De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Adventsprofetie op een sterfbed

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Adventsprofetie op een sterfbed

Meditatie

6 minuten leestijd

Juda, gij zijt het, U zullen uwe broeders loven; Genesis 49: 8a.

Met dit woord toeven wij in de geest aan het sterfbed van Jakob. Een veelbewogen en wisselvallig leven komt hier aan zijn eind. De laatste der aartsvaders reist af, wel in een vreemd land, Egypte, maar niet naar een onbekend oord. Er is voor hem een thuiskomen in God, die hij in vrede zal mogen ontmoeten. Hij mag ervan getuigen: op Uwe zaligheid wacht ik, o, HEERE!

Niet op zijn zaligheid dus. Die was er aan zijn kant ook niet. Maar op Gods zaligheid, door God uitgedacht en hem bereid. Zijn zaligheid ligt buiten hem, in God alleen en ook in God vast. En daar wacht hij op, daar ziet hij naar uit, daar hijgt hij naar, aan het einde van de baan.

Maar zo stapt hij niet uit. Wanneer het levenseinde daar is, doet hij nog eenmaal al zijn zonen om zijn sterfbed naderen. Voor ieder heeft hij nog een afzonderlijk woord ten afscheid.

Ja, en dan niet zo maar, als vader, veeleer als profeet. Verlicht door de Geest der profetie mag hij blikken in schier eindeloze verten, ja tot in onafzienbaar verre tijden, zelfs tot in de iaatste dagen. Hij overziet de levensloop van elk der zonen en hun nageslacht. En dan valt ook Jakob er met zichzelf tussen uit. Hij spreekt niet overeenkomstig de wens van zijn vaderhart, dat nog vleselijke liefde en voorkeur zou laten gelden. Jakob geraakt hier voorgoed Jakob af, en staat door genade geheel en al aan de zijde Gods. Hij spreekt, wat God hém te spreken geeft.

Daar gaan de zonen aan hem voorbij. Ruben, zijn eerstgeborene, hij zal echter de voortreffelijkste niet zijn. Simeon en Levi, mannen van geweld, vervloekt in hun toorn.

En dan, wat horen we? Wat gebeurt er met deze aartsvader-ziener? Zijn oog gaat glanzen, zijn stem wint plotsklaps aan kracht, als een juichkreet komt het woord hem over de lippen: Juda, gij zijt het, U zullen de broeders loven ...

Hij zal het zijn. Het persoonlijk voornaamwoord staat voorop en wordt bij het werkwoord nog eens geplaatst. Dat sluit alle onzekerheid uit. Hier is geen vergissing mogelijk. De God van Abraham, Izak en Jakob brengt de beloofde zegen op deze zoon over en bindt deze aan zijn nageslacht. Juda wordt in bijzondere zin de erfgenaam van de belofte der patriarchen, die vlees en bloed zal worden in de Zaligmaker. De bazuin geeft geen onzeker geluid. Het behaagt God Jakob een schrede verder te voeren bij de vervulling van Zijn heilsraad. De belofte wordt hernieuwd, en tevens nader onthuld. Jakob weet het zeker, omdat God het hem zeker openbaart. Het is niet maar een voorzichtige mogelijkheid, maar zaligzekere werkelijkheid, gij zijt het.

Ankert uw ziel ook in het vaste, profetische woord, of koestert ge allerlei vage hoop buiten het Woord om, op grond van eigen inzichten en gevoelens, die echter voor eeuwig vruchteloos zijn? En niet dat wij uit onszelf het er mee eens zijn, integendeel, Jakob ook niet. Maar God wint ervoor in. En dat is altijd met verlies van het onze en met verloochening van onszelf.

Hoe scherp wordt ook in dit woord de tegenstelling openbaar tot wat reeds gezegd is en nog gesproken zal worden.

Vooral is de tegenstelling duidelijk tot de drie oudere broeders van Juda, aan wie het eerstgeboorterecht ontgaat. Zo is het goed, naar Gods wil. En ook Jakob mag hier zeggen: zo is het goed. Zijn wil ligt verslonden in Gods wil. Er is geen bedilzucht meer bij. Hij wil niet anders dan God wil. Zo alleen zal hijzelf ook zalig zijn en tot de rust ingaan, zoals God het heeft beslist, in Zijn weg, door Zijn Christus, Die uit Juda komt.

Een keer moet ge het met God eensgeworden zijn, wilt ge zalig worden, dat uw ik er tussen uit is, maar bijzonder voorrecht is het, zo dat de praktijk van uw leven is.

Maar dan verliest de stervende Jakob zich ook geheel in het welbehagen Gods, als de vaste en enige grond en oorzaak van zijn behoud. Dan is er ook van hem niets bij.

Juda, gij zijt het. . . Neen, dan is het niet Ruben, de eerstgeborene, niet Simeon, de tweede, met jaloersheid gedragen en gebaard, ook .. . Jozef of Benjamin niet, kinderen van zijn lievelingsvrouw Rachel, maar Juda. Schijnbaar heel willekeurig door God zo bepaald, in werkelijkheid echter openbaring van vrije verkiezende liefde Gods.

Hier is de roemtaal van vrije genade. Hier wordt uit stervende lippen beluisterd: Om Het Eeuwig Welbehagen! En waar een stervende Jakob in eindigt, om straks eeuwig mee te beginnen, daar zullen ook eeuwen later boven Bethlehems velden engelen in hun kerstzang mee besluiten. Uit dat welbehagen is Hij voortgekomen, Die in Juda's stam is neergelegd.

Adventsprofetie op een sterfbed, ja, eigenlijk is het hier al Kerst. Mocht ge het ooit aanschouwen? Daarom kunt ge zalig worden. Daarom is het Kerst geworden. Daarom zal er een volk thuiskomen. Welk een ruimte ligt er dan buiten u in God. Het is nooit zo mogelijk en zo zeker, dan wanneer ge er met uw ik tussen uit bent, en het voor u afgesneden werd. Wat onmogelijk is bij de mensen, is mogelijk bij God.

En dan wordt de stervende Jakob nog de dichtende Jakob. Een schone woordspeling vloeit uit zijn mond. Juda betekent immers „lofprijzing". Nu, de zoon met de naam lofprijzing zal tot voorwerp van lofprijzing worden. Hij is het nog voor Jakob, hij zal het ook zijn voor zijn broeders, ja gans Israël, en voor heel de Kerk. Neen, geen roem ligt er in Juda, die tot bloedschande komt. Geen roem voor de stam van Juda, die het zo vaak heeft laten zitten, en erger deed dan de tien stammen, denk aan de Godspraken van Jeremia en Ezechiël in later tijden. Maar alle roem geldt Hem, Die zo diep wilde buigen, dat bloedschande en afval Hem niet te veel was om Zich naar het vlees met Juda te verbinden, waardoor in Hem pardon wordt afgekondigd en gegeven aan een volk, dat onder Juda en onder Juda's stam leert staan, als vrucht van ontdekkende en bekerende genade.

Dan zal Juda geprezen zijn door zijn broeders, dan zal van Hem de lof zijn in een grote gemeente. Die zelf nooit anders dan de ere Gods bedoelde om eerlijk zalig te maken, met behoud van al Gods deugden.

Zo wordt het Kerst, voor Jakob nog op zijn sterfbed, weldra eeuwig, als hij van zichzelf wordt verlost.

Dan zetten engelen de kerstzang in met Ere zij God, om voor te zingen op aarde, waar het geleerd en gerepeteerd wordt, door allen die, tot broeders herboren, hun Oudste Broeder zullen eren, en in Hem God Drieënig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Adventsprofetie op een sterfbed

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's