreken, dan zou dat in lijnrechte strijd met de door God geeiste onderdanigheid zijn. En dan zou deze ordeloosheid de Naam des Heeren bij de heidenen gelasterd worden. Onze conclusie moet derhalve zijn: In het Nieuwe Testament nam de vrouw actief deel aan de eredienst (zang, gebed, profetie). Ze zweeg tijdens de kerkdienst niet in alle talen.

Maar er zijn grenzen! Ze mag in de kerkdienst de door God gestelde norm in het huwelijk niet overtreden, door gezag uit te oefenen over haar man.

Spreekt 1 Cor. 14 dus over de vrouw in het ambt? Nee, niet in directe zin. De apostel heeft het hier over de plaats van de gelovige vrouw in de samenkomst der gemeente.

Maar indirect heeft 1 Cor. 14 ons wel degelijk iets te zeggen over dit onderwerp! Want juist deze door God gevraagde onderdanigheid van de vrouw maakt het onmogelijk dat ze als ambtsdraagster optreedt in de kerk van Christus. Dat hopen we een volgende keer te bespreken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De vrouw in het ambt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's