Onder blijvend toezicht
Meditatie
Ik zal u onderwijzen en u leren van de weg, die gij gaan zult; Ik zal raad geven, mijn oog zal op u zijn. Psalm 32 : 8.
David was bijna dodelijk verongelukt. Op een verschrikkelijke manier raakte hij van de goede weg af en stortte in de afgrond der ongerechtigheid. Nooit zou hij weer op de goede weg gekomen zijn, als God zich niet over hem ontfermd had.
Diep is David onder de indruk van de ontfermingen Gods in de weldaad van de schuldvergeving.
Al zijn broeders en zusters in de Heere roept hij op niet te wanhopen, maar in de nood van hun leven dezelfde weg te gaan, als hij door Gods genade mocht gaan: de weg van de belijdenis der zonden. „Hierom zal ieder heilige (ieder die het waarachtig om Gód te doen is) U aanbidden in vindenstijd (vs. 6). Nee, David is geen individualist, eindigt niet in zelfbespiegeling, maar gaat getuigen van de genade van God.
Maar hoe zal het nu verder gaan? Zal David het nu wel weer kunnen vinden, nu hij op de goede weg gebracht is geworden? Zoals wij dat kunnen zeggen, als we na enkele aanwijzingen weer op de goede weg zijn geholpen? Nee-maar, nu vind ik het verder wel, dank u wel...
Als David één ding in zijn leven heeft moeten leren, dan is het wel dat hij van de goede weg geen verstand heeft. Een dwaalziek schaap is hij en de kerk des Heeren zingt hem dat na in de 119e psalm. Daarom blijft hij op de Heere alleen aangewezen. En de Heere doet geen half werk. Hij bevrijdt niet alleen van de schuld der zonde, maar wil ons ook leiden op de weg der gerechtigheid.
Met vers 8 begint een nieuw gedeelte in de psalm. Dan zwijgt de stem van David en klinkt opeens een andere Stem.
Welke stem dan? De stem van David als wijsheidsleraar? Het metrum en de inhoud van de belofte in vers 8 wijzen onmiskenbaar naar een andere wijsheidsleraar dan David. In vers 8 is de Opperste wijsheid aan het woord. David kan toch immers geen verstandig woord over de rechte weg zeggen? Daarom zwijgt David en spreekt God. Dat is de eerste les die we moeten leren op de school van de Heilige Geest: zwijgen en God laten spreken.
Ik zal u onderwijzen en u leren van de weg, dien gij gaan zult... Koning David op school. Nee nu niet de bank uitgaan en voor de klas gaan staan en zelf de weg vertellen. Dat is eigenwijs. Ik zal u onderwijzen. Wat nodig dat de Heere onze wijsheid doet vergaan en het verstand der verstandigen te niet maakt. Wat moeilijk om in onze bank te blijven zitten en te luisteren naar het goddelijke verkeersonderwijs.
Ik zal u onderwijzen. Hoe de Heere dat doet? Door Zijn Heilige Geest, die in de bijbel genoemd wordt de Geest der wijsheid, de Geest des raads en des verstands. Die Geest heeft God beloofd en eenmaal aan Zijn Kerk geschonken.
„Ik zal mijn Geest geven in het binnenste van u, en Ik zal maken, dat gij in mijn inzettingen zult wandelen en mijn rechten zult bewaren en doen". (Ezech. 36). Hoe nodig dan ook om te bidden om deze Geest. In psalm 51 roept David het uit: „neem uw Heilige Geest niet van mij ..." Zonder die Geest kan hij geen stap verzetten. Dan zijn er alleen maar de dwaalwegen die naar de ondergang voeren.
Ik zal u onderwijzen dat betekent blijvend op (de) school van de Heilige Geest. Wat een wonder dat de Heere ons daar hebben wil en houden wil en ons niet van school stuurt, omdat we steeds weer dezelfde fouten maken.
En u leren van de weg, die gij gaan zult. Hier wordt een woord gebruikt dat „aanwijzen" betekent. De Heere zal a.h.w. met de vinger aanwijzen, hoe de weg zal gaan. De Heere weet hoe spoedig we het spoor bijster zijn. Daarom gaat Hij mee om de weg te wijzen.
Nee, niet proberen om zelf de weg te vinden. Nee, niet voor de Heere uit gaan lopen. Ik zal u leren van de weg die gij gaan zult. Achter Mij aan. Te zwaar valt me elke schrede als ik U verlaat. Maar dat is wel erg vernederend, zegt u. Ja maar, nog meer vertroostend! Voor hen die steeds weer moeten leren hoe dwaalziek ze zijn en de weg steeds kwijt raken. Voor hen die op de weg der gerechtigheid steeds weer moeten zeggen: Heere, welke kant moet ik op, 'k zie geen enkele wegwijzer.
Leren we nu helemaal niets op de school van de Heilige Geest? Jazeker. We leren heel veel zelfs. We leren meer en meer op de Heere zelf aangewezen te zijn, op de wegwijzer van het Woord, op de wegwijzers van de beloften Gods.
We leren het lied te zingen: Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.
Ik zal raad geven. Het gebeurt op de weg der gerechtigheid dat we soms helemaal geen weg meer zien, dat we in volslagen duisternis moeten rond tasten. Ik zie geen weg meer. In tijden van ziekte, aanvechting en dood. Heere, ik zie geen weg meer. De kinderen Israels zagen in de meest letterlijke zin geen weg meer toen ze voor de Rode Zee stonden. Voor: de zee. Opzij: het rotsgebergte. Achter: de farao met zijn leger, 'k Wou vluchten maar kon nergens heen, daar mij de dood voorhanden scheen .. Abraham zag geen weg toen hij het liefste wat hij had aan de Heere kwijt moest.
Ik zal raad geven. Wat een belofte! De Heere opent wegen, waar wij geen wegen zien. Er is raad voor mensen die geen weg meer zien. Bij Wie moet ik dan zijn? De Heere heeft een weg geopend in Zijn Zoon Jezus Christus; Zijn Naam is Wonderlijk, Raad ... Goede raad is duur. Om ons tot een Raadsman te zijn moest Christus de diepste weg gaan, die ooit gegaan is, de weg van het lijden en sterven.
Ik zal raad geven. Er is raad voor radelozen in de Heere Christus. Heeft Hfj het niet volkomen voorzien? Zal Hij er niet in voorzien, waar wij om verlegen zijn? Of zijn we van Zijn Raad niet gediend en zoeken we elders raad?
Ik zal raad geven. Dat zal Hij waarachtig doen. Ook in het laatste uur.
Mijn oog zal op u zijn. De belofte spitst zich steeds meer toe. Deze belofte omvat de gehele weg, waar we gaan en waar we staan. Ik zal u met mijn ogen volgen, zodat niets Mij ontgaat. Huiveringwekkend, als we nog nooit voor de dag gekomen zijn.
Oneindig troostvol als we in oprechtheid voor Gods aangezicht mogen leven. Dit blijvende toezicht van God is ons dan géén last, maar een ééuwige vreugde.
Mijn oog zal op u zijn. Overal en altijd. Overal is Hij er bij. Zelfs al ging ik door een dal van schaduw des doods, ik zal geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij . . . Altijd is Hij er bij. Ook al tasten we naar Zijn hand. Ook al tellen we de dagen één voor één. Ik ben met u alle de dagen tot aan de voleinding der wereld.
Mijn oog zal op u zijn. Zie des Heeren oog is over degenen die Hem vrezen, op degenen die op Zijn goedertierenheid hopen.
Wie de Zegsman van deze belofte is? Het is altijd belangrijk te weten wie iets gezegd heeft. O — zeggen we vaak — heeft die dat gezegd? Neem het maar niet serieus. De Zegsman van dit woord vraagt er om dat we Hem voluit serieus nemen. Het is de levende God. Hij staat voor Zijn Woord in.
Zou Hij het zéggen en niét doen, spreken en niet bestendig maken?
Ik zal u onderwijzen en u leren van de weg, die gij gaan zult; Ik zal raad geven, mijn oog zal op u zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's