De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

10 minuten leestijd

In verband met de herdenking van de Hervorming schrijft ds. Groenewoud in 't „Hervormd Weekblad" een artikel, getiteld: Reformatie nu. Hij schrijft daar verschillende dingen in, die we erg graag aan onze lezers doorgeven.

Ds. Groenewoud begint met zijn verontwaardiging uit te spreken over de praktijken die blijkbaar nog steeds aan de hand gehouden worden in de roomse kerk. In de ontmoeting tussen roomsen en protestanten is de roomse geestelijkheid weliswaar één en al wellevendheid en voorkomendheid, maar daarbij is men toch ook bezig stelselmatig die dingen naar de achtergrond te schuiven die voor protestanten volstrekt onaanvaardbaar zijn.

Maar daarnaast gaat de door protestanten verfoeide manier van zieltjeswinnerij bij de roomse geestelijkheid nog onverminderd voort, en heeft men daar blijkbaar niets geleerd uit de kwestie Irene. Door dit alles is bij ds. G. de lust volkomen vergaan om de ontmoeting met Rome nog voort te zetten en valt het hem moeilijk zonder reserve te geloven aan een wezenlijk gewijzigde houding. Het is z.i. de eis van het ogenblik om voortaan elk contact te weigeren zolang de roomse kerk niet volstrekt ophoudt met dergelijke methoden.

Ds. G. laat het echter in zijn artikel niet alleen bij dit „neen"-zeggen; hij gaat zich afvragen wat het eigenlijke probleem van de kerk is in deze tijd. En dan roept de herdenking van de Hervorming ons op om ons te bezinnen op het wezen en de taak van de kerk en op de wijze waarop zij bij ons functioneert en wij in haar leven. Ds. G. gaat dan verschillende dingen opnoemen die om een andere houding, om een Reformatie vragen. Graag zou ik nu het gehele verdere artikel willen doorgeven, maar omdat dit wat teveel plaatsruimte zou vragen, volsta ik met het laatste gedeelte over te nemen:

Hebben we dan geen (kerkelijk) ideaal? Me dunkt, dat dit toch wel heel duidelijk en nadrukkelijk is gegeven in de leus: „Een Christus-belijdende volkskerk". Ik zou niet confessioneel zijn, als dit niet ook mijn ideaal was.

In de eerste plaats dit: Abraham Kuyper schrijft in zijn Confidentie dat hem bij het lezen van „De erfgenaam van Redcliffe" als kerkelijk ideaal voor ogen kwam te staan: een kerk die is als een moeder, een kerk die haar leden van de wieg tot het graf begeleidt. Een kerk dus, waarin men rust en troost en vrede voor het hart kan vinden. Een kerk waar men op terug kan vallen. Welnu, het ideaal van de Christus-belijdende volkskerk is naar mijn gedachte teveel naar de kant van een apostolaire activiteit gericht. Men meent, dat dit nodig is in deze tijd, en dat de kerk zo moet zijn, omdat ze daarmee geheel aanpast bij de wereld van heden. Inderdaad is hier onmiskenbaar aanpassing; maar ook gelijkschakeling. De kerk moet niet alleen in de wereld zijn, en zich bij de wereld aansluiten, om aan haar leven deel te nemen; ze moet tegelijk ook anders zijn dan de wereld. Als de tegenwoordige wereld alleen de dimensie van de activiteit heeft, dan moet de kerk bovendien de dimensie van de rust brengen. De kerk moet niet alleen een generaal zijn, die de troepen uitzendt in deze wereld, om het koninkrijk Gods te verkondigen, zij moet ook een moeder zijn, die haar vermoeide en zwakke en helemaal niet soldateske kinderen aan haar schoot koestert. En hierdoor moet de kerk zich van de wereld onderscheiden, dat zij, uitgerekend zij, terwijl de wereld opjaagt en tot activiteit prikkelt, tot rust nodigt. Ik ben ervan overtuigd, dat de roomse kerk de kunst van het moederzijn uitnemend verstaat, en dat dit velen tot haar brengt

Wel menen we, dat echte reformatie in onze tijd zal moeten uitgaan van, nu ja, laten we maar zeggen: het ideaal van de Christus-belijdende volkskerk.

Dit betekent, dat allerlei hervormingen, herzieningen, verbeteringen, wijzigingen op verschillende terreinen in de schaduw hiervan moeten komen te staan. Het gaat hierbij om de grote, fundamentele, beslissende dingen der kerk. En dan komen we allereerst terecht bij het grondbeginsel van de reformatie: de prediking van het Evangelie.

In de prediking moet altijd weer het Bijbelse Evangelie van Christus worden verkondigd. En dit spreekt primair van schuld en genade, van zonde en vergeving, van misdaad en verzoening door het offer van Christus. Het lijkt me, dat de eenheid en het vertrouwen in de kerk hersteld kunnen worden alleen doordat allen die hiervoor verantwoordelijk zijn, hiermee volstrekte ernst maken in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift. Dit heeft z'n consequenties ook voor de aanvat van het richtingsvraagstuk. Het sluit namelijk in, dat we onmogelijk kunnen doen, alsof er nu geen tegenstellingen meer zijn tegen dit Evangelie; we moeten nu eens ophouden, met het formele bevestigd zijn in een ambt te houden voor garantie van instemming met, en handelen volgens de belijdenis der kerk.

In de tweede plaats zou ik willen noemen herstel van de tucht der kerk, die juist in de Gereformeerde Kerk, naar het model van Calvijn, zo'n grote rol heeft gespeeld.

Laten we maar erkennen, dat de tucht bij ons hervormden speciaal in een kwade reuk staat. Dit is een véél ernstiger kwaal die ons gehele kerkelijk leven doortrekt, dan men meestal denkt. Er gebeurt allerlei niet dat nodig moest gebeuren, en er heeft allerlei plaats dat in een kerk niet mocht voorkomen, eenvoudig omdat het met de tucht zo treurig is gesteld. Enerzijds is er bij hen die de tucht hebben te oefenen niet de rechte houding en aanvat, anderzijds weigert degene over wie de tucht gaat, haar te aanvaarden. Nu gaat het er niet alleen maar om, dat er tucht wordt geoefend met een krachtige hand. De kerkelijke tucht ontleent haar gezag niet aan de machtsmiddelen van mensen, maar alleen aan het woord van de Heer der kerk. Hier schuilt de zwakheid van de kerkelijke tucht in deze tijd. Het moet er enkel om gaan, de heerschappij van Christus' woord voor prediking en leven der kerk ten volle te aanvaarden. Met andere woorden, de tucht moet in de naam des Heren, in gebondenheid aan Zijn Woord, plaats hebben, respect afdwingen en gehoorzaamheid vragen.

Als derde noem ik: Het bijbrengen van kennis. Het is beschamend, bedroevend en verontrustend, zoals het hiermee dikwijls gesteld is. In gesprekken met andersdenkenden, met leden van andere kerken of sekten, moet dikwijls een zekere koppigheid het gebrek aan kennis en onvermogen om op grond van de Bijbel en belijdenis een gesprek te voeren, vergoeden. Velen die er stellig geschikt voor zouden zijn, kunnen de taak van ouderling niet vervullen, omdat ze geen kennis hebben. En daar komt dan nog bij, dat de bereidheid om werkelijk onderricht te ontvangen dikwijls uiterst gering is. Het gevolg is ook, dat het onderscheidingsvermogen, ook wat de inhoud der prediking betreft, zo zwak is, dat men liever geheel andere normen dan Schrift en belijdenis aanwendt, b.v. de overlevering, het partijstandpunt, de mening van een voorman, de actiialiteit of het boeiende en interessante. Hieraan moet de kerk als kerk des Woords op den duur ten onder gaan. Wellicht, dat er dan een ander soort kerk voor in de plaats komt: een kerk der liturgie, of een kerk van het dienstbetoon, een kerk van de activiteit, of iets dergelijks.

Maar we moeten wèl weten, dat de kerk der Reformatie kerk des Woord is. En dat dit niet alleen een karakteristiek voor de kerk is, maar ook voor de religie. Daarom, zullen we de Reformatie goed herdenken, dan zal deze herdenking ons moeten leiden tot vernieuwde inspanning om de leer der Schrift en het belijden der vaderen recht te kennen en te verbreiden onder het kerkvolk.

„Antwoord '64" heeft niet nagelaten verschillende vragen op te roepen. Vooral wat betreft de propaganda naar vorm en inhoud heeft verschillenden bedenkelijk doen vragen: Moet dat nou zo ? Bij de reclame voor deze kerkbouw-actie heeft men vooral nogal geschermd met „de wereld van morgen". In „In de Waagschaal" schreef P. Hijmans er iets over waar we het volgende uit willen overnemen:

De kerk wil actueel zijn, dat is wel duidelijk. Het beeld van de „wereld van vandaag en morgen" loog er niet om, neen, onze leiders houden niet van halve maatregelen, — tenminste niet in het vlak van de publiciteit Motorwedstrijden en autoraces horen daarbij, compleet met verpletterde wagens, overvolle autowegen, kortom hetgeen we zouden kunnen samenvatten met de term benzine-hysterie. En zo ging het maar voort, het ene al „modemer" dan het andere. Het minnende paartje liep in een park, maar. dat zal in de wereld van morgen wel een plastic-bos zijn, want voor iets anders is straks in Hoogvliet geen plaats meer, èn geen lucht!

De huidige leiders van onze Hervormde Kerk laten geen gedegenheid onbenut om ons de kerk in voorbije eeuwen te schilderen als een kerk, die met haar oncritische houding tegenover de machten ernstig tekort is geschoten. De kerken sanctioneerden met hun liefdadigheid de status quo, zo luidt het dan. Het zij zo. Het wordt mijns inziens de hoogste tijd om de vraag te stellen: doen wij met al onze vernieuwingen niet ongeveer hetzelfde? In de plaats van de status quo is dan de dynamiek van morgen gekomen, die an sich nu niet zoveel humaner belooft te zijn, en in de plaats van de liefdadigheid onze veelvormige „begeleiding", die aan de onmenselijkheden nu ook niet zoveel wezenlijks verandert.

Dezelfde gedachte die we al in het artikel van ds. Groenewoud signaleerden, keert hier terug. Niet minder is dit het geval in het „Terzijde" van dr. Buskes in hetzelfde nummer van „In de Waagschaal". Ook hieruit nemen we enkele dingen over:

In mijn Terzijde's heb ik de advertenties van de Morele Herbewapening enkele keren kritisch bekeken. Ten overstaan van de Morele Herbewapening gevoel ik mij moreel verplicht, om dit keer mijn diepe teleurstelling uit te spreken over de reclame, die mijn kerk — de hervormde kerk — samen met andere kerken voor de kerkbouw in Nederland gemaakt heeft. De geciteerde slagzinnen geef ik als een moeilijk te verteren exempel van deze reclame

In deze week zullen negen samenwerkende kerken de slag om de toekomst winnen of verliezen.

Ik moet er niet aan denken, dat de mensen van de wereld daar in trappen. Ik moet er nog veel minder aan denken, dat de mensen van de kerk daar in trappen. In deze ongeestelijke nonsens, dit afschuwelijk ongeloof, dit bijbels en theologisch niet verantwoord gedaas, dit onbenul van wat de kerk en de toekomst van de kerk betekent. Moeten we nu waarachtig geloven, dat de negen samenwerkende (!) kerken de slag om de toekomst hebben gewonnen, omdat Antwoord 1964 meer dan twintig miljoen opbracht ?

En zouden we inderdaad hebben moeten geloven, dat zij die slag verloren hadden, als de actie niet meer dan vijf miljoen had opgebracht? Dat reclamemensen zulke slagzinnen ontwerpen, is tot daar aan toe. Daar zijn het reclamemensen voor. Maar dat mannen als Wesseldijk en Kunst — ik noem Wesseldijk omdat ik hervormd ben en Kunst omdat ik gereformeerd ben geweest — zulke slagzinnen hebben laten passeren, vind ik onvergeeflijk, onvergeeflijker dan wat het beruchte TV-gezelschap indertijd op het TV-scherm bracht. Zulke exclamaties mogen de kerkbouw baten, zij schaden de kerk meer dan Wesseldijk, Kunst en ik samen kunnen vermoeden.

Het is met de kerk vaak om te huilen, maar zij is mij te lief, dan dat ik ooit zal aanvaarden, dat men op deze wijze voor haar als voor Albert Heijn of De Gruyter reclame bedrijft. Eén procent van mijn jaarinkomen zal ik op giro 64 overschrijven, maar ik doe het ondanks die slagzinnen. Ook dat dubieuze verschijnsel, dat wij kerk noemen, aan alle kanten aanvechtbaar, ook vanwege de afschuwelijke verdeeldheid van die negen samenwerkende(!) kerken, heeft toch nog altijd haar eer ....

Ik zeg het: Meer dan twintig miljoen, prachtig, maar wat die reclame betreft, Iteabod, de eer is weg! Als we hiermee doorgaan, hebben we de slag om de toekomst al hopeloos verloren !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's