De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Overheid en economisch leven 1

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Overheid en economisch leven 1

8 minuten leestijd

In dit nummer is het eerste van een aantal artikelen opgenomen die in De Waarheidsvriend over bovenstaand onderwerp zullen worden gepubliceerd.

Het is algemeen bekend dat over de taak van de overheid in het algemeen en die ten aanzien van het sociaal-economisch leven in het bijzonder, niet gelijk wordt gedacht. Dat geldt niet alleen wanneer het gaat over verschillende politieke groeperingen, maar ook binnen dezelfde partijen, ook in de protestants christeijke wordt over deze zaak niet eensluidend geoordeeld. Behalve stemmen die de toenemende overheidsinvloed positief waarderen, worden geluiden vernomen die deze ontwikkeling met bezorgdheid waarnemen en waarbij de vraag wordt gesteld of de groter wordende staatsinvloed wel verenigbaar is met de vrijheid en verantwoordelijkheid van de enkeling. Een voorbeeld hiervan is de kortgeleden verschenen studie: „Antwoord aan deze tijd" uitgegeven onder auspiciën van het Christelijk Sociaal Verbond „Patrimonium" bij T. Wever te Franeker.

In de volgende artikelen zal de heer G. Verweij, ec. drs. en accountant bij Esso Nederland te 's-Gravenhage, op dit actuele en voor principiële bezinning belangrijke onderwerp nader ingaan.

Achtereenvolgens zullen aan de orde komen:

1. Inleidende beschouwingen.

2. Het liberalisme.

3. Het socialisme.

4. R.k. en prot. chr. opvattingen.

5. Doorbraak en verantwoordelijke maatschappij.

6. Antwoord aan deze tijd.

7. Kritische commentaar op, Antwoord aan deze tijd

8. Enkele grondlijnen.

De Redactie.

INLEIDENDE BESCHOUWINGEN

Kortgeleden is onder auspiciën van het Christelijk Werkliedenverbond „Patrimonium" 'n studie verschenen onder de titel „Antwoord aan deze tijd". De ondertitel luidt: „Studie voor een nieuw christelijk-sociaal program van Patrimonium". In het voorwoord op deze studie wordt de noodzaak van een nieuw program als volgt geargumenteerd.

Het gebrek aan een eensluidende mening over sociale vraagstukken binnen de christelijke kring is steeds duidelijker geworden. In de jaren 1891 eh 1919 werden resp. het 1e en 2e Christelijk Sociaal Congres gehouden. In 1952 zijn de pogingen om tot een 3e Christelijk Sociaal Congres te komen mislukt. Volstaan moest worden met een conferentie. Er bleek te weinig eenheid van gevoelen te bestaan om een gemeenschappelijk getuigenis naar buiten mogelijk te maken. De conferentie had dan ook geen getuigend karakter, maar was gericht op bezinning.

Na 1952 is het gebrek aan een gemeenschappelijk ideaal steeds duidelijker aan het licht getreden. „Het initiatief is aan de kant van de socialisten", aldus het voorwoord. De „doorbraak" heeft daaraan in ruime mate bijgedragen, de christelijke politiek is in het defensief geraakt en is min of meer met machteloosheid geslagen.

Een gevoel van onbehagen is bij velen gerezen over de onduidelijkheid in principiële vraagstukken. Bovendien blijft het sociaal-economische leven niet stilstaan. Het gebrek aan een gemeenschappelijke visie wreekt zich ook hierin, dat de invloed vanuit de christelijke kring op de ontwikkeling van het maatschappelijk leven van onbeduidende betekenis wordt. Het is hoogst noodzakelijk, aldus „Patrimonium", dat nu nieuwe richtlijnen worden geformuleerd, richtlijnen die op Gods Woord gebaseerd dienen te zijn. De onderhavige studie bedoelt hiertoe een bijdrage te zijn.

Zeker dient de poging van „Patrimonium" als zodanig met groot enthousiasme begroet te worden. Vandaar dat wij in de kolommen van „De Waarheidsvriend" aandacht aan deze studie geven willen. Wij zullen ons echter in dit artikel en de volgende niet beperken tot bespreking van déze studie, maar trachten naar aanleiding ervan enkele beschouwingen te geven over de verhouding tussen overheid en economisch leven. De visie op deze verhouding is fundamenteel voor de inhoud van een christelijk-sociaal program.

In de laatste artikelen zal vervolgens speciaal aandacht worden besteed aan de bovengenoemde studie.

Het economische probleem.

Om inzicht te krijgen in het vraagstuk van de organisatie van het economisch leven, zullen we eerst de vraag moeten stellen naar het wezen van het economische probleem.

Bijbels gezien kunnen we stellen dat het economische probleem is ontstaan toen de mens uit het Paradijs verdreven werd en tot hem gezegd werd: „In het zweet uws aanschijns zult gij uw brood eten". Met andere woorden: alleen door inspanning zal datgene verkregen kunnen worden dat voor het levensonderhoud noodzakelijk is. En steeds zal die inspanning, hoe groot ook, slechts een deel verschaffen van datgene wat de mens begeert. In het Paradijs heerste volledige welvaart, na de zondeval een welvaartstekort, dat is een voortdurende spanning tussen datgene wat we zouden willen bezitten (behoefte) en datgene wat wij kunnen bereiken (produktie).

Het wezen van het economisch probleem ligt dus in deze steeds aanwezige spanning tussen produktie en behoeften. In principe zijn de behoeften onbeperkt, terwijl de produktie aan beperkingen onderhevig is, doordat de produktiemiddelen, machines en arbeid en grond beperkt zijn. Deze beperktheid dwingt tot het aanwenden van de produktiemiddelen voor de meest dringende behoeften, m.a.w. er zal een selectie uit de behoeften gemaakt moeten worden waarop de produktie wordt geconcentreerd. Hoe komt deze selectie tot startd? Voor de beantwoording van deze vraag zullen we een stapje terug doen in de historie.

Vrije en geleide economie.

Stelt - u zich een groot landgoed voor, omringd door bijbehorend akkerland en weiland. De ridder is de machthebber. Hij bepaalt wat elke onderhorige in zijn „huishouding" te doen heeft. Hij beslist welke produkten verbouwd zullen worden en welke ambachten zullen worden uitgeoefend. De economie op z'n landgoed was een zg. zelfgenoegzame gesloten huishouding. De man die aan het hoofd stond bepaalde wat er geproduceerd zou worden en daardoor welke consumptieve behoeften van hem en zijn ondergeschikten bevredigd zouden worden. Ruilverkeer naar buiten vond niet plaats. Zon „riddereconomie" is een centraal geleide economie, waarin het produktieplan door de centrale overheid, i.e. de ridder, wordt vastgesteld. Vrijheid van consumptie ontbreekt in zo'n maatschappij. Er kan alleen geconsumeerd worden wat de grote „baas" in het produktieplan heeft opgenomen. In het groot vinden wij in onze tijd een benadering van zo'n economie in Sovjet-Rusland. In dit land wordt gepoogd om op reusachtige schaal van boven af, het produktieplan voor de gehele maatschappij vast te stellen, zij het dat hier wel van in- en uitvoer sprake is.

In de loop van de geschiedenis zijn de zelfgenoegzame huishoudingen zich gaan toeleggen op een bepaald deel van de produktie. Men ging zich m.a.w. specialiseren. De ene ging zich toeleggen op landbouw, een andere op veeteelt, een derde op nijverheid. Door deze specialisatie ontstond de noodzaak tot ruil. Immers, wie zich specialiseert heeft van het produkt waarop hij zich toelegt voortdurend een overschot, terwijl hij aan andere goederen een voortdurend tekort heeft. Dit probleem van tekorten en overschotten werd opgelost door middel van ruil. Wat de een teveel had werd geruild voor wat de ander teveel had. Aanvankelijk werd deze ruil in natura gedaan, later ging men gebruik maken van geld als ruilmiddel. Deze ontwikkeling heeft geleid tot de moderne ruilverkeersmaatschappij waarin wij leven. Deze maatschappij is een gecompliceerd geheel van gespecialiseerde huishoudingen (produktiebedrijven) die hun produkten verkopen tegen geld en dit geld o.a. gebruiken om hun werknemers te betalen, die op hun beurt met het ontvangen loon in hun behoeften kunnen voorzien.

De vraag gaat zich opdringen: Hoe komt in zo'n gecompliceerde vrije ruilverkeersmaatschappij het evenwicht tussen produktie en consuitiptie tot stand, m.a.w. hoe is het mogelijk dat al die gespecialiseerde ondernemingen juist datgene produceren, dat de consumenten willen hebben?

Het is duidelijk dat zo'n maatschappij een uiterst onoverzichtelijk geheel is. Dit wordt het beste gezien indien men zich afvraagt voor wie een producent eigenlijk produceert. Hij produceert voor een hem totaal onbekende groep van kopers, de z.g. markt. Het is een zeker waagstuk voor hem om te produceren zonder vooraf te weten aan wie hij het geproduceerde kwijt kan. Vandaar dat in een vrije ruilverkeersraaatschappij typisch de figuur van de ondernemer thuishoort. Het produceren in zo'n vrije ruilverkeersmaatschappij heeft het karakter van „iets wagen", iets ondernemen. Hierin ligt een groot verschil met een centraal geleide huishouding, waar de producent precies op krijgt wat hij maken moet. Met andere woorden: in zo'n economie is geen plaats voor ondernemen.

Maar wie maakt nu in zo'n moderne vrije ruilverkeersmaatschappij uit wat er geproduceerd en geconsumeerd zal worden? De „onzichtbare hand" die het evenwicht tussen produktie en con­ sumptie tot stand brengt is het prijsmechanisme. Dit mechanisme zorgt ervoor dat de vrije ruilverkeersmaatschappij een geordend geheel blijft en geen chaos wordt. Ik wil trachten dit duidelijk te maken met een eenvoudig voorbeeld. Indien b.v. de voorkeur van het publiek voor boter stijgt ten opzichte van margarine, zal (in een vrije ruilverkeersmaatschappij, waarin dus geen prijsmaatregelen bestaan) de prijs van boter de neiging hebben tot stijgen en die van margarine tot dalen. Deze prijsstijging resp. daling zal de producent stimuleren tot het maken van meer boter terwijl de prijsstijging een verdere stijging van de vraag naar boter bij het publiek zal tegenhouden. Het resultaat van dit proces zal zijn dat er een nieuwe z.g. evenwichtsprijs ontstaat waarbij vraag en aanbod van boter weer aan elkaar gelijk zijn. Een soortgelijke redenering geldt voor margarine waarvan de prijs op een lager niveau tot evenwicht zal komen.

Wij kunnen nu uit het voorgaande de conclusie trekken dat het economisch leven altijd geleid wordt t.w. of automatisch door het prijsmechanisme of bewust door een leidinggevende instantie. Tevens kunnen we nu vaststellen wat onder geleide en vrije economie verstaan moet worden. Onder een vrije economie wordt verstaan een vrije ruilverkeersmaatschappij waarin het prijsmechanisme het evenwicht tussen produktie en consumptie tot stand brengt. Een geleide economie is die organisatievorm van het economisch leven waarin een of andere instantie het produktieproces (gedeeltelijk) regeert.

Na dit min of meer theoretisch betoog zal in een volgend artikel het liberalisme in het kader van ons onderwerp nader worden bezien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Overheid en economisch leven 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's