De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De vrouw in het ambt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrouw in het ambt

III

4 minuten leestijd

§ 3. De vrouw in het ambt van predikant of ouderling.

Mag dat, op grond van de bijbel: een vrouwelijke predikant of ouderling ? In gedachten zie ik al, hoe u het Woord van God openslaat bij 1 Timotheüs 2, en u leest: „Een vrouw late zich leren in stilheid in alle onderdanigheid. Doch ik laat de vrouw niet toe dat ze onderricht geeft, noch over de man heerst, maar wil dat ze in stilheid is".

Dat is toch duidelijke taal, vindt u niet? Weliswaar kunnen deze woorden niet betekenen, dat in Paulus' dagen de vrouwen tijdens de hele kerkdienst haar lippen stijf op elkaar hielden, zodat er geen woord overheen kwam. Integendeel, we zagen in ons vorig artikel dat de vrouw hardop meedeed in bidden en zingen en zelfs in het profeteren tijdens de samenkomst der gemeente. (1 Cor. 11).

De door God geëiste „stilheid" betekent dus niet: absoluut haar mond houden. Maar haar wordt, ook in 1 Tim. 2, een zodanig optreden verboden, waardoor de bijbelse onderdanigheid aan haar man zou zoekraken. En in dit verband verbiedt de apostel de vrouw dan ook zeer beslist om „onderricht te geven". „Ik laat de vrouw niet toe, dat ze onderricht geeft". Duidelijker kan het toch niet gezegd worden, dacht ik.

Wat betekent nu echter dat woordje „onderricht geven"? Wel, in de Evangeliën wordt dit woord vaak gebruikt voor de prediking van de Heere Jezus. Het grote voorbeeld is Zijn prediking te Nazareth (Lucas 4). Dat „onderricht geven" bestond uit het verklaren en-toepassen van een Schriftgedeelte. Met daaraan verbonden een oproep tot geloof. We zouden dit „onderricht geven" dus het beste kunnen vergelijken met bij ons een goede preek, die ook verklaring en toepassing van een Schriftgedeelte hoort te zijn. Een dominee die zo preekt, treedt daarbij gezaghebbend op. Niet op grond van zijn eigen gezag, maar op grond van het gezag van de Schrift: „alzo zegt de Heere!'

In de brieven van de apostel Paulus wordt dit woord „onderrichten" slechts een paar keer gebruikt. Het betekent hier vooral: vermaningen geven voor de praktijk van het leven. Dat wil dus zeggen: gezaghebbend optreden ten aanzien van de levenstucht.

Geen wonder dat dit „onderrichten" aan de vrouw wordt verboden. Want beide dingen — gezaghebbend optreden in de leer, èn gezaghebbend optreden ten aanzien van de levenstucht — passen niet bij de door God gestelde orde in het huwelijk. Als een vrouw gezaghebbend ging optreden tegenover haar man, dat zou in lijnrechte strijd met de geëiste „onderdanigheid" zijn. De Heere heeft nu eenmaal aan de vrouw een andere taak gegeven als aan de man.

Dit gezaghebbend optreden, in de leer èn in het leven, draagt de apostel in 1 Timotheüs op aan de „opzieners" of „herders". Deze opzieners of herders, bestonden uit twee groepen.

Ten eerste: ambtsdragers die arbeiden in het Woord en de leer. Deze zijn het best te vergelijken met bij ons de predikanten. En ten tweede: de ambtsdragers die niet in de leer arbeiden, maar regeren en toezien (levenstucht). Vergelijk bij ons de ouderlingen.

Voor deze twee soorten „opzieners" wordt in het hele Nieuwe Testament nooit een vrouw genoemd. En ook in de Oude Kerk is deze naam nooit verbonden geweest met een vrouw. Dat kan ook niet, want dit zou in strijd zijn met de hele bijbelse lijn van de „onderdanigheid".

Wij hebben in onze tijd nog die twee soorten „opzieners". Enerzijds de predikant. Die is elke dag bezig met het „onderricht geven". Namelijk gezaghebbend optreden, op grond van het gezag van de Schrift. Dit gezaghebbend optreden nu is door de bijbel aan de vrouw verboden. Derhalve: geen vrouwelijke predikant.

Anderzijds hebben wij de ouderling. Die treedt ook gezaghebbend op, namelijk in de levenstucht. En ook dit „onderrichten" is aan de vrouw verboden. Conclusie opnieuw: geen vrouwelijke ouderling.

En een vrouwelijke diaken dan ? Dat is een kwestie apart. Maar daarover de volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De vrouw in het ambt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's